ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

Samenvatting scheikunde
hoofdstuk 1
paragraaf 1.1 – 1.7

Paar voorbeelden van scheikundige processen in de wereld om ons heen.
- Om een auto te laten rijden is brandstof nodig, bijvoorbeeld benzine. De verbranding van benzine in de motor is een scheikundig proces: uit de uitlaat komen heel andere stoffen dan er in de tank zijn gegaan.
- Uit aardolie, een onaantrekkelijke donkerbruine drab, maakt men in chemische fabrieken de meest uiteenlopende producten, van aspirine tot benzine, van waspoeder tot plastics.
Scheikunde houdt zich bezig met stoffen en met veranderingen van stoffen.


Natuurwetenschappen (scheikunde, natuurkunde, biologie) zijn experimentele wetenschappen
waarin het bestuderen van natuurverschijnselen centraal staat.
Een experiment is een poging om na te gaan of een bepaalde veronderstelling juist is.
Instrumenten zijn hulpmiddelen die je nodig hebt bij het doen van een experiment. Die instrumenten zijn zelf ook het resultaat van wetenschappelijke ontdekkingen.
Een aantal redenen waarom het zelf uitvoeren van experimenten nuttig is:
- Door practicum te doen, krijg je zekere handvaardigheid. Je leert (veilig) omgaan met stoffen en eenvoudige hulpmiddelen.
- Je komt meer te weten over het gedrag van stoffen
- Je doet alvast enige ervaring op
Conclusies trekken
Bij waarnemingen trek je conclusies. Paar voorbeelden daarvan zijn:
- Magnesium is een brandbare stof.
- Tijdens de verbranding verandert het magnesium in een andere stof.
- de verbranding van magnesium is een scheikundig proces.


Chemische reactie
Een proces waarbij een stof verandert in een andere stof word meestal een chemische reactie genoemd.
Een chemische reactie is een proces waarbij één of meer stoffen verdwijnen. Daarvoor in de plaats komen één of meer stoffen.
Een zeer voorkomende reactie is die waarbij een stof reageert met zuurstof. Hier gaat het om een verbranding.
Een verbranding is de reactie van een stof met zuurstof, waarbij vuurverschijnselen waarneembaar zijn.
Een paar voorbeelden van wanneer een verbrandingsreactie kan optreden:
Een verbrandingsreactie kan pas plaats vinden als er tegelijkertijd voldaan is aan drie voorwaarden:
- er moet brandbare stof aanwezig zijn
- er moet zuurstof aanwezig zijn
- de brandbare stof moet minimaal een bepaalde temperatuur hebben, de zogenaamde ontbrandingstemperatuur.
Lucht is een gasmengsel dat voor een groot deel uit stikstof en zuurstof bestaat.
Bij verbrandingsreacties komt warmte vrij. Dit leidt tot het optreden van vuurverschijnselen: vlammen, gloeiende vaste stoffen en vonken.
- En vlam is een gloeiende gas. Alleen gasvormige stoffen kunnen met vlam verbranden. De kleur van de vlam zegt soms iets over de temperatuur van het gas. Een vrijwel kleurloze vlam heeft een hoge temperatuur, een gele vlam is juist niet erg heet.
Bij verbrandingsreacties ontstaan vaak rook en as.
Raak niet in paniek als er een ongeluk gebeurt. Volg de aanwijzingen van je docent(e) of een andere volwassene onmiddellijk op.
Hoe werkt een gasbrander?
Je steekt de brander aan.
- Draai de luchtschijf helemaal dicht (omhoog)
- Draai de gasregelknop helemaal dicht
- Open de gaskraan
- Houd een brandende lucifer vlak boven de brander
- Draai de gasregelknop een beetje open
Stoffen kunnen om de volgende redenen gevaarlijk zijn:
- Als je sommige stoffen inslikt, beschadigen ze je slokdarm of je maag. Zoals bij bleekwater of schoonmaakazijn.
- Je kunt jezelf vergiftigen, als je verkeerde of teveel medicijnen inneemt.
- Dampen van bepaalde stoffen of gassen zijn gevaarlijk. Zodra je ze inademt kun je bewusteloos raken. Uitlaatgassen.
- Als je wondjes in je huid hebt kan zelf bij het aanraken van stoffen gevaar opleveren.
- Vuurwerk
Er bestaan waarschuwingsborden voor gevaarlijke stoffen. Deze ‘borden’ heten gevarentekens of pictogrammen. Ze staan op flessen, tubes, potten etc.
Voor veel stoffen zijn veiligheidskaarten gemaakt. Ze heten ook wel chemiekaarten. Op die kaarten staan alle eigenschappen van een stof.
De mac-waarde geeft aan hoeveel milligram van een stof in dampvorm maximaal in een ruimte van 1 m³ aanwezig mag zijn.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.