ADVERTENTIE
Maak nu een gratis account aan op Mijn Examenbundel!

Nog 17 weken tot de eindexamens beginnen. Wil jij je zo goed mogelijk voorbereiden? Check Mijn Examenbundel voor een gepersonaliseerd dashboard en rooster, examenstof per vak, gratis oefenexamens en meer!

Naar mijn.examenbundel.nl
1.1
Scheikunde houdt zich bezig met stoffen= het is alle materie, dus ook water, ijzer, zout, zeep, zuurstof, benzine enzovoort.
De meeste stoffen zijn scheikundig gemaakt bijv: paracetamol (medicijn), plastic (kunstof), simazin (gewasbeschermmiddel) en terlanka (textiel). Stoffen moet je niet verwarren met voorwerpen. Een tv is een voorwerp gemaakt van allerlei stoffen.

Waarnemingen: als je gaat onderzoeken wat voor een stof het is kan je gaan waarnemen. Dan ga je bijv. kijken, meten, voelen en ruiken.
Het antwoord op een onderzoeksvraag is de conclusie. Daarvoor moet je nadenken. Je moet altijd eerst een waarneming doen voordat je er een conclusie uit kan halen. Je moet het alleen niet door elkaar halen!


Om een stof te kunnen herkennen moet je eerst waarnemen. Niet alleen je ogen gebruiken maar ook je neus. Eerst waarnemen en dan pas je conclusie trekken.

Er is veel gebrek aan voedsel, omdat er vaak oogsten mislukken. Door bijv. droogte en ongedierte. Er is in de jaren 50 een gewasbeschermingsmiddel ontwikkeld, DDT. DDT moest er voor zorgen dat er nooit meer hongersnoden zouden voorkomen, maar er kwamen wel weer 2 problemen naar voren.
1. DDT kwam in voedsel terecht „³ ongezond voor mensen.
2. Sprinkhanen werden resistent tegen DDT, dat wil zeggen dat zij er niet meer aan doodgaan.

Kernantwoorden:

- Alle materialen zijn stoffen, bijv. ijzer, water en zuurstof.
- Waarnemen kun je doen met je zintuigen. Kijken, ruiken, voelen en horen zijn allemaal waarnemingen. Op grond van waarnemingen trek je conclusies met je hersenen. Daarvoor moet je nadenken.
- Dankzij de scheikunde zijn vele nuttige nieuwe stoffen ontwikkeld. Deze stoffen dragen bij aan verhoging van onze welvaart en ons welzijn.

Vragen uit het boek:


- Asprine, nylon, papier en waspoeder zijn stoffen die in de chemische industrie zijn gemaakt.
- Een paar stoffen: medicijnen, vitamine, kleurstoffen in verf en kunststoffen (polyester).
- Een paar gevaarlijke stoffen: bezine, koolstofmonoxide en stof in munitie(TNT).
- Een paar slechte stoffen voor milieu: onkruidbestrijdingsmiddelen en schoonmaakmiddelen.
- 5 stoffen die in een tv verwerkt zijn: koper, plastic, glas, chroom en verf.

Voorwerp Stof Overig
ijzer x
fiets x
gezicht x
spijker x
leer x
kalk x
paard x
schroef x
auto x
koper x
plastic x

1.2

Bij het maken van shampoo heb je een mengsel gemaakt. Je hebt verschilllende stoffen, zeep= reinigende werking, water= vergroot het volume en zout= maakt de shampoo stroperiger. Een mengsel is dus een aantal stoffen door elkaar. Elke stof is daarin nog aanwezig. Je hebt verschillende soorten mengels= oplossingen, suspensies en emulsies.

Als je een stof in een vloeistof brengt en de vloeistof blijft helder, dan is het een oplossing. De vloeistof waarin je de stof oplost, is het oplosmiddel. Een oplossing is dus altijd een mengsel.
Niet alle stoffen lossen even goed op in water. Suiker lost wel goed op in water, lucht maar een klein beetje en ijzer helemaal niet.
Je kunt je vast wel voorstellen dat een heel grote hoeveelheid zout niet in een klein beetje water kan oplossen. Dat betekent niet dat zou niet oplost in water, juist wel heel goed. Maar op een gegeven moment is in het water zo veel zout opgelost, dat er niet meer kan oplossen. We hebben dan een verzadigde oplossing van zout in water. Als nog niet de maximale hoeveelheid zout is opgelost, is het een onverzadigde oplossing.

Als je een oplossing hebt gemaakt door een vaste stof op te lossen in water, zal bij verwarmen het water verdampen. Je houdt dan de vaste stof over. Dit heet indampen.

Kernantwoorden:
- Een mengsel bevat minstens 2 stoffen.
- Je kent de volgende soorten mengels: oplossing= een stof is opgelost in een vloeistof. emulsie= een fijn verdeelde vaste stof in een vloeistof. suspensie= een fijn verdeelde stof in een vloeistof.
- Sommige stoffen lossen wel op in het water (bijv: suiker, zout, zeep) en andere niet (bijv: jood, ijzer)
- Door een oplossing in te dampen krijg je de vaste stof terug.

Vragen uit het boek:
- Voorbeelden van een mengsel van vaste stoffen: appeltaart, soldeertin, gewapend beton, gehaktkruiden.
- Voorbeelden van vloeistoffen: shampoo, spiritus, jenever, wasbenzine
- Voorbeelden van gassen: lucht, knalgas, koolstofdioxide, aardgas
- Een oplossing is altijd helder en soms kleurloos.
- 7-up bevat in ieder geval water, smaakstoffen en suiker. Het is een heldere vloeistof en dus een oplossing.
drinkwater zitten stoffen opgelost, zoals kalk. Het is een heldere vloeistof en dus een oplossing.
thee ontstaat doordat je theeblaadjes een tijdje in water brengt. Als je de blaadjes eruit haalt, heb je een heldere vloeistof. Dus wel een oplossing.
afwasmiddel is een soort shampoo. De zeep is opgelost in water. Verder bevat shampoo opgelost kleur- en gebeurtstoffen. Dus ook een oplossing.

product mengsel? soort mengsel welke stoffen
suiker nee -
melk ja emulsie water, vetten, kalk
wijn ja oplossing water, alcohol, smaakstoffen
zout nee - -
wasbenzine ja oplossing benzine, bestanddelen
appelsientje ja suspensie water, stukjes sinaasappel

1.3

Scheikundigen bedoelen met een zuivere stof 1 stof. Als je verschillende stoffen door elkaar hebt, heb je geen zuivere stof maar een mengsel. Vaak wordt zuiver in de scheikunde weggelaten. Als we dus spreken over water, bedoelen we zuiver water, dus 1 stof. Dit is iets anders dan drinkwater.

Een zuivere stof herken je aan een aantal kenmerkende eigenschappen. Dit zijn de stofeigenschappen. Voorbeelden zijn de kleur en de geur. Ook de toestand (gas, vloeibaar, vast) bij kamertemperatuur is een stofeigenschap. We noemen die toestand de fase of aggregatietoestand. Stofeingenschappen helpen mee om een stof te herkennen. Je hebt er daarom een aantal nodig om vast te stellen met welke stof je te maken hebt. Om erachter te komen wat het wel is, moet je zoveel mogelijk stofeigenschappen verzamelen. Als een stof geen kleur heeft, spreken we van een kleurloze stof. Water dus bijvoorbeeld.

Zuiver water kookt bij 100 graden, dat is dus ook het kookpunt. Als zuiver water kookt blijft het 100 graden totdat al het water verdampt is. Als het water niet zuiver is, dan loopt tijdens het koken de temperatuur van het kokende vloeistof op, kooktraject. Mengsels hebben een kooktraject en zuivere stoffen een kookpunt. Bij smelten heb je ook zoiets. Zuiver ijs heeft een smeltpunt en onzuiver ijs (een mengsel) een smelttraject. Om na te gaan of je te maken hebt met een zuivere stof of een mengsel kun je onderzoeken of de temperatuur tijdens het koken verandert. Ook bij het consenseren en stollen is sprake van een traject (mengsel) of een punt (zuivere stof).

Kernantwoorden:
- Een zuivere stof is 1 stof, dat wil zeggen, geen mengsel.
- Stofeigenschappen zijn eigenschappen die meehelpen een stof te herkennen. Voorbeelden zijn fase (bij kamertemperatuur), kleur en geur. Vorm, massa en volume zijn geen stofeigenschappen.
- Of je te maken hebt met een zuivere stof of een mengsel kun je onderzoeken door de stof te smelten of te koken. Een zuivere stof heeft een smeltpunt (=stolpunt) en een kookpunt. Een mengsel heeft een smelttraject en een kooktraject.

Vragen uit het boek:
- Kalk is vaak in drinkwater opgelost.
- Zuiver water bij scheikunde heet gedestilleerd water.
- 3 kleurloze vloeistoffen: water, alcohol en wasbenzine. Alcohol en wasbenzine hebben een duidelijk verschillende geur. Water ruikt helemaal niet.
- Poeder stof is niet geschikt om een stog te helpen herkennen, want je kunt alle vaste stoffen in poedervorm krijgen. Hooguit weet je dat het om een vaste stof gaat, maar daar zijn er bij kamertemperatuur zo veel van.
- Elastische stof is zeer geschikt, er zijn maar weinig stoffen elastisch. Dat betekent dat er heel veel stoffen afvallen.
- Brandbare stof is geschikt, er zijn weliswaar heel veel stoffen brandbaar, maar ook heel veel niet.
- Warme stof is niet geschikt, je kunt alle stoffen warm krijgen door ze bijv in de oven te stoppen.
- Zuiver water en een zoutoplossing zijn beide kleurloos, helder en vloeibaar. Je kunt de onderscheiding dus niet zien. Als je het wel zou kunnen doen dan zou je bijv kunne proevern als je zeker weet dat het een van beide is. En anders kun je de vloeistof indampen. Als je niets overhoudt= zuiver water anders zout water.
- Kaarsvet is een mengsel.
- Volume is geen stofeigenschap omdat je van een stof veel of weinig kan hebben, maar het blijft dezelfde stof.
- Massa is ook geen stofeigenschap. Maar de massa van 1,0L is dat wel, omdat als je van alle stoffen de massa van 1L bepaalt dan is dat kenmerkend voor een stof. Massa per volume is dus een stofeigenschap. We noemen de hoeveelheid massa per volume de dichtheid van een stof.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

waarom is water kleurloos?

11 jaar geleden

H.

H.

welke methode heb je misschien moet je dat er even bij zetten

10 jaar geleden

P.

P.

er staat niet echt duidelijk over wart echt de stoffen zijn n in een shampoo poep ....

7 jaar geleden

J.

J.

Ik vind het maar een lange tekst

3 jaar geleden

J.

J.

ze hebben hun best gedaan dus stfu

3 jaar geleden