H1/2

Beoordeling 7.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1310 woorden
  • 16 oktober 2015
  • 18 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.9
  • 18 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Geschiedenis samenvatting eerste periode



Hoofdstukken 1 ( par 1.1, 1.2 en 1.3) en 2 (par 2.1, 2.2, 2.3, 2.4 en 2.5)



1.1 Het leven van jager-verzamelaars



In Afrika begon de verspreiding van de mens. Dit heeft zo’n 200.000 jaar geduurd. Jagers en verzamelaars waren de eerste mensen. Zij leefden van wat ze vonden in de natuur, maakten zelf gereedschappen en trokken rond. Er was een duidelijke taakverdeling: mannen visten en joegen op kleine zoogdieren en de vrouwen zorgden voor de kinderen en verzamelden plantaardig voedsel. (paddenstoelen, wortels, knollen) Ze leefden in kleine groepen omdat de natuur maar kleine aantallen mensen kon voeden. Ze hadden geen vaste woonplaats en daarom noemen we ze ook wel nomaden.  Deze periode heet de prehistorie (geen schriftelijke bronnen) dit eindigde rond 3000 v.C. toen het schrift ontstond. Door archeologie weten we ongeveer wat er in die tijd gebeurde omdat het een wetenschap is die het verleden bestudeerd aan de hand van ongeschreven bronnen. (muurschilderingen etc.)



1.2 Het ontstaan van de landbouw



Het klimaat veranderde, het aantal dieren nam af en er kwamen meer planten. De landbouw werd uitgevonden (ca 10.000 jaar geleden) dit proces duurde honderden jaren. Door landbouw: Gingen mensen op één plek wonen (een sedentaire leefwijze), ze honden makkelijker aan eten komen maar aten wel eenzijdiger, ze konden meerdere spullen verzamelen omdat ze niet meer rondtrokken, de mens word een cultuurwezen, er ontstonden grotere groepen mensen doordat er meer voedsel was. Door de landbouwsamenleving of agrarische samenleving ontstonden er ook steden. Deze omwenteling werd de landbouwrevolutie genoemd. Dit zorgde voor meerdere gevolgen: mensen specialiseerden zich, er ontstond een polytheïstisch geloof (meerdere goden) Er ontstonden verhalen waarin goden of andere bovennatuurlijke verschijnselen een hoofdrol spelen (een mythe) Mensen gingen ook de doden begraven of cremeren en vereerden hen.



1.3 De eerste steden



Vele mensen woonden rond 5400 v.C. langs de Eufraat en de Tigris omdat de grond hier zeer vruchtbaar is. Ze bouwden dammen en kanalen om zo het land te beïnvloeden in de droge/hete zomers. Zo ontstonden de eerste landbouw stedelijke samenleving, agrarische stedelijke of agrarisch urbane samenleving. Ze noemden hun land Soemerië.



Er leefden ook ambtenaren, priesters, militairen en ambachtslieden en een (aangewezen)bestuur zodat er voedsel werd opgeslagen en verdeeld. Het was belangrijk dat er nijverheid was. (het maken en bewerken van goederen)



2.1 Wetenschap en de politiek in de Griekse stadstaat



Vanaf 600 v.C. gingen filosofen rationeel denken. Zij probeerden alles met hun verstand te beredeneren. De meeste mensen hielden vast aan het godengeloof. Uit de filosofie ontstonden er aparte takken van wetenschap. Zoals wiskunde en natuurkunde. De belangrijkste filosofen uit de klassieke (-iets wat tot voorbeeld dient) oudheid waren Socrates, Plato en Aristoteles. Griekenland bestond  uit tientallen stadstaten, of poleis.  Veel stadstaten begonnen als monarchie, ze werden geregeerd door een koning. Vaak kregen later kleine groepen families de macht, dat noem je een aristocratie of oligarchie. Sommigen werden daarna een tirannie, één iemand heeft de macht. Veel stadstaten hadden een volksvergadering. Vaak hadden ‘gewone burgers’ weinig invloed maar in Athene ontstond de eerste democratie. In de volksvergadering beslissen ze over weten en kozen ze bestuurders die vervolgens ook werden gecontroleerd. De burgers kozen geen parlement alleen ze mochten wel stemmen en spreken. Vrouwen en slaven mochten dit niet. Veel filosofen vonden dit niet het beste politieke systeem omdat niet alle burgers evenveel verstand van zaken hadden.



2.2. het Romeinse imperium



Rond 500 v.C. is Rome een echte stadsstaat geworden. Rome veranderde toen van een monarchie  in een republiek, de macht kwam in handen van de senaat. (rijke families) in 264 v.C. begon de expansie (groei) buiten Italië. Rome viel Carthago aan en later veroverde Italië onder meer Spanje. Daarna veroverde ze Griekenland, Turkije, Syrië en andere delen van west-Azië. Legeraanvoerders werden hierdoor populair en tussen hen braken er burgeroorlogen uit. De succesvolste generaal was caesar. Hij liet zich benoemen tot dictator/alleenheerser, maar werd vermoord. Daarop volgde een lange burgeroorlog die werd gewonnen door de achterneef van caesar. Hij maakte een einde aan de republiek en stichtte het Romeinse keizerrijk.



Door het organisatietalent en militaire kracht zorgde ervoor dat Rome uitgroeide tot wereldrijk. Verzet tegen het rijk werd genadeloos onderdrukt en het was ook belangrijk dat de romeinse cultuur en godsdienst werd overgenomen. Binnen het rijk heerste lange tijd rust en vrede, de pax Romana.



De romeinen waren onder de indruk van de Grieken en  zij namen veel van hen over. Zo namen ze verhalen over van elkaar. Ook bouwwerken zoals een amfitheaters, bruggen etc. werden overgenomen. Hieruit ontstaat de Grieks-Romeinse cultuur.



2.3 De Grieks-Romeinse cultuur



Griekse beeldhouwers waren op zoek naar iets nieuws in de beeldhouwkunst en probeerden nieuwe dingen uit. Ze bestudeerden de gezichten van mensen en zo gaven hun beelden een natuurlijke houding en levendige gezichten. De Grieken wilden met hun vormentaal perfecte schoonheid uitdrukken en beelden daarom voornamelijk goden uit en geen gewone stervelingen.  In de bouwkunst namen de Grieken de zuilen uit Egypte over, een ronde stenen paal die een dak ondersteund.



2.4 Romeinen en Germanen



Qua technieken liepen de Germanen flink achter op de Romeinen. Zo waren ze niet bekend met het schrift en hadden een landbouwsamenleving. Tussen deze volken is geen oorlog. Er is zelfs handel, en er wordt getrouwd, ze krijgen kinderen. De Romeinen zorgden ervoor dat de Germanen in het grensgebied mochten wonen waar ze het Romeinse rijk hielpen met et verdedigen tegen de andere stammen.  In de 3e eeuw (na christus) vervalt het Romeinse rijk, ondernemer door de Germaanse aanvallen. Eind 4e eeuw kwam er een nieuwe volksverhuizing op gang. Het oosten van het rijk wist de invallers tegen te houden alleen het westen werd harder getroffen. In 395 werd he rijk gesplitst in een west en oost romeins rijk met allebei een eigen keizer. Het latijn werd overgenomen alleen de Germaanse talen verdwenen niet. In 476 zetten de Germaanse veroveraars de laatste West-Romeinse keizer af, he Oost-Romeinse rijk bleef nog bijna duizend jaar bestaan.



2.5 Jodendom en christendom



De joden waren polytheïstisch, maar hun geloof werd op den duur monotheïstisch. Dat houd in dat ze in één god geloven. Voor de joden heet deze god Jahweh. Het geloof werd vastgelegd in een heilig boek, genaamd de Tenach. Hierin staan Joodse wetten en regels, maar ook de geschiedenis van de Joden en hun aardsvader Abraham zou door Jaweh naar Palestina zijn geleid. Het volk werd jaren lang achtervolgt en de Joodse hoofdstad werd in in 587 v.C. verwoest. Vanaf toen hebben de Joden in de diaspora (verspreiding van het joodse volk over verschillende gebieden) gewoond.



Uit het jodendom is het christendom ontstaan. Een nieuwe monotheïstische godsdienst. Christenen hoefden zich niet te houden aan de joodse wetten en gebruiken zoals besnijdenis en de strenge voedselwetten. De Christenen hebben ook een heilig boek genaamd de bijbel, deze bestaat uit het nieuwe en het oude testament. Het oude testament komt overeen met de Tenach van het Jodendom. In het nieuwe testament staan de woorden en daden van God. Paulus maakte de christenen los van de joden.  Hij werd vervolgd, net als anderen, in Rome. Omdat ze in Rome niks moesten hebben van een geloof in één God. Zij hielden nog de verschillende goden aan. In 313 maakte keizer Constantijn een einde aan de vervolgingen en werd zelf christen. Eind 4e eeuw werd het een staatsgodsdienst en andere godsdiensten werden verboden. Heiligdommen werden verwoest of omgebouwd tot kerk. (christelijk gebedshuis) Constantijn en zijn opvolgers lieten een orthodoxe geloofsleer vastleggen.



De islam is ook een monotheïstische godsdienst. Waarbij de Koran het heilige boek is. Zij geloven dat Allah de almachtige is. Mohammed is de profeet, hij veroverd delen van Spanje samen met zijn opvolgers. In de Islam bestaan twee verschillende groepen, de Soennieten en de Sjiieten. In islamitische plaatsen waren Sultans en Emir aan het  ‘hoofd’.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.