Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Kenmerkende aspecten hoofdstuk 3

Beoordeling 0
Foto van Guusje
  • Samenvatting door Guusje
  • 4e klas vwo | 371 woorden
  • 26 januari 2016
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Geschiedenis kenmerkende aspecten H3



De verspreiding van het christendom in geheel Europa



Aan het eind van de 4e eeuw hadden de Romeinen het christendom als staatsgodsdienst verheven, maar niet het hele rijk was daarmee gelijk christelijk. In de eeuwen daarna zworen steeds meer mensen (gedwongen) hun vroegere geloof af en stapten over tot de verering van Christus. Rond 500 besloot Clovis (de Frankische koning) zich te bekeren tot het christendom. De samenwerking met de kerk was gunstig. De Franken ontwikkelden zich tot het machtigste volk van Noord-Europa en werd de katholieke vorm van het christendom dominant.



Het ontstaan en de verspreiding van de islam



De islam is ontstaan in Mekka. Hier kwam handelaren uit allerlei streken bijeen en werden verschillende religieuze ideeën uitgewisseld. Profeet Mohammed bouwde voort op geschriften van joden, christenen en lokale religies. Door religieuze inspiratie, militaire strijd en diplomatie kreeg Mohammed zijn geloof erkent op ongeveer het hele Arabische schiereiland. Na 632 was er een grote expansie van het rijk, dat verliep in een aantal fasen. Eerst werd heel Arabië onder controle gebracht, vervolgens het Noorden en daarna het Perzische Rijk en Egypte. Vanaf toen stokte de expansie, die in 661 weer aanwakkerde. Rond 720 waren heel Noord-Afrika en Spanje veroverd.



De vrijwel volledige vervanging van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid



Nadat het Romeinse Rijk was gevallen, ontbrak de basis voor het ontwikkelde stedelijk leven, en ging men over op de zelfvoorzienende landbouw. Er was nauwelijks ambacht en handel en iedereen produceerde wat hij zelf nodig had. De landbouwgrond was meestal in bezit van grootgrondbezitters, die hun eigendom organiseerden in landgoederen of domeinen (hoven). Hier ontwikkelde het hofstelsel zich: boeren waren in horigheid gebonden aan hun grond, in ruil voor het bewerken van het land van de heer gaf hij hun bescherming.



Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur



De koning verdeelde zijn land in ‘gouwen’, die elk werden bestuurd door een graaf. De graaf betaalde in ruil voor dit stuk grond eenmalig een groot geldbedrag aan de koning en beloofde militaire dienst. De graaf kon niet in zijn eentje besturen, dus gaf hij ook weer delen van zijn gebied aan volgelingen. Zo gingen die leningen steeds door.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Guusje