ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Het boek is niet geschreven voor botteriken, zij moeten het niet lezen volgens ‘Willem die Madocke maakte’

In het bos houdt Koning Nobel een hofdag. Alle dieren komen daar naartoe, behalve één. Reinaert de vos komt niet naar de hofdag, maar blijft met zijn vrouw en kinderen in zijn burcht; Maupertuus.

Alle dieren die wel zijn gekomen beklagen zich bij de koning over wat Reinaert hen allemaal aangedaan heeft. Izengrijn beklaagt als eerste dat Reinaert zijn vrouw heeft verkracht en zijn kinderen heeft mishandeld. Hij plaste ook over zijn kinderen heen, die zijn nu allebei blind. De hond Cortois vertelde dat hij zijn worstje heeft gepikt, het was zijn enige stukje vlees van de winter. Het worstje bleek gestolen te zijn van Tibeert de kater. De klacht van Cortois sloeg dus nergens op. Ook heeft hij Cuwaert de Haas mishandelt, hij laat zijn verse wonden zien. Izengrijn antwoordt op alles en wil Reinaert dood hebben. Grimbeert de Das, zoon van de broer van Reinaert, vertelt dat zijn oom niet zo gruwelijk is als dat er beschreven wordt. Hij heeft een verhaal klaar liggen over Izengrijn, wat hij gedaan heeft. Izengrijn schijnt Reinaert vaak bedrogen te hebben en bedreigd. Reinaert is zelf erg mager en bleek. Op dat moment komt Cantecleer de Haan van de heuvel afgelopen. Hij vertelt dat Reinaart 11 van zijn 15 kinderen (kippen) heeft opgegeten. Hij beloofde hem met rust te laten door geen vlees te eten, maar toch verslond hij alle kippen. Er wordt vaak het ‘Credo’ gezongen.

Bruun de Beer wordt als eerste gestuurd door koning Nobel. Hij moet Reinaert te pakken zien te krijgen. Bruun is niet bang dat Reinaert hem zou pakken, dat lukt hem toch niet! Bruun komt uiteindelijk bij Reinaert aan en Reinaert ligt in de zon. Hij vertelt Bruun dat hij graag zichzelf zou willen aangeven, maar hij een te volle buik heeft om te lopen. Hij vertelt Bruun dat hij iets nieuws (voor hem) en iets vies heeft gegeten; Honing. Hij is arm en had wat te eten nodig. Bruun schrikt daar van, Bruun is zelf dol op honing. Reinaert zegt dat hij heel veel honing heeft, wel genoeg voor 7 jaar. Bruun kan zijn oren niet geloven en gaat er op in. Hij vraagt of Reinaert hem naar de plaats wil brengen. De vele honing is te vinden bij Lamfroit. Ze gaan daar samen heen, Reinaert heeft andere plannen dan honing halen.

Eenmaal bij de omheining van Lamfroit’s huis aangekomen, vertelt Reinaert dat de honing in de eik zit die in tweeën is gesplitst. Bruun steekt zijn hoofd en zijn 2 voorpoten in de boom. Hij zit klem, hij komt er niet meer uit. Bruun begon te brullen en op dat moment komt Lamfroit aan met een scherpe bijl. Reinaert is al vertrokken. Lamfroit ziet dat er een beer vast zit. Hij gaat naar het dorp en vertelt het aan iedereen. Lamfroit neemt de mensen mee die mee kunnen. Ze gaan terug naar Bruun. De mensen hebben allerlei wapens mee. Bruun wil niet nog meer ellende meemaken en zet alles op alles om los te komen, dat lukt. Hij raakt zijn wangen en één van zijn oren kwijt. Hij heeft veel pijn. Bruun kon niet vluchten en werd zwaar mishandeld door de mensen. Het speelde bij een rivier af. Uiteindelijk kreeg hij zo’n harde klap van de bijl dat hij in de rivier sprong en zich mee liet voeren. Eenmaal bij de oever aangekomen, gaat hij liggen. Hij is droevig en ligt te schokken. Hij is erg boos op Reinaert.

Reinaert heeft ondertussen een kip gestolen bij Lamfroit en opgegeten. Hij rekent erop dat Lamfroit de beer heeft doodgeslagen en het heeft meegenomen naar huis. Hij liep naar de rivier om zich te koelen en zag daar Bruun liggen. Hij is kwaad, omdat hij dacht dat Bruun het loodje zou leggen. Hij loopt richting Bruun en bespot hem. Bruun werd verdrietig en boos, omdat hij er niets tegen kon doen, hij is zwaargewond. Bruun sprong verder in de rivier en ging ergens anders liggen, weg van Reinaert.

Met veel pijn en moeite gaat Bruun weer naar het hof om te vertellen wat er gebeurt is. De koning schrikt hier erg van en gaat met zijn mannen rond de tafel zitten. Ze besluiten om Tibeert de Kater op pad te sturen om Reinaert naar het hof te brengen.

Tibeert is niet de sterkste, maar wel een wijze. Hij heeft veel levenservaring. Hij ziet een Sint-Maartensvogel en vraagt het om hem te steunen aan zijn rechterhand. De vogel rust even in een struik en vliegt daarna langs Tibeert’s linkerzijde weg. Het is een slecht voorteken volgens Tibeert.

Tibeert komt in de avond bij Reinaert aan en vraagt hem om mee te gaan naar het hof. Volgens Reinaert gaat dat niet, maar hij wil morgen gaan. Hij nodigt Tibeert aan om bij hem te eten en te logeren. Tibeert vraagt wat er te eten is. Reinaert antwoordt dat het eten schaars is, maar nog wel wat honing heeft. Tibeert vindt dat niets en vraagt of Reinaert geen ‘vette’ muis voor hem heeft. Reinaert ziet hier zijn kans en overtuigt Tibeert dat in de schuur van de pastoor heel veel vette muizen zitten. Tibeert wordt heel blij als hij dat hoort, niets gaat boven een vette muis volgens hem! Hij heeft er alles voor over.

Ze lopen nu samen richting de schuur van de pastoor. Reinaert had de vorige dag een gat in een muur gemaakt bij het huis van de pastoor. Hij heeft daar een haan van de pastoor gestolen. Martinet, de zoon van de pastoor, was hier heel erg boos om geworden en had een valstrik gezet om de vos de vangen. Martinet wilde wraak nemen voor de haan.

Eenmaal aangekomen bij de schuur, gaat Tibeert aarzelend naar binnen. Hij schrok van de strik om zijn keel en sprong, hierdoor zat hij met zijn nek vast aan het touw. Martinet hoorde het en gaat uit bed, roept zijn familie bijeen en ze rennen gezamenlijk naar buiten. De pastoor komt poedelnaakt naar de schuur. Ze geven Tibeert flinke klappen. Ook gooit Martinet één oog uit Tibeert zijn gezicht met een steen. Wanneer de pastoor de finale klap wil uitdelen, grijpt Tibeert de pastoor in zijn klokkenspel. De pastoor valt neer, vrouw is boos en Reinaert moet keihard lachen.

Tibeert weet los te komen, door met zijn tanden het touw door te snijden. Hij loopt naar het hof en doet zijn verhaal bij koning Nobel (Leeuw). Ditmaal is de Koning heel boos. Hij roept weer zijn mannen bijeen en vergadert weer. Reinaert krijgt nu al zijn 3e dagvaarding. Grimbeert de Das, zoon van de broer van Reinaert, biedt zich vrijwillig aan om Reinaert naar het hof te halen. Grimbeert vindt Reinaert in zijn huis en komt gelijk ter zake.  Na een heel gesprek besluit Reinaert toch mee te gaan met Grimbeert. Hij laat zijn vrouw Hermeline en de kinderen achter.

Wanneer ze samen naar het hof lopen, wil Reinaert nog even biechten voor alles wat hij heeft gedaan. Hij vraagt of Grimbeert hem alles wil vergeven. Reinaert vertelt zijn verhaal over wat hij zoal heeft gedaan. Hij geeft Izengrijn de Wolf een paar keer te grazen genomen. De eerste keer was in het klooster, hij liet Izengrijn te hard de klokken luiden; hij stak Izengrijns hoofdhuid in de brand. Hij heeft flinke klappen gehad bij de pastoor van Bolois. Hij at heel veel spek en kon niet meer door het gat terugkomen, omdat hij zo dik was geworden. Hij is daarna flink mishandelt door de mensen in het dorp. Ook pakte hij Izengrijn weer met een list. Hij vertelde dat er ergens veel kippen waren en daar gingen ze samen heen. Toen Izengrijn door het gat klom, gaf Reinaert hem een flinke duw. Hij werd weer bijna doodgeslagen toen de mensen het hoorde. Als kers op de taart heeft hij ‘dingen’ gedaan met de vrouw van Izengrijn, die haar veel lief had.

Grimbeert besluit om het Reinaert te vergeven. Hij breekt een tak af en slaat 40 keer op zijn schouder om hem te vergeven. Ze lopen nu samen naar het hof. Onderweg komen ze kippen tegen en Reinaert kan zich niet goed beheersen. Grimbeert moet er constant wat van zeggen. Eenmaal bij het hof aangekomen, loopt Reinaert er bijzonder ontspannen bij. Hij doet een mooi praatje tegen de koning, maar die trapt er niet in. Reinaert pleit verder voor zijn vrijheid en zou het niet eerlijk vinden als hij zou moeten sterven voor zijn daden. Op dat moment springt Belijn de Ram op en zegt dat iedereen zijn klacht moet vertellen aan Reinaert. Iedereen doet dit ook. Het ziet er nu allemaal somber uit voor Reinaert.

Ze besluiten Reinaert op te hangen, Izengrijn de wolf toont eerst medelijden, maar Tibeert laat hem herinneren wat hij heeft gedaan. Ze willen dat Reinaert zo snel mogelijk sterft. De 3 slachtoffers (Bruun, Tibeert en Izengrijn) van Reinaert helpen met het opbouwen van Reinaerts galg. Hij zal spoedig opgehangen worden. Hij geeft nog wel wat woorden mee aan de 3 slachtoffers, dat Reinaert ze verdoemt. Voordat Reinaert gaat hangen wil hij eerst het één en het ander opbiechten. Hij doet zijn verhaal. Reinaert bidt tot God.

Hij vertelt hoe hij zo vals en sluw is geworden. Vroeger was hij erg lief. Hij ging spelen met de lammetjes, totdat hij op een gegeven moment eentje doodbeet en bloed proefde. Hij was er gek op en proefde ook het vlees, sindsdien is hij geworden zoals hij nu is.

Hij vertelt ook over zijn oom Izengrijn de wolf, waarmee hij vroeger wel eens ging jagen. Reinaert vertelt dat hij altijd maar de kleine beetjes van de buit kreeg, de restjes. Ook vertelt hij dat hij een schat thuis heeft, genoeg zilver en goud. Zoveel dat men wel 7 keer op en neer kan gaan om de buit te halen. De koning vraagt natuurlijk hoe hij aan deze schat is gekomen. Reinaert verzint nu weer een list om de koning en de koningin te bedriegen.

Hij beschuldigt zijn vader en zijn dierbaarste familieleden (Grimbeert de das) van verraad in zijn verhaal. Hij wil daarmee bereiken dat iedereen hem gaat geloven als hij ook zijn vijanden verraadt. Het verhaal gaat over de schat die Reinaert heeft gevonden, al hoewel hij het meer gestolen heeft van zijn vader. Zijn vader ontdekte het even later en hing zichzelf op, uit verdriet. Bruun de beer werd daardoor destijds geen koning.

Koning Nobel en de koningin zijn nu erg benieuwd waar de schat ligt en nemen Reinaert even apart. Ze vragen hem of hij kan vertellen waar de schat ligt. Reinaert doet dat in eerste instantie niet. Dan vertelt de koningin dat hij dan vrij wordt gelaten als hij zich maar goed kan gedragen. Koning wantrouwt het eerst, maar stemt daarna met zijn vrouw in.

Reinaert vertelt waar zijn schat ligt, het ligt bij de Kriekeput. Koning Nobel vertrouwt het niet echt. Hij wil dat Reinaert meegaat naar de plek, anders zou hij het nooit kunnen vinden. Dit staat Reinaert niet aan en vertelt dat hij genoeg bewijs kan leveren. Cuwaert de Haas wordt bij de koning geroepen en vertelt dat hij de Kriekeput kent. Cuwaert de Haas mag weer vertrekken naar de menigte.

De koning wil dat Reinaert meegaat, maar Reinaert heeft andere plannen. Hij wil (morgen) naar Rome naar het Heilige Land om daar vergiffenis te vragen voor zijn daden. De koning is hiervan onder de indruk en zegt tegen de menigte dat zij zich niet meer mogen beklagen over Reinaert zijn gedrag. Koning Nobel gaat naar de plek van de schat met Cuwaert.

Tiecelijn de raaf vertelt dit allemaal aan Tibeert, Bruun en Izengrijn. Die zijn boos. Tibeert jammert alleen maar en Bruun en Izengrijn gaan naar de koning. Zij worden beide gevangen genomen. Reinaert maakt er vervolgens weer misbruik van en vraagt aan de koningin of hij een paar schoenen mag hebben van Izengrijn. De koningin stemt in en zegt dat Reinaert niet op bedevaart kan gaan zonder schoenen. Hij krijgt twee paar schoenen, van Izengrijn en zijn vrouw. Beide gaat dit met veel pijn en bloed. Reinaert spot ook nog eens met ze. Izengrin is woedend.

De volgende dag vertrekt Reinaert, hij krijgt een pelgrimsstaf en een pelgrimstas die gemaakt is van Bruuns vel. Reinaert wordt weg ‘gedragen’ door de menigte. Op een gegeven moment gaat hij nog even langs huis. Cuwaert en Belijn gaan mee, maar Belijn blijft buiten. Zijn vrouw Hermeline is verbaast en dolblij dat Reinaert niet opgehangen is. Reinaert vertelt dat hij op pelgrimstocht gaat en dat Cuwaert de eerste was die een klacht tegen Reinaert indiende. Cuwaert probeert te vluchten, maar Reinaert snijdt hem af en grijpt bloeddorstig naar zijn keel. Cuwaerts keel wordt doorgebeten en het gezin eet de vette haas op.

De volgende dag vertrekt Reinaert, hij krijgt een pelgrimsstaf en een pelgrimstas die gemaakt is van Bruuns vel. Reinaert wordt weg ‘gedragen’ door de menigte. Op een gegeven moment gaat hij nog even langs huis. Cuwaert en Belijn gaan mee, maar Belijn blijft buiten. Zijn vrouw Hermeline is verbaast en dolblij dat Reinaert niet opgehangen is. Reinaert vertelt dat hij op pelgrimstocht gaat en dat Cuwaert de eerste was die een klacht tegen Reinaert indiende. Cuwaert probeert te vluchten, maar Reinaert snijdt hem af en grijpt bloeddorstig naar zijn keel. Cuwaerts keel wordt doorgebeten en het gezin eet de vette haas op.

Reinaert vertelt Hermeline dat ze wegmoeten, hij kent al een plek waar zij ‘7 jaar (oneindig)’ ongestoord kunnen leven met genoeg voedsel. Ook vertelt hij dat hij de koning een schat heeft belooft die er helemaal niet is, de hoogste tijd om te vertrekken dus.

Belijn de ram wordt ongerust en vraagt aan Reinaert vanuit buiten wat er aan de hand is, waarom het zo lang duurt en waarom Cuwaert om hulp schreeuwde. Reinaert weet weer een leugen en Belijn gelooft het. Hij geeft Belijn de pelgrimstas mee met een ‘brief’ die de koning met open armen zou ontvangen. In werkelijkheid zit er het hoofd van Cuwaert in. Reinaert drukt Belijn op het hart dat hij de ‘brief’ niet mag lezen en voordragen totdat hij bij de koning is. Reinaert vertrekt meteen met zijn vrouw en kinderen, de wildernis in.

Eenmaal bij het kasteel aangekomen opent de lezer van de koning de tas en ziet dat er geen brief in zit, maar het hoofd van Cuwaert de Haas. Hij is erg verdrietig en vooral erg woedend. Firapeel, het hulpje van de koning, stelt voor om achter Reinaert aan te gaan, maar de koning zegt dat het alleen zijn verdriet een beetje zou verzachten, het is onnodig. Onmiddellijk worden Izengrijn en Bruun vrijgelaten door het hulpje van koning; zij krijgen verzoening van de koning. Ook krijgen zij Belijn de Ram en zijn familie tot hun beschikking, zij mogen er alles mee doen wat ze maar willen.

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

poephoofd

poephoofd

hoi

11 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast