Hoofdstuk 1 t/m 12 en 14

Beoordeling 4.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas hbo | 3098 woorden
  • 6 september 2016
  • 6 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.5
  • 6 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Geschiedenis H1 en 2

Paragraaf 1

1. levenswijze van de jagers- verzamelaars (1.1)

Ze leven van de jacht en het verzamelen van voedsel. Jager-verzamelaars waren bijna altijd nomaden. Ze woonden in grotten, hutten of tenten gemaakt van dierenhuiden. Ze leefden in groepen van 20 tot 30 mensen. Als er al leiders waren, onderscheidden zij zich niet of nauwelijks van de andere leden van de groep. Er was wel een rolverdeling tussen mannen en vrouwen: mannen jaagden en maakten gereedschap, terwijl de vrouwen voedsel verzamelden, huiden schoonmaakten, het vuur brandend hielden en op de kinderen letten. Er was onderlinge handel en ze ruilden producten als vuursteen, ivoor en schelpen met elkaar.

2. het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen (1.1)


12000 V.C was het einde van de laatste ijstijd, de grond werd vruchtbaar door klimaatsveranderingen, dit leverde zoveel voedsel op dat de mensen langer op 1 plek konden blijven. Daarna kwam een nieuwe klimaatverandering. Het werd koud en droog, de mensen waren een nomadisch bestaan ontwend daardoor gingen ze zelf voedsel produceren. Er ontstonden dorpen en er werden nieuwe uitvindingen gedaan zoals potten bakken en weven. De dorpen werden bestuurd door dorpsoudsten en priesters.

Paragraaf 2

3. het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen (1.2)

Tussen 9000 en 6000 V.C. ontstond de agrarische revolutie in de vruchtbare halve maan.

    Agrarische revolutie

 

  Zelf planten van zaden  houden van vee nieuwe uitvindingen

 

     Verhoging voedselproductie

 

  Groei bevolking      specialisatie

 

     Ontstaan van ambachten en handel

 

     Ontstaan steden

 

Het schrift:

Waarom is het schrift zo’n belangrijke uitvinding?

- Besturen gemakkelijker: vastleggen wetten, regels

- Handelen makkelijker: wordt eerlijker

- Ontstaan van georganiseerde religie


 

 

 

 

 

 

 



Kennen en kunnen

- op welke manieren de geschiedenis wordt ingedeeld en daarvan voorbeelden kunnen geven

tijdvakken, periodes

- wat de verschillen zijn tussen prehistorie en geschiedenis

Prehistorie: periode waarin er geen geschreven bronnen zijn.

Geschiedenis: periode van geschreven bronnen.

- in welke perioden de prehistorie is verdeeld en waarop deze indeling is gebaseerd

steentijd (er werden nog vooral grotschilderingen gemaakt), bronstijd (brons was het meest gebruikte metaal), ijzertijd (men was in staat het hardere ijzer te gebruiken)

- kenmerken kunnen noemen van een jager-verzamelaars samenleving

ec => leven van jacht en verzamelen

soc => rolverdeling man/ vrouw

pol => leven in kleine groepen

cul => grotschilderingen, Venusbeeldjes

- kenmerken kunnen noemen van een landbouwsamenleving

ec => landbouw (akkerbouw/ veeteelt)

soc => grotere groepen, dorpen, op 1 plek wonen

pol => dorpen werden bestuurd door dorpsoudsten en priesters

cul => weven, potten bakken, hakbijl.

- waardoor jagers-verzamelaars in het Nabije Oosten zich langer konden vestigen in een gebied dan groepen in Europa

In het Midden-Oosten begon het na de laatste ijstijd meer te regenen en ontstond daar een vruchtbaar gebied. De natuur leverde zo veel voedsel op, dat mensen langer op dezelfde plaats bleven wonen.

- welke theorieën er bestaan over het ontstaan van de landbouw

1. oase theorie => In het Midden-Oosten begon het na de laatste ijstijd meer te regenen en ontstond daar een vruchtbaar gebied.

2. Professor Hillman => Hij ontdekte bij opgravingen dat de jagers-verzamelaars in Syrië tamme granen bij zich hadden. Hij kwam hierdoor tot de conclusie dat zij de granen, die eerst in het wild groeiden, hadden verzameld en gingen verbouwen. Zij waren hiertoe gedwongen omdat veel wilde granen rond 13.000 voor Christus uitstierven dankzij een koude, droge periode.

3. Sedentaire revolutie => In de sedentaire revolutie kreeg de eerste mens voor het eerst een vaste woonplaats. Ze bleven nu vlak bij hun akkers wonen en gingen vee houden voor vlees, wol of melk.

- hoe de eerste steden in het Midden-Oosten zijn ontstaan

zie oase theorie

- welke kenmerken de stedelijke samenleving ±3000 v.C. had en deze kunnen beschrijven

ec => landbouw, handel, ambachten

pol => koningen, ontstaan van rijken/staten

soc => complexe samenlevingen met meer sociale verschillen

cul => georganiseerde religie via priesters en tempels, meer uitvindingen

 

 

Paragraaf 1

4. De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.(2.1)

De Grieken gingen meer nadenken over b.v. hoe mensen het beste konden leven. Soms wordt de Griekse filosofie wel beschouwd als het begin van de wetenschap. De Grieken hadden een directe democratie. Ze wilden ook niet dat er 1 iemand was met de meeste macht. De onderlinge gelijkheid was voor de Athener in de 5e eeuw V.C erg belangrijk.

5. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur. (2.1 en 2.2)

Grieken en Romeinen ontwikkelden in de bouwkunst en beeldhouwkunst een cultuur die maatgevend werd voor de latere westerse beschaving. We kennen nog de Dorische, Ionische en Korintische bouwstijlen.

Paragraaf 2

6. De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich verspreidde. (2.2)

Geen vooropgezet plan om een groot rijk te stichten.

Waarom dan wel?

o Veiligheid

o Macht, roem

o Buit

Bij uitbreiding maakten ze gebruik van 2 middelen:

o Diplomatie (bondgenootschappen met lokale heersers)

o Het leger

Paragraaf 3

7. De ontwikkeling van het Jodendom en het christendom als eerste monotheïstische godsdiensten. (2.3)

Jodendom => Het jodendom onderscheidde zich op 3 manieren van de omringende religies:

1. Monotheïsme: 1 god.

Deze god vereerden zij in een tempel in Jeruzalem.

2. Jodendom had heilige boeken.

Tijdens bijeenkomsten in synagogen werden deze teksten gezamenlijk gelezen. Later zouden christenen deze teksten overnemen in het eerste deel van de bijbel, het Oude testament.

3. Joden hielden zich aan allerlei religieuze voorschriften.

Zoals geen varkensvlees eten.

In de loop der tijd waren heel veel verschillende opvattingen ontstaan over hoe joden hun god het beste konden vereren. Vanaf de 2e eeuw V.C. begonnen ze te denken dat er ooit een nieuwe joodse koning zou opstaan(messias).

 

Christendom =>Jezus diende zich tegen het jaar 30 N.C als mogelijke messias aan. Hij wilde het joodse geloof een nieuwe inhoud geven. Niet het strikt naleven van wetten, maar verdraagzaamheid en vergiffenis. Hij had ook kritiek op de manier waarop de priesters de tempel beheerden.

Ze kwamen niet op voor armen, zieken en verdrukten. Jezus riep met zijn optreden weerstand op. Leden van de  joodse elite zagen in hem geen messias, maar een lastpost die pretendeerde koning der joden te zijn. Het gerechtshof sprak de doodstraf door kruisiging uit. Na zijn kruisiging geloofden zijn leerlingen dat hij was opgestaan uit dood. Volgens hen had zijn marteldood zin gehad: het was een offer om de zonden van de mens te vergeven. (goede vrijdag). Jezus’ volgelingen probeerden na zijn dood zo veel mogelijk mensen te bekeren. Paulus was een van de leiders van deze beweging. Mede dankzij hem raakte het christendom definitief los van het jodendom.

Rond  het jaar 400 was het christendom de enige toegestane godsdienst in het Romeinse Rijk.

Paragraaf 4

8. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa. (2.4)

Germaanse stammen:

- Leefden vooral van landbouw en woonden in kleine dorpen.

- Samenleving was zelfvoorzienend.

- Iedere stam had een vergadering van de stamoudsten. Wanneer er een oorlog was kozen ze vaak een leider.

- Natuurgodsdienst

 

Oorzaken verzwakking RR

- Politiek => snelle wisselingen van keizers ( RR constant verwikkelt in een machtsstrijd)

- Militair => geen geld, geen uitbetaling soldaten, volksverhuizingen van Germaanse stammen.

- Economisch => torenhoge belastingen om militaire uitgaven te kunnen dekken, onveiligheid binnen het rijk is slecht voor de handel => hongersnoden.

 

Diocletianus probeert crisis op te lossen door Rijk op te splitsen dat definitief wordt na de dood van keizer Theodosius.

 

De Germanen trokken het RR zo ver in omdat daar de macht ligt en als je de kern veroverd is de rest makkelijker.

WEST –ROMEINSE RIJK

De Romeinen hadden de Germanen opgenomen in het leger. Maar toen ze onder druk stonden van de optrekkende Hunnen, raakten deze volken op drift. Zij zochten hun toevlucht in het West-Romeinse Rijk en ook binnen het rijk verdrongen zij elkaar.

De keizer was niet in staat deze volksverhuizingen te beheersen.

 

OOST-ROMEINSE RIJK (byzantijnse rijk)

Terwijl het West-Romeinse rijk uiteenviel slaagde het oosten erin hun gebied nog 1000 jaar bij elkaar te houden. In 330 N.C besloot keizer Constantijn zijn hoofdstad te verplaatsen, van Rome naar de oude Griekse stad Byzantium. Hij noemde het Constantinopel. Het nieuwe bestuurscentrum lag aan de nauwe zeestraat tussen de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kennen en kunnen

• Op welke manier Sparta  en Athene bestuurd werden en welke tegenstelling er tussen deze twee stadstaten was.

Athene =>

- Participatie democratie

- Directe democratie

- Voor jezelf opkomen (individueel)

- Volksvergadering (burgers)

Sparta =>

- Gedisciplineerde samenleving

- Militaire aristocratie= alle jongens kregen een opleiding tot beroeps militair.

• Welke staatsvorm volgens de filosofen uit de oudheid ideaal was

Alle burgers hadden een politieke taak, maar er moest een taakverdeling zijn tussen wat 1 persoon moest doen, wat aan enkelen voorbehouden moest zijn en waar velen een rol in konden spelen.

• Het verschil beschrijven tussen directe en indirecte democratie

Directe democratie => Er is geen parlement, de burgers mogen rechtstreeks meebeslissen.

Indirecte democratie => De bevolking is niet rechtstreeks betrokken bij belangrijke overheidsbeslissingen, maar slechts indirect via een gekozen volksvertegenwoordiging: het parlement.

• Welke groepen in Athene waren uitgesloten van actieve politiek

Vrouwen, kinderen, slaven en vreemdelingen.

• Welke argumenten werden gebruikt door voorstanders en tegenstanders van de democratie

Voorstanders => ?   Tegenstanders => ?

• Wie Plato en Socrates waren

Plato =>

- Leerling Socrates

- Ideale staat:

Gouden zielen: denkers, leiders

Zilveren zielen: wachters

IJzeren zeilen: werkers

(niet democratisch)

Socrates =>

- Methode: dialoog = socratisch gesprek (steeds antwoorden met een vraag om mensen kritisch te laten denken)

• Welk verandering van denken er plaatsvond bij de Grieken

Er kwamen filosofen dus ze gingen meer nadenken over bijvoorbeeld de zin van het leven en want kwaad was en wat goed.

• Kenmerken van de Griekse-Romeinse cultuur

Religie, architectuur, beeldende kunst, literatuur en filosofie.

• Op welke manieren de Romeinen de Griekse kunst en cultuur overnamen en die vervolgens aanpasten aan hun eigen cultuur.

Militaire veroveringen van de Romeinen/ De Romeinen beheersten naast Latijn meestal ook Grieks.

• Hoe de Romeinse samenleving was opgedeeld.

Laag 1: Patriciërs

Laag 2: Plebejers

Laag 3 Slaven

• kunt aangeven hoe het Romeinse bestuur was georganiseerd en hoe dit veranderd

753 – 500 V.C.  Koningstijd   Etruskische koningen

500 – 30 V.C.  Republiek  – Enorme veroveringen

-Gemengde staatsvorm om te voorkomen dat 1 persoon te veel macht krijgt.

Monarchie: Consul

Aristocratie: Senaat

Democratie: volksvergadering

30 V.C. – 476 N.C.  Keizerrijk

• Wat de oorzaken/redenen waren voor de uitbreiding van het Romeinse Rijk en wat de gevolgen van deze expansie waren

o Het was geen vooropgezet plan om een groot rijk te stichten, Waarom dan wel?

- Veiligheid

- Macht, roem

- Buit

o Bij uitbreiding maakten ze gebruik van 2 middelen:

- Diplomatie (bondgenootschappen met lokale heersers)

- Het leger

Problemen stapelen zich op na de veroveringen:

1. Groot rijk, moeilijk te besturen

2. Kloof arm/rijk zorgt voor onrust. Proletariërs willen herverdeling van het rijk.

3. Leger raakt verzwakt, dus bescherming van het rijk moeilijker.

• De opkomst van Caesar: Op welke manier Caesar Gallië veroverde en wat dit betekende voor zijn macht en status

Het leger was trouwer aan hun bevelhebber dan aan Rome => machtige generaals. Hij veroverde Gallië en dankt hieraan zijn populariteit.

• Wanneer en waarom Caesar werd vermoord en door wie hij werd opgevolgd.

44 V.C. Caesar vermoord. 30 V.C. Octavianus grijpt de macht.

• Uitleggen wat de Pax Romana inhield voor de bevolking van het Romeinse rijk.

Keizers konden efficiënt maatregelen treffen om de situatie in het rijk te verbeteren. Vanaf keizer Augustus kende het rijk een lange periode van afgedwongen rust.

• Hoe er romanisering plaatsvond.

Omdat de Romeinen het westen veroverden gingen de Romeinen daar hun cultuur ook toepassen (badhuizen, bouwen met steen). Het gevolg was dat de bewoners van deze streken in hoog tempo allerlei zaken van de Romeinen overnamen.

• Waarom op het eind van de tweede eeuw de druk op de grenzen toenam.

een steppevolk uit Centraal-Azië, de Hunnen, trokken plunderend naar het westen.

• Waarom de derde eeuw bekend staat als een eeuw van economische en politieke crisis

Rome kon de opbrengsten niet langer als belasting opeisen. Voortaan moest er stevig voor worden betaald.

• Waarom Jezus werd gezien als een messias en waarom de Joodse hogepriesters hem als een bedreiging zagen

Messias => Hij wilde het Joodse geloof een nieuwe inhoud geven.

Bedreiging => Jezus had felle kritiek op de manier waarop de priesters de tempel beheerden.

• Welke voorrechten de joden hadden in het Romeinse Rijk.

 



• Wat een verschil was tussen joden en christenen

1. De joden beleden een strikt monotheïsme: zij geloofden dat er slechts 1 god bestond.

2. Het jodendom was het belang van heilige boeken.

3. Joden hielden zich aan allerlei religieuze voorschriften.

• Waarom het christendom een groot succes werd

Ondanks de nietsontziende vervolging verspreidde het christendom zich in Rome razendsnel. De keizer en goden spraken veel Romeinen niet meer aan. De eenvoudige boodschap en simpele regels van het christendom waren voor de Romeinen aantrekkelijk.

Terwijl de joden complexe regels moesten volgen, ging het in het christendom veel meer om het geloof zelf. Er werden er in het christendom geen eisen gesteld die met geslacht of status te maken hadden. De armen en zwakkeren raakten gefascineerd door een geloof waarvoor de aanhangers zich lieten mishandelen en martelen. De geloofsgemeenschap groeide snel en via het Romeinse wegennet verspreidde het christendom zich algauw over het hele Middellandse Zeegebied.

• De ontwikkeling van het christendom tot 313

In Paulus’ tijd was het aantal joodse en niet-joodse christenen nog zeer beperkt. Het christendom was een onopvallende sekte te midden van de vele religies. In 400 was het christendom de enig toegestane godsdienst in het Romeinse rijk.

Een belangrijke verklaring voor dit succes was de goede organisatie van de christelijke kerk. De basis hiervoor werd al gelegd door Paulus en enkele van zijn tijdgenoten. Tijdens hun reizen door het Middellandse Zeegebied wisten zij niet alleen in allerlei steden bekeerlingen te maken, waardoor het geloof zich vooral daar goed kon verspreiden, maar stelden zij ook oudsten en opzichters aan.

Een andere factor die de eenheid van de kerk bevorderde, was de manier waarop Romeinen met het christendom omgingen. Omdat de christenen de romeinse goden niet wilden aanbidden werden ze vervolgd. Keizer Constantijn maakte 313 een einde aan de christenvervolgingen en nam maatregelen om het christendom gelijk te stellen aan de andere religies in zijn rijk.

• Wat de oorzaken waren voor de vervolging van christenen en joden

Omdat de christenen de romeinse goden niet wilden aanbidden werden ze vervolgd.

• Waarom 313 n. Chr een keerpunt is in de geschiedenis van het christendom

Toen het christendom als staatsgodsdienst werd gezien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Begrippen

Aristocratie= vorm van bestuur waarbij de macht beperkt blijft tot een aantal families.

Atheens burgerrecht= het geheel van rechten van de vrije bewoners van Athene, waaronder het recht om deel te nemen aan de democratische besluitvorming.

Christendom= monotheïstische godsdienst die het geheel van christelijke waarheden, voorschriften en het gebruiken omvat en die is gebaseerd op de boeken van het Ouden en Nieuwe testament.

Directe democratie= vorm van bestuur waarbij alle burgers het recht hebben om in een volksvergadering mee te beslissen over het beleid.

Filosoof= wijsgeer die elementaire vragen stelt over de natuur, de manier waarop mensen moeten leven en de beste wijze van besturen.

Germanen= boerenvolkeren in midden-Europa, die daar in stamverband leefden.

Imperium= opperheerschappij, en vandaar een benaming voor een groot rijk, zoals het Romeinse keizerrijk.

Jodendom= monotheïstische godsdienst van de joden, gebaseerd op de boeken van de Hebreeuwse Bijbel.

Keizerrijk= een rijk dat wordt bestuurd door een keizer.

Klassieke cultuur= Grieks-Romeinse cultuur of beschaving.

Monotheïsme= het geloof in 1 god.

Oost-Romeinse rijk= het oostelijke deel van het RR

Ostracisme= het verschijnsel dat Atheense burgers een politicus uit hun midden konden verbannen door hem weg te stemmen.

Pax Romana= Romeinse vrede, een periode van betrekkelijke rust in het RR.

Polis= Stadstaat die zichzelf bestuurt.

Romanisering= het verschijnsel dat niet-Romeinse culturen, zoals de Keltische en de Germaanse, elementen uit de Romeinse cultuur overnemen.

Romeins burgerrecht= voorrechten die burgers van het RR hadden, zoals het recht op een eerlijk proces.

Romeinse Rijk= het rijk rond de Middellandse Zee en in grote delen van Europa en het Midden-Oosten dat werd bestuurd vanuit Rome.

Staatsgodsdienst= een godsdienst die is voorgeschreven voor iedereen die voor de staat werkt.

Tiran= tijdelijke alleenheerser

Volksverhuizingen= het verschijnsel dat grote bevolkingsgroepen in de 4e en 5e eeuw N.C. het RR introkken of daarbinnen een andere woonplaats zochten.

Wetenschap= de kritische bestudering van de werkelijkheid in een poging die beter te begrijpen.

 

 



Agrarische revolutie= de overgang van jagen en verzamelen als voornaamste middel van bestaan naar een sedentair bestaan als boer.

Bronstijd= de periode waarin de mens brons gebruikte voor de productie van gereedschappen.

Centraal bestuur= bestuur over een groter gebied vanuit 1 plaats, waarbij overal in het bestuurde gebied dezelfde wetten en belastingen gelden.

Geweldsmonopolie= een situatie waarin slechts de staat geweld mag gebruiken en mensen mag arresteren, opsluiten en eventueel fysiek straffen.

Homo sapiens= de laatste en enige mensensoort.

IJzertijd= periode waarin de mens voor de productie van wapens en gereedschappen geen brons meer gebruikte maar ijzer.

Jagers-verzamelaars= mensen die leven van de jacht en verzamelen.

Landbouwsamenleving= samenleving waarin de meeste mensen leven van akkerbouw en veeteelt.

Nieuwe steentijd= periode waarin de mens zijn stenen gereedschappen ging polijsten, maar nog geen metaal tot zijn beschikking had.

Polytheïsme= godsdienst waarbij mensen geloven in meerdere goden.

Prehistorie= periode van ongeschreven bronnen.

Staat= een afgebakend gebied met een gecentraliseerd bestuur en een overkoepeld rechtssysteem waar de overheid een geweldsmonopolie heeft en verantwoordelijk is voor de ordehandhaving en de verdediging van de landsgrenzen.

Vruchtbare halvemaan= gebied rond de rivieren Eufraat, Tigris en Jordaan, waar voor het eerst op uitgebreide schaal aan landbouw werd gedaan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

_.

_.

het is een beetje moeilijk te begrijpen waar het juiste hoofdstuk staat maar leuk dat je dit hebt gedaan:)

5 jaar geleden