Herodotos: CE 2001

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 6040 woorden
  • 27 mei 2001
  • 41 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 41 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Samenvatting CE 2001 Herodotos: Aan de macht

A Thematiek en pensum

1 Thematiek

Op het ogenblik lijken we het einde van de politieke ideologieën te beleven. In deze politieke constellatie is het interessant te kijken naar de manier in het antieke Griekenland tegen het politieke bedrijf werd aangekeken.
Het pensum beoogt een kennismaking met in het (vroeg) klassieke Griekenland voorkomende staatsvormen (vooral alleenheerschappij en democratie). Wat zijn de positieve en negatieve kanten van deze staatsvormen, hoe verhouden theorie en praktijk van de politiek zich tot elkaar? De centrale tekst is de Historiën van Herodotos. Dit geschiedwerk biedt een rijke illustratie van al deze staatsvormen, inclusief de oosterse varianten van alleenheerschappij, gezien door de bril van een vijfde-eeuwse Griekse intellectueel.

2 Pensum

Introductie Herodotos

Prooimion
Grieks I.0 (38)
Herodotos uit Halikarnossos schrijft dit verslag, zodat de dingen die door toedoen van mensen gebeurd zijn niet vergeten worden.

Alleenheerschappij
A Herodotos
Deïokes
Een voorbeeld van alleenheerschappij met positieve kanten (de keuze voor Deïokes als heerser is gebaseerd op een duidelijk criterium: zijn rechtvaardigheid) en negatieve kanten (Deïokes’ alleenheerschappij betekent en verlies van vrijheid voor de rest; Deïokes rechtvaardigheid staat in dienst van zijn machtsstreven; zijn regering creëert bewust afstand tussen heerser en burger).

Vertaling I.95 (41)

Herodotos zegt het verhaal van Kyros te gaan beschrijven. Hij zal gaan beschrijven hoe de Perzen de macht hebben gekregen in Centraal-Azië. Als eerste kwamen de Meden in opstand tegen de Assyriërs.

Grieks I.96-97(41,42)
Deïokes werd rechter in zijn eigen dorp, terwijl er wetteloosheid was in heel Medië. De mensen in geheel Medië vroegen Deïokes rechter te zijn. Deïokes was veel rechter, maar hij hield ermee op, omdat hij zijn eigen belang verwaarloosde. Nu kwam er weer wetteloosheid en de mensen besloten een koning over zichzelf aan te stellen.

Vertaling I.98-100 (42 t/m 44)
Deïokes werd aangesteld als koning. Er werd een verblijf voor hem gebouwd en er werd een hoofdstad gesticht (Egbatana) met zeven ringmuren. Het hofceremonieel werd ingesteld, zodat niemand jaloers kon worden. De wetgeving werd ten strengste nageleefd.

Amasis
Een voorbeeld van onorthodoxe maar succesvolle alleenheerschappij. Amasis’ ontspannen opvatting van zijn positie leidt tot voorspoed in Egypte (en zijn eigen behoud).
Relevantie: heerser dicht bij het volk (denk aan moderne koningshuizen).

Vertaling II.161 (49)
Apriës is de koning van Egypte. Het zou slecht met hem aflopen (hybris). Het volk kwam in opstand nadat Apriës een nederlaag had geleden tegen de Kyreneeërs.

Grieks II.162-163 (49 t/m 51)
Apriës zond Amasis naar het volk en het volk kroonde Amasis tot hun koning. Apriës zond nu Patarbemis naar Amasis, maar Amasis wilde niet met hem meegaan. Hij vertelde hem dat hij wilde optrekken tegen Apriës. Patarbemis kwam terug bij Apriës, omdat hij Amasis niet meebracht, werden zijn oren en neus afgesneden. De rest van het volk liep toen ook over naar Amasis. Apriës trok nu op tegen Amasis met een huurleger (en hij verloor de veldslag).

Grieks II.172-173 (51 t/m 53)
Amasis werd koning. De Egyptenaren verachtten Amasis. Toen maakte Amasis een gouden beeld uit een waskom, die waskom werd vereerd en Amasis sprak tegen de Egyptenaren. Het volk had nu ook ontzag voor Amasis. Amasis deed ’s ochtends de staatszaken, maar ’s middags bedrok hij zichzelf, omdat de boog niet altijd gespannen moet zijn.

Vertaling II.177 (53)
Egypte is onder leiding van Amasis erg rijk geworden, onder andere door de verplichte belastingbetaling.

Polykrates
De val van de alleenheerser Polykrates toont de fatale gevolgen van te grote gehechtheid aan macht en geld.
Relevantie: val van absolute vorsten en dictators.
Grieks III.39-43 (54 t/m 57)
Polykrates verkreeg Samos door een coup te plegen. Hij sloot vriendschap met Amasis. De macht van Polykrates bereidde zich snel uit, want alles liep voor hem succesvol af. Hij roofde en plunderde. Amasis schreef Polykrates een brief, omdat hij zich zorgen maakte dat Polykrates zo succesvol was, omdat het goddelijke jaloers was. Dat wat Polykrates het meest waard was, moest hij weggooien. Polykrates vond een ring die hem veel waard was en hij gooide deze in zee. Een visser bracht Polykrates later een vis en in die vis zat de ring. Deze gebeurtenissen schreef Polykrates aan Amasis. Amasis las dit en hij maakte een einde aan de vriendschap met Polykrates, omdat datgene wat gaat gebeuren niet veranderd kan worden.

Grieks III.120-125 (59 t/m 62)
Oroites was een Pers, die aangesteld was over Sardes. Hij wilde (zonder reden) Polykrates te gronde richten. Mitrobates had namelijk tegen Oroites gezegd dat Oroites niet dapper was. Oroites stuurde een bode naar Samos, maar Polykrates sprak niet tegen de bode, want of hij minachtte Oroites of er was sprake van toeval. Oroites stuurde nu Myros naar Polykrates, Myros zei Polykrates dat Oroites wist van de plannen van Polykrates om over de zee te heersen. Oroites zei dat als Polykrates hem in veiligheid zou brengen (voor Kambyses), hij een deel van zijn bezittingen zou krijgen. Polykrates stuurde Maiandros naar Oroites die de bezittingen ging controleren. Oroites vulde acht kisten met stenen en een klein laagje goud. Maiandros zag het goud en dat berichtte hij aan Polykrates. Polykrates ging naar Oroites, hoewel zijn ziener en zijn dochter (die een droomgezicht gezien had, waarin Polykrates gewassen werd door Zeus en gezalfd door Helios). In Magnesia aangekomen kwam Polykrates om. Oroites stak Polykrates op een paal. De Samiërs liet hij gaan en de slaven en vreemdelingen hield hij als krijgsgevangenen. De voorspelling van Amasis kwam uit.

Dareios
De manier waarop Dareios koning wordt (een mengeling van list en bedrog) illustreert de willekeur waardoor alleenheersers soms aan hun positie komen.
Relevantie: erfelijke monarchie versus gekozen president.
Vertaling III.84-87 (63,64)
De mannen gaven Otanes, die zich teruggetrokken heeft voor het koningsschap, bepaalde voorrechten. De mannen spraken af dat die man koning zou worden wiens paard na zonsopgang het eerst zou hinniken. Dareios ging naar zijn paardenknecht Oibares. Oibares maakte een plannetje: hij bond de merrie van Dareios vast aan de rand van de stad en hij liet de hengst van Dareios enkele keren om de merrie heen lopen. Daarna liet hij de merrie dekken. Toen de mannen gingen rijden door de voorstad en de hengst van Dareios bij de plek kwam waar de merrie de vorige nacht vastgebonden was, begon hij te hinniken. Tegelijkertijd kwamen er donder en bliksem bij heldere hemel. Een andere versie zegt dat Oibares een paar maal over de geslachtsdelen van de merrie gewreven hebben. Bij die geur begon de hengst van Dareios te hinniken.

Kleomenes
Een positief voorbeeld van alleenheerschappij: de Spartaanse koning Kleomenes laat zich niet tot een onverstandig besluit verleiden.

Vertaling V.49 (65 t/m 67)
Dit is een gesprek tussen Kleomenes en Aristagoras, de tiran ven Milete. Aristagoras bracht een gouden landkaart mee naar Sparta. Hij vraagt Kleomenes of hij de Ioniërs wil bevrijden van de slavernij. Hij zou daarvoor tegen de Perzen moeten vechten, maar die zijn gemakkelijk te verslaan. De Perzen zijn heel rijk, tot aan Sousa toe. Dit was het verhaal van Aristagoras.

Grieks V.50-51 (67,68)
Twee dagen later vroeg Kleomenes aan Aristagoras hoe lang het reizen was naar Sousa en Aristagoras antwoordde drie maanden en Kleomenes stuurde Aristagoras weg uit Sparta. Aristagoras nam een smekelingenstaf en ging naar het huis van Kleomenes. Daar was ook de dochter van Kleomenes: Gorgo. Aristagoras bood vijftig talenten voor Kleomenes, maar Gorgo zei dat haar vader ten gronde gericht zou worden als hij op het aanbod in zou gaan. Kleomenes was blij en Aristagoras ging voorgoed weg uit Sparta.

Kypselos en Periandros
Twee voorbeelden van de afschrikwekkende kanten van de alleenheerschappij.
Relevantie: moderne dictators.

Grieks V.90-92 (69 t/m 76)
De Atheners bereiden zich voor op wraak tegen Aigina. Ondertussen kregen zij last van een zaak: de Spartanen hadden gastvrienden (de Peisistratiden) verdreven door valse orakelspreuken. Er zouden hen vreselijke dingen gebeuren volgens de orakelspreuken van de Pythia door toedoen van de Atheners. Kleomenes kreeg de orakelspreuken van de Peisistratiden in handen op de Akropolis. De Atheners werden groot en de Spartanen zagen dat, dus vonden ze dat er een tiran moest komen in Athene zodat het Attische volk zwak werd gehouden. De Spartanen ontboden Hippias. Er kwamen vele bondgenoten, waaronder Hippias. De Spartanen willen de fout herstellen die ze gemaakt hebben (namelijk dat Athene groot en machtig is geworden). Ze willen Athene teruggeven aan Hippias. De bondgenoten wilden dit niet. Sokleës zei dat alles verkeerd zou gaan als er een tiran zou komen. Als de Spartanen de tirannie goed vinden, zouden ze over zichzelf ook en tiran aan moeten stellen. Bij de Korinthiërs was er een oligarchie, de Bakchiaden bestuurden de stad en ze trouwden onderling. Labda trouwde met Eëtion (een Lapithe), maar hij kreeg geen kinderen van haar. Hij ging naar Delphoi en de Pythia zei dat Labda een rollende steen zou baren die de alleenheersende mannen en Korinthe zou straffen. De Bakchiaden hadden eerder een ander orakel gehad dat zei dat een adelaar op de rotsen zwanger is die zal een leeuw baren die van velen de knieën slap zal maken. De mannen wilden nu het kind dat Labda zou baren, doden. Tien mannen gingen naar haar toe en ze vroegen om het kind, ze hadden afgesproken dat de eerste die het vast zou houden, het zou doden. Door een goddelijk toeval lachte het kind en niemand doodde het. De mannen besproken dat ze opnieuw naar het kind zouden vragen en het dan wél zouden doden, maar Labda hoorde dit en zij verstopte het kind in een kist. De mannen zochten het kind, maar ze vonden het niet. Ze gingen weg. Het kind werd groot en hij kreeg de naam Kypselos. Kypselos ging naar Delphoi voor een orakel en de Pythia zei dat hij en zijn kind koning van Korinthe zouden worden. Kypselos werd tiran en hij was een geducht heerser. Na dertig jaar nam zijn zoon Periandros de alleenheerschappij over. Nadat Periandros contact kreeg met Trasyboulos werd hij nog bloeddorstiger dan Kypselos. Periandros zond een bode naar Trasyboulos. Hij nam de bode mee buiten de stad en hij trok de aren die erboven uitkwamen eruit. Periandros begreep dat hij de bovenlaag van de stedelingen moest doden. Op één dag kleedde hij alle vrouwen van de Korinthiërs uit vanwege Melissa, zijn eigen vrouw. Hij was namelijk een onderpand kwijt en Melissa (ze was dood) wilde hem niet vertellen waar het lag. Hij had gemeenschap met haar gehad nadat ze dood was en daarom had ze het koud. Melissa vertelde nu waar het onderpand lag. Zo is nu de alleenheerschappij. De Korinthiërs verbaasde zich dus waarom de Spartanen Hippias als tiran aan wilden stellen.

B Andere auteurs
Sophokles, Antigone
Ontspoorde alleenheerschappij.
Verzen 162-210, 638-723 (81 t/m 81)
Koning Oidipous is uit Thebe vertrokken. Zijn zoons Eteokles en Polyneikes maken ruzie over de troonopvolging, ze sterven in gevecht met elkaar. Kreon, de broer van Oidipous’ vrouw Iokaste wordt nu koning. Kreon beslist dat Polyneikes niet begraven mag worden, omdat hij het algemeen belang van de stad schaadde en daardoor een slecht bestuurder zou zijn. Eteokles was een voorvechter van de stad en heeft recht op een begrafenis, maar Polyneikes kwam uit ballingschap terug om zijn geboorteland plat te branden.
De zus van Polyneikes en Eteokles Antigone acht de geboden van de goden hoger dan het bevel van Kreon en ze begraaft Polyneikes. Kreon wil Antigone doden, maar zijn zoon Haimon (de verloofde van Antigone) komt haar verdedigen. Hij zegt dat datgene wat Antigone gedaan heeft eigenlijk het hoogste lof verdient. Hij zegt dat ook zijn vader fouten mag maken, maar die ook toe moet geven. Hij pleit voor vrijheid van meningsuiting.

Aristoteles, Atheniensium Respublica (Staatsinrichting der Atheners)
Bloei en verval van een tiran (Peisistratos).
Vertaling XV-XX (85 t/m 92)
Er heerst in Athene een controverse tussen de partijen van Megakles (de kust) en Lykourgos (de vlakte). Peisistratos maakt een nieuwe partij (het binnenland). Hij grijpt door een list de macht. De andere partijen verdrijven Peisistratos, maar ze kunnen iet lang samenwerken. Megakles (een Alkmeonide) roept de hulp van Peisistratos in en hij brengt hem aan de macht. In ruil daarvoor trouwt Peisistratos met de dochter van Megakles, maar hij vervult zijn huwelijkse plichten niet.
Na zeven jaar wordt hij opnieuw verbannen, omdat hij bang was geworden voor beide partijen. Hij verkreeg een leger en hij veroverde de stad opnieuw en werd tiran. Hij ontwapende het gehele volk.
Peisistratos was een kalm en goed bestuurder. Hij verspreidde de bevolking over het land als boeren. De Atheense wet was dat degene die een greep naar de macht doet, zijn burgerrechter verliest.
33 jaar nadat hij voor het eerst aan de macht was gekomen, stierf Peisistratos. Na zijn dood hadden zijn zoons de macht in handen, dit waren Hipparchos en Hippias. Hippias was de beste staatsman. Harmodios (die Hipparchos had afgewezen) en Aristogeiton raakten geïrriteerd en de doodden Hipparchos. Zelf werden Harmodios en Aristogeiton ook gedood, maar eerst beschuldigde Aristogeiton de vrienden van de alleenheerser.
Hippias nam wraak voor zijn broer en de alleenheerschappij werd veel harder. Hij werd door Kleomenes verdreven: de Pythia drong de Spartanen op Athene te bevrijden en de Spartanen verdreven de Peisistratiden.
Er stonden nu twee partijen tegenover elkaar: Isagoras (tiran) en Kleisthenes (een Alkmeonide). Isagoras vroeg om de hulp van Kleomenes en ze verdreven samen 700 Atheense families, maar de Atheners verdreven hen uit de stad.

Democratie
A Herodotos
Atheense volk
Een negatief voorbeeld van democratische besluitvorming.
Relevantie: zijn democratisch genomen beslissingen ook altijd de beste?
Grieks V.97 (78)
De bondgenoten willen niet dat de Spartanen tirannieën vestigen in de Griekse steden. Hippias gaat naar de Perzische koning Artaphernes en daar maakt hij de Atheners zwart. Artaphernes raadt de Atheners aan Hippias terug te nemen, dit doen ze niet. Op dat moment komt de Milesiër Aristagoras aan in Athene.
Aristagoras zei tegen het Atheense volk dezelfde dingen die hij gezegd had tegen de Spartanen over de oorlog in Azië. Hij zei ook dat de Milesiërs kolonisten waren van de Atheners. Aristagoras kon 30.000 Atheners om de tuin leiden en ze stuurden twintig schepen als hulp voor de Ioniërs, waarop ze Melanthios als strateeg hadden aangesteld.

Miltiades
Het einde van Miltiades toont de harde of juist goede kanten van de democratie: leider aangesproken op verantwoordelijkheden.
Relevantie: verantwoordelijkheden van politici.
Grieks VI.132-136 (94 t/m 98)
Miltiades is één van de tien strategen en hij weet zijn mening door de drukken dat de Atheners meteen moeten aanvallen in de oorlog met de Perzen (490 v.Chr.).
Miltiades had een goede reputatie gekregen bij de Atheners. Hij vroeg geld en een leger aan de Atheners en hij voer naar Paros. Hij had een persoonlijke wrok tegen een Pariër: Lysagoras, maar hij zei dat de Pariërs begonnen waren met optrekken samen met de Perzen. Hij belegerde de Pariërs, maar de Pariërs wilden geen geld geven aan Miltiades. Ze bouwden de muur van de stad waar hij zwak van gedurende de nacht telkens twee keer zo hoog op.
Een krijgsgevangen vrouw (Timo) kwam met Miltiades praten, ze was onderpriesteres. Zij raadde hem aan naar het tempelgebouw ban Demeter te gaan en daar wat dan ook te doen. Hij snelde terug en hij haalde zijn dijbeen open. Hij was er slecht aan toe en de schepen voeren terug naar Athene. Het eiland was verwoest, maar er niet bij verworven. De Pariërs wilden Timo straffen, maar Pythia zei dit niet te doen, omdat zij voor Miltiades een rampengids was.
Xanthippos klaagde Miltiades aan wegens misleiding van de Atheners. Hij kon zichzelf niet verdedigen, omdat zijn dijbeen aan het rotten was. Zijn vrienden verdedigden hem en hij moest 50 talenten betalen. Hij stierf en zijn zoon Kimon betaalde de talenten 50 volledig.

B Andere auteurs
Aristophanes, Ridders
De negatieve kanten van democratie: politici zijn omkoopbaar, demagogie.
Verzen 1-497 (100 t/m 125)
De Atheense troepen belegeren Pylos op de Peloponnesos (425). De Spartanen kunnen Pylos niet bevrijden, maar de Atheners kunnen Pylos ook niet innemen. Kleon wordt door de Atheners als nieuwe generaal gestuurd. Hij is van lage komaf en zijn vele roem valt niet goed bij de aristocraten (de ridders).
In de komedie De Ridders (424) van Aristophanes wordt de strijd om de gunsten van het volk beschreven. Demosthenes en Nikias zijn twee generaals. Schobbejak is Kleon. Baas Volk is het Atheense volk.
Demosthenes en Nikias mopperen op Schobbejak, omdat hij hen zwart maakt! Schobbejak heeft namelijk Baas volk in zijn zak. Demosthenes en Nikias willen weglopen. Ze gaan een plan bedenken. Schobbejak had en orakel gehad dat zegt dat hij als topfiguur zal verdwijnen. Een worstverkoper zal daarna het volk leiden. Zij zoeken een worstverkoper, maar hij wil niet. De koorleider (het leger) komt op en wil Schobbejak vernietigen. De worstverkoper en Schobbejak maken ruzie, het koor helpt de worstverkoper. Schobbejak wil de worstverkoper omkopen, maar hij gaat daar niet op in. Schobbejak gaat woedend naar de Raad om de worstverkoper aan te klagen. De worstverkoper gaat hem achterna. Beiden gaan af.

Euripides, Smekelingen
Theseus verdedigt democratie tegenover alleenheerschappij.
Verzen 399-462 (126 t/m 128)
Een bode uit Thebe komt naar Athene. Hij raakt in discussie met Theseus, de koning van Athene.
De bode heeft een bericht van Kreon voor de heerser van de stad. Theseus vindt dat Athene geen heerser heeft, de stad is vrij. De bestuurders worden gekozen, maar volgens de bode is dit niet goed, omdat het volk te afwisselend is. Het is volgens hem niet goed voor de bovenlaag van de bevolking als een boer geen aandacht kan geven aan staatszaken. Volgens Theseus is er bij een tiran ongelijkheid, omdat de tiran zelf de wetten maakt. Een tiran doodt zijn vijanden, die goed zijn voor de stad. De mensen werken niet meer voor hun gezin, maar voor de tiran.

Thoukydides, Historiën
De theorie en praktijk van de Atheense democratie (dialoog van de Meliërs).
Vertaling I.75 (129)
Gezanten uit diverse steden komen bijeen in Sparta om hun klachten tegen Athene te uiten. De Spartanen moeten Korinthe te hulp komen in geval van nood, dus moeten ze snel actie ondernemen tegen Athene. De Atheners zeggen dat een oorlog tegen Athene gevaarlijk is voor de Spartanen, omdat Athene heel sterk is:
De bondgenoten kozen Athene om de Perzen te verjagen en ze deden dit uitstekend. De Atheners voerden hun hegemonie op en ze werden gevreesd.
Vertaling V.84-116 (130 t/m 137)
De Meliërs weigeren zich aan te sluiten bij Athene, tijdens de Atheense oorlog met Sparta.
Aanvankelijk bleven de Meliërs neutraal, maar later raakten zij in strijd. De Atheeense gezante spreken tegen de kleine raad van de Meliërs.
Atheners: De onderhandelingen geschieden niet met het gehele volk. Onderbreek ons als wij iets zeggen waarmee u het niet eens bent.
Meliërs: Een goed voorstel. Voor ons wacht of de oorlog of de slavernij.
Atheners: Laten w spreken als het uw bedoeling is te beraadslagen over het behoud van uw stad.
Meliërs: Laten wij zo spreken over ons behoud.
Atheners: Wij hebben recht op alleenheerschappij, omdat wij de Perzen hebben vernietigd. U moet niet zeggen dat u ons geen onrecht heeft aangedaan, ondanks u een bondgenoot van Sparta bent. Wij moeten beiden bereiken wat in onze macht ligt, maar wij zijn sterker en u moet het zich laten welgevallen.
Meliërs: Voor wie ooit in gevaar is geldt rechtvaardigheid, dit is ook in uw eigenbelang voor als u ooit ten val komt.
Atheners: Wij maken ons geen zorgen over het eind van onze heerschappij. De onderdanen zijn een schrikbeeld. Wij wensen dat u gespaard blijft en dat wij makkelijk de heerschappij over u verkrijgen.
Meliërs: Hoe kunnen wij ervan profiteren slaven te worden?
Atheners: U bespaart ons leed en uzelf van vernietiging.
Meliërs: U aanvaardt het niet als wij neutraal blijven?
Atheners: Nee, want uw vriendschap is een bewijs van onze zwakheid voor onze onderdanen.
Meliërs: Zijn voor uw onderdanen onderworpenen anders dan zelfstandigen?
Atheners: Wij zouden zelfstandigen dan niet aanvallen, omdat wij vrezen. Door uw onderwerping draagt u bij aan uitbereiding en tot zekerheid in onze heerschappij.
Meliërs: U maakt zo alleen maar uw vijanden sterker en maakt de neutralen tot vijanden.
Atheners: Onafhankelijke eilandbewoners zullen ons in onbezonnenheid in een gevaar storten.
Meliërs: Zou het voor ons niet een zwakheid zijn alles te wagen ons niet te laten overheersen?
Atheners: Het is geen wedstrijd in dapperheid, maar u beraadslaagt over uw eigen bestaan.
Meliërs: Als wij terstond wijken is er geen hoop meer voor ons, zolang wij handelen is er nog hoop.
Atheners: Hoop brengt schade, maar vernietigt niet. U kunt al uw bezit verliezen als u zich niet onderwerpt.
Meliërs: Wij vertrouwen op de goden, dat wij geen nederlaag zullen lijden. U bent onrechtvaardig, Sparta zal ons helpen.
Atheners: Wij weten dat de mensen heersen waarover zij macht hebben wij weten dat de goden ons zullen helpen. De Spartanen zijn niet trouw aan hun bondgenoten, dus wacht niet op hun hulp.
Meliërs: Uit eigenbelang zullen de Spartanen hun bondgenoten niet weggeven.
Atheners: De Spartanen wagen niet veel: voor hen is eigenbelang niet verbonden met veiligheid.
Meliërs: Wij wonen dicht bij de Peloponnesos en door stamverwantschap zullen de Spartanen ons helpen.
Atheners: De Spartanen zullen niet oversteken naar een eiland, omdat wij de zee beheersen.
Meliërs: Zij zullen anderen kunnen sturen of u over land aan kunnen vallen.
Atheners: Wij hebben nooit een beleg opgebroken uit vrees voor anderen. Uw sterkste argumenten zijn hoopvolle verwachtingen. Acht het geen schande voor de grootste stad te zwichten en behoudt uw stad.
De Atheners trekken zich terug uit de bespreking. De Meliërs besluiten zichzelf te verdedigen, hoewel ze ook vrienden willen zijn.
Atheners: U zet alles op het spel en u zult alles verliezen.
De Atheners bouwden een muur rondom de stad, een deel van het leger belegerde de stad. De Meliërs vielen de Atheense muur aan en ze haalden koren binnen de stad.
De volgende winter namen de Meliërs een deel van de muur in. Philokrates kwam uit Athene en de Meliërs gaven zich over. De Atheners vermoorden alle mannen en ze verkochten de vrouwen en kinderen als slaven.

Debat over de beste staatsvorm
A Herodotos
Perzisch debat over de beste staatsvorm: democratie, oligarchie of monarchie.
Vertaling III.80-83 (138 t/m 140)
De mannen die de regering van de Magiërs omver geworpen hadden, bespraken de beste staatsvorm. Otanes vindt dat alleenheerschappij niet goed is, omdat alleenheerser geen verantwoording hoeft af te leggen. Zo zijn er jaloezie (aangeboren) en machtsmisbruik. Als het volk zou regeren, zijn er gelijke rechten voor allen.
Megabyzos zag de macht in handen van de oligarchen. Niets is zo grillig als de massa, het volk kan niet zelf nadenken. Er moet een groep van beste mannen samengesteld worden en zij moeten de macht krijgen.
Dareios vindt dat de monarchie de voorkeur heeft, omdat hij het volk feilloos zal besturen en geheimen bij hem het best bewaard zijn. Oligarchie leidt tot persoonlijke vijanden, die leiden tot conflicten. Bij democratie dringt criminaliteit door tot het gehele volk.
De overige vier mannen kiezen voor de alleenheerschappij zoals Dareios die bracht. Otanes trekt zich terug uit de strijd om de macht, hij wil niet overheersen en niet overheerst worden. Zijn familie heeft tot aan vandaag haar zelfstandigheid behouden in Perzië.

B Andere auteurs
Polybus, Historiën
Vertaling VI.3-4 (141,142)
Het is niet mogelijk de actuele situatie in de Romeinse staat te beschrijven, noch de toekomst te vorspellen. Er is daarom behoefte aan nauwkeurig onderzoek. Er zijn drie staatsvormen: koningschap, aristocratie en democratie. De beste staatsvorm is de vorm die is samengesteld uit variëteiten. Ook zijn er alleenheerschappijen, tirannieën en oligarchieën.
Een monarchie is alleen een koningsschap als deze door de mensen geaccepteerd wordt. Een oligarchie is alleen een aristocratie als deze door de verstandigste en rechtvaardigste mannen geregeerd wordt. Als de mening van de meerderheid van het volk wint, is de staatsvorm van dat volk een democratie. Er zijn dus zes staatsvormen: (koningschap, aristocratie en democratie) monarchie, oligarchie en ochlocratie. Een monarchie ontstaat van nature en daaruit ontstaat een koningschap. Een slechte vorm hieruit is de tirannie, waaruit weer een aristocratie groeit. Als deze is overgegaan in een oligarchie en de massa de leiders heeft aangevallen, ontstaat een democratie. Als deze de wetten overtreedt, ontstaat een ochlocratie.

Cicero, De Re Publica
Vertaling I.42-45 (143 t/m 145)
Wanneer de staatsmacht aan één persoon toebedeeld wordt, is die persoon koning. Ook kan de staat geregeerd worden door een willekeur van de bovenlaag van de bevolking. Als alles in de handen van het volk gelegen is, is de staatsgemeenschap democratisch. Als er geen onrechtmatigheden of hebzucht is, kan elk van deze vormen verdraagbaar zijn.
Bij een koninkrijk of oligarchie is het volk te veel betrokken bij de staatsmacht en bij een democratie juist te veel.
Deze soorten zijn stuk voor stuk onderhevig aan fouten. Een koning kan van karakter veranderen en slecht worden. Het staatsbestuur kan zijn voor de kliek van Dertig.
De bestuursvorm die het beste is, is een mengvorm van de eerder genoemde bestuursvormen.
Vertaling I.68 (145,146)
Uit een koning kan een tiran ontstaan, zodat het vrije volk slaaf wordt. Zo veranderen alle dingen waar ‘te’ voor staat, vooral met het staatsbestel uit opperste vrijheid. Zodat slavernij ontstaat. Deze tiran krijgt militaire volmachten. Als de bovenlaag van de bevolking de macht krijgt, kan het goed komen, maar dan moeten dit wel sterke mannen zijn.


B Tekstsoort en communicatieve situatie

1 Genre

De Historiën zijn het oudste Griekse geschiedwerk en om die reden is Herodotos ‘vader van de geschiedschrijving’ genoemd (door Cicero). Het is ook het oudste omvangrijke werk in proza. Zowel de titel (Historiën) als de indeling in negen boeken stammen van later tijd. Herodotos stond in de traditie van de logografen. (letterlijk: prozaschrijvers), die verhandelingen schreven op het gebied van de genealogie, etnografie en geografie. De belangrijkste van deze logografen was Hekataios van Milete, een oudere tijdgenoot van Herodotos.
Het onderwerp van de Historiën is de opkomst van het Oosters imperialisme, uitmondend in de gewelddadige confrontatie tussen Grieken en niet-Grieken. Het vernieuwende van dit werk is onder andere gelegen in het feit dat Herodotos niet een lokale geschiedenis schrijft, maar een universele. De hele hem bekende wereld komt – voor zover op de een of andere manier betrokken bij zijn thema – aan bod.
Een ander belangrijk kenmerk van Herodotos’ geschiedverhaal is zijn belangstelling voor de wisselvalligheid van het menselijk bestaan: wat klein is kan groot worden en wat groot is vervalt gemakkelijk weer tot kleinheid. Een belangrijke rol bij deze wisselvalligheden speelt de hybris, het overstijgen van de menselijke maat. Deze leidende gedachte is a fortiori van toepassing op staatsvormen en heersers.
Op vele plaatsen in zijn werk maakt Herodotos opmerkingen over zijn historische methode. Bij zijn ‘onderzoek’ (ίstορίη) hanteert hij drie instrumenten: ´όψιs (het zien), aκοή (het horen) en γνώµη (het redeneren). Dus in plaats van zijn informatie kant en klaar van de Muzen te ontvangen, zoals de epische dichter, gaat hij zelf op onderzoek uit. Hij neemt ter plekke waar, legt zijn oor te luisteren bij mensen die iets gezien of meegemaakt hebben of een traditie kennen, en als deze informatiebronnen ontbreken probeert hij tot een reconstructie te komen door middel van redeneringen.
Herodotos is een onderzoeker in de zin dat hij zijn bronnen zoveel mogelijk aangeeft (type: ‘de Perzen zeggen’), verschillende versies van eenzelfde gebeurtenis vermeldt en ook soms zegt dat hij iets niet weet.

2 Tekstsoort

Herodotos’ werk is narratief. Dit betekent dat we te maken hebben met een verteller, de afspiegeling van de historische figuur Herodotos in de tekst. De verteller treedt regelmatig naar voren om zijn mening over zaken duidelijk te maken. Hij vertelt zijn verhaal aan zijn adressaten, een afspiegeling van de historische lezers of toehoorders in de tekst. Deze adressaten blijven vrijwel onzichtbaar. De verteller vertelt over de handelingen van historische personages, die hij veelvuldig aan het woord laat (speeches). Via de personages maken de lezers kennis met de visie van de deelnemers op de gebeurtenissen, of althans met de visie die Herodotos hen toeschrijft; immers, speeches zijn dikwijls een belangrijk middel om zijn eigen interpretatie duidelijk te maken. Dikwijls hebben de woorden van de personen een andere lading voor de aangesprokenen dan voor de lezers, die vaak over meer informatie beschikken (dramatische ironie).

3 De communicatieve situatie

Ten aanzien van het ontstaan ven de publicatie van Historiën beschikken we niet over zekere informatie. Volgens sommigen heeft Herodotos een serie lezingen omgewerkt tot een geschiedwerk, volgens anderen heeft hij vanaf het begin gewerkt aan een monumentaal geschiedwerk. Volgens sommigen heeft hij zijn werk geschreven uit bewondering voor Athene, dat op het moment van schrijven aan kritiek blootstond vanwege zijn imperialistische koers. Volgens anderen het juist de gevaren van ‘imperial overstretch’ waarvoor Herodotos de Atheners wil waarschuwen. Zijn geschiedwerk is vermoedelijk pas na zijn dood gepubliceerd.


C Cultureel-maatschappelijke context van de kernauteur

1 Leven kernauteur

Herodotos is circa 484 v. Chr. Geboren in Halikarnassos, een Griekse kolonie aan de westkust van Klein-Azië. We weten maar weinig over zijn leven. Hij verbleef waarschijnlijk een aantal jaren als balling op het eiland Samos. Hij besteedt in ieder geval veel aandacht aan dit eiland in zijn geschiedwerk. Hij maakte reizen (o.a. naar Egypte en de kust van de Zwarte Zee), waarbij het onduidelijk is in welke hoedanigheid: als handelaar of als onderzoeker. Hij verbleef waarschijnlijk geruime tijd in Athene, waar hij bevriend van met Perikles en Sophokles. Op latere leeftijd vestigde hij zich in Thurii, waar hij stierf rond 425 v. Chr.

2 Historische context

Rond 1000 v. Chr. is er een eind gekomen aan de Mykeense beschaving. Het land is ontvolkt, verarmd en versnipperd in talloze minuscule ‘staatjes’. Er volgen eeuwen van migraties: enerzijds vestigen zich vanuit het noorden Grieks-sprekende volkeren (vooral Doriërs) in Zuid-Griekenland, anderzijds trekken Ioniërs naar Klein-Azië. Attica blijft relatief onberoerd. In deze tijd is de politieke macht in handen van een koning (basileus), die niet meer dan primus inter pares van andere machtige mannen is. Deze vergaderen in een soort raad. Er is ook een vergadering van weerbare mannen, die evenwel niet veel meer kunnen dan met een besluit instemmen of niet.
In de Archaïsche tijd (750-500) zien we de opkomst van de polis: een klein territorium (bijvoorbeeld een bergdal, een kustvlakte, een eiland), waarvan de inwoners zich als autonoom beschouwen en hun zaken regelen vanuit een centrum, vaak maar niet noodzakelijkerwijs een stad, waar de vrije mannen in een volksvergadering bijeenkomen en de aristocratische heren wonen een onderling hun beraad houden. De politieke macht is in handen van de aristocratie, die jaarlijks uit hun midden magistraten kiest. De positie van de aristocratie is gebaseerd op prestige en rijkdom.
In deze tijd neemt de bevolking snel weer toe, wat leidt tot een golf van kolonisatie; nu van de kusten van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. De groeiende handel die het gevolg is van d kolonisatie leidt tot sociale en politieke spanningen binnen de poleis en tussen de poleis onderling: de aristocraten worden rijker en politiek machtiger, terwijl degenen die van de handenarbeid moeten leven, steeds meer economisch afhankelijk van de aristocraten worden. Van deze onrust maken in de loop van de zevende eeuw de zogenaamde turannoi – het woord stamt uit het Lydisch en duidt op personen die op onwettige wijze alleenheerschappij verkregen hebben – gebruik door, waarschijnlijk via militaire coups, de macht te grijpen. Aanvankelijk kunnen deze tirannen rekenen op steun van de niet-aristocratische bevolking, die ze via maatregelen als landverdeling en het instellen van culten en festivals aan zich binden. Na twee of drie generaties heeft de tiran dan ook de massa niet veel meer te bieden en leidt de aversie tegen zijn alleenheerschappij weer tot verdrijving.
Hierna (in de zesde en vijfde eeuw) komen we de volgende staatsvormen in Griekenland tegen:
1 oligarchisch bewind van aristocraten (Korinthe en sommige Klein-Aziatische stadstaatjes)
2 democratie (als eerste in Athene)
3 geheel eigen combinatie van koningschap in Sparta

De basis voor het democratische bestuur in Athene is de dèmos: een dorp of Atheense wijk. De burgers van een deme komen in vergadering bijeen voor het regelen van plaatselijke kwesties, bijvoorbeeld religieuze festivals of ordehandhaving. Alle volwassen mannelijke burgers komen circa tien keer per jaar bijeen in de ekklèsia (volksvergadering). De agenda van de volksvergadering wordt vastgesteld door de boulè (raad). De raad bestaat uit vijfhonderd voor één jaar gekozen mannen. De raad komt heel vaak bijeen. Haar voornaamste taak is het opstellen van preadviezen voor de volksvergadering. De uitvoerende macht is in handen van gedeeltelijk gekozen, gedeeltelijk door loting geselecteerde beambten, vooral archontes en strategoi.
De politieke macht in Sparta is in handen van de ‘raad van ouden’ (gerousia), die uit achtentwintig leden en twee koningen bestaat. De twee erfelijke koningen fungeren in feite alleen als legeraanvoerder in tijden van oorlog. Daarnaast zijn er vijf magistraten (ephoren) en een volksvergadering, die slechts enkele maanden per jaar bijeenkomt.
Hoewel de Griekse stadstaten in Klein-Azië proberen onder het Perzisch bewind uit te komen wegens de zware belastingen die de Perzen hun opleggen, worden ze na de Ionische Opstand (499-494 v. Chr.) opnieuw onder de Perzische macht gebracht. De veroveringsdrang van de Perzen en het feit dat Athene de Griekse steden in Klein-Azië had gesteund in de Ionische Opstand, waarvoor het in de ogen van de Perzen gestraft moet worden, leidt tot aanvallen van de Perzen op Griekenland. De eerste aanval, ten tijde van Dareios, eindigt in een vernietiging van de vloot van bij Kaap Athos in een storm. In een tweede expeditie worden de Perzen in de slag bij Marathon verslagen (490 v. Chr.) In 480 v. Chr. Trekt de opvolger van Dareios, Xerxes, met een groot leger en een vloot opnieuw tegen Griekenland op, maar wordt in de zeeslag bij Salamis verslagen (480 v. Chr.). Het landleger, dat in Griekenland achterblijft, wordt in 479 v. Chr. Verslagen bij Plataeae.
Om verdere aanvallen van de Perzen af te slaan wordt op voorstel van Themistokles door Athene en verschillende andere Griekse steden en eilanden de Delisch-Attische Zeebond opgericht, waaraan alle leden schepen en manschappen leveren en waarover Athene de leiding heeft. Gaandeweg ontwikkelt Athenes leidende positie zich tot imperialisme, dat op zijn beurt leidt tot een verwijdering tussen Athene en Sparta. In 446 v. Chr. Komt het tot een vredesregeling met Sparta. Pericles maakt gebruik van de vrede om Athenes positie in de Griekse wereld economisch, maatschappelijk, cultureel en militair te versterken.
Het Atheense imperialisme leidt tot een nieuwe machtsstrijd met Sparta, de Peloponnesische Oorlog (431-404 v. Chr.), waarin Athene uiteindelijk het onderspit delft.
Het Perzische rijk ontstaat in het midden van de zesde eeuw v. Chr., als Kyros, de eerste Perzische koning, het rijk van de Meden verovert. Hij verslaat onder andere Kroisos, koning van Lydië, en brengt daarmee ook de Griekse steden van Klein-Azië onder Perzisch bewind. Hij sterft tijdens een expeditie tegen de Skythen. Hij wordt opgevolgd door Kambyses. Deze verovert Egypte en stoot door naar Nubië en Libië. Onder zijn opvolger Dareios wordt het Perzische rijk geconsolideerd. Dareios en zijn opvolger Xerxes doen vergeefse pogingen Griekenland in te lijven. De politieke organisatie van het Perzische rijk is vooral toe te schrijven aan Dareios. Hij probeerde van het immense Perzische rijk een eenheid te maken door de invoering van onder andere nieuwe wetgeving en een nieuw schrift. Het Perzische rijk was opgedeeld in provincies, de ruim twintig zogenaamde satrapieën, bestuurd door satrapen. Satrapieën moesten jaarlijks belasting betalen aan de Perzische koning. In de praktijk zijn de satrapen vrij zelfstandige heersers.


D Vormgeving en structuur

De structuur van de Historiën als geheel is in principe chronologisch (Kroisos, Kyros, Kambyses, Dareios, Xerxes), maar het hoofdverhaal wordt dikwijls door historische, etnografische of geografische digressies onderbroken. Ook het hoofdverhaal zelf bestaat uit een aaneenschakeling van kleinere verhalen.

Structurerende technieken:
· epanalepsis (na een – kleine of grote – digressie wordt het hoofdverhaal weer opgepakt door woordelijk herhaling van een hele zin, of door samenvatting in de vorm van een participium)
· ringvorming (aan het begin of eind van een kleinere of grotere narratieve eenheid vinden we vaan woordherhalingen, zodat de narratieve eenheid als eenheid gemarkeerd wordt)
· woordherhaling (bijvoorbeeld de herhaling van een woord uit de verteller-tekst in een speech en vice versa of tussen verschillende speeches)

Narratieve technieken:
· prospectie en retrospectie
· tempo
· scène (verteltijd=vertelde tijd), vaak met speeches
· versnelling (verteltijd < vertelde tijd)
· vertraging (verteltijd > vertelde tijd)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

hallo!
Ik ben zelf ook bezig met een samenvatting van het examenonderwerp van dit jaar, ik ben tot nu toe alleen hele andere infromatie tegengekomen. Nu wilde ik graag vragen welk boekje jij hebt (hoe heet het, wie zijn de samenstellers en welke uitgeverij. Alvast bedankt voor je reactie

20 jaar geleden