Hoofdstuk 1: Speurwerk

Beoordeling 6.6
Foto van Daan
  • Samenvatting door Daan
  • 3e klas vwo | 1332 woorden
  • 12 december 2015
  • 19 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 19 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Paragraaf 1.1 – Hoe kun je stoffen herkennen?



Stoffen

In de scheikunde zijn er veel stoffen, de definitie daar voor is:  alle materie



Stofeigenschappen

Om stoffen te kunnen herkennen moet je waarnemingen doen. Je begint dan met de stof te ruiken en bekijken. Je herkent ze aan de stofeigenschappen. Je kan ook de fase van een stof daarbij gebruiken.



Onderzoek met instrumenten

Je kan ook stofeigenschappen zoeken met instrumenten. Voorbeelden van die stofeigenschappen zijn de dichtheid, de elektrische geleidbaarheid en de oplosbaarheid.



Paragraaf 1.2 – Vloeibare mengsels



Zuivere stoffen en mengsels

Zuivere stof  =        één soort stof met één set stofeigenschappen

Mengsel =                                bestaat uit meerdere stoffen, meerdere sets stofeigenschappen



Oplossing en oplosbaarheid

Oplossing is een vloeibare stof waar een andere stof in is opgelost. Die vloeibare stof heet het oplosmiddel. Oplossingen zijn altijd helder, maar mag wel gekleurd zijn. De oplosbaarheid is de maximale hoeveelheid van een stof die in 1 L oplossing opgelost kan zijn(g/L). Wanneer dat is gebeurt, heb je een verzadigde oplossing.



Suspensie

Een suspensie is een mengsel van een vaste stof en een vloeistof, waarbij je de vaste deeltjes nog ziet. Dat is dan troebel.



Emulsie

Een emulsie is een mengsel van vloeistoffen. Als je het gaat schudden, dan is het eerst troebel, maar later gaan ze van elkaar af scheiden. Olie en water zijn voorbeelden van vloeistoffen die samen een emulsie worden. Een emulgator zorgt ervoor dat het olie en water niet van zich af scheidt. (bijv. glycerine)



Paragraaf 1.3 – Samenstelling van mengsels



Homogeen mengsel :         Mengsel waarbij je de stoffen niet kunt onderscheiden

Voorbeelden zijn:                 -              Mengsel van gassen, oplossing

                                                     -              Legering (mengsels van metalen, mengen door ze eerst te smelten.



Heterogeen mengsel :       Mengsel waarbij je de stoffen wel kunt onderscheiden

Voorbeelden zijn:                 -              nevel of aerosol  (mengsel vloeistof met gassen in de lucht)

                                                     -              Rook (mengsel van lucht en vaste stoffen)

                                                     -              Schuim (mengsel van lucht met vaste stof / vloeistof)

                                                     -              Emulsie en suspensie en bijna altijd mengsels van vaste stoffen



Rekenen aan mengsels

Volume% = percentage van een inhoud (dm² of l)               … van de 100                                     ( procent )

Massa% = percentage van een massa (g, kg)           … van de 100                                     ( procent )

Massa‰ / Volume‰ = deel van…                                               … van de 1  000                                ( promille )

Massa ppm / Volume ppm               = deel van…                       … van de 1 000 000                         ( parts per million )

Concentratie = hoeveel is er iets van een bepaalde stof in 1l. oftewel, aantal gram per opgeloste liter

         , waarbij het is in g/L.



Fijnstof

Als het gaat over deeltjes die in de lucht zitten, hebben ze het vaak over de eenheid microgram (μg) of micrometer (μm)                  1 microgram = 0,001 milligram                                  1000 micro gram = 1 milligram.

Fijnstof  = zwevende vaste stofdeeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer. Je kunt het dus niet zien.

Fijnstof is erg schadelijk, omdat het diep je longen in gaat. Het fijnstof komt vooral vrij uit fabrieken, verkeer zoals auto’s en de landbouw.



Paragraaf 1.4 – Hoe toon je een stof aan?



Smelt- en stolcurve

Een stolcurve is een grafiek van de dalende temperatuur tijdens het afkoelen en stollen van een stof.

Een smeltcurve is een grafiek van de stijgende temperatuur tijdens het opwarmen en smelten van een stof.



Met behulp van de curve kun je bepalen of het een zuivere stof is of een mengsel, omdat:

De curve van een zuivere stof heeft bij het stollen/smelten 1 rechte horizontale lijn.     (Stol- of smeltpunt)

De curve van een mengsel heeft bij het stollen/smelten een rechte, maar schuine lijn.  (Stol- of smelttraject)



Faseaanduiding

Een stof kan in verschillende fasen zitten. Er zijn er 3:

1. Gasfase (g)

2. Vloeibare fase (l)

3. Vaste fase (s)    



Reagens

Een reagens reageert op bepaalde stoffen aan, zo kan je bepaalde stoffen herkennen.

Een selectief reagens is een reagens dat reageert op weinig stoffen.

Een gevoelig reagens is een reagens dat reageert op een kleine hoeveelheid van bepaalde stoffen.



Eerlijk meten

Als je stoffen wilt aantonen, bijvoorbeeld met behulp van bepaalde reagentia, is het handig dat je schoon glaswerk gebruikt. Anders denk je dat de reagens reageert op de stof die onderzoekt, maar reageert het op het glaswerk.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Daan