Hoofdstuk 2: Geboren uit onrecht

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 1588 woorden
  • 14 december 2014
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!

§2.1 Het zionisme



Het zionisme ontstond in de 19e eeuw. In veel Europese landen woonden Joden toen al eeuwenlang als religieuze minderheid. Al vaak waren ze het mikpunt geweest van antisemitisme (jodenhaat). Dankzij de toepassing van de mensenrechtenidealen van de Verlichting in de grondwetten van de Europese landen werden zij in de negentiende eeuw niet meer zo hevig gediscrimineerd. De verspreiding van de meeste Joden, noemt men de diaspora.





Mede doordat het nationalisme van Fransen, Russen en andere Europese volkeren steeds sterker werd, vonden er eind negentiende eeuw echter weer bloedige Jodenvervolgingen plaats, die men pogroms noemde. Honderdduizenden Oost-Europese Joden emigreerden naar de Verenigde Staten of Argentinië.





Groepjes Joden kozen toen al voor vestiging in Palestina. Hun ideaal kreeg de naam zionisme: het streven van Joden terug te keren naar Palestina, waar hun voorouders in Bijbelse tijden hadden geleefd.





De zionistische beweging kreeg een belangrijke impuls toen de Joodse journalist Theodor Herzl



(1860-1904) in 1896 het boekje Der Judenstaat publiceerde. Hij had in Parijs het proces bijgewoond tegen de Joodse kapitein Dreyfus, die ten onrechte van landverraad was beschuldigd. Sinds die Dreyfusaffaire zag hij het Europese antisemitisme als een onuitroeibare ziekte. Herzl ontwierp een blauwdruk voor een moderne, seculiere Joodse staat, Israël geheten. Hij verzon een vlag , de gebedsdoek met een blauwe Davidsster , en koos een volkslied, het Hatikwa, voor zijn toekomstige Joodse staat.





In 1897 werd in Bazel de Zionistische Wereldorganisatie opgericht die zich tot doel stelde een volkenrechtelijk erkend nationaal tehuis in Palestina te vestigen rond Jeruzalem. De Turkse sultan wees dat echter af. Die was bang dat de wankele balans tussen de bevolkingsgroepen in zijn rijk verstoord zou worden.





§2.2 De Balfourverklaring



Op 2 november 1917 zond de Britse minister van Buitenlandse Zaken James Balfour een brief naar de Zionistische Wereldorganisatie. Daarin verklaarde hij dat de Britse regering welwillend stond tegenover de vestiging van een Joods Nationaal Tehuis in Palestina. Dat gebeurde uit verschillende motieven:




  • In regeringskringen in Londen had men medelijden met slachtoffers van het antisemitisme.

  • De Britse regering zat in de oorlog dringend verlegen om geld. Joodse bankiershuizen zouden tot gunstige leningsvoorwaarden bereid zijn.

  • De Britten zagen in het zionisme een ondersteuning van hun imperialistische ambities. Een westers gezinde Joodse staat zou een springplank kunnen vormen in het strategisch belangrijke Midden-Oosten.

  • Chaim Weizmann, een vooraanstaand zionist en chemicus had de Britse regering geholpen met de vervaardiging van synthetische aceton, een onmisbare grondstof voor dynamiet.





De Balfourverklaring bevatte onverenigbare beloftes: én de stichting van een Joods nationaal tehuis, én het waarborgen van de rechten van de 'niet-Joodse gemeenschappen'. Zo legden de Britten de kiem voor het latere Israëlisch-Palestijns conflict.





Er werd nog geen Joodse staat beloofd. In januari 1919 werd in een overeenkomst tussen Chaim Weizmann en Hoesseins zoon Feisal een Joods-Arabische samenwerking afgesproken bij de ontwikkeling van Palestina. Daarbij stelde Feisal wel als voorwaarde dat de Arabieren volledige onafhankelijkheid zouden moeten verkrijgen. Die hoop verdween toen de Britten het gebied als mandaatgebied kregen in 1920.





§2.3 Brits mandaat 1920-1947



Het Britse ontwerp-mandaatverdrag voor Palestina stelde dat het niet de bedoeling was het gebied een exclusief Joods karakter te geven. Palestina werd wel opengesteld voor Joodse immigranten. Deze Joodse immigranten veranderden veel dorre of moerassige streken in gezonde, vruchtbare landbouwgronden. Velen van hen leefden in kibboetsiem, meervoud van kibboets: op socialistische ideeën gebaseerde dorpsgemeenschappen met gemeenschappelijk eigendom.





Al vrij snel kwamen de Joden en Arabieren tegenover elkaar te staan. De Arabieren in Palestina waren in de ban van het nationalisme geraakt. Tegelijk werd zichtbaar dat Joden en Arabieren aparte leefgemeenschappen zouden vormen, waarbij de Joden een veel hogere organisatiegraad toonden. Zij richtten in 1921 het Joods Agentschap op, en een eigen vakbeweging, de Histadroet. Ook kwam er een eigen defensiegemeenschap, de Hagana. In 1930 werd de Mapai opgericht, een politieke partij verwant aan de Histadroet. Zowel de Mapai als het Joods Agentschap stonden onder voorzitterschap van de zionist David Ben Goerion.





Het Joods Nationale Fonds kocht landbouwgrond op van Arabische grootgrondbezitters. Vervolgens zagen Arabische pachtboeren de Joodse kolonisten op hun land neerstrijken. Daardoor raakten ze hun bron van inkomsten kwijt.





De Britten probeerden de Joodse immigratie af te remmen. Door de opkomst van de nazi's in Duitsland probeerden de Joden een goed heenkomen elders te zoeken. Omdat de Verenigde Staten en Canada strenge immigratiewetten hadden besloten veel Duitse Joden een veilig heenkomen te zoeken in Palestina. De Joodse gemeenschap in Palestina verdubbelde van 1933 tot 1936 tot 340.000.





In 1936 brak in Palestina een openlijke burgeroorlog uit tussen Joden en Arabieren. Moefti Amin el-Hoessein van Jeruzalem wakkerde de haat tegen de Joden aan. Hij werd later bekend als een beruchte antisemiet en bewonderaar van Adolf Hitler.





Ten einde raad stuurde de Britse regering een onderzoekscommissie, de Peel-commissie, naar Palestina. Deze commissie stelde een verdeling van Palestina voor. Een klein Joods staatje in Galilea, de kustvlakte en een Arabisch-Palestijnse staat in de rest; het gebied rond Jeruzalem zou onder Brits bestuur blijven. De zionisten achtten het voorstel bespreekbaar, maar de Arabieren wezen het af.





In 1939 publiceerde de Britse regering een Witboek. Hierin stelde ze zelfbestuur binnen tien jaar in het vooruitzicht. De Joodse immigratie zou in de eerste vijf jaar worden beperkt tot jaarlijks 15.000 mensen; daarna zou die afhankelijk worden van Arabische toestemming. Gezien de vervolging van de Joden in Europa was dit een grote tegenslag voor de Joden. De Britten wilden de Arabieren te vriend houden met het oog op de naderende Tweede Wereldoorlog.





§2.4 De Holocaust



In de Tweede Wereldoorlog namen de Arabieren een afwachtende houding aan. Zionistische strijdgroepen kozen de kant van de Geallieerden.





De massamoord, waartoe de nazileiders in januari 1942 op de conferentie van Wansee besloten hadden, werd met ijzeren discipline uitgevoerd. Miljoenen Joden werden naar de concentratie- en vernietigingskampen gevoerd. Een genocide die de mens nog nooit had gezien. En geen macht ter wereld had dat verhinderd.





Westerse politici hadden schuldgevoelens na de Tweede Wereldoorlog over hun eigen passiviteit in de oorlogsjaren en wilden de Joden die het overleefd hadden een eigen staat geven in Palestina.





§2.5 Stichting van de staat Israël



Groot-Brittannië had de immigratie naar Palestina helemaal stopgezet. Schepen met Joodse vluchtelingen voeren in het geheim naar Palestina. Extremistische zionisten pleegden aanslagen en sabotagedaden. Ten einde raad besloot de Britse regering het mandaat over te dragen aan de Verenigde Naties, die in 1945 was opgericht als opvolger van de Volkenbond.





Op 29 november 1947 sprak de Algemene Vergadering van de Verenigde naties zich uit voor een verdeling van Palestina in een Arabische en een Joodse staat. Jeruzalem en omgeving zou worden geïnternationaliseerd. De Joden gingen akkoord maar de Arabieren waren er tegen. Spoedig braken er op grote schaal vijandelijkheden uit. Beide partijen probeerden zoveel mogelijk grondgebied in handen te krijgen.





De Arabische buurlanden kwamen met hun legers de Palestijnse Arabieren te hulp. De gevechten werden steeds heviger en ontaarden in wrede represailleacties. In april 1948 voerde een commando van extremistische Joden een massamoord uit op 254 Arabische inwoners van het dorpje Deir Yassin. Deze actie droeg ertoe bij dat veel Arabieren op de vlucht sloegen.





Volgens de latere officiële Israëlische lezing zijn veel Arabieren niet voor dit soort Joodse terreur gevlucht, maar gaven ze gehoor aan de oproep van Arabische leiders om tijdelijk, vrijwillig het land te verlaten. Pas tientallen jaren later durfden Israëlische historici te publiceren dat het behoorde tot de systematiek van de Israëliërs om Palestijnen te verdrijven. In de periode van 1947 tot 1949 verdwenen er vierhonderd Arabische dorpen van de aardbodem. Maar de visie van deze 'nieuwe historici' drong niet door tot de Israëlische schoolboeken. Daarin wordt de mythe in stand gehouden van de kleine David (Israël)moest strijden tegen de reus Goliath (de Arabische overmacht).





Maar beide groepen, zowel de Joden als de Arabieren hebben een selectief geheugen: over feiten die een negatief licht werpen op hun gedragingen wille ze niets horen. De Arabische Palestijnen spreken over 'het rampjaar 1948' en zien zichzelf als machteloze slachtoffers. Maar de Palestijnse historicus Rashid Khalidi benadrukt dat de Arabieren kansen hebben laten liggen voor een vreedzame regeling met de zionisten.





Op 15 mei 1948 werd de Britse vlag gestreken, en verlieten de laatste Britse militairen het mandaatgebied Palestina. De dag daarvoor, 14 mei 1948 (het rampjaar), had David Ben-Goerion in Tel Aviv de staat Israël geproclameerd.





Onmiddellijk gingen de Arabische landen in de aanval. Hun legers waren echter slecht getraind en het moreel was laag. Israël wist onder meer West-Jeruzalem en de Negev-woestijn te veroveren. Begin 1949 kwam er een wapenstilstand en de bestandslijnen werden internationaal erkend als de grenzen van de nieuwe staat. Israël werd toegelaten tot de VN. Voor de Palestijnen bleef er niets over: de Gazastrook kwam onder Egyptisch bestuur. De westoever van de Jordaan kwam onder beheer van Trans Jordanië. In 1950 zou koning Abdoellah dit gebied inlijven; de naam van zijn koninkrijk veranderde in Jordanië.





De oorlog had een vluchtelingenstroom van 500.000 tot 750.000 Palestijnen op gang gebracht. De meesten van hen kwamen terecht in vluchtelingenkampen op de Westoever en de Gazastrook. De kampen groeiden uit tot permanente woonoorden. In de loop der jaren werden zij broeinesten van frustratie en radicalisering. de leiders van de Arabische landen deden vrijwel niets om de vluchtelingen te helpen. Daarmee wilden ze laten zien hoe onmenselijk Israël was. Geen enkel Arabisch land erkende in 1949 Israël. Dat zou nog aanleiding zijn tot een aantal oorlogen in het Midden-Oosten.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.