De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Dit zijn alle functies van de massamedia op een rijtje gezet voor het vak maatschappijwetenschappen of maatschappijleer. Sorry voor eventuele spel- en of typfouten!

Functies van de massamedia voor het individu:

  • Informatieve functie – geven informatie, educatie en opinievorming
  • Recreatieve functie – ontspanning
  • Sociale functie – mee kunnen praten, bij een groep horen

Functies van de massamedia voor de maatschappij:

  • Informerende functie
    • Educatieve functie – geven van informatie over ontwikkelingen/misstanden in de samenleving
    • Politiek informatieve functie – belangrijk bij democratische besluitvorming
      • Controle/waakhond functie – betrouwbare informatie over het functioneren van de overheid, politieke partijen en politici
      • Agendafunctie – zowel voor de politieke agenda als de publieke agenda
      • Opiniërende/ commentaarfunctie – draagt bij aan publieke debat en ontwikkeling publieke opinie
      • Spreekbuisfunctie – voor burgers (wensen, eisen) naar de politiek/overheid toe, maar ook andersom
  • Socialiserende functie

Mensen worden door het kijken naar televisie en het lezen van tijdschriften bijv. geconfronteerd met de waarden en dominante culturen en subculturen. Er vindt hierdoor een overdracht van waarden en normen plaats, dit heeft een socialiserend effect op de samenleving.

  • Amuserende functie

Voor vrijetijdsbesteding hebben de massamedia vooral de functie van verstrooiing en amusement. Steeds vaker worden informatieve boodschappen in de vorm van entertainment aangeboden (infotainment). Het produceren van amusementsprogramma’s waarmee de overheid tegelijkertijd haar beleid vorm geeft heet: entertainment-education (E-E)

  • Bindende functie

Een functie die zorgt voor sociale cohesie of ‘verbinden’. Mensen kunnen zich identificeren met bepaalde programma’s en zenders, er ontstaan als het ware persoonlijke verbanden tussen bekende Nederlanders en gewone mensen. Er kan ook eenheid ontstaan tussen culturen en subculturen, je kunt ergens bij horen door de informatie die je krijgt. Aan de andere kant kun je dus ook buitengesloten worden, of je afzetten tegen een subcultuur.

 

Gevolgen die de massamedia verzorgd door het willen bereiken van een groot publiek:

  • Verschraling

Niet alle soorten programma’s en informatie komen aan bod

  • Gevolgen voor kwaliteit van informatie

Minder betrouwbare, diepgaande, achtergrond informatie. Minder “moeilijke” onderwerpen. Minder programma’s kleine doelgroepen.

  • Integratie van informatie en amusement (infotainment, entertainment-education)

Veel mensen vinden het fijn, dat ze tijdens een amuserend programma, toch nog iets leren. Toch wordt er nog gediscussieerd over de wenselijkheid van het vermengen van fictie en werkelijkheid

  • Negatieve kanten medialogica

Hypes (nieuws versterkt zichzelf zonder dat er nieuwe feiten komen) en mediaframes (berichtgeving over een onderwerp vanuit één perspectief) zijn de negatieve kanten.

  • Toenemende druk concurrentie en commercie

Een aantal media en een aantal journalisten laten zich meeslepen in de zogeheten medialogica. Het gaat steeds minder om inhoud, meer over schandalen en emoties enz.

Voordelen en nadelen van commercialisering:

Voordelen:

  • Meer financiële mogelijkheden
  • Vergroot aanbod
  • Programma-aanbod afgestemd op behoeften van de markt
  • Meer informatie

Nadelen:

  • Minder betrouwbare, veelzijdige info
  • Minder kansen voor kleine maatschappelijke groepen om aandacht op bijv. televisie te krijgen
  • (storende) reclame
  • Verschraling programma-aanbod (veel verstrooiing, veel oppervlakkige programma’s)

 

 

ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN zorgen voor:

  • Grotere consumptiemogelijkheden – veelvuldige media gebruik met name in de vrijetijdsbesteding
  • Internationale samenwerking – bedrijven zo groot en machtig samen, weinig concurrentie
  • Nieuwe vormen van dienstverlening – pay-perview en elektronisch betalingsverkeer

 

Gevolgen van de INFORMATIEMAATSCHAPPIJ herkenbaar op de volgende terreinen:

  • Sociaaleconomisch

Herkenbaar in de productie, dienstverlening en consumptie van massamedia

  • Sociaal-cultureel

Toename en differentiëring aanbod van info, toegenomen gebruik informatiemedia in de vrije tijd

  • Politiek

Meer mogelijkheden om info te winnen en in contact te komen met politici. Mogelijkheid tot digitale democratie

 

Gevolgen van TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN  voor de massamedia

  • Cultureel gebied

Vergroting van het aanbod. Ontzuiling en individualisering worden versterkt. Publieke omroep komt onder druk te staan.

  • Diversificatie media-aanbod – er kan gekozen worden uit een groot aantal media (televisie en radiozenders, kranten, websites, boeken enz.)
  • Versterking informalisering – grenzen tussen privé en werk worden steeds kleiner door het overal gebruiken van bijvoorbeeld e-mail (niet meer puur zakelijk)
  • Intensivering (als sociaal-cultureel) – steeds meer spectaculaire programma’s, waardoor er steeds vaker naar commerciële zenders wordt gekeken
  • Vervagen grenzen massacommunicatie en persoonlijke communicatie
  • Internationalisering – het in aanraking komen (via tv bijv.) met andere culturen. Amerikanisering ontstaat bijvoorbeeld (’s avonds veelal Amerikaanse programma’s en films op tv). Ook internet draagt sterk bij aan dit directe contact.
  • Sociaaleconomisch terrein
    • Internationalisering – ook op cultureel gebied
    • Multimediamultinationals – dit zorgt voor zorg dat de vrijheid van informatie en meningsuiting in gevaar komt
    • Ontstaan nieuwe diensten – bijv. continue journaal, themakanalen, internetactiviteiten (allemaal voor de publieke omroep)

 

  • Politiek-juridisch niveau

Het mediabeleid is op dit gebied gewijzigd ten gunste van de commerciële omroepen.

  • Privacyproblematiek – de ongrijpbaarheid van internet, problemen ten aanzien van persvrijheid en de wetgeving die daarvoor gemaakt moet worden

Het mediabeleid is op dit gebied gewijzigd ten gunste van de commerciële omroepen.

  • Privacyproblematiek – de ongrijpbaarheid van internet, problemen ten aanzien van persvrijheid en de wetgeving die daarvoor gemaakt moet worden

 

Verschillende vormen van pluriformiteit:

  • Interne pluriformiteit – bijv. een krant biedt ruimte aan verschillende opinies en opvattingen
  • Externe pluriformiteit – er is een breed aanbod van zenders/omroepen en kranten/tijdschriften met elk een eigen ‘kleur’/identiteit.

 

Publieke omroep wordt gefinancierd door:

  • Advertentie-inkomsten
  • Bijdragen van de overheid
  • Leden bijdrage

 

Commerciële omroep gefinancierd door:

  • Reclamegelden en sponsoring zijn de belangrijkste inkomsten

 

Belangen redactie en directie:

  • Redactie – onafhankelijke berichtgeving
  • Directie – streven naar winst, vergroting marktaandeel, vergroten effectiviteit

 

Gevolgen van markt/publieksgerichtheid van omroepen en zenders:

  • Nadruk op infotainment en koop van bepaalde programma’s
  • Stoppen met programma’s met weinig kijkcijfers
  • Nadruk op goed scorende ‘beproefde’ concepten (bijv. allemaal vormen van idols)
  • Weinig aandacht voor nieuwe programma’s of kleinere doelgroepen

 

PERSCONCENTRATIES

Steeds groter aandeel van totale bladenmarkt komt in handen van een steeds kleinere groep uitgevers. Er zijn 3 vormen te onderscheiden:

  • Redactionele concentratie – samengaan redacties van dabladen
  • Publieksconcentratie – publiek verdeelt zich steeds schever over kranten
  • Aanbiederconcentratie – samengaan uitgevers van dagbladen

 

Verklaringen persconcentraties:

  • Verlies abonnees
  • Zwakke economische positie, afhankelijk van advertentie-inkomsten
  • Verlies advertentie-inkomsten door concurrentie met tv
  • Werking oplagespiraal – lage oplage, lage opbrengsten, minder kwaliteit, lagere oplage enz.
  • Technologische veranderingen die investeringen vereisen

 

Gevolgen persconcentraties:

  • Minder keus voor consument
  • Concentratie van macht over media in handen van een kleine groep
  • Minder verschillende stromingen en meningen aan bod (bezorgdheid over pluriformiteit)
    • Hoeft niet wanneer dagbladen intern pluriformer worden (meer meningen en stromingen toelaten in één dagblad)
  • Oligopolie – monopolievorming, één concern heeft op een bepaalde markt het bijna volledige aanbod in handen

 

Cultuuruitingen in verschillende dimensies:

  • Ideële dimensie – mens- en maatschappijvisies, godsdienstige ideeën en waarden
  • Normerende dimensie – leven naar de eerder genoemde ideeën waaronder waarden: normen, wetten, straffen maar ook gewoontes
  • Materiële dimensie – kleding, gebouwen en kunst

 

Verschil tussen vooroordeel en stereotypering:

  • Vooroordeel

Irrationele mening of houding, is niet voldoende op feiten of ervaringen gebaseerd, maar op geloven of van horen zeggen of een eenmalige ervaring. Ze drukken verwachtingen uit die negatief zijn.

  • Stereotypering

Beeldvorming van het gedrag en de mentaliteit van leden van een andere groep die sterk vereenvoudigd en vertekend zijn. Deze onjuiste beeldvorming is moeilijk veranderbaar.

 

Filters waar een onderwerp doorheen gaat:

  • Nieuwswaardigheid van een onderwerp – beslissing om er wel of niet aandacht aan te besteden
  • Beschikbaarheid van bronnen
  • Selectief gebruik van bronnen
  • Selectieve perceptie van verslaggever (zie hierboven)
  • Selectie door internationale persbureaus, Nederlandse persbureaus, journalist, eindredactie

 

‘Criteria’ bij selectie van nieuws:

  • Actueel en uitzonderlijk zijn – opvallend en onverwacht
  • Gevolgen voor grote groepen mensen
  • Dichtbij plaatsvinden, continuïteit
  • Ondubbelzinnig en begrijpelijk zijn
  • Over prominente personen gaan
  • Human interestkarakter hebben – drama, conflict, emotie oproepen enz.
  • Geen andere belangrijker geachte gebeurtenissen

 

Andere minder belangrijke factoren:

  • Kosten om van een item verslag te doen
  • Voldoende afwisseling ten aanzien van ‘soorten’ nieuws
  • Of de doelgroep het item wil lezen
  • Aantrekkelijk maken van verslaggeving om een zo groot mogelijk publiek te bereiken

 

Bij onderwerp keuze of beeldkeuze kan sprake zijn van subjectiviteit of ‘kleuring’, gevolg van:

  • Selectieve perceptie – het referentiekader van de verslaggever
  • Gekleurdheid/eenzijdigheid informatiebron
  • Geen hoor en wederhoor
  • Onvoldoende scheiding feiten en meningen

 

Beïnvloedingstheorieën:

  • Theorie van de zwijgspiraal

Media (vooral tv) hebben heel veel invloed op de mening van mensen. Media geeft een beeld van de heersende opvattingen waaraan mensen zich uit angst voor sociale isolatie aan aanpassen.

 

  • Cultivatietheorie

Mensen die veel naar bepaalde soorten programma’s kijken, worden beïnvloed in het beeld wat zij van de werkelijkheid hebben. De realiteit zoals die in de media wordt getoond wijkt sterk af van de werkelijkheid

  • ‘Uses and gratifications’-benadering

Invloed is meer afhankelijk van de behoeften die mensen hebben

  • Media-afhankelijkheidstheorie

Invloed is meer afhankelijk van de doelen die mensen nastreven

  • Agenda-settingtheorie

Media hebben geen directe invloed op meningen van mensen, maar bepalen wel, door veel aandacht te besteden aan een bepaald onderwerp, waar mensen het over hebben en wat ze belangrijk vinden op dat moment.

  • Framing-theorie

Journalistiek kan een onderwerp op een bepaalde manier belichten, waardoor de ontvanger toch in een bepaalde richting wordt geduwd. 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.