Samenvatting nask hoofdstuk 3&4
§3.1 stroomkring
Om elektriciteit te kunnen gebruiken moet je een stroomkring maken.
is de kring gesloten; dan gaan de elektronen stromen en gaat de lamp aan.
Wordt de stroomkring verbroken dan gaat de lamp uit.
Om een stroomkring te verbreken gebruik je meestal een schakelaar. Hiernaast zie je een schema van dezelfde stroomkring.
In een schema stroomkring heb je altijd een paar dingen nodig. Zo maak je gebruik van geleiders en isolators. Een geleider geleid de stroom van de ene kant van de kring naar de andere en een isolator stopt de stroom. Zo is de kern van de draad de geleider, deze geeft stroom door maar is de buitenkant van de kabel van plastic en dit is weer de isolator. Deze zorgt ervoor dat je de kabel gewoon beet kan pakken.
Om de stroomkring te beginnen heb je altijd een spanningsbron nodig, dit kunnen verschillende dingen zijn. Voor je computer is dit het stopcontact maar voor je fietslichtje is dit de dynamo.
Maar soms geeft de spanningsbron meer energie dan anders. Dit is de weerstand. Als je bijvoorbeeld 2 batterijen heb met daarop allebei een lampje aan gesloten zal het ene lampje feller branden dan het andere lampje. Dit komt door de weestand van het lampje, er gaat door het ene lichtje makkelijker meer stroom dan door het andere lampje
De weerstand kun je uitrekenen met de volgende formule:
Rweerstand = Uspanning : Istroomsterkte
§3.2 weerstanden
Een weerstand is een ding dat de eigenschap elektrische weerstand heeft.
Weerstanden worden gebruikt als onderdeel in elektrische stroomkringen. Voor zo’n weerstand is er volgens de wet van Ohm een vaste verhouding tussen de aangelegde spanning en de stroom die vloeit. Deze verhouding is de weerstandswaarde, die uitdrukt in welke mate de stroom hinder ondervindt. De weerstandswaarde, kortweg ook weerstand genoemd, wordt uitgedrukt in de afgeleide SI-eenheid ohm (symbool: Ω).
Om de stroomsterkte te berekenen gebruik je de volgende formule:
I=Ut : Rv
§3.3 parallel schakelingen
Parallel schakelingen gebruik je voor:
• Je voor en achterlicht op je fiets
• Alle stopcontacten in huis
• De lampen en ruitenwissers van de auto
Een parallel schakeling gebruik je dus als je verschillende spanningsvragers heb en maar 1 stroombron. Een 2e deel van de spanningsbron zit altijd parallel aan gesloten op het stroom netwerk. Dit betekent dat ze allemaal achter elkaar zijn aangesloten
De stroom die door een parallen schakeling gaat meet je op door de eerste stroom hoeveelheid op te tellen bij de tweede stroomhoeveelheid.
§ automatische schakelingen
Een automatische schakeling is een schakeling die werkt met behulp van sensors en met verschillende stroom hoeveelheden.
Zo zit er een automatische schakeling op bijvoorbeeld de frituur pan. Als het frituurvet boven de 190 graden Celsius is zal deze uitspringen. Dit komt door dat er een bi-metaaltje buigt deze gaat een stroom geluiden dit stroompje gaat naar een knopje en die drukt de knop in dat de frituurpan niet meer verder kan verwarmen.
Dan heb je ook nog elektronische transistors. Deze werken door middel van drie pootjes een emiter, collector en een basis. Door op 2 pootjes stroom te zetten geeft hij geen stroom door, maar door op 1 pootjes stroom te zetten geeft hij wel stroom door.
HOOFDSTUK 4
§4.1 elektrische energie
Elektrische energie is de energie die een apparaat kan gebruiken. Bijvoorbeeld een lamp, een stofzuiger en een afzuigkap.
Chemische energie is de energie die een machine kan gebruiken.
Bijvoorbeeld een auto, een trekker en een kettingzaag.
In elke stroomkring heb je een andere spanningsbron nodig, draden en een verbruiker.
Een spanningsbron heeft een vermogen, deze reken je uit met de formule:
Pel= U x I
Voorbeeld:
Een zaklantaarn heeft een batterij van 4.5 volt. Door het lampje loopt een stroom van 0,2 Ampere.
U=4.5v
I =0.2A
Pel = 4.5 x 0.2 = 0.9 Watt
§4.2
Elektrische energie moet je opwekken dit kan je doen door middel van een dynamo. Maar soms is dit niet genoeg. Want om stroom te krijgen van een dynamo moet deze in beweging zijn. En dit is echter niet altijd zo. Daarom moet je energie ook op kunnen slaan, dit kan in een accu. Accu’s zien metalen platen verzonken in gedestilleerd water. In deze platen kan je energie opslaan. Dit doe je met een acculader.
Een dynamo is een magneet die rond draait in een spoel. Hierdoor ontstaat energie. Als je dan een hele grote magneet heb en een spoel met heel erg veel omwentelingen kan je veel stroom opwekken. Dit komt door dat de noord en zuid polen van de magneet hard langs de spoel draaien. Hierdoor komt er energie vrij.
Bij een dynamo heb je wisselspanning. Dit ontstaat omdat de noord en zuid polen steeds ombeurt langskomen. Er gaat dus heel snel stroom in en uit de kabels.
§4.3
Elektrische energie vervoeren.
Stroom kun je vervoeren door kabels. Maar je verliest door de weerstand altijd een beetje stroom, daarom worden stroom vervoert op hele hoge spanningen. Soms wel van 380 000 Volt. Dit is om te voorkomen dat er veel stroom verloren gaat.
De stroom word bij transport omlaag en omhoog getransformeerd. Dit doen ze met transformators. Deze werken met spoelen om een ijzeren buis. Als er aan de linker kant 230 volt in gaat. Er aan de rechter kant van de transformator 10 000 volt uitkomt word het omhoog getransformeerd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

Veel spellingsfouten, en er ontbreekt veel stof.

3 jaar geleden