Massamedia Hoofdstuk 1/2

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1303 woorden
  • 12 november 2003
  • 13 keer beoordeeld
Cijfer 5.5
13 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Onderwerpen

Maatschappijleer Samenvatting Module 1 Hoofdstuk 1 en 2

- Door de stortbuien informatie die op je afkomen, is het onmogelijk om alles te begrijpen. - Door de massamedia kun je je laten vermaken en daar geestelijk nauwelijks bij betrokken zijn. - Onze samenleving is een informatiesamenleving, de informatiestromen breiden zich zeer snel uit. - Informatie heeft de betekenis van nieuws, dat wat wetenswaardig is, en kennis, dat wat je weet dus. - De manier waarop iemand informatie verwerkt heeft te maken met diens manieren van waarnemen en interpreteren - Bij interpreteren gaat het om wat jij voor betekenis geeft aan een waarneming. - Jouw manier van interpreteren is ook van belang in verband met de invloed die massamedia op jou kunnen hebben. - Factoren die van algemeen belang zijn bij de vraag: Wat is nieuws?: - actualiteit - uitzonderlijkheid - samenhang - voorkennis - Audio heeft te maken met horen. Visueel heeft betrekking op zien. Audiovisuele informatie verbindt het horen en zien. - Mensen worden beïnvloed via communicatie. - We spreken over communicatie als een persoon de bedoeling heeft om informatie met een ander uit te wisselen. - De deelnemers van communicatie noemen we zenders en ontvangers. De informatie die uitgewisseld wordt, de boodschap. - Door middel van selectie breng je de boodschap in de juiste stijl. - Een zender heeft de keus uit verschillende kanalen. - Een boodschap heeft vorm en inhoud. - Communicatie is vaak een doorlopend proces. - Als er iets mis gaat spreken we van ruis. - Als je niet helemaal goed waarneemt, of verkeerd interpreteert, is er sprake van ruis. - Communicatiestoornissen (ruis) hebben soms vervelende terugkoppelingen. - Referentie betekent verwijzing. Een referentiegroep verwijst naar de personen die voor iemand min of meer blijvend belangrijk zijn. Hij wordt daardoor beïnvloedt. - De referentiegroepen die belangrijk voor je zijn, en alles wat je geleerd hebt en je ervaringen vormen samen je referentiekader. - Socialisatie heeft te maken met je referentiekader. Socialisatie is het ingroeien in een cultuur. - Het socialisatieproces is het leer- en ervaringsproces waardoor iemand zich een cultuur eigenmaakt. - Zonder hulpmiddelen communiceren is direct. Bij indirecte communicatie worden vaak technische hulpmiddelen gebruikt. - Als ontvanger en zender elkaar over en weer beïnvloeden spreken we van meerzijdige communicatie. Dit duidt op wederzijdse beïnvloeding. - Bij eenzijdige communicatie is er sprake van eenrichtingsverkeer. - Een massamedium is een hulpmiddel om aan een grote groep mensen een openbare boodschap te zenden. - Massamedia dragen beschaving (cultuur) over. - Massacommunicatie is bijna altijd indirect, heeft een openbare zender en de ontvangers zijn meestal onbekend. Ook is deze meestal eenzijdig. - Massacommunicatie zorgt ervoor dat veel mensen dezelfde boodschappen ontvangen. Daardoor hebben de massamedia invloed op de publieke opinie. - Pers noemen we gedrukte media. Omroep noemen we radio en televisie. - De pers is gebaseerd op de vrije ondernemingsgewijze productie. - De pers is grotendeels onafhankelijk van de overheid door de ontwikkeling vanuit het marktmechanisme. - De Mediawet, is de wet waarin precies staat waar de omroep zich aan heeft te houden. - De publieke omroepen zijn zendgemachtigden die gesteund worden door de overheid. - De commerciële radio en tv worden niet gesteund door de overheid. - De verschijningsfrequentie is hoe vaak een gedrukt media verschijnt. - Er zijn veel verschillende tijdschriften. - Nederland kent behalve ochtend- en avond bladen ook landelijke en regionale bladen, maar ook buitenlandse bladen. - De Telegraaf is de grootste landelijke krant. - Kranten verschillen qua journalistieke aanpak, qua doelgroep en qua band met een politieke stroming. Sommige kranten hebben een godsdienstige achtergrond. - Kaderkranten zijn kranten die doelgericht schrijven voor een bepaald publiek. Het NRC, De Volkskrant en Trouw zijn kaderkranten. - De Telegraaf en het Algemeen Dagblad zijn massadagbladen. - Landelijke kranten besteden veel aandacht aan landelijk en internationaal nieuws. - Regionale kranten (streekkranten) zoeken hun klanten alleen binnen een regio. - In kranten staat nieuws, maar ook opinies en human-interest artikelen. - Human-interest artikelen gaan over allerlei zaken waar veel mensen (het grote publiek) nieuwsgierig naar zijn. - Opiniebladen benadrukken de achtergronden van het nieuws, geven meningen en goed doordachte kritieken. Opiniebladen zijn grotendeels overgenomen door de landelijke bladen. - Opiniebladen hebben een eigen, onafhankelijke stem. Ze verschijnen wekelijks. - Massamedia kunnen veel invloed hebben. - Er zijn de omroepverenigingen. De Mediawet onderscheidt verschillende zendgemachtigden. - Er zijn publieke omroepen en commerciële zenders. - Ook zijn er regionale omroepen. - We onderscheiden de omroepbedrijven naar publieke omroepen en commerciële omroepen. Ook onderscheiden we identiteitsomroepen en publieksomroepen. - Naast omroepverenigingen onderscheidt de Mediawet omroepinstellingen. Deze zijn niet verplicht leden te hebben. - De Mediawet kan ook zendtijd toewijzen aan kleine zendgemachtigde. - De functies van de massamedia zijn ideaaltypisch. - We maken onderscheidt tussen informatieve media en amusementsmedia. - De belangrijkste functie van massamedia is informatie verstrekken. - In Nederland is er vrijheid van informatie. - Belangrijk bij het bekritiseren van de massamedia is de marktgerichtheid, de overwegend eenzijdige communicatie en de gedeeltelijke afhankelijkheid van de media ten opzichte van persbureaus. - Afhankelijkheid van massamedia is groot voor politici. - De macht van de media heet de mediacratie.

- Een cultuur is een beschaving die voor veel mensen zeer belangrijk is. - Nederlandse massamedia berichten in de Nederlandse taal. - De meeste mensen passen zich bijna ongemerkt aan aan de maatschappelijke en technische veranderingen die er plaatsvinden. - In een multiculturele samenleving wonen en werken groepen allochtonen samen met de autochtone bevolking. Nederland is een multiculturele samenleving. - Een culturele minderheid is een groep die kleiner is dan de rest van de bevolking. - Onder geleerden heerst nog altijd de nature-nature discussie. De hoofdvraag is dan: wat is aangeboren en wat is aangeleerd menselijk gedrag. - Socialiserende instanties zijn belangrijk in verband met normen en waarden. - Waarden zijn beginselen oftewel gemeenschappelijke ideeën. Ze leiden tot normen. - Een norm is wat men normaal vindt in een samenleving. Normen worden van waarden afgeleid. - Cultuur verschilt per groepering. De dominante cultuur is de cultuur van de meerderheid. - Een subcultuur is een cultuur die afwijkt van de dominante cultuur. - De media selecteren voor ons informatie en amusement. - In het meningsvormingsproces vormen onder ander de zenders een belangrijke rol. - De selectie is onder andere afhankelijk van: - actualiteit - identiteit - doelgroep - De selectie van nieuws is een subjectieve aangelegenheid. - Nieuws moet uitzonderlijk zijn, gevolgen voor grotere groepen mensen hebben, actueel zijn, continuïteitswaarde hebben en bij voorkeur ondubbelzinnig en eenvoudig uit te leggen. - Bij kwaliteitscriteria wordt speciaal gelet op representativiteit en validiteit. - Een goed voorbeeld is representatief voor een zeker verschijnsel. - Met validiteit van informatie wordt de geldigheid van informatie bedoeld. - Na het selecteren van informatie uit de aanbodzijde wordt het door de massamedia gepresenteerd. - Het aanbod van de massamedia is gebaseerd op keuzes op basis van waarden, normen en persoonlijke waarnemingen. - Het aanbod van een massamedia is altijd gekleurd door selectieve perceptie. - Een nieuwsfeit doorloopt eerst een heleboel stadia voordat jij de boodschap ontvangt. - Bij nieuwsselectie valt de nadruk op spectaculaire, negatieve en persoonlijke gebeurtenissen. - ‘Goed’ nieuws is gebaseerd op meerdere bronnen. Er worden dan feiten geleverd. - Veel amusement is gemaakt voor commercieel succes. In succesvolle tv-dramaseries worde conflicten verklaard vanuit persoonlijke achtergronden en zelden vanuit politieke of maatschappelijke achtergronden. - Nederland was tot 1960 sterk verzuild. Toen ontstonden veel dagbladen en omroepen met als basis een geloof of politieke overtuiging. - Een zuil is een geheel van maatschappelijke en politieke organisaties met dezelfde levensbeschouwing. - Elke groepering (zuil) leefde apart en had zijn eigen normen en waarden. - In de jaren zestig begon de ontzuiling. Mensen voelden zich minder gebonden aan oude waarden. - Kerkgenootschappen, politieke partijen en omroepen verloren flink wat aanhangers. - Door vertrossing en open bestel ontstonden verschillende groeperingen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.