Middeleeuwen

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 2687 woorden
  • 13 januari 2004
  • 65 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 65 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
De middeleeuwen

1. Politiek en maatschappij

De wereld van de middeleeuwen
De middeleeuwen liepen van 500 tot 1500. Het was een duistere middentijd vol verval, onwetendheid en barbaarsheid die begon toen in 476 de laatste Romeinse keizer was afgezet. Alleen in de kloosters bleven Latijnse teksten en de cultuur bewaard.

Feodaliteit
Machtige heren zochten volgelingen, de vazallen, waar ze een verdrag mee sloten. De heer bood bescherming en gaf ze een stuk land (feodum), de vazallen diensten. Dat was het leenstelsel.
Karel de Grote (768-814) bestuurde een lastig gebied met verschillende volken. Hij voerde het christendom in om de bevolking iets gemeenschappelijks te geven.

Chansons de geste zijn verhalen op rijm. Romans waarin Karel de Grote een rol speelt heten Frankische romans (hij was vorst in het rijk van de Franken) of Karelromans.

Kerk en wereld
Het was in de middeleeuwen onduidelijk of de paus of de koning de macht had.

2. Ideeëngeschiedenis

Angst voor en verlangen naar de dood
Volgens het verhaal uit het eerste bijbelboek van Genesis hadden Adam en Eva het recht op eeuwig leven verspeeld door van de verboden vrucht te hebben gegeten. Sindsdien werd het leven gezien als het weerstaan van de verleidingen van de duivel. Men leefde in angst voor wat na het leven kwam, maar keek ook uit naar bevrijding.
Dodendans is een nieuwe literatuurvorm die ontstond toen aan het eind van de middeleeuwen mens zowel stervensverlangen als levenslust had.

Het middeleeuwse geloof

Om de wereld te verklaren werd alles in verband gebracht met god en kwade krachten zoals duivels en draken. De theologische ideeën van het christendom waren voor het gewone volk te moeilijk, dus maakten antieke goden plaats voor christelijke heiligen die veel dichter bij waren.
Bij invoering van het christendom bestonden nog veel Germaanse gebruiken die niet werden afgeschaft, maar in een nieuw jasje gestoken.

Kennis van de wereld
Het wereldbeeld was gevormd door passages uit de bijbel, mededelingen van Griekse en Romeinse schrijvers en berichten van middeleeuwse reizigers. Teksten werden vaak letterlijk genomen en niemand trok ze in twijfel. Jeruzalem zou in het midden van de wereld liggen en aan het eind van de wereld zouden draken zich schuilhouden.

3. Europese literatuur in de middeleeuwen
Het was gebruikelijk om teksten van anderen te kopiëren of naar de eigen taal te vertalen. Henric van Veldeke is een dichter die schreef in Oudlimburgs uit de Middelhoogduitse periode (1000-1550). Hij hoort bij de Duitse en Nederlandse literatuur.

Middeleeuwse handschriften
Voor de uitvinding van de boekdrukkunst in 1450 werden alle teksten door monniken geschreven in een scriptorium (zaal waar geschreven werd). Een boek was dan ook erg duur.

Het heldendicht
Chansons de geste (heldendicht) heeft grote invloed gehad op landen rondom Frankrijk. Oorspronkelijke teksten werden aangepast aan de plaatselijke situatie. Een heldendicht over Karel de Grote heet Chanson de Roland. Het gaat over zijn flatertocht naar Spanje waar hij niet welkom was. Op de terugweg werden ze overvallen door Basken en een Roeland komt om het leven.
Het belangrijkste thema uit chansons de geste van de periode 1170-1260 zijn de conflicten tussen de koning en zijn vazallen.
Een Duits heldendicht heet Nibelungenlied over de ridderlijke held Siegfried.

De avonturentocht
Rondom een Engelse koning Arthur zijn de Arthurromans ontstaan die gaan over avontuurlijke tochten en vooral over op de proef gesteld worden. In 1066 werd Hastings veroverd door Willem van Normandie. Vlamen die daarbij hielpen kregen een stuk land. Deze mensen zijn in aanraking gekomen met de Keltische verhalen en gaven de Arthurlegenden weer door aan Vlaanderen.
In de verhalen ging het om de queeste: een avonturentocht die een held zelfkennis verschafte waarmee hij een eervolle plaats in de gemeenschap kreeg.
De hoofse cultuur of hoofse liefde was een nieuw ridderideaal dat ontstaan is uit de Arthurlegenden. De hoofse ridder verricht dappere daden, verslaat draken enz.

Humor
In de middeleeuwen veronderstelde men dat zwart gal (melancholie) het wapen van de duivel was. Dat werd bestreden met humor die vooral in toneelstukken voorkwam. Ernstige stukken werden afgewisseld met een klucht.
Francois Villon was een Franse dichter die niemand spaarde. Toen hij klaar was met studeren werd hij gevangen genomen. In een kerker schreef hij zijn zogenaamde testament vol humor.
Geoffrey Chaucer schreef The Canterbury Tales met een raamvertelling als structuur (verhaal binnen andere verhalen).
Till Eulenspiegel is een Duits verhaal over iemand die iedereen voor de gek houdt.

Het faustthema
In faustverhalen gaat het altijd om een man die zich boven de ellende van zijn tijd wil verheffen en zijn ziel aan de duivel verkoopt als losprijs voor bovenmenselijke kennis of macht.

4. Middelnederlandse literatuur
De Middelnederlandse literatuur begint pas in de twaalfde eeuw. Dat komt doordat voor 1100 vooral mondelinge voorstellingen en voorleessituaties waren en dat is dus niet opgeschreven. Vanaf de 12de eeuw werden verhalen opgeschreven in de volkstaal: het Diets. Middelnederlands is meer een verzameling van dialecten als Limburgs, Brabants, Vlaams, Hollands en Saksisch.

Een ridderroman: Karel ende Elegast
Ridderromans leerden lezers iets, bijvoorbeeld wat trouw is. Dat lees je ook in Karel ende Elegast. Middeleeuwers lazen hoe verraad gestraft werd en trouw beloond.

Een satire: Vanden vos Reinaerde
Dit dierenverhaal laat zien dat ze ridderwereld slecht was en de verhoudingen tussen leenheer en leenmannen verpest werden door machtsstrijd en corruptie.
De vos wordt beschuldigd van verkrachting en moord waarna koning Nobel hem ter dood veroordeeld. De vos vertelt een leugen over een schat en een complot tegen de koning en hij zet de samenzweerders, beer en wolf, gevangen. De hofgemeenschap valt door de listen uiteen en de schurk is ontsnapt.

Een legende: Beatrijs
Een legende is een verhaal in dichtvorm over de wonderen van Maria of andere heiligen om de gelovigen te overtuigen van de macht van Maria.
In Beatrijs is een non zo verliefd op een edelman. Ze trekt met hem de wereld in (aangespoord door de duivel) en ze krijgen 2 kinderen. Na 7 jaar is het geld op en de edelman gaat ervandoor. Beatrijs moet haar lichaam verkopen en wordt hoer. Na 7 jaar komt ze in de buurt van haar klooster en een goddelijke stem beveelt haar terug te gaan. Niemand had door dat ze weg was, want Maria had haar plaats ingenomen. Na een biecht moet ze boetedoen, maar heeft ze toch uitzicht op het eeuwige leven.

Een mirakelspel: Mariken van Nieumeghen
Een mirakelspel is een spel waarin wonderen gebeuren. Mariken van Nieumeghen is geschreven rond 1500, de overgangsperiode naar de renaissance, de tijd van heksenprocessen. Mariken begaat de ergste zonde die men zich voor kon stellen. Ze verkoopt haar ziel aan de duivel en wordt heks uit wanhoop na een ruzie met haar tante en verlangen naar kennis. Ze woont samen met de duivelse Moenen en zaait dood en verderf in Antwerpen. Na 7 jaar bevrijdt haar oom die exorcist (duiveluitdrijver) is haar. Dat is het eerste wonder. Ze moet naar een klooster waar haar ijzeren ringen om haar hals en armen afvallen als teken van god’s vergiffenis.

Een reisverhaal: De reis van Sint Brandaan
Brandaan heeft een boek gelezen waarin wonderen staan die hij niet geloofd. Hij verbrandt het boek en er verschijnt een engel die zegt dat hij een wereldreis moet maken met 20 anderen om na te gaan welke wonderen god tot stand heeft gebracht. Ze komen wonderen zoals zeemeerminnen en vliegende vissen tegen.

Renaissance en barok

5. Politiek en maatschappij
De renaissance was, na de donkere middeleeuwen, in de zestiende eeuw een grote bloeitijd.
De politieke situatie tussen 1450 en 1650
Het Heilige Roomse Rijk bestond uit honderden Duitse staatjes en speelde een belangrijke rol. Zeven belangrijkste Duitse vorsten kozen een paus. Vanaf het moment dat Rudolf van Habsburg werd gekozen in 1273 breidde het rijk zich uit tot ook Oostenrijk, Spanje, de Nederlanden en Bourgondië. Onder Karel de Vijfde was het Habsburgse rijk het grootste en machtigste in Europa. Toen hij aftrad werd het in tweeën verdeeld onder Filips de Tweede en Ferdinant de Eerste. Godsdiensttwisten in Duitse staten leidden tot de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) zodat de renaissance zich niet in Duitsland kon ontwikkelen.
Er volgde nog een lange periode van oorlogen, vooral in Engeland en tussen Frankrijk en Duitsland.
In de tweede helft van de 16de eeuw ontstond in de Nederlanden een zelfbewustzijn waardoor met op politiek en godsdienstig gebied zelf wilde beslissen. Het verzet tegen de rooms-katholieke kerk en de Spaanse koning Filips II leidde tot de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) die ook in de kunst een belangrijke rol speelde. Bijvoorbeeld in Nederlansche Historiën van P.C. Hooft en in strijdliederen zoals het Wilhelmus.

Kerk en samenleving
In Italië nam de geloofwaardigheid en de greep van de kerk af door de overdreven rijkdom. Wetenschappers kregen oog voor het aardse bestaan en minder voor het hiernamaals. Er ontstond een conflict met de Kerk van Rome. Thomas More was een wetenschapper die vrede wilde bewaren tussen volk en kerk. De uit Amsterdam afkomstige Erasmus (1469-1536) was een vriend van hem die verzoening wilde, maar twijfels had over het gedrag van de geestelijkheid.
Carpe diem werd meer het levensgevoel van de renaissance. Ontdekkingsreizigers vertelden over niet-christelijke culturen waardoor ook het geloof in de kerk afnam. Op een gegeven moment werd het christendom, vooral door de aflaathandel, zo in twijfel genomen dat er een hervorming ontstond waar later de protestantse beweging uit is ontstaan. Een aflaat was een schriftelijk bewijs om je zonden af te kopen. Maarten Luther en Jean Calvin waren zonderaars die grote invloed hadden.

6. Ideeëngeschiedenis

De term ‘renaissance’
Met renaissance wordt bedoeld dat de Griekse en vooral Romeinse cultuur opnieuw worden ontdekt. Aan uiterlijkheden werd veel aandacht geschonken om de grootheid van de mens naar voren te laten komen.

Het humanisme
Het humanisme is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van het nieuwe mensbeeld. Humanisten gaven aanvankelijk menswetenschappen aan de universiteit. De studie bestond uit grammatica, retorica, poëzie, ethiek en geschiedenis en was gericht op het volmaken van de mens.
In de 14de en 15de eeuw ontstond meer het gevoel dat de mens het middelpunt van de wereld is. Daarom wordt meer onderzoek gedaan, ook naar de bijbel. Vanaf dat moment kwam ook weer belangstelling voor de klassieke oudheid. Latijn werd de taal van de wetenschap.

Homo universalis
Leonardo da Vinci (1452-1516) leefde in de renaissance en was een universeel mens: architect, beeldhouwer, musicus, ingenieur en natuuronderzoeker. Zijn Mona Lisa is erg bekend. Ook ontwierp hij kanalisatiemodellen, hield zich bezig met de kwadratuur van de cirkel, optica enz.
De Nederlandse Constantijn Huygens (1596-1687) zou je ook homo universalis kunnen noemen. Hij was politicus, groot literator en musicus.

De verspreiding van de renaissance-ideeën
Vanuit Italië verspreidde de renaissance zich over Europa via humanisten en later kunstenaars om een politieke missie of doordat de kerk ze gezonden had. Ook kwamen, vooral, studenten naar Italië en kwamen in aanraking met de humanistische denkbeelden. Ook het verkeer van boeken verspreidde de renaissance. De boekdrukkunst is daarbij van groot belang geweest.

Ontdekkingstochten
Men ging verlangen naar ontdekking van de wereld en ontdekkingstochten vonden plaats om nieuwsgierigheid, wetenschappelijke en godsdienstige redenen. Reisverslagen zijn bewaard gebleven. De Vlaamse cartograaf Mercator was een belangrijke maker van zee- en wereldkaarten.
De term ‘barok’
De barok is een kunstrichting die zich in de tweede helft van de 16de eeuw in Italië ontwikkelt en Europa in de 17de eeuw sterk beïnvloedt. De barok borduurt verder op stijlkenmerken van het maniërisme, een kunstrichting die in Italië is ontstaan als de renaissance daar over zijn hoogtepunt heen is. Er ontstaat een overweldigende kunst van het gevoel en van pracht en praal waarmee men de grootsheid van de kerk weer wilde laten zien. De monarchie wordt hersteld, dus de macht van de vorst ook.

i7. Kunstgeschiedenis in renaissance en barok
Beeldende kunst en architectuur in de renaissance
In de Romeinse architectuur waren symmetrie en verhoudingen belangrijk. De gevel hoort horizontaal te zijn en je ziet vaak een cirkelvorm terugkomen. Wiskundige vormen speelden een belangrijke rol, ook in de schilderkunst. Het lijnperspectief werd ook ontdekt. Mythologische beelden waren in de schilderkunst een belangrijk onderwerp.
Bijbelse muurschilderingen op muren en plafonds van kerken worden fresco’s genoemd. Michelangelo heeft in de Sixtijnse kapel van Rome de schepping van Adam tot en met het Laatste Oordeel geschilderd.
Het portret is in de renaissance belangrijk, met het gezicht van voren of met driekwart vooraanzicht, in hele of halve lichaamslengte, zittend of staand. Er is aandacht voor uitdrukking en anatomische nauwkeurigheid.
Donatello is een groot beeldhouwer. David van Michelangelo is het beroemdst.

Literatuur in de renaissance
Het voorbeeld van klassieken werd nagevolgd. Eerst vertaalt, translatio. Dan nagevolgd, imitatio en vervolgens overtroffen, aemulatio. Het Latijn was de belangrijkste taal. Heldendicht (epos), herdersdicht, tragedie, komedie en lofdicht (ode) waren belangrijk. De literatuur was gebonden aan de strenge regels van Aristoteles. Een toneelstuk bestond uit 5 bedrijven, begon met een lange openings-monoloog, er moest een eenheid zijn van plaats, tijd en handeling en er moest een tragische afloop voor de held zijn.

Beeldende kunst en architectuur in de barok
Kenmerk van de barok is beweging. Gezichtsbedrog wordt vaak toegepast. In Frankrijk krijgt de barok een klassiekere vorm, te zien aan het Louvre en later Versailles.
In de beeldhouwkunst is Bernini bepalend. Hij ontwierp beelden voor pleinen en fonteinen. Schilderkunst is belangrijk: Caravaggio, Velasquez en Pieter Paul Rubens.

Literatuur in de barok
Tegenstellingen (klassieke regels – vrijheid, carpe diem – gedachte van vergankelijkheid, universele – nationale) zijn kenmerkend voor de literatuur in de barok. De wereld is in beweging en veelzijdig. Het optimisme uit de renaissance maakt plaats voor de gedachte dat de mens nietig is. Er worden sterke overdrijvingen en breed uitgesponnen beeldspraak gebruikt met versierende elementen.
Drama is het allerbelangrijkste. De wereld wordt voorgesteld als een theater en god is de regisseur. Koningsdrama’s en bijbelse tragedies spelen een grote rol. William Shakespeare wordt gerekend tot de barok.

De grote Italiaanse voorbeelden: Dante en Petrarca
Dante Alighieri (1265-1321) schreef vooral sonnetten over zijn liefde voor Beatrice en Divina commedia, een tocht door hemel, hel en vagevuur.
Petrarca (1304-1374) is het begin van de renaissance. Hij was een moderne dichter die naar de oudheid keek, naar de natuur luisterde en de mens wilde kennen. Africa is zijn meesterwerk en hij werd bekend door Canzoniere. In zijn sonnetten roemt en betreurt hij zijn liefde Laura.

Het petrarkisme
De invloed van Petrarca is enorm in Europa. Door hem worden natuurbeschrijvingen als vlammende ogen en tanden als parels vaste elementen.

De Pleïade
Deze groep bestaat uit 7 jonge dichters uit Frankrijk. Hun ideaal was een Franse letterkunde te vormen die de klassieken zou verbleken. Du Bellay en Pierre de Ronsard zijn belangrijke vertegenwoordigers.
Het petrarkisme in de Nederlanden
Jan van der Noot is een van de eerste renaissancisten in de Nederlanden. Hij kwam in contact met de Pleïade-dichters en reisde veel. Hij schreef sonnetten en treurgedichten. P.C. Hooft, Jan Luyken en G.A. Bredero zijn ook grote dichters.

Het anti-petrarkisme
Kenmerken zijn spottende parodies waarbij de geliefde negatieve eigenschappen krijgt en vieze en weerzinwekkende beschrijvingen van de menselijke kant van de geliefde.

8. Nederlandstalige literatuur

Pieter Corneliszn Hooft
P.C. Hooft (1581-1647) is renaissancekunstenaar. Hij schreef sonnetten in petrarkistische stijl en tragedies als Geeraerdt van Velsen en het blijspel Warenar.
Herdersdicht gaat over herders of herdinnen als helden met de liefde als thema.
Emblemata bestaan uit 3 delen: een motto (vaak een raadselachtige spreuk), afbeelding (meestal een gravure) en een onderschrift (gedicht of verhaal waarin de gravure en het motto worden uitgelegd). P.C. Hooft zijn Emblemata Amatoria (1611) is erg bekend.

Joost van den Vondel
Joost van den Vondel (1587-1679) is de grootste toneelschrijver van de 17de eeuw waarvan de stukken door de eeuwen heen zijn gespeeld. Vondel was ook gelegenheidsdichter, ter gelegenheid van bijvoorbeeld bruiloften en geboortes. Hij werkte volgens de retorica en hij was vernietigend in de hekeldichten voor prins Maurits en de rechterlijke macht die zijn vriend Oldenbarnevelt ter dood veroordeelden.

Gerbrand Adriaenszn Bredero
Zijn blijspelen die sterk beïnvloed zijn door het buitenland geven een beeld van het Amsterdamse volksleven. Hij schreef zijn hele leven gedichten in de volkstaal over liefde, de gevaren van liefde, alcohol, de dood en godsdienst. Die werden in 1622 gebundeld tot het Groot Liedboeck.

Jacob Cats
Jacob Cats (1577-1660) is de meest populaire dichter. Hij was een schrijvend adviesbureau over zaken als huwelijk, seksualiteit en gezin.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.