Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Hoofdstuk 4 t/m 6

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2326 woorden
  • 10 januari 2015
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Hoofdstuk 4




‘De late middeleeuwen’



Paragraaf 1




  • De boeren bedachten het drieslagstelsel

  • De boeren namen woeste grond in gebruik als landbouwgrond

  • De boeren gingen ijzeren ploegen gebruiken





Hierdoor kwam er meer voedsel, waardoor de bevolking kon groeien en de handel weer toenam.



De handel nam weer toe doordat de boeren hun voedsel op lokale markten gingen verkopen bij waterkanten of kruispunten.





Door de opbloei van de handel:




  • Ontstond de Hanze, een samenwerkingsverband van handelssteden in Noord-Europa. Deze steden beschermden elkaar van reizende kooplieden en ze gaven elkaar handelsvoordelen. (In Nederland waren Deventer, Kampen en Zwollen aangesloten)

  • Gingen koningen en landsheren zich met de handel bemoeien. De handel bevorderde de welvaart in een gebied, dus de landsheren gingen van alles doen om de handel te stimuleren.

  • Ontstond er een groeiende vraag naar geld. In Florence en Venetië waren gouden munten geslagen, waardoor er een geldeconomie ontstond.









In de late middeleeuwen komen er steeds meer steden doordat er door de handelaren handelsgemeenschappen vormen. Doordat deze plaatsen vaak goed bereikbaar waren sloten er vaak ambachtslieden bij die hier makkelijk aan hun grondstoffen konden komen.





Een burgerij is de belangrijkste groep bewoners van een stad, de mensen die het burgerrecht hebben. Binnen deze groep ontstond vaak een aantal rijke, machtige families die de belangrijkste bestuursfuncties vervulden, dit waren de patriciërs.





Er waren ook mensen zonder burgerrecht, dit waren vaak mensen die niet meer nodig waren op het platteland en dus naar de stad trokken. Deze mensen konden wel in de burgerij terecht komen door een huwelijk of een borgsom.





Door een gilde te starten, hielden gildeleden de prijzen van hun producten hoog. Een gilde is een vereniging van mensen met het zelfde beroep.





Door deze zelfstandigheden van de burgers nam de macht van de adel en het feodale stelsel af.





Paragraaf 2





Vanaf de 11e eeuw vond er expansie plaats. Dit is de vergroting van het christelijke grondgebied.



Er zijn 3 vormen van expansie:



1.Herovering



2.Kruistochten



3.Trek naar dunbevolkte gebieden






De zogenaamde ketters (mensen die afweken van de officiële christelijke geloofsleer) werden bestraft. Dit ging via de Inquisitie.








Het lukte de christenen wel om gebieden te veroveren, met name met de Reconquista, maar na zeven grote en een paar kleine kruistochten deden er weinig mensen meer mee.





Uiteindelijk hadden de kruistochten ook veel andere gevolgen:



1.Veel doden



2.Plunderingen door weinig voedsel



3.Bevordering handel tussen Europa en het Oosten



4.Verrijking Europese kennis





Paragraaf 3





Wereldlijke macht betekende dat de paus niet alleen macht had binnen de kerk, maar ook in de christelijke wereld stonden ze boven de vorsten.



Maar de paus had de steun van de leiders wel nodig om zijn positie te kunnen verdedigen.





Investituur (=het recht van koningen en keizers om bisschoppen in hun gebied te benoemen)



Lekeninvestituur (investituur: “bekleding”)

Ring= symbool geestelijk gezag

Staf= symbool wereldlijk gezag



Paus:




  • Erfgenaam Romeinse keizer (Gregorius VII)

  • Opvolger Petrus

  • Als vorsten tegen de wil van god ingaan, moet de paus ingrijpen





Duitse keizer:




  • Opvolger Romeinse keizer (Hendrik IV)

  • Wilde invloed in de kerk

  • Wilde bisschoppen blijven benoemen

  • Keizer gaf benoeming bijhorende ring en staf





Het verloop;



-Keizer Hendrik benoemde bisschop van Milaan. Rooms katholieke kerk had al een eigen bisschop gekozen



-Gregorius eiste dat Hendrik zijn ongelijk toegaf



-Hendrik houdt vol, Paus doet Hendrik in de ban => excommunicatie => uit de kerk



-Paus: Hendrik is ook niet langer keizer



-Duitse vorsten eisen dat Hendrik zich terugtrok



-Hendrik vraagt vergeving aan Paus Gregorius



-Later toch weer verzet tegen Hendrik



-Strijd duurt voort





Oplossing;



-Concordaat van Worms



-Bisschoppen worden gekozen door de priesters van een bisdom



-Bisschoppen kunnen wel door de keizer aangesteld worden als graaf of hertog





De strijd laaide nog regelmatig op, maar de strijd heeft wel geleid tot een scheiding tussen kerk en staat. Vorsten bemoeien zich niet met kerkzaken, paus bemoeit zich niet met wereldlijke zaken.





Paragraaf 4





Koningen wilden in de late middeleeuwen hun macht verstevigen. En dit wilden ze doen door te regeren vanuit één plaats. Dit wordt ook wel centralisatie genoemd.

In de late middeleeuwen werd ook een voorzichtig begin gemaakt met het creëren van bestuurlijke eenheid in bepaalde gebieden. Deze ontwikkeling heet staatsvorming. Het was een moeilijk en langdurig proces. De mensen waren gewend aan de regels van hun stad of domein. Het staatvormingsproces verliep daarom niet zonder slag of stoot.



Vorsten moesten bij dit proces dus goed rekening houden met de leenmannen. Dit hoorde bij het feodale systeem.









De staatsvorming in Duitsland ging slecht.



-Het bleef versnipperd



-Geen centrale instellingen



-Geen belastingen



-Vorstendommen vormden een blok tegen de keizer





Door het Concordaat van Worms kon de keizer geen bisschoppen meer benoemen en was dus de macht terecht gekomen in handen van de adel.





In Frankrijk was er wel succesvolle centralisatie van de macht.



Er was ook goede handel door de ligging van het land. En ze versloegen Engeland in de honderdjarige oorlog.





In Engeland was er een proces van staatsvorming bezig. De koning had het land strategisch veroverd onder leenmannen. Hij zorgde ervoor dat de leenmannen gebieden kregen die zoveel mogelijk verspreid lagen.









Oorlogen kosten veel geld. Een leenheer moest dan ook voorzichtig te werk gaan als hij geld nodig had. Daarom ontstonden er in heel Europa parlementen.



Dit waren vergaderingen met de vertegenwoordigers uit de drie standen: Adel, Geestelijkheid, Burgers. Dit werd vaak de Staten Generaal genoemd.






Hoofdstuk 5




‘Veranderend wereldbeeld’



Paragraaf 1



In de renaissance (1300-1600) gingen de mensen anders denken en kwamen de mens en de wereld centraal te staan. In plaats van de godsdienst die daarvoor centraal stond.





Een belangrijk punt in de renaissance is  dat de mensen nieuwe inspiratie zochten bij de oude Grieken en Romeinen. De geleerde belangstelling voor de antieke literatuur, poëzie en geschiedenis heet Humanisme.





Oorzaken ontstaan renaissance



1.Sociaal-economische oorzaak: Noord-Italië rijk door handel en veel opdrachten voor kunstenaars



2.Culturele oorzaak: Verwantschap rijke Italianen met klassieke oudheid



3.Herontdekking van klassieke teksten door o.a. kruistochten, contacten met de Arabische wereld





Doordat er rond 1450 de boekdrukkunst ontstond, kon de kennis snel verspreid worden.





Mensen begonnen te streven naar een persoonlijker geloof. Met  hun kennis van Griek en Latijn keken ze kritisch naar de Latijnse Bijbelvertaling. Desiderius Erasmus vertaalde het Nieuwe Testament vanuit het Griek om het te vergelijken.



Paragraaf 2



Hoe kwam het dat Europeanen in de 14e, 15e en 16e eeuw wereldzeeën gingen bevaren?



1.Handelsroutes via het Aziatische vasteland werden minder toegankelijk.



2.Het werd technisch mogelijk om verder over zee te varen en veilig terug te keren.



3.Christelijke vorsten wilden andere volken tot het christendom bekeren (dus ze namen geestelijken mee op hun boot)





In de nieuw ontdekte gebieden leefden mensen heel anders. Maar doordat de Europeanen dit vanuit eigen perspectief beschreven, leken andere volken vaak minder ver ontwikkeld.





Gevolgen van de ontdekkingsreizen:



1.Het christendom verspreidde zich over de hele wereld



2.Er ontstond een wereldeconomie. Er werden op grote schaal producten uitgewisseld.



3.Het verdwijnen van koninkrijken, zoals de Azteken. Dit kwam door geweld, misbruik en ziektes



4.Verplaatsing van Afrikanen naar Amerika als slaven





Paragraaf 3



Dr. Maarten Luther was een monnik uit Duitsland die erg veel twijfels had bij de kerk. Hij was kwaad over het feit dat je je zonden kon afkopen met aflaten. Hierop reageerde hij met een brief waarin er 95 stellingen waarin hij zijn visie gaf. Hiermee begon een conflict dat zou uitlopen op een scheuring in de christelijke kerk in het Westen.



De vier punten waar Luther kritiek op had:



1.Aflaathandel



2.Heiligenverering: In de Bijbel staat dat je helemaal geen beelden mocht maken, en niemand eren dan God zelf



3.Sacramenten



4.Hiërarchie



De katholieke kerk moest natuurlijk reageren op de ontwikkeling van het protestantisme. Er werd tijden het Concilie van Trente besloten dat aflaatbrieven werden verboden en dat ketters harder aangepakt moesten worden. En daarvoor werden de kerkelijke rechtbanken (de “Inquisitie”) opgericht. De reactie van de katholieke kerk op de Reformatie word de Contrareformatie genoemd.



Verschillen van meningen tussen verschillende geloven:










































Katholicisme



Lutheranisme



Calvinisme



Je komt in de hemel door de regels van de kerk op te volgen en goede dingen te doen



Je komt in de hemel door oprecht geloof en berouw over je zonden



Je bent voorbestemd voor de hemel of de hel. Op de hemel kun je alleen hopen door hard te werken en sober te leven



De paus is het hoofd van de kerk. Verzet tegen de paus is niet toegestaan



De vorst is het hoofd van de kerk. Verzet tegen de vorst is niet toegestaan



Er is geen kerkhoofd: iedere gemeente bestuurt zichzelf. Verzet tegen een vorst die zich misdraagt, is toegestaan



Geestelijken mogen niet trouwen



Geestelijken mogen trouwen



Geestelijken mogen trouwen



De Bijbel en uitspraken van belangrijke geestelijken zijn de basis van het geloof



De Bijbel is de basis van het geloof



De Bijbel is de basis van het geloof



Er zijn 7 sacramenten



Er zijn 3 sacramenten: doop, biecht en avondmaal (eucharistie)



Er zijn 2 sacramenten: doop en avondmaal



Heiligen zijn een voorbeeld



Heiligenverering is afgoderij



Heiligenverering is afgoderij







Hoofdstuk 6




‘Veranderend wereldbeeld’



Paragraaf 1



Er waren in Europa rond in de 16e eeuw religieuze spanningen. Niet alleen in de Nederlanden, maar ook Frankrijk en Duitsland waren verweven in een religieuze strijd. Ook speelde centralisatie van het bestuur een grote rol in de strijd.  

In het Duitse Rijk erkende de keizer dat elke vorst zijn eigen religie mocht kiezen en dat zijn onderdanen hem in die keuze zouden volgen à Vrede van Augsburg 1555.





De Nederlanden waren zo erg tegen de centralisatie van de Spaanse koning Filips II, dat ze de kerken binnenvielen en alles vernielde à de Beeldenstorm. Filips II reageerde hierop door soldaten naar de Nederlanden te sturen. Dat conflict zou 80 jaar duren aka de Tachtig Jarige Oorlog. De gewesten die door de Opstand uit elkaar waren gegaan. Besloten ze samen een zelfstandige republiek te vormen. Het calvinisme was de belangrijkste godsdienst, maar de republiek tolereerde ook andere erediensten.  In 1648, 80 jaar na het begin van de oorlog, sloot de Republiek definitief vrede met Spanje (Vrede van Münster).

Uit de verwikkelingen in Frankrijk en het Duitse Rijk blijkt dat de strijdpunten in de Nederlanden niet heel anders waren dan de rest van Europa. Er is alleen 1 belangrijk verschil. En dat is de uitkomst van de Nederlandse Opstand. In geen enkel land leidde de strijd over godsdienst en bestuur tot de vorming van een staat zonder vorst. Deze Republiek zou ruim 2 eeuwen blijven bestaan.



Paragraaf 2







































Provincie



Bijdrage



Gelderland



5,6



Holland



58,3



Zeeland



9,2



Utrecht



5,8



Friesland



11,7



Overijsel



3,6



Groningen



5,8




De Staten Generaal bestond uit alle zeven Gewesten die samen met elkaar besloten over de volgende zaken:



1.Buitenlandse politiek



2.Defensie



3.Belastingen



4.Geschillen tussen gewesten onderling







In praktijk had Holland de meeste invloed. Dit was niet alleen het grootste gewest, maar ze hadden meer dan de helft van het totale belastinginkomen.



Soevereiniteit (hoogste staatsmacht) kwam te liggen bij de 7 gewesten.



Regenten: rijke burgers die de Republiek bestuurden.



Door deze staatsinrichting was politiek bedrijven erg moeilijk. Daarom hielden de bestuurders goede relaties met vooraanstaande families.



Binnen dit stelsel waren er wel twee machtsfuncties:



1.Stadhouder, ooit dienaar van de koning, later hoge ambtenaar van de gewesten



2.Raadspensionaris, in de tijd van de Republiek een hoge ambtenaar van het gewest holland.









Paragraaf 3



De stroom vluchtelingen die Antwerpen verlieten nadat het door de Spanjaarden werd veroverd nam een hoop kennis, kapitaal en handelsnetwerken mee naar de Republiek waardoor er een enorme impuls aan de handelseconomie werd gegeven.





Belangrijke factoren van het succes van de Noord-Nederlandse handel:



1.De Graan-, hout- en zouthandel



2.De uitvinding van het fluitschip (vrachtschip), de houtzaagmolen en de haringbuis (vissersboot).





In de Republiek werd maar 20% aan de agrarische sector gedaan, omdat de grond veelste nat was. Dit in tegenstelling tot Frankrijk en het Duitse Rijk. Wel was de Nederlandse grond geschikt voor veeteelt, waar weinig mankracht voor nodig was. Hierdoor kwam arbeidskracht beschikbaar voor andere vormen van arbeid: in de handel, in de textiel, scheepsbouw, bierbrouwerij enz.



In 1602 werd de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie)opgericht. Dit was een bijzondere handelscompagnie. Zij had namelijk het monopolie op de handel met Azië. Alleen de VOC mocht handelen in specerijen, textiel en andere waren.



In 1621 richtten de Nederlanders de WIC (West-Indische Compagnie) op voor de handel op Afrika, en Noord- en Zuid-Amerika. De compagnie kreeg, net als de VOC, een handelsmonopolie, maar hield zich in eerste instantie vooral bezig met kaapvaart. Dat betekende dat – met toestemming van de Staten-Generaal – Spaanse schepen van hun lading werden beroofd. Later werd de slavenhandel een belangrijke activiteit van de WIC.



De Republiek was niet het enige land waar de handelskapitalisme tot ontwikkeling kwam. Ook in andere Europese landen investeerden kooplieden kapitaal in te verhandelen goederen en in schepen om ze te vervoeren.

In de eerste helft van de 16e eeuw, waren de Portugezen en Spanjaarden heer en meester op de wereldzeeën. Zij bezaten handelsmonopolies in Afrika, Azië en Amerika. Maar halverwege de 16e eeuw kwamen de Fransen en Engelsen ook opzetten, net als de Nederlanders een tijdje later

In 1600 richtte een paar Engelsen de East India Company op. In de strijd rond de specerijeneilanden in Indië (Indonesië). Alleen verloor de EIC dit wanhopig van de VOC en richtte zich op het textiel in India.

Frankrijk en het Duitse Rijk waren constant in oorlog met elkaar en ze waren samen nog steeds erg agrarische landen. Toch probeerde Frankrijk zich te mengen in de strijd om voor een plekje in de wereldhandel. Koning Lodewijk XIV had grootse plannen met de scheepsvloot. De plannen hadden echter weinig succes. Rond 1680 telde de Franse scheepsvloot nog maar 500 schepen, die van de Republiek 15.000




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

bedankt heb er veel aan

7 jaar geleden