1.1 t/m 1.4 Chemie deel 2

Beoordeling 8.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 449 woorden
  • 29 september 2009
  • 9 keer beoordeeld
Cijfer 8.1
9 keer beoordeeld

Uit boek BaVo plus: Chemie: Havo/Vwo deel 2

1.1
Chemie (scheikunde) = de wetenschap die zich bezighoudt met stoffen.
Waarnemen = kijken, ruiken, voelen en horen. Je trekt conclusies en scheidt stoffen. Dankzij chemie is de kwaliteit van het leven verbeterd (toename welvaart & welzijn). Men moet zorgvuldig omgaan met het afval van de productie van de stoffen. Stoffen zijn geen voorwerpen. Chemie veroorzaakt ook milieuvervuiling (en voedsel wordt ongezonder d.m.v. gewasbeschermingsmiddelen).

1.2

Mengsels: (= een aantal stoffen door elkaar)
Oplossing = een stof opgelost in een vloeistof.
Suspensie = een fijn verdeeld vaste stof in een vloeistof.
Emulsie = een fijn verdeelde vloeistof in een vloeistof.
Een oplossing is altijd een heldere vloeistof. De vloeistof waarin de stof oplost is het oplosmiddel. Niet alle stoffen (bijv. suiker & ijzer) lossen even goed op in (zuiver) water.
Verzadigde oplossing = als de maximale hoeveelheid van de betreffende stof in water is opgelost. (zodat het onoplosbaar lijkt omdat er al teveel stof in zit)
Onverzadigde oplossing = als nog niet de maximale hoeveelheid in water is opgelost. (de stof lost dus nog steeds op) Indampen = verwarmen zodat het water oplost en de vloeistof overblijft.

1.3
Met een zuivere stof bedoelt men 1 stof. Water (dus zuiver) is geen drinkwater, maar gedestilleerd water. En zuivere lucht (zuurstof & stikstof) is dus geen zuivere stof. De toevallige vorm en hoeveelheid (massa & volume) zijn geen stofeigenschappen.

Zuivere stoffen herken je aan stofeigenschappen zoals geur, kleur en toestand (gas, vloeibaar, vast). Dit laatste mits het bij kamertemperatuur is.
Toestand = fase of aggregatietoestand. Je kunt stoffen niet herkennen als je maar 1 stofeigenschap (kenmerk) weet: verzamel er zoveel mogelijk. Water heeft geen kleur dus het is kleurloos. Zuivere stoffen (water) hebben een kookpunt (100 ‘C) en een smeltpunt (stolpunt). Mengsels hebben een kooktraject en een smelttraject. Bij zuivere stoffen verandert de temperatuur niet tijdens koken, stollen of condenseren. Bij mengsels wel.
Een zuivere stof en een mengsel onderscheidt je d.m.v. de temperatuur te meten

1.4
Metalen zijn meestal vaste stoffen bij kamertemperatuur, geleiden elektrische stroom en hebben een glanzend uiterlijk.
Edele metalen (goud, zilver, platina) komen zuiver in de grond voor en blijven mooi.
Onedele metalen ((ijzer, lood, zink) worden bereid uit ertsen (aluminium uit aluminiumerts etc.) en blijven na een tijd in de buitenlucht niet meer mooi.
Zeer onedele metalen (natrium) kunnen niet bestaan in de buitenlucht (zuurstof). Je moet ze afgesloten (onder olie) van lucht en water bewaren.
Legering = een mengsel van een aantal metalen die gemengd zijn in gesmolten toestand.

Een legering (alliage) heeft hele andere eigenschappen dan de metalen apart. Je maakt een legering als de verschillende metalen in gesmolten toestand verkeren.
Amalgaam = legering waar kwik (en soms zilver) in zit. Tandvullingen van amalgaam zijn er sterk, maar lelijk van kleur.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.