De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Hoofdstuk 11

Handelsonderneming- een bedrijf dat goederen in- en verkoopt zonder deze goederen een verdere bewerking te geven.

Een handelsonderneming verkrijgt haar inkomen uit in- en verkopen van goederen.

Een handelsonderneming heeft een collecterende- en een distribuerende functie.

Collecterende functie- inkopen en op peil houden van magazijn voorraad.
Distribuerende functie- op het juiste moment, in de nabijheid van de consument aanbieden van de gewenste goederen in de gewenste hoeveelheid.
Groothandel- levert enkel aan andere ondernemingen.
Kleinhandel- levert enkel aan de consument.

Commerciële organisaties
• Winst maken
• Verkopen van producten op de markt
• Afnemers betalen marktprijzen
• Rechtsvormen: eenmanszaak, besloten vennootschap enz.

Niet commerciële organisaties
• Geen winst doelstelling, maar een ideëel doel
• Verkoop van producten niet op de markt
• Afnemers betalen geen marktprijzen
• Rechtsvormen: vereniging of stichting

Hoofdstuk 12

Aan het voorraad houden zijn kosten en risico´s verbonden.

Voorraad kosten:

Bestelkosten- zijn kosten in verband met de inkoop, bijv: loonkosten, vervoerskosten, verzekeringskosten enz.
Opslagkosten- zijn kosten in verband met het in voorraad houden van goederen, bijv: loonkosten magazijn medewerker, opslagruimte, afschrijving, verzekering, rentekosten enz.

Risico´s van het voorraad houden:

Kwaliteitsrisico- afname van kwaliteit, door bijv: bederf en roestvorming.
Kwantiteitsrisico- afname van voorraad , door bijv: brand en diefstal.
Commercieel risico- afname van de vraag, door bijv: veroudering of smaakveranderingen.
Economisch risico- afname van de waarde, door bijv: prijsfluctuaties.
Optimale voorraad- is een voorraad die zo klein mogelijk is, zonder dat de verkopen in gevaar komen, en de kosten en de risico´s zo gering mogelijk zijn.
Technische voorraad- is de werkelijk aanwezige voorraad.
Economische voorraad- is de voorraad waarover een onderneming een prijsrisico loopt.

Economische voorraad = technische voorraad + voorinkopen – voorverkopen.

Ontvangsten- als een bedrijf geld ontvangt voor geleverde diensten of goederen, in voorgaande perioden.
Opbrengsten- geldontvangsten die voortvloeien uit levering van goederen of diensten.

Ontvangsten:
Contante verkoop- geld ontvangst direct bij de verkoop van goederen.
Op rekening verkopen- ontvangt de onderneming de verkoopprijs enige tijd later.
Eigenvermogen- als ondernemer een eigenvermogen in de onderneming stopt.
Lening- een lening hoort ook ondere de noemer ontvangsten

Uitgaven:
Betaling van ingekochte producten- contant of op rekening.
Betaling van inkoopskosten- vervoers- en verzekeringskosten.
Loonkosten- loon, loonheffing en sociale premies.
Interestbetalingen- van opgenomen leningen.
Overige betalingen- betalingen aan openbarenutsbedrijven, bijv: gas, elektriciteit of reclame kosten.

Kosten- betalingen voor aangeschafte goederen en/of diensten, bijv: loonkosten, nieuwe machines enz.
Ook afschrijvingskosten en interestbetalingen behoren tot het kostenpotje.

Aflossingen van leningen zijn daarentegen geen kosten.

Brutowinst- verschil tussen in- en verkoopprijs van een product. Totale bedrijfskosten vermeerdert met nettowinst
Omzet- totale geldopbrengst van alle verkochte goederen in een periode samen. Afzet vermenigvuldigen met verkoopprijs.
Afzet- hoeveelheid goederen die in een bepaalde periode is verkocht.
Brutowinstopslag- verhoging van inkoopprijs, een gebruikelijk percentage per branche
Brutowinstmarge- brutowinst uitgedrukt in percentage van de verkoopprijs.
Gewenste verkoopprijs- inkoopprijs + opslag brutowinst(opslag is percentage van inkoopprijs)
Nettowinst- brutowinst vermindert met alle bedrijfskosten. Vormt het inkomen van de eigenaar van de onderneming.
BTW- Belasting Toegevoegde Waarde, 19% voor goederen en diensten, 6% voor levensmiddelen en andere eerste levensbehoeften. De zorg heeft vrijstelling van BTW.
Omzetbelasting(BTW)- belastingheffing op de consumptie van goederen en diensten.
Toegevoegde waarde- waardevermeerdering die een product verkrijgt tijdens een productieproces. = waarde eindproduct - ingekochte grond- en hulpstoffen – waarde diensten van derden.
Consumentenprijs- verkoopprijs verhoogd met BTW.

Hoofdstuk 13

Het hanteren van één opslagpercentage dat én alle kosten én de nettowinst omvat, is een grove benadering om een goed inzicht in de kosten structuur te krijgen. Als de winst lager zou uitvallen, is het heel moeilijk om uit te zoeken wat de oorzaak is. Daarom gebruikt men verschillende opslag percentages. In plaats van één opslag percentage voor de brutowinst, krijgen we dan een aantal aparte opslagpercentages,

Inkoopsprijs + opslag inkoopskosten + opslag overige kosten(opslag algemene kosten + opslag verkoopkosten) + opslag gewenste nettowinst.

Opslag inkoopskosten hebben een rechtstreeks verband met de inkoop van goederen en/of diensten. Daarom berekent men de opslag inkoopskosten als percentage van de inkoopsprijs.

Voor de overige kosten gebruikt men een percentage van de som inkoopsprijs + opslag inkoopsprijs.

Kostprijs- som van alle kosten.

Kostprijs = opslag inkoopskosten + inkoopsprijs +opslag overige kosten (opslag percentage vermenigvuldigd met inkoopprijs incl. inkoopkosten).

Bijv. Inkoopprijs € 8,00
Opslag inkoopskosten 10% van € 8,00 € 0,80
Inkoopprijs incl. inkoopskosten € 8,00
Opslag overige kosten 40% van € 8,80 € 3,52
Kostprijs €12,32

Kostprijs + gewenste nettowinstopslag + omzetbelasting = verkoopprijs incl. BTW.

Vaste verrekenprijs- geschatte inkoopprijs + opslag voor dekking inkoopkosten. Vaste verrekenprijs is gebaseerd op schattingen van het verloop van de inkoopprijzen van de komende periode.

Vaste verrekenprijs + overige kosten = kostprijs, en zijn voorgecalculeerde kosten.

Hoofdstuk 14 Voorcalculatie

Begrote afzet maal de verkoopprijs bepaalt de begrote omzet.
Begrote afzet maal de inkoopprijs bepaalt de inkoopwaarde van de begrote omzet.
Het verschil tussen begrote omzet en de begrote inkoopwaarde van de omzet is de verwachte brutowinst.

Om een voorcalculatoriche nettowinst te berekenen, moet een schatting gemaakt worden van alle bedrijfskosten. Betaling van ingekochte producten, Betaling van inkoopskosten, Overige betalingen, Interestbetalingen en de Loonkosten.

Nettowinst- bedrijfsresultaat + alle buiten het bedrijf behaalde resultaten, bijv. interest.
Verwachte nettowinst- verwachte brutowinst – bedrijfskosten + begrote interest opbrengst.
Verwachte verkoopsresultaat- het verschil tussen de verwachte omzet en de kostprijs.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.