Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Hoofdstuk 3 Stoffen en reacties

Beoordeling 7.5
Foto van Yara-Mirthe
  • Samenvatting door Yara-Mirthe
  • 4e klas havo | 400 woorden
  • 26 april 2015
  • 19 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 19 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

§1 Kristalvormen




De aard en de vorm van de bouwstenen is verantwoordelijk voor de vorm van het kristal.



§2 Elektrisch geleidingsvermogen



Op basis van geleidingsvermogen onderscheiden we drie groepen stoffen:




  1. Moleculaire stoffen (geleiden nooit stroom. Molecuul bestaan alleen uit niet-metalen. Ongeladen deeltjes)

  2. Zouten (geleiden alleen in vloeibare fase. Geladen deeltjes die niet kunnen bewegen tijdens vaste fase, wel in vloeibare)

  3. Metalen (Geleiden in cast en vloeibare fase. In beide fasen bewegende geladen deeltjes)



In de vaste fase (s) zijn de bouwstenen van de stoffen gerangschikt in een vast patroon: een molecuulrooster, ionenrooster of een metaalrooster.



Een metaal kun je buigen zonder dat het breekt. Zout niet. Dit komt door verschil tussen metaal en ionenrooster. Door een roosterfout aan te brengen, kun je de eigenschappen van een metaal veranderen. Zo kun je bij een metaalrooster bijvoorbeeld een atoom van een ander metaal inbouwen. Er ontstaat dan een legering of een alliage. Je kunt ook niet-metalen in bouwen. IJzer bijvoorbeeld kun je harder maken door er koolstof aan toe te voegen. De koolstofatomen vormen een groter obstakel. Hierdoor kunnen die ijzeratomen minder gemakkelijk verschuiven en is het ijzer minder buigbaar. Als het percentage koolstof laag is, spreek je van staal. Dat is veel harder, maar niet breekbaar. Is het percentage hoog spreek je van gietijzer, een heel hard materiaal en breekbaar.



§3 Structuurformules en namen van moleculaire stoffen



































index



voorvoegsel



1



(mono)



2



di



3



tri



4



tetra



5



penta



6



hexa




Een binding tussen twee atomen van niet-metalen heet een atoombinding. Beiden leveren één elektron per binding. De elektronegativiteit tussen de beide atomen bepaalt of de atoombinding wel of niet polair is.

◊          verschil ≤ 0,4 = niet polaire atoombinding.

◊          verschil 0,4 - 1,7 = polaire atoombinding.

Atoom bindingen worden uitsluitent verbroken tijdens chemische reacties.



De covalentie van een niet-metalen atoom komt overeen met het aantal bindingen dat het atoom kan vormen.













voorbeeld:

Systematische naam H2O?



Index H is 2 is “di”.

Index O is 1 is “mono”.

 



Diwaterstofmono-oxide.





De naamgeving van een molecuul noemen we structuurformule.





§4 Reactievergelijk



-ingen opstellen



Een reactie vergelijking is een

verkorte weergave van een

reactie in formules.



2 H2O2 (l) à 2 H2O (l) + 1 O2 (g)



Je moet er wel opletten dat links en rechts van de pijl de er van de zelfde atomen even veel aanwezig zijn.




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

Je hebt par 5 niet meegenomen.

3 jaar geleden

Ook geschreven door Yara-Mirthe