Scheikunde
HF1

1.1 Nieuwe stoffen, nieuwe materialen

Natuurlijke materialen: Hout, steen, leem, leer
1400 Glas en lood voor ramen
1850 Glas wat we nu hebben
Glas maak je door: Zand, kalk, soda (dat zijn grondstoffen)
Nieuwe materialen: IJzer staal, plastic, aluminium, lood, zink, cement, verf, gewapend beton
19de eeuw• Aluminium maken
1938 Industriële productie van aluminium
In schoenen zit leer, kunststof(aardolie)
IJzer maak je door ijzererts, houtskool, lucht


Chemische reactie: Verdwijnen van stoffen terwijl er andere stoffen terugkomen
Beginstof: Stof waarmee je begint
Eindstof, reactie producten stoffen waarmee je eindigt
Reactieschema: beginstof eindstof (vb: ijzererts+houtskool+lucht=ijzer+koolstof)

1.2 Zuivere stoffen en mengsels

Zuivere stof = één stof
Mengsels= Meerdere stoffen
Heterogeen mengsel: Stof waarbij je de verschillende materialen kan zien
Homogene mengsels: Stof waarbij je de verschillende materialen niet kan zien
Lucht= stikstofgas, zuurstofgas, andere gassen

1.3 Soorten mengsels

Oplossing: Heldere vloeistof waarin stoffen zijn opgelost
Oplossing = Homogene mengsel
Veelgebruikte oplosmiddelen: Water, alcohol, benzine, aceton
Suspensie: - troebelige vloeistof


- kleine stukjes van vaste stof in zweven
- Bezinken de deeltjes zaken naar beneden
- Hoe kleiner de deeltjes hoe langzamer ze bezinken
- VB: Chocomel, eerst schudden doordat deeltjes bezonken
Emulsie: - ondoorzichtige, troebelige vloeistof
- Druppeltjes van andere vloeistof zweven
- Emulgator: je verkomt dat druppels “aan elkaar” groeien
- VB: melk producten
Rook: Als in gas vaste deeltjes zweven
Nevel (aërosol): kleine vloeistofdruppels in gas zweven (mist)
Schuim: Kleine gasbellen opgesloten in vloeistof (slagroom, piepschuim)
Kookpunt: Wanneer een stof kookt, een zuivere stof verandert niet van temperatuur
Smeltpunt: Wanneer een stof smelt, een zuivere stof verandert niet van temperatuur
Kooktraject: Als een stof geen kookpunt heeft (wijn)
Smelttraject: Als de temperatuur wel verandert
Massa (opgeloste) stof
Massa%= ----------------------------- x100%
Massa mengsel

1.4 Mengsels scheiden

Water= minerale, kalk, zuurstof, koolstofdioxide
Scheidingsmethodes:
- Dichtheid
Centrifugeren: Bij centrifugeren wordt een suspensie of emulsie in een centrifuge heel snel rondgedraaid. Hierdoor zakken de zware deeltjes naar de bodem. Dit is hetzelfde als het rustig laten staan zodat het zakt en dan afschenken. De zwaarste stof erin laten zitten de andere eruit schenken.
- Deeltjesgrootte
Filtreren: Bij filtreren laten we een suspensie door een filter lopen. De vaste deeltjes kunnen niet door de filter heen en blijven op de filter achter: het residu. De vloeistof loopt wel door de filter: het filtraat.
- Indampen
Vluchtige stoffen: Stoffen die makkelijk kunnen indampen (proefje)
- Destilleren
de vloeistof word aan het koken gebracht, de damp komt in een koeler terecht en condenseert en word opgevangen.
Destillaat: De vloeistof die in de koeler zit
- Destillatie met spijkeropzet
Het is een zelfde als gewoon destilleren maar nu heeft de destillatie kolf een langere buis aan zich waardoor het beter te scheiden is.
- Oplosbaarheid
Extraheren is een scheidingsmethode die je gebruikt bij het scheiden van vaste stoffen. Je voegt aan het mengsel een geschikt oplosmiddel toe waarin 1 bestandsdeel van het mengsel oplost. Door te filtreren en in te dampen ( of te destilleren) heb je de vaste vloeistoffen van elkaar gescheiden.
Het oplosmiddel dat wordt gebruikt heet extractiemiddel. (VB thee maken)
- Adsorptie
Bij adsorberen hecht een kleurstof zich aan het oppervlak van het adsorptiemiddel.
Een voorbeeld van een adsorptiemiddel is silicagel. Deze stof kan andere stoffen als het ware aan zich vast laten plakken. Om het oppervlak van het adsorptiemiddel zo groot mogelijk te maken moet je het eerst verpoederen. Deze scheidingsmethode wordt vooral gebruikt om verontreinigingen uit stoffen te halen. ( Zoals bijvoorbeeld kleurstoffen.)
(actieve kool word meestal gebruikt)

1.5 Moleculen, een model voor stoffen

Iedere stof kan in 3 fases voorkomen:
- vast
- Vaste stoffen hebben een vaste vorm
- vast stoffen kan je iet samenpersen
- Ze kunne alleen trillen
- Vloeibaar
- Vloeistoffen hebben geen vaste vorm
- Vloeistoffen kun je niet samen persen
- Molecule liggen dicht bij elkaar
- Gassen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

slordige niet duidelijke samenvatting, hier heb je niet veel aan

7 jaar geleden

B.

B.

Goede samenvatting met behulp van het boek ging het nog beter. Let wel op de 'N' Bv: Molecule 't is moleculen op het eind ben je alleen nog gassen vergeten. thnx

6 jaar geleden

S.

S.

Ik heb dinsdag een rep zou dit genoeg zijn voor mn repetitie mn leraar zegt zoek het maar uit tegen iedereen :D

4 jaar geleden

T.

T.

Sommige dingen staan er fout in, verbeter ze even aub

3 jaar geleden

J.

J.

dit is van een hele oude uitgave.

2 jaar geleden