ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Maatschappijleer Samenvatting Module 1 Hoofdstuk 2 en 3



- De overheid regelt in grote lijnen de gang van zaken voor de massamedia.

- In de grondwet van Nederland staat het recht op vrijheid van meningsuiting.

- Iedereen mag zijn mening uitten, als men zich daarbij maar houd aan andere wetten.

- Ook persvrijheid wordt door bepaalde wetten beperkt.

- Een feit is alleen strafbaar als daarvoor in een wet strafbepaling is vastgelegd.

- Ook is er een verbod op belediging, opruiing, het verkondigen van leugens en het publiceren van zaken in strijd met de goede zeden.



- Opruiing betekent onrust en opstand uitlokken.

- Met goede zeden worden de belangrijke normen en waarden in ons land bedoeld.

- Censuur is toezicht, we mogen schrijven en zeggen wat we willen zolang we binnen de grondwet blijven.

- Voorstanders van overheidsbemoeienis zeggen dat de overheid de pluriformiteit en kwaliteit moet bewaken.

- Tegenstanders hiervan zeggen dat de overheid een bevoogdende instelling is, dat het bakken met geld kost en de concurrentie vervalst.

- De overheid bemoeit zich ook met andere massamedia door o.a. een verbod op sluikreclame en nevenactiviteiten, of de eis om meer aandacht naar informatieve kant.

- Sluikreclame is het stiekem verpakken van reclame in een uitzending.

- De overheid heeft een zorgfunctie.

- Persvrijheid heeft drie basiswaarden: democratie, uitingsvrijheid en pluriformiteit.



- Democratie wil zeggen dat iedereen zijn mening mag en kan uiten.

- Uitingsvrijheid wil zeggen dat die uiting ook openbaar gemaakt mag worden.

- Pluriformiteit betekent veelsoortigheid, dus heen eenheidsworst.

- De overheid heeft een mediabeleid.

- De publieke omroepen hebben drie doelstellingen: - openheid

- niet-commercieel

- autonomie (zelfstandigheid)

- Het programma van een publieke omroep moet in redelijke verhouding tenminste vier onderdelen bevatten: - culturele onderdelen

- informatieve onderdelen

- educatieve onderdelen

- ontspannende onderdelen

- Hoe hoger de status van een omroepvereniging is, hoe meer zendtijd zij krijgt.

- Omroepen zijn onderverdeeld in A, B en C-omroepen, de status ligt aan het aantal leden.

- Allerlei factoren speelden een belangrijke rol in de discussies over het gewenste bestel.

- De vier belangrijkst hierbij zijn:

- de ontzuiling van de samenleving

- consumentisme

- de snelle ontwikkeling in de informatie en communicatietechnologie

- compromis

- Consumentisme wil zeggen dat consumenten op allerlei manier duidelijk maken wat ze willen

- Bij compromis geven verschillende partijen toe om tot overeenstemming te komen.

- In het huidige omroepbestel staan verschillende belangen en opvattingen tegenover elkaar.

- Door de politieke visies ontstaan verschillende richtingen voor het omroepbestel.

- De sociaal-democratische stroming benadrukt dat informatie voor iedereen toegankelijk moet zijn en dat het omroepbestel voorlichting moet geven over keuzeproblemen bij de overheid.

- Het liberalisme benadrukt de mogelijkheden om te kiezen voor meer vrijheid. Ze benadrukken het belang van de vrije markt.

- De christen-democratische stroming is een uitwerking van het confessionalisme. Het uitgangspunt is de godsdienst. Er wordt veel aandacht gegeven aan een eigen karakter (identiteitsomroep). Ook wordt de pluriformiteit benadrukt.

- In Nederland hebben we een duaal bestel, gevormd door het publieke en het commercieel bestel. In de VS is dit volledig commercieel.

- Ook is een staatsomroep mogelijk; hierbij is een staatsbedrijf verantwoordelijk.

- Ook ontstaan er steeds meer landen met een ander soort duaal bestel; commercieel naast staatsomroep, zoals in België.

- Nederlandse omroepen ondervinden dankzij de kabel meer concurrentie. De mediawet is hier het gevolg van.

- Geld speelt bij de massamedia een grote rol.

- Massamedia werken altijd zoveel mogelijk marktgericht.

- Marktgerichtheid kan leiden tot verschraling van het media-aanbod: er is veel van hetzelfde.

- De keuze investeren of winst nemen hang af van wat het beste leidt tot winstmaximalisatie.

- Reclame is een openbare aanprijzing om de afzet van goederen of een dienst te vergroten.

- Onbetaalde reclame noem je ook wel free publicity.

- Kranten hebben 3 bronnen voor het maken van winst: - abonnementen

- losse verkoop

- de advertentiemarkt

- In de jaren 60 verdwenen veel dagbladen. Dit kwam door een verlies aan abonnees, wat een gevolg was van de ontzuiling. De ontzuiling was grotendeels gevolg van de opkomst van de televisie.

- Er is een wisselwerking tussen het aantal abonnees en de belangstelling van adverteerders.

- Het verdwijnen van dagbladen kun je ook wel persconcentratie noemen.

- De persconcentratie werd ook nog eens bevorderd door de oplagespiraal.

- Met oplagespiraal bedoelen we: beperkte oplage leidt tot minder advertenties, minder kwaliteit, kleinere oplage en verder.

- Ook was de persconcentratie gevolg van het feit dat kranten niet konden achterblijven aan de technologische ontwikkelingen.

- Met die persconcentratie was er ook vrees voor een gevaar aan de pluriformiteit. Daarom werd het Bedrijfsfonds voor de Pers opgericht. Dit was echter geen goed plan omdat dit ook leidde tot concurrentievervalsing. Het marktprincipe werd aangetast.

- In Nederland bestaat vrij ondernemingsgewijze productie. Deze bedrijven zijn niet van de staat. Doorgaans hebben de staatsbedrijven een monopoliepositie.

- Een monopoliepositie wil zeggen het alleenrecht op iets, geen concurrentie.

- Veel staatsbedrijven in Nederland zijn geprivatiseerd, ze gaan naar de beurs en worden commercieel.

- De inkomsten van publieke omroepen kan je indelen in vijf aparte groepen:

- De overheid, de omroepbijdrage wordt verdeeld onder alle omroepen.

- Reclames, in handen van de STER.

- Leden, die 10 gulden betalen.

- Een programmablad wat wordt verkocht en geld oplevert.

- Merchandising, de verkoop van producten rondom een programma.

- Prime-time is de tijd waarop de meeste mensen televisie kijken.

- Er zijn veel verschillende aspecten die samenhangen met marktgerichtheid.

- Hierbij is er de strijd om leden en zendtijd, en het gebruik van de sandwichformule.

- Bij de sandwichformule worden slechte programma’s rond goed bekeken programma’s geprogrammeerd

- Ook is het marktdenken van invloed op het aankoopbeleid van omroepen.

- Tegenwoordig werken steeds meer omroepen samen om betere producties te kunnen maken.

- De hulp van kijk- en luisteronderzoek is bij omroepen meer dan welkom. Hiermee kunnen de omroepen beter inspelen op de wensen van consumenten.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.