paragraaf 5.1 -5.5 6.1,6.2

Beoordeling 5.1
Foto van Marieke
  • Samenvatting door Marieke
  • 1e klas havo/vwo | 293 woorden
  • 29 juni 2016
  • 29 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 29 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Geschiedenis.

 

• BEGRIPPEN DIE BELANGRIJK ZIJN:

landbouwsamenleving: de samenleving waarin iedereen van de landbouw leeft in zelf voorziende dorpen.

Landbouwstedelijkesamenleving: samenleving waarin de meeste mensen leven van de landbouw, en de minderheid van de bevolking in de steden leeft.

Horgiheid: de onvrijheid van boeren

Horigen: onvrije boeren, ze mogen hun land niet verlaten zonder toestemming van de leenman of leenheer.

• SAMENVATTING:


• Er waren 3 groepen in de middeleeuwse samenleving, boeren, edelen, geestelijken.

• Bonifatius trok samen met andere belangrijke geestelijken door Noord-Nederland om de Friezen te bekeren tot het christendom.

• De Islam ontstond in de 7e eeuw. Mohammed kreeg de opdracht om aan de mensen de woorden van Allah door te geven. Mohammed vertelde over de vele goddelijke baringen. Ook leerde hij de mensen dat ze zich moesten onderwerpen aan God, God zorgde namelijk goed voor zijn gelovigen en strafte de genen die hem tegen spraken. Dit deed hij tot 623, toen ging hij dood.

• De Islamigtische cultuur was hoog ontwikkeld, dat kun je zien aan dat ze hun eigen boek hebben.

• Vikingen kwamen uit Scandinavië, ze waren Germaanse vissers, jagers, handelaars, of boeren. 

• Vikingen trokken door heel Europa om te plunderen en te roven.

• Door betere technieken begon de landbouw meer op te brengen.

• Doordat er geen boeren meer nodig waren, gingen mensen zich met andere dingen bezighouden en gingen ze zich dus specialiseren en gingen wonen in steden.

• Ambachtslieden sloten zich aan bij een gilde. Dat was verplicht.  Je moest lid zijn van een gilde om je beroep uit te voeren.

• Het gilde bepaalde de werktijden en je prijzen. Ook zorgden ze voor je beroepsopleiding.


 

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.