Jongens gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

Hoofdstuk 8, Hoeveel stof?

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 626 woorden
  • 28 juni 2010
  • 22 keer beoordeeld
Cijfer 7
22 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij een maatschappelijke studie?

Misschien is een studie Sociologie of Antropologie dan wel iets voor jou! Bij beide opleidingen ga je aan de slag gaat met maatschappelijke vraagstukken. Wil jij erachter komen welke bachelor bij jou past? Kom in maart proefstuderen aan de VU.

Meer informatie


Scheikunde samenvatting hoofdstuk 8 : Hoeveel stof?


Paragraaf 1; Reactie en molverhouding:
Bron 1:

- Massa naar volume  dichtheid nodig

- Volume naar massa  dichtheid nodig

- Dichtheid = de hoeveelheid massa bij 1,0 m³ volume

- Massa naar chemische hoeveelheid  molaire massa nodig.

- Chemische hoeveelheid naar massa  molaire massa nodig.

- Chemische hoeveelheid = hoeveel massa per mol.

Bron 2:

Voor het omreken van massa in volume heb je de dichtheid en de gegevens nodig die je al hebt. De dichtheid kan je opzoeken in je BINAS. LET OP DE SIGNIFICANTE CIJFERS!

Bron 3:

Bij reactievergelijkingen is een molecuulverhouding/molverhouding en een massaverhouding aanwezig. De molverhouding is het makkelijkst te bereken, want je moet de reactievergelijking eerst kloppend maken. De getallen die je dan voor de stoffen zet staan direct gelijk aan de molecuulvergelijking. Vanuit hier kan je de massaverhouding bereken, maar daar heb je de molecuulmassa’ s voor nodig. De molverhouding is gelijk aan de molecuulverhouding.


Paragraaf 2; Concentratie:

Bron 6:

Voor de concentratie is een formule :

Concentratie = massa opgeloste stof/volume oplossing.

Bijvoorbeeld: Bij sterke thee is de concentratie veel groter dan bij slappe thee.

Bron 8:

Massapercentage hebben we gehad in hoofdstuk 5, deze kun je bereken op twee manieren.

1  massa stof 1/massa totaal *100%= % stof 1

2  zet de gegevens in een verhoudingstabel en ga kruislings vermenigvuldigen.

Ditzelfde geldt voor volumepercentage:

1  volume zuurstof/ totale lucht*100% = …….% zuurstof

2  zet het in een verhoudingstabel en ga kruislings vermenigvuldigen.


Paragraaf 3; Molariteit:

Bron 10:

Molariteit is het aantal mol per liter van een concentratie. Eenheid = mol L¯¹

Je mag ook M  Molair neerzetten als eenheid.

Om de molariteit van een opgeloste stof weer te geven zet je deze tussen 2 rechte haken.

Bijvoorbeeld: [C12H22O11]= 0,10 M of 0,10 mol L¯¹.

De formule van molariteit:

Molariteit = aantal mol stof/aantal liter oplossing =aantal mmol stof/aantal ml oplossing.

Bron 12:

De berekeningen die je moet kunnen uitvoeren met mol volume en molariteit gaan ook op twee manieren:

1  zet het in een verhoudingstabel en ga kruislings vermenigvuldigen.

2  molariteit = …………./volume (dit geeft: mol van de stof (het antwoordt dus)= volume*molariteit.


Paragraaf 4; Rekenen aan reacties:

Bron 15 :

Het zevenstappenplan:

1. Stel de reactievergelijking op.(maak hem ook al vast kloppend)

2. Kijk wat er wordt gegeven en wat er wordt gevraagd.(en de hoeveelheden)

3. Leid uit de reactievergelijking de molverhouding tussen de gegeven en gevraagde stof af.(kijk naar de reactievergelijking bij stap 1)

4. Reken de gegeven hoeveelheid stof om in mol.(gebruik de formule of de tabel)

5. Bereken uit de mol van de gegeven stof (bij stap 4 berekent) en de molverhouding (bij stap 3) de hoeveelheid mol van de gevraagde stof uit.(gebruik een tabel!)

6. Reken het aantal mol van de gevraagde stof om in de gevraagde eenheid.(kijk goed welke eenheid ze willen!!!)

7. Controleer je antwoordt, ga na of je de eenheden goed hebt gedaan en LET OP de significante cijfers. (significante cijfers gaan altijd af op het kortste getal in de berekening)


Paragraaf 5; Rekenen aan reacties in oplossing:

Het zevenstappenplan voor oplossingen!!!!:

1. De reactievergelijking. (maak hem kloppend)

2. Gegeven en gevraagd. (ga na welke hoeveelheden je hebt.)

3. Molverhouding tussen de gegeven en gevraagde stof. (let op! Je hebt te maken met deeltjes dus je +ionen en –ionen moeten gelijk zijn in deze verhouding)

4. Reken de hoeveelheid gegeven stof om in mol.

5. Bereken uit het aantal mol gegeven stof en de molverhouding het aantal mol van de gevraagde stof uit.

6. Reken het aantal gevraagde mol om in de gevraagde eenheid. (let op, ze willen altijd dat je mol weer omrekent naar een andere eenheid tenzij dit anders staat aangegevn.)

7. Controleer je antwoord, ga na of je eenheden kloppen en LET OP de significante cijfers. (significante cijfers gaan altijd af op het kortste getal in de berekening)


Paragraaf 6; praktische toepassing:

Je kan hem één keer over lezen, maar besteed hier niet te veel tijd aan. Het is maar praktisch en het proefwerk is toch theoretisch!!!!!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.