Het laatste examennieuws, de beste samenvattingen en uitlegvideo's per vak, tips om je optimaal voor te bereiden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


Intramoleculair:
Atoombinding
Een atoombinding (ook wel covalente binding genoemd) is een binding tussen twee niet-metaalatomen. De atoombinding wordt gevormd door een zogenoemd gemeenschappelijk elektronenpaar tussen de atomen: één elektron van een atoom vormt samen met één elektron van een ander atoom een elektronenpaar.
In een structuurformule wordt een atoombinding met een streepje aangegeven. Het aantal atoombindingen dat een atoom kan aangaan met een ander atoom noemen we de covalentie van een atoom.
Atoombindingen treden op bij moleculaire stoffen en zijn over het algemeen zeer sterk.
Elektronegativiteit
De elektronegativiteit van een atoomsoort is een maat voor de kracht waarmee een atoom de elektronen van een atoombinding aantrekt. Je kan dit uitrekenen met de formule:
ΔEN = grootste elektronegativiteit – kleinste elektronegativiteit

We maken een onderscheid tussen twee soorten atoombindingen:
-de gewone atoombinding - hierbij is (bijna) geen verschil in elektronegativiteit tussen de twee niet-metaalatomen (voorbeelden Cl-Cl en C-H)
-de polaire atoombinding - hierbij is een verschil in elektronegativiteit tussen de twee niet-metaalatomen (voorbeelden O-H, C-Cl en N-H)
Ionbinding
De ionbinding is de binding die het gevolg is van de elektrische aantrekkingskracht tussen positieve en negatieve ionen.
De sterkte van een ionbinding hangt onder andere af van de grootte van de ionladingen en van de onderlinge afstand tussen de ladingen.
Een ionbinding komt voor in zouten en is, vergeleken met de bindingen in metalen en moleculaire stoffen, een zeer sterke binding. Het gevolg van deze zeer sterke binding is dat zouten over het algemeen een hoog kook- en smeltpunt hebben.
Metaalbinding
Een metaalbinding is de binding van positieve metaalionen door vrij bewegende elektronen. Een metaalbinding treedt op in een metaal.
Intermoleculair:
Dipool-dipoolbinding
Een dipool-dipoolbinding is een voorbeeld van een intermoleculaire binding: het is een binding die plaatsvindt tussen moleculen. Een dipool-dipoolbinding vindt plaats tussen moleculen die beide een dipoolmoment hebben en is gebaseerd op de elektrostatische aantrekking tussen de δ+ en de δ− van de verschillende moleculen.
Dipool-dipoolbindingen komen voor in moleculaire stoffen en zijn zwak in vergelijking tot andere bindingen zoals waterstofbruggen en atoombindingen.
Vanderwaalsbinding
De vanderwaalsbinding (ook wel vanderwaalskracht genoemd) is een voorbeeld van een intermoleculaire binding: het is een binding die plaatsvindt tussen moleculen.
De vanderwaalsbinding is een zwakke binding. De sterkte van de binding hangt vooral af van de grootte van het molecuul: moleculen met een grotere massa oefenen een sterkere vanderwaalsbinding op elkaar uit dan moleculen met een kleinere massa.
Vanderwaalsbindingen komen voor in moleculaire stoffen.
Waterstofbrug
Een waterstofbrug is een voorbeeld van een intermoleculaire binding: het is een binding die plaatsvindt tussen moleculen. De moleculen waartussen een waterstofbrug kan voorkomen bevatten een waterstofatoom dat verbonden is aan een zuurstof- en/of stikstofatoom. Het H-atoom slaat als het ware een brug tussen twee moleculen.
Een waterstofbrug treedt alleen op bij moleculen met O-H en/of N-H bindingen.
Effect van waterstofbruggen
Waterstofbruggen zijn veel sterker dan Vanderwaalsbindingen tussen moleculen. De mogelijkheid tot het vormen van waterstofbruggen heeft dan ook een groot effect op de eigenschappen van een stof.
Bij het smelten of koken van een stof worden de bindingen tussen moleculen verbroken. Als een molecuul waterstofbruggen kan vormen, is dit een extra kracht die bijvoorbeeld tijdens het koken dient te worden verbroken. Er is dus meer energie voor nodig om de stof te laten koken. Het resultaat is een hoger kookpunt dan je in eerste instantie zou verwachten.
Een stof die waterstofbruggen kan vormen heeft een veel hoger kook- en smeltpunt dan een soortgelijke stof zonder de mogelijkheid tot het vormen van waterstofbruggen.
Ion-dipoolbinding
Een ion-dipoolbinding is een binding tussen een ion en een dipoolmolecuul. Deze binding ontstaat door elektrostatische krachten tussen beide deeltjes en komt voor wanneer je bijvoorbeeld een zout oplost in water. Het zout valt uiteen in de ionen, die op hun beurt ion-dipoolbindingen aangaan met het watermolecuul.
Wanneer worden de bindingen verbroken?
Kookpunt:
temperatuur waarbij de intermoleculaire bindingen worden verbroken.
Ontleden/chemische reactie: atoombinding wordt verbroken.
Elektrische geleiding
Een stof geleidt alleen stroom indien er deeltjes aanwezig zijn die de elektronenstroom kunnen doorgeven. Het blijkt dat dit het geval is bij zowel metalen als zouten.
Metalen
Bij metalen zijn de aanwezige vrije elektronen verantwoordelijk voor het geleiden van de stroom. Metalen geleiden zowel in vaste vorm als in vloeibare vorm stroom.
Zouten
Zouten geleiden alleen stroom indien het zout vloeibaar is of opgelost (aq) is in water. Verantwoordelijk voor de stroomgeleiding zijn de aanwezige ionen. In vaste vorm geleiden zouten geen stroom.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.