ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Maatschappijleer Samenvatting Module 1 Hoofdstuk 1 en 2



- Door de stortbuien informatie die op je afkomen, is het onmogelijk om alles te begrijpen.

- Door de massamedia kun je je laten vermaken en daar geestelijk nauwelijks bij betrokken zijn.

- Onze samenleving is een informatiesamenleving, de informatiestromen breiden zich zeer snel uit.

- Informatie heeft de betekenis van nieuws, dat wat wetenswaardig is, en kennis, dat wat je weet dus.

- De manier waarop iemand informatie verwerkt heeft te maken met diens manieren van waarnemen en interpreteren



- Bij interpreteren gaat het om wat jij voor betekenis geeft aan een waarneming.

- Jouw manier van interpreteren is ook van belang in verband met de invloed die massamedia op jou kunnen hebben.

- Factoren die van algemeen belang zijn bij de vraag: Wat is nieuws?:

- actualiteit

- uitzonderlijkheid

- samenhang

- voorkennis

- Audio heeft te maken met horen. Visueel heeft betrekking op zien. Audiovisuele informatie verbindt het horen en zien.

- Mensen worden beïnvloed via communicatie.

- We spreken over communicatie als een persoon de bedoeling heeft om informatie met een ander uit te wisselen.

- De deelnemers van communicatie noemen we zenders en ontvangers. De informatie die uitgewisseld wordt, de boodschap.

- Door middel van selectie breng je de boodschap in de juiste stijl.



- Een zender heeft de keus uit verschillende kanalen.

- Een boodschap heeft vorm en inhoud.

- Communicatie is vaak een doorlopend proces.

- Als er iets mis gaat spreken we van ruis.

- Als je niet helemaal goed waarneemt, of verkeerd interpreteert, is er sprake van ruis.

- Communicatiestoornissen (ruis) hebben soms vervelende terugkoppelingen.

- Referentie betekent verwijzing. Een referentiegroep verwijst naar de personen die voor iemand min of meer blijvend belangrijk zijn. Hij wordt daardoor beïnvloedt.

- De referentiegroepen die belangrijk voor je zijn, en alles wat je geleerd hebt en je ervaringen vormen samen je referentiekader.

- Socialisatie heeft te maken met je referentiekader. Socialisatie is het ingroeien in een cultuur.

- Het socialisatieproces is het leer- en ervaringsproces waardoor iemand zich een cultuur eigenmaakt.

- Zonder hulpmiddelen communiceren is direct. Bij indirecte communicatie worden vaak technische hulpmiddelen gebruikt.

- Als ontvanger en zender elkaar over en weer beïnvloeden spreken we van meerzijdige communicatie. Dit duidt op wederzijdse beïnvloeding.

- Bij eenzijdige communicatie is er sprake van eenrichtingsverkeer.

- Een massamedium is een hulpmiddel om aan een grote groep mensen een openbare boodschap te zenden.

- Massamedia dragen beschaving (cultuur) over.

- Massacommunicatie is bijna altijd indirect, heeft een openbare zender en de ontvangers zijn meestal onbekend. Ook is deze meestal eenzijdig.

- Massacommunicatie zorgt ervoor dat veel mensen dezelfde boodschappen ontvangen. Daardoor hebben de massamedia invloed op de publieke opinie.

- Pers noemen we gedrukte media. Omroep noemen we radio en televisie.

- De pers is gebaseerd op de vrije ondernemingsgewijze productie.

- De pers is grotendeels onafhankelijk van de overheid door de ontwikkeling vanuit het marktmechanisme.

- De Mediawet, is de wet waarin precies staat waar de omroep zich aan heeft te houden.

- De publieke omroepen zijn zendgemachtigden die gesteund worden door de overheid.

- De commerciële radio en tv worden niet gesteund door de overheid.

- De verschijningsfrequentie is hoe vaak een gedrukt media verschijnt.

- Er zijn veel verschillende tijdschriften.

- Nederland kent behalve ochtend- en avond bladen ook landelijke en regionale bladen, maar ook buitenlandse bladen.

- De Telegraaf is de grootste landelijke krant.

- Kranten verschillen qua journalistieke aanpak, qua doelgroep en qua band met een politieke stroming. Sommige kranten hebben een godsdienstige achtergrond.

- Kaderkranten zijn kranten die doelgericht schrijven voor een bepaald publiek. Het NRC, De Volkskrant en Trouw zijn kaderkranten.

- De Telegraaf en het Algemeen Dagblad zijn massadagbladen.

- Landelijke kranten besteden veel aandacht aan landelijk en internationaal nieuws.

- Regionale kranten (streekkranten) zoeken hun klanten alleen binnen een regio.

- In kranten staat nieuws, maar ook opinies en human-interest artikelen.

- Human-interest artikelen gaan over allerlei zaken waar veel mensen (het grote publiek) nieuwsgierig naar zijn.

- Opiniebladen benadrukken de achtergronden van het nieuws, geven meningen en goed doordachte kritieken. Opiniebladen zijn grotendeels overgenomen door de landelijke bladen.

- Opiniebladen hebben een eigen, onafhankelijke stem. Ze verschijnen wekelijks.

- Massamedia kunnen veel invloed hebben.

- Er zijn de omroepverenigingen. De Mediawet onderscheidt verschillende zendgemachtigden.

- Er zijn publieke omroepen en commerciële zenders.

- Ook zijn er regionale omroepen.

- We onderscheiden de omroepbedrijven naar publieke omroepen en commerciële omroepen. Ook onderscheiden we identiteitsomroepen en publieksomroepen.

- Naast omroepverenigingen onderscheidt de Mediawet omroepinstellingen. Deze zijn niet verplicht leden te hebben.

- De Mediawet kan ook zendtijd toewijzen aan kleine zendgemachtigde.

- De functies van de massamedia zijn ideaaltypisch.

- We maken onderscheidt tussen informatieve media en amusementsmedia.

- De belangrijkste functie van massamedia is informatie verstrekken.

- In Nederland is er vrijheid van informatie.

- Belangrijk bij het bekritiseren van de massamedia is de marktgerichtheid, de overwegend eenzijdige communicatie en de gedeeltelijke afhankelijkheid van de media ten opzichte van persbureaus.

- Afhankelijkheid van massamedia is groot voor politici.

- De macht van de media heet de mediacratie.



- Een cultuur is een beschaving die voor veel mensen zeer belangrijk is.

- Nederlandse massamedia berichten in de Nederlandse taal.

- De meeste mensen passen zich bijna ongemerkt aan aan de maatschappelijke en technische veranderingen die er plaatsvinden.

- In een multiculturele samenleving wonen en werken groepen allochtonen samen met de autochtone bevolking. Nederland is een multiculturele samenleving.

- Een culturele minderheid is een groep die kleiner is dan de rest van de bevolking.

- Onder geleerden heerst nog altijd de nature-nature discussie. De hoofdvraag is dan: wat is aangeboren en wat is aangeleerd menselijk gedrag.

- Socialiserende instanties zijn belangrijk in verband met normen en waarden.

- Waarden zijn beginselen oftewel gemeenschappelijke ideeën. Ze leiden tot normen.

- Een norm is wat men normaal vindt in een samenleving. Normen worden van waarden afgeleid.

- Cultuur verschilt per groepering. De dominante cultuur is de cultuur van de meerderheid.

- Een subcultuur is een cultuur die afwijkt van de dominante cultuur.

- De media selecteren voor ons informatie en amusement.

- In het meningsvormingsproces vormen onder ander de zenders een belangrijke rol.

- De selectie is onder andere afhankelijk van:

- actualiteit

- identiteit

- doelgroep

- De selectie van nieuws is een subjectieve aangelegenheid.

- Nieuws moet uitzonderlijk zijn, gevolgen voor grotere groepen mensen hebben, actueel zijn, continuïteitswaarde hebben en bij voorkeur ondubbelzinnig en eenvoudig uit te leggen.

- Bij kwaliteitscriteria wordt speciaal gelet op representativiteit en validiteit.

- Een goed voorbeeld is representatief voor een zeker verschijnsel.

- Met validiteit van informatie wordt de geldigheid van informatie bedoeld.

- Na het selecteren van informatie uit de aanbodzijde wordt het door de massamedia gepresenteerd.

- Het aanbod van de massamedia is gebaseerd op keuzes op basis van waarden, normen en persoonlijke waarnemingen.

- Het aanbod van een massamedia is altijd gekleurd door selectieve perceptie.

- Een nieuwsfeit doorloopt eerst een heleboel stadia voordat jij de boodschap ontvangt.

- Bij nieuwsselectie valt de nadruk op spectaculaire, negatieve en persoonlijke gebeurtenissen.

- ‘Goed’ nieuws is gebaseerd op meerdere bronnen. Er worden dan feiten geleverd.

- Veel amusement is gemaakt voor commercieel succes. In succesvolle tv-dramaseries worde conflicten verklaard vanuit persoonlijke achtergronden en zelden vanuit politieke of maatschappelijke achtergronden.

- Nederland was tot 1960 sterk verzuild. Toen ontstonden veel dagbladen en omroepen met als basis een geloof of politieke overtuiging.

- Een zuil is een geheel van maatschappelijke en politieke organisaties met dezelfde levensbeschouwing.

- Elke groepering (zuil) leefde apart en had zijn eigen normen en waarden.

- In de jaren zestig begon de ontzuiling. Mensen voelden zich minder gebonden aan oude waarden.

- Kerkgenootschappen, politieke partijen en omroepen verloren flink wat aanhangers.

- Door vertrossing en open bestel ontstonden verschillende groeperingen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.