Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Boekjes

Beoordeling 4.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas vwo | 738 woorden
  • 9 juni 2003
  • 67 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.1
  • 67 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Techniek boekje deel 1
Hoofdstuk 1
Onder techniek versta je alles wat niet in de natuur voorkomt. Techniek maak je als mens zelf om het leven mogelijk en makkelijk te maken.
Hoofdstuk 2
Technische tekening: kader om de tekening heen. Het mededelingsvak moet 25 mm hoog zijn 180 mm breed in dat vak schrijf je belangrijke informatie. Bovenste hele vak: de naam van wat je getekend hebt. Tweede vak door de helft eerste vak moet je zetten door wie het getekend is en in het tweede vak je klas. Derde vak ook weer door de helft in het eerste vak de datum en in het tweede vak de versie. Dan nog weer door de helft en in het eerste vak schaal en in het tweede vak niks. Pictogrammen en symbolen zijn eenvoudige tekeningen om snel duidelijk te maken wat je bedoeld.
Hoofdstuk 3
De grootheid is wat je meet. De eenheid is een afgesproken maat. Het maatgetal telt het aantal eenheden. Je gebruikt bij het werk zoveel mogelijk hetzelfde meetinstrument.

Hoofdstuk 4
De veiligheid in het lokaal is geregeld in de Arbo-wet.
Hoofdstuk 5
Het werken met machinaal gereedschap kan zwaar werk licht maken. Je leest voordat je gaat werken altijd de veiligheidsinstructies.
Hoofdstuk 6
Op veel scholen is ook een aparte technische dienst, naast conciërges en TOA’s.
Techniek boekje deel 2
Hoofdstuk 7
Massa-, serie- en stukproductie zijn productievormen. Driehoekvormen geven veel stijfheid. Een profielvorm vergroot de sterkte van een constructie zonder dat die zwaarder wordt. Hardheid, sterkte, brandbaarheid en herbruikbaarheid zijn materiaaleigenschappen.
Hoofdstuk 8
Constructies bestaan uit aan elkaar verbonden delen. Verbindingen zijn vast of losneembaar.
Hoofdstuk 9
Eigenschappen van een constructie zijn sterkte, stijfheid, en gewicht. Sommige constructies moeten sterk en stijf zijn bijvoorbeeld bruggen, fietsen en huizen. Andere constructies moeten sterk en vooral licht zijn, bijvoorbeeld vliegtuigen, protheses en kleding.

Hoofdstuk 10
Technische tekeningen maken met de computer heeft grote voordelen:
*Je kunt tekeningen gemakkelijk opslaan en later veranderen.
*Je kunt tekeningen verbeteren zonder dat je de oude fouten blijft zien.
*Je kunt heel precies werken.
*Je kunt de computer moeilijke opdrachten laten doen. Bijvoorbeeld bematen, ruimtelijke afbeeldingen maken, de sterkte van een onderdeel uitrekenen.
Er zijn ook nadelen:
*De programma’s zijn duur.
*Het duurt land voordat je er goed mee kunt werken.
Hoofdstuk 11
Je maakt een product zoals dat op een werktekening is aangegeven. Voor elk materiaal gebruik je het juiste gereedschap. Een eigen ontwerp begint met het maken van een aantal schetsen.
Hoofdstuk 12
Bij het maken van een product houd je materiaal over. Dat noem je restmateriaal.
Techniek boekje deel 3
Hoofdstuk 13
Veel apparaten hebben hetzelfde werkingsprincipe. Alle apparaten hebben een krachtbron. Bijvoorbeeld een motor, de mens of een dier. De krachton is dat deel van het apparaat dat de kracht levert. Ook heeft elk apparaat een werkend deel. Het werkende deel is dat deel van het apparaat dat doet waarvoor je het gebruikt. Tussen de krachtbron en het werkende deel zit de overbrenging. De overbrenging is dat wat de kracht overbrengt van de ene plaats naar de andere plaats. De overbrenging kan van de ene beweging een andere maken.
Hoofdstuk 14
Werken met vloeistof noem je hydraulica. Je vult een cilinder met vloeistof. Daarmee kun je veel kracht zetten. Werken met luchtdruk noem je pneumatica. Je vult de cilinder met lucht. Met lucht jzet je minder kracht. Daarom gebruik je bijvoorbeeld lucht bij de sluiting van een deur. Met een grote cilinder laart je een kleine cilinder een grote beweging maken en andersom.
Hoofdstuk 15
Voor een werkende machine heb je een krachtbron nodig. Wil je met dezelfde krachtbron sneller of sterker zijn dan moet je een ander overbrengingssysteem kiezen. Wil je snelheid dan heb je minder kracht. Wil je een sterkere machine dan raak je snelheid kwijt. Tandwielen zijn een overbrengingssysteem tussen de krachtbron en het werkende deel. Je kunt met hetzelfde paar tandwielen versnellen en vertragen. De plaats van de krachtbron maakt of het een versnelling of vertraging wordt.
Hoofdstuk 16
Krachtbronnen geven niet altijd de soort beweging die je nodig hebt. Je moet een geschikt overbrengingssysteem kiezen om de goede beweging te krijgen. Je kunt van een heen en weergaande beweging een draaiende beweging maken en andersom. Je gebruikt daarvoor een drijfstang en een krukas.
Hoofdstuk 17
Een schets kun je bespreken en verbeteren. Daarna kun je er een technische tekening van maken. Schetsen doe je uit de hand. Je gebruikt geen liniaal.
Hoofdstuk 18
In bijna alle beroepen gebruik je technische hulpmiddelen. Deze hulpmiddelen maken het werk lichter. Veel apparaten gebruiken electrische of brandstof.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

super bedankt man door deze samenvatting ben ik over naar 2havo!!!!

6 jaar geleden