Elektronvalentie en waardigheid: De elektronvalentie van een atoomsoort geeft aan met welke lading van het atoom afgeleide ion voorkomt in een zout.
Symbool Elektronvalentie Naam Symbool Elektronvalentie Naam
Ag 1+ zilverion Samengestelde negatieve Ionen
Na 1+ natriumion OH 1- hydroxide-ion
K 1+ kaliumion NO2 1- nitrietion
NH4 1+ amoniumion NO3 1- nitraation
Ni 2+ nikkelion ClO3 1- chloraation
Ca 2+ calciumion CH3COO 1- acetaation (Ac)
Ba 2+ bariumion SO3 2- sulfietion
Mg 2+ magnesiumion SO4 2- sulfaation
Zn 2+ zinkion S2O3 2- thiosulfaation
Al 3+ aluminiumion SiO3 2- silicaation
Cr 3+ chroomion CO3 2- carbonaation
Cu 1+ koper(I)ion C2O4 2- aoxalaation
2+ koper(II)ion CrO4 2- chromaation
Hg 1+ kwik(I)ion PO4 3- fosfaation
2+ kwik(II)ion HCO3 1- waterstofcarbonaation
Fe 2+ ijzer(II)ion HSO3 1- waterstofsulfietion
3+ ijzer(III)ion HSO4 1- waterstofsulfaation
Sn 2+ tin(II)ion HPO4 2- monowaterstoffosfaation
4+ tin(IV)ion H2PO4 1- diwaterstoffosfaation
Pb 2+ lood(II)ion
4+ Lood(IV)ion
Mn 2+ mangaan(II)ion
4+ mangaan(IV)ion

Enkelvoudige negatieve Ionen
H 1- hydride-ion
F 1- fluoride-ion
Cl 1- chloride-ion
Br 1- bromide-ion
I 1- jodide-ion
O 2- oxide-ion
S 2- sulfide-ion
Se 2- selenide-ion
N 3- nitride-ion
P 3- fosfide-ion

De niet-metalen uit groep 17 hebben elektronvalentie 1- en de niet-metalen uit groep 16 hebben elektronvalentie 2-.

Officiële naam Triviale naam
Natriumchloride Keukenzout
Natriumcarbonaat Soda
Calciumsulfaat Gips
Calciumcarbonaat Kalksteen
Calciumoxide Ongebluste kalk

Naam van de oplossing Naam van de opgeloste stof
Natronloog natriumhydroxide
Kaliloog Kaliumhydroxide
Kalkwater Calciumhydroxide
Barietwater bariumhydroxide
Als CaO en BaO in kontact komen met water reageren de O2- ionen meteen met het water tot OH- bijv.: Na2O(s)+H2O(l)  2Na+(aq) + 2OH-

Hard water is water dat Ca2+ (aq)- en/of Mg2+ (aq)-ionen bevat. Hoe hoger de concentraties van deze ionen, des te harder is het water. Aan hard water zit één voordeel: het is goed voor de gezondheid.

Maar er zitten ook veel nadelen aan:
Hard water geeft problemen als het verwarmd wordt:
- er ontstaat ketelsteen in de fluitketel en het koffiezetapparaat;
- er komt kalkaanslag op de verwarmingselementen van de wasmachine en vaatwasser;
- de gaatjes van het stoomstrijkijzer raken verstopt;
- de tegels en kranen in de douche en badkamer krijgen witte kalkaanslag.

Hard water geeft problemen bij het wassen.
Calciumionen geven met negatief geladen zeepionen, bijvoorbeeld stearaationen (C17H35COO-), een neerslag dat kalkzeep wordt genoemd. Hierdoor is er meer wasmiddel nodig.
Je kunt water ontharden dmv.:
- doorkoken, het iets langer laten koken van het water in de ketel
- het toevoegen van –loog, bijvoorbeeld natronloog dan gebeurd het volgende: Ca2+ (aq) + HCO3- (aq) + OH- (aq)  CaCO3(s) + H2O(l). Men gebruikt zand om het zout omheen te laten kristalliseren. Waarna men het laat bezinken, dmv. het variëren van natronloog kan men de hardheid van het water bepalen.
- met wasversterkers zorgt men ervoor dat de Ca2+ ionen uit het water worden ontrokken zonder dat er een neerslag ontstaat, want anders zou er alsnog meer wasmiddel gebruikt moeten worden,
- ionenwisselaars, dmv. negatief geladen plastic bollen waar Na+ aan is gehecht, kan men de Ca2+ ionen vervangen door Na+ ionen, als alle Na+ ionen vervangen zijn door de Ca2+ ionen wordt er een zeer sterke NaCl-oplossing doorheen gelaten zodat de Ca2+ ionen worden verdreven, dit proces gebruikt men oa. in vaatwassers.

In de afvalwaterzuiveringsinstallaties worden de volgende stappen verricht:
- verwijdering van drijvende verontreinigingen (hout, plastic, olie, enz.) en voorbezinking van de grovere zwevende bestanddelen.
- Beluchten van het verontreinigde water en inbrengen van bacteriekolonies. Hierdoor dan het aanwezige anorganische afval oxidatief worden afgebroken.
- Nabezinking en slibvorming; afhankelijk van de aanwezige stoffen kan het slib worden verwerkt tot compost of meststof voor de akkerbouw. Soms moet het worden gestort op een gifbelt.
- Defosfatering van het gezuiverde water. Dit proces wordt lang niet altijd gebruikt.
Het water dat door de afvalwaterzuiveringsinstallaties wordt geloosd is zeker niet geschikt om op te drinken.

HST3

1u= 1,66*10-27 = 126 C /12
constante van avogrado=NA=6,02*1023
1
1g= ------------- = 6,02*1023u
1,66*10-24

Molariteit of concentratie (M) is het aantal mol/liter.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.