Hoofdstuk 4

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 439 woorden
  • 9 januari 2002
  • 25 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.3
  • 25 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
M&O
Management & Organisatie toetsweek 2 hfdst 4 par 1 t/m 3

Vermogensmarkt: Op de vermogensmarkt wordt geld aangeboden en geld gevraagd. Wanneer vragers en aanbieders van geld op de een of andere manier met elkaar in contact komen, spreken we van de vermogensmarkt.

Aanbieders van geld:
-institutionele en spaarders beleggers; (instellingen die grote sommen geld te beleggen hebben als uitvloeisel van hun hoofdtaak.
-ondernemingen;

-de overheid;
-particulieren;

Voorbeelden van institutionele beleggers:
-Pensioenfondsen>>>>> hoofdtaak is iemand bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd een pensioen uit te keren. Die persoon heeft jarenlang een gedeelte van zijn inkomen afgedragen aan het pensioenfonds in de vorm van een premie.
-Levensverzekeringsmaatschappij>>>>> kan je tegen betaling van een premie verzekeren van een periodieke uitkering vanaf een bepaalde leeftijd. Ook is het mogelijk dat nabestaanden een uitkering krijgen bij het overlijden van een persoon op wiens leven een levensverzekering is gesloten.

Onderhandse lening: de geldgever en de geldnemer treden rechtstreeks met elkaar in contact.
Voordelen onderhandse lening:
-Er wordt geen gebruik gemaakt van een bank, waardoor er voor beide partijen kostenvoordelen ontstaan.

-Over de leningsvoorwaarden (interest, aflossing) kan worden onderhandeld.
-Betaling van rente en aflossing gaat aanzienlijk sneller doordat er maar één geldgever is.

Ondernemend sparen: beleggen, door deel te nemen in het aandelenkapitaal van een NV.

Dividend: Vergoeding voor de aandeelhouders, het dividend is namelijk afhankelijk van de winst van de NV.

Koerswinst: Bij het verkopen kan de aandeelhouder koerswinst maken, hier is sprake van wanneer de verkoopprijs van de aandelen hoger is dan de prijs waarvoor ze destijds zijn gekocht. Hier moet wel belasting over worden betaald: rendementsheffing>>>>> bijv. je hebt voor ƒ 20.000,- aandelen, daar moet je dan 4% van doen (spaarrekening) en over die 4% = ƒ 800,- moet je 30% belasting betalen, dus ƒ 240,-.

Beleggingsmaatschappijen: Je stort je geld op een rekening bij een beleggingsmaatschappij, die het geld van vele duizenden beleggers kan spreiden over vele ondernemingen, zo wordt het risico voor de individuele belegger veel kleiner.

Ondernemingen: Ondernemingen kunnen tijdelijk over (veel) geld beschikken, doordat bijv. de behaalde winst niet direct wordt geïnvesteerd of uitgekeerd.

Overheid: De overheid leent de laatste jaren regelmatig geld, het is best mogelijk dat zij tijdelijk over een teveel aan geld beschikt. Je moet niet alleen denken aan de centrale overheid, maar ook aan gemeenten, waterschappen e.d.

Vragers van geld:
-consumenten;
-ondernemingen;
-de overheid;

Consumenten: Lenen niet alleen geld voor bijv. een nieuwe auto/boot, maar ook voor een woning>>>>>hypotheek.

Ondernemingen: Nodig voor gebouwen, machines en voorraden, onderneming is aangewezen op eigen vermogen en vreemd vermogen (leningen).

Overheid: Nodig voor uitgaven, wanneer overheidsontvangsten < overheidsuitgaven, moet de overheid lenen, bijv. voor aanleg van autoweg, laatste jaren is dit fout gelopen >>>>> grote schuld.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.