Onze vrienden van Markteffect doen hun jaarlijkse Scholierenonderzoek. Geef jouw mening over het onderwijs en maak kans op JBL headphones of Bol.com-bonnen van 15 euro.

 

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je PWS of Sectorwerkstuk?

Heeft jouw PWS of Sectorwerkstuk een link met het Rijksmuseum? Stuur je werkstuk dan vanaf december in voor de Junior Fellowship profielwerkstukwedstrijd van het Rijksmuseum. En maak kans op € 1500 en een traineeship! 

De late Middeleeuwen (circa 1100-1500)



Tijdsbeeld

De late middeleeuwen vormden een redelijk stabiele periode waarin de ambachten en de handel een bloei doormaakten. Er ontstond een redelijk welvaart door de goede oogsten en praktische uitvindingen. In de veertiende eeuw kwam aan deze voorspoed een einde doordat het evenwicht tussen de bevolking en de productiviteit van het land verstoord werd. In de middeleeuwen was er sprake van 2 standen, de groep van de rijken en de machtigen tegenover de massa (de werkers). De middeleeuwen betekende ook het einde van de riddertijd. Het onaantastbare ideaalbeeld van de ridder begon in te storten. Dit kwam door alle nieuwe uitvindingen op gebied van oorlogvoering. Met zijn val nam de ridder ook het feodale systeem (systeem gebaseerd op leenheer-leenman verhouding) mee. Dit leunde zwaar op de ridders, maar ook de grote boerenopstanden hebben voor de afschaffing van het feodale systeem gezorgd. De gegoede burgerij kreeg steeds meer invloed, samen met de adel en de geestelijke vormde zij de elite van de samenleving. Ook ontstond er een beter geregelde wetgeving. De mensen werden in de middeleeuwen niet oud, ze stierven aan ziektes als cholera, tyfus en de pokken. Rond 1350 kwam de builenpest opzetten. Bijna een derde van de Europese bevolking is hieraan gestorven. Ook de kruistochten, die bedoeld warren om het christelijk geloof te beschermen tegen de Arabische godsdienst, stierven veel mensen. Deze kruistochten hadden enorme maatschappelijke gevolgen, zo ontstonden er onder andere handelsroutes naar het oosten. De wetenschap in de middeleeuwen was gebaseerd op de zeven vrije kunsten. Het geestelijk leven stond volledig in de dienst van God en de katholieke kerk (=theocentrisme) In de volksgeloven waren nog wel overblijfselen van de heidense geloven terug te vinden.



Kunst

Middeleeuwse kunst was gemeenschapskunst, de naam van de maker was niet zo belangrijker, veel werk is dan ook anoniem. Ook had veel kunst een didactisch karakter, ze wouden normen en waarden overbrengen. De laatmiddeleeuwse kunst is zwaar beïnvloed door de christelijke godsdienst. Door de Vlaamse primitieve was er voor het eerst sprake van diepte en ruimte. Ze streefde realisme na, en werkte met veel details ->olieverf. In het algemeen was de middeleeuwse kunst erg symbolisch, elk detail kon een bepaalde symboliek bevatten.



Romaanse bouwkunst(1000-1300) -> horizontale bouw, kleine binnenruimtes, kleine

ramen en bogen.

Gotische bouwkunst(1200-1500) -> verticale bouw, enorme binnenruimtes, gebruik

van luchtbogen en steunberen, grotere spitstoelopende

ramen die gebrandschilderd waren.

Naast godsdienstige muziek bestonden er ook volksliederen met simpele teksten en melodieën. Ze werden vaak voorgedragen door rondreizende minstreels. Ook ontstond het kunstlied, dit was iets ingewikkelder en werd voorgedragen door troubadours.



Literatuur

De schrijvers van de middeleeuwen mochten niet openlijk kritiek leveren op maatschappelijke problemen, als ze dit wel deden riskeerde ze hun leven. Er is niet veel over van de middeleeuwse literatuur, dit komt omdat er zeer weinig is opgeschreven. Er waren in de middeleeuwen ook weinig boeken in de omloop, ze werden met de hand geschreven op perkament -> manuscript. Vaak werden deze versierd met miniaturen. Deze boeken lagen vaak achter slot en grendel, tot de dertiende eeuw was het bezit van een boek ook verboden. Wel werd er vanaf de twaalfde eeuw steeds meer waarde gehecht aan het kunnen lezen en schrijven. Stillezen kwam niet veel voor in de middeleeuwen, alleen bv in kloosters. Eerder werden verhalen hard op voorgelezen. Zo kennen we ook de sprooksprekes die langs de hoven trok om verhalen voor te dragen. Middeleeuwse schrijvers waren afhankelijk van hun mecenassen (sponsors). Om deze tevreden te houden moesten de schrijvers zich een beetje aanpassen aan de smaak van zijn mecenas. Door de uitvinding van de hoogdruk werd het voor veel meer mensen mogelijk een boek in bezit te krijgen, zogenaamde blokboeken. De eerste boekdrukken met losse letters (1450-1550) heten incunabelen of wiegendrukken. Hierdoor kwam men in contact met de wetenschap en kunst uit de Grieks-Romeinse oudheid -> Renaissance. Plagiaat was in de middeleeuwen heel normaal, en gangbaar.



Proza:

Een van de oudste verhaalvormen is de middeleeuwse ridderroman. Deze waren op rijm geschreven zodat ze makkelijk te onthouden waren -> grotendeels vertalingen van franse heldenzangen (chansons de geste)



Het woord roman komt uit het Frans en betekent; geschreven in het Romaans. Er waren 2 soorten romans

Karelromans (voorhoofse ridderromans)

-> Deze romans waren erg gewelddadig, persoonlijke moed, lichaamskracht en het recht van de sterkste kwamen hier telkens in naar boven. De vrouwen hadden een kleine rol en werden slecht behandeld. Centraal staat Karel de Grote

Arthurromans (nahoofse ridderromans)

-> Deze romans waren juist erg romantisch, de vrouwen werden met respect behandeld. De rider vocht in haar eer. Centraal hierin staat Koning Arthur en zijn ridders van de ronde tafel.

Deze verhalen waren dus al rijmend geschreven. Toen er geen nieuwe ridderlijke motieven kwamen en het analfabetisme afnam werden deze verhalen in proza opnieuw opgeschreven, dit noem je de volksboeken.



Poëzie:

De hoofse poëzie die uit Zuid-Frankrijk kwam, heeft het grootste deel van de middeleeuwse dichtkunst beïnvloed. Vooral op liefdespoëzie, maar je vind deze invloeden ook terug in ridderromans en toneelstukken. Kenmerkend voor deze poëzie is de thematiek van de liefde die niet beantwoord kan worden.



Toneel:

Het middeleeuwse toneel bestond uit religieuze spelen, hoofse toneelstukken en kluchten. De oorsprong hiervan ligt in de Germaanse en Keltische voorgeschiedenis en in de Romeinse cultuur. De luchtige spelen naar het voorbeeld van de Romeinen werd niet door de kerk geaccepteerd. Dit toneel zou alleen maar leidden tot zonde. Het werd dan ook verboden. Dit is vreemd als je bedenkt dat in de vroege middeleeuwen de kerk het toneel juist een impuls heeft gegeven. Door de kerk werden er op pleinen zogenaamde mirakelspelen en mysteriespelen (waarin geloofswaardigheden centraal staan) gehouden. Heel veel van de toneelstukken zijn bewaard gebleven.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.