Ethiek = wetenschap die zich bezig houdt met goed en kwaad. Jij moet leren wat goed of fout is en daar een mening bij hebben met argumenten voor.

Normen => wet, regels
Waarden => die zaken die je belangrijk vind in je leven (1 woord):

  • Vriendschap
  • Eerlijkheid
  • Vrijheid

2.2 Optiek = invalshoek waar mee je naar de werkelijkheid kijkt. Dat doe je vanuit verschillende invalshoeken à perspectief.

Verschillende optieken:

  • Wettelijke optiek
  • Medische optiek
  • Historische optiek
  • Ethische optiek

2.3 Ethische optiek

Bij ethische optiek gaat het om 3 kernbegrippen:

  1. Goed
    = menswaardig zijn à communicatie
  2. Behoren
    = doen à 2 manieren:
    1. Normatief = zo wil ik dat de samenleving eruit hoort te zien (waarde(n))

2.Empirische = feitelijk, hoe het eruitziet

  1. Handelen
    = niet alleen denken, (je moet je verstand gebruiken)
    doen à praktijk gericht

Visie = standpunt, mening

2.4 Verantwoordelijkheid
Het begrip verantwoordelijkheid heeft meerdere betekenissen:

  • Rekenschap geven over je gedrag à achteraf leg je je gedrag (spijt)
  • Rechten en plichten à b.v. taak
  • Deugdzaam mens à karakter trek à menswaardig wilt zijn, goed mens wilt zijn

Wie is verantwoordelijk?
(Actoren)
= jij (individueel)
= groep

Voorwaarden =

  1. Vrij zijn
  2. Kennis hebben over / als je op de hoogte bent van iets
  3. Vaardigheden hebben om invloed uit te oefenen

 

 

  1. Ethiek als wetenschap
  • Instrumentele waarde à geen waarde op zich, maar helpt de intrinsieke waarde, geen doel op zich.
  • Intrinsieke waarden à hoogste waarde, daar gaat ’t om, doel op zich

Waarde / principe in je leven

Fundament nu in je leven: bijvoorbeeld à vrijheid, vriendschap, gezondheid, out of the box denken

Moraal = geheel van normen en waarden die we zelf, bedrijf (school) … in de samenleving hebben.

Ethiek als wetenschap = het kritisch nadenken over de moraal

  1.  

Ethische absolutisme = universeel geldende waarden en normen

Ethisch relativisme = hierbij is de moraal afhankelijk van een aantal factoren à

  1. Plaats
  2. Omstandigheden
  3. Sociale groep (vriendengroep, rijke + arme mensen)
  4. Tijd

4,2 Gevolgenethiek
Ethische visies
= opvattingen over hoe wij ons behoren te gedragen. Gevolgenethiek = je kijkt bij het zoeken van een ethische oplossing naar de gevolgen. Het gaat hierbij niet om de bedoeling, maar om het objectieve gevolg van de daad. Resultaat à centraal.

  • Hedonisme = een ethische visie die er vanuit gaat dat die beslissing of handeling ethisch juist is die in zijn gevolgen het meest genot oplevert.
  • Eudemonisme = borduurt verder op een aantal inzichten van het hedonisme. Belangrijks verschil à het woord ‘lust’ wordt vervangen door het woord ‘geluk’
  • Utilisme = een ethische theorie die er van uit gaat dat die handeling of beslissing ethisch juist is die in zijn gevolgen het meeste nut oplevert.

4.3 beginselethiek
Beginselethiek
=een bepaald beginsel wordt als uitgangspunt genomen voor de ethische beoordeling. Bij de benadering of oplossing van een ethisch probleem dient steeds recht gedaan te worden aan een bepaald beginsel. 

  • Kant: benadrukt dat we de kwaliteit van ons ethisch handelen niet moeten beoordelen naar het resultaat van de handeling of de handeling zelf.
  • Echt ethisch handelen kan volgens Kant alleen maar op basis van de menselijke vrijheid. à De mens kan keuzes maken: kiezen tussen het goede en het kwade.
  • Een handeling is pas echt ethisch goed als zij geschiedt uit plichtsbesef. à je instelling behoort te zijn om bewust het juiste te doen. je kunt hierbij onderscheid maken tussen:
  1. handelen uit ‘plicht’ à de mens handelt om het goede te doen, ook al gaat dit ten koste van ons eigen belang.
  2. handelen uit ‘neiging’ à de mens handelt uit eigen belang.
  • Kant hanteert 1 centraal beginsel: waardigheid van de menselijke persoon à je mag de ander nooit uitsluiten als middel gebruiken, maar ook steeds als doel in zichzelf. Als je ooit twijfelt wat je moet doen, denk dan: ‘’wat gij niet wilt wat u geschiedt, doe dat ook de ander niet.’’

4.4 deugdenethiek
Deugdenethiek
= de gezindheid van degene die handelt staat centraal. De bedoelingen en de motieven behoren goed te zijn.
Deugden = kwaliteiten die een mens tot een goed mens maken.

4.5 christelijke ethiek
christelijke ethiek bestaat niet. (verschillende opvattingen)
Hoe komen we wel aan waarden?

  • Normen (waarden) rechtstreeks uit de bijbel
  • Is niet meer van deze tijd, komt uit hele andere periode
  • Boek is geschreven door MANNEN
  • Kan voor nu geen maatstaf meer zijn
  • Perspectief komt uit de bijbel
  • Belangrijke gedachte
  • Denkrichtingen komen uit de bijbel
  • Levensbeschouwelijke kaders komen uit de bijbel
  • Je laat je inspireren door de bijbel

 

 

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.