Geschiedenis 2, inleiding, §1, §2.

De Chinese bevolking oefent al heel lang invloed uit op andere culturen. China was het toonbeeld van macht en invloed voor veel landen. Er werden ook allerlei Chinese producten overgenomen. Maar ook andere landen voerde invloeden in in China. China is het grootste land ter wereld. En het zal een grote invloed krijgen in de economie.

De Chinese economie was zelfvoorzienend, ze hoefden niet te handelen met andere landen. Het grootste gedeelte van de bevolking bestond uit boeren. De landbouw had dus ook het grootste aandeel in de economie. Veel boeren leefden eenvoudig en werkten hard op het gepachte land. Voor de vrouwen was de zijdeteelt het belangrijkste werk. De Chinese boer had meer plichten dan rechten. De boer moest belasting betalen, en de landheer wilde pacht hebben. De boeren werden door de armoede gedwongen om hard te werken. De hiërarchie in de dorpsgemeenschap was gebaseerd op leeftijd. De voorvaderen werden in altaren geëerd en er werden offers gebracht. Het rijk van de Ming-keizers was verdeeld in 15 provincies. In elk district lag een hoofdstad. Vrouwen van rijke families kwamen niet op straat, hun voeten waren strak ingebonden. De handelaren trokken langs de huizen omdat de vrouwen niet op straat kwamen. Peking was het centrale middenpunt van het land. Aan de top van de samenleving stond de keizer. Iedereen moest de keizer dienen en gehoorzamen. Het bestuur van het Chinese rijk lag in handen van de Mandarijnen. Je moest hiervoor jarenlang studeren en zelfs examen doen in de leer van Confucius. De mandarijnen vertegenwoordigden het gezag van de keizer en stonden hoog in aanzien. In het hart van elke stad lag de yamen, het gebouw waar de mandarijn werkte en woonde. Hij inde de belastingen en zorgde voor openbare veiligheid. De Chinese bevolking had een grote verscheidenheid. Er waren verschillende talen. Maar die werden overkoepeld door de gezamenlijke eeuwenoude literatuur. De mandarijnen waren duidelijk te herkennen aan hun kleding. Ze hadden veel ontzag voor geleerdheid en weinig ontzag voor militaire zaken. De handel werd sterk geminacht. Men had volgens Confucius niet veel nodig. De Chinese bevolking voelde zich verheven boven andere volken. De Chinezen waren het enige beschaafde volk. Men had een onderscheid gemaakt tussen rauwe en gekookte barbaren. De rauwe barbaren waren nog nooit in aanraking gekomen met de Chinese cultuur en de gekookte barbaren waren de volkeren die wel contact onderhielden met China. Het contact met andere volkeren werd gecontroleerd door de mandarijnen en werd ingepast in het tribuutstelsel; een afgezant van een vreemd rijk maakte zijn opwachting bij de Chinese keizer. Hij toonde onderdanigheid door het maken van een rituele buiging, de ketou. Ook moest hij een geschenk meebrengen voor de keizer. De Portugezen zagen al snel in dat het niet mogelijk was om op andere manieren handel te drijven dus gingen ze over op plunderen en werden ze dus gezien als barbaren. Maar er waren ook missionarissen die indruk maakten en invloed kregen aan het hof. Ze hadden veel kennis over wetenschappen en techniek. Zij pasten zich volledig aan, aan de Chinese tradities.

In 1644 slaagde de leider van de Mantsjoes erin een deel van China te veroveren en kroonde zichzelf tot de keizer van een nieuwe dynastie; de Qing. Onder de Mantsjoes kreeg het Chinese rijk een enorme omvang. De bevolking kreeg hierdoor ontzag voor de leiders. Ook de binnenlandse economie maakte een enorme bloei door. De Mantsjoes bouwden voort op de eeuwenoude tradities. Om het rijk goed te kunnen besturen maakte de Mantsjoes gebruik van de ervaren mandarijnen. De bevolking kon verder leven met hun eigen gewoontes. Alleen moesten de mannen het haar dragen op de traditionele manier van de Mantsjoes, kaal en met een lange vlecht. Het was een symbool voor onderworpenheid. Afgevaardigden uit Europese landen kwamen langs aan het hof met geschenken maar de keizer vond het niet nodig om gezanten van andere landen te verwelkomen aan het hof. Er was een nieuwe generatie missionarissen verschenen aan het hof: de jezuïeten. Ze pasten zich volledig aan, aan de Chinezen. De keizer was onder indruk van hun wetenschap en benoemde hen tot hofastrologen en landmeetkundigen. De missionarissen hadden ook effect, in 1692 gingen de Chinese havens open voor buitenlandse schepen. En in 1692 vaardigde de keizer een besluit uit waarin stond dat de burgers tolerant moesten zijn tegenover de Rooms Katholieke kerk. Maar toen de keizer hoorde dat de missionarissen probeerden het volk te bekeren verbood hij het Christendom in 1721. Hun bewegingsvrijheid was beperkt. In 1757 werden de Chinese havens weer verboden gebied voor Europese schepen. Toen China de poort voor handel sloot nam in Europa de vraag naar exotische artikelen toe. Handelaren konden door de handel met China veel geld verdienen. Maar de Chinezen waren niet geïnteresseerd in Europese producten, ze accepteerden alleen zilver en dat was erg schaars. Vanaf 1733 begonnen Engelsen opium te smokkelen uit India maar toen de keizer ontdekte dat dit een gevaar was voor de volksgezondheid, verbood hij dit onmiddellijk. In 1834 eindigde een handelsmonopolie( het recht van alleenhandel). Vanaf dat moment konden ook privé-handelaren proberen toegang te krijgen tot China. In 1839 werd een Engelse troepenmacht naar China gestuurd, maar de Chinezen boden maar weinig weerstand. Ze behaalden een makkelijke overwinning. In het Verdrag van Nanking uit 1842 werden China concessies afgedwongen. De Britse afgevaardigden moesten onbelemmerd in Kanton verblijven. Het binnenland was nu open voor buitenlanders maar de boeren in Taiping kwamen in opstand. Het aantal aanhangers groeide snel door de onvrede over de Mantsjoes. Pas in 1868 slaagde de overheid erin om de opstand te onderdrukken, hierbij werd gebruikt gemaakt van westerse wapens. De zelfversterkingsbeweging probeerde de regering te overtuigen over het gebruik van westerse wapens. Maar dit stuitte op kritiek. China’s militaire zwakte bleek ook toen ze de oorlog met Japan (1894-1895) verloren. Andere landen eisten nu delen van China op. Rusland was het eerste land die dat deed. De bevolking was het vertrouwen in de dynastie verloren. Opnieuw groeide het verzet en braken er opstanden uit. Maar de regering wist de bevolking te overtuigen van het kwaad van de buitenlanders. Veel westerlingen werden vermoord door de bevolking. De keizerlijke dynastie bleef nog tot 1911 bestaan maar door gebrek aan steun was deze sterk verzwakt.

§3+4
Na het mislukken van de hervormingen van 1989 vluchtte een groot aantal Chinese revolutionairen naar Japan. Zij vonden dat er een einde moest komen aan de macht van de Mantsjoes en vonden dat China een republiek moest worden. Het nationalisme in China groeide sterk. Sun Yat-sen was een van de belangrijkste leiders van de revolutie. In 1911 brak er een grote, nationale opstand uit. In 1912 gaf het Chinese bestuur zich over en er kwam een republikeinse regering onder Yuan Shikai. Aan het begin van de 2e WO bezette Japan de Duitse kolonies in China. De Chinese studenten kwamen in 1919 bij elkaar om te demonstreren tegen het beleid van de Japanners. De Chinese regering weigerde uiteindelijk het vredesverdrag te ondertekenen. De houding tegenover Japan veranderde radicaal. In de daaropvolgende jaren waren nog vele stakingen en demonstraties georganiseerd tegen het westerse en Japanse imperialisme. Er ontwikkelden zich 2 belangrijke volkspartijen:
· Kuo-min-tang (KMT)
· Chinese Communistische Partij (CCP)
De CCP werd gesteund door de SU. Sun Yat-sen zocht ook hulp bij de westerse landen maar toen hij deze niet kreeg accepteerde hij de steun van de SU. De SU wilde de invloed van het communisme in China bevorderen. De KMT en de CCP vormden gezamenlijk een front tegen de warlods. In 1925 overleed Sun Yat-sen en Chiang Kai-shek nam zijn positie als leider van de KMT over. De KMT had haar achterban vooral in de burgerij in de steden. Zij stonden open voor westerse invloeden. Veel aanhangers studeerden in het buitenland. De KMT slaagde er niet in om het platteland in haar macht te krijgen. Voor de CCP was het net andersom. Zij hadden veel invloed bij de boeren op het platteland. Mao Zedong werd de leider van de communistische partij. De CCP vond dat er een einde moest komen aan de traditionele standsverschillen tussen boeren en landheren van het platteland. De CCP en KMT waren voortdurend met elkaar in oorlog. In 1937 viel Japan China binnen. De KMT en de CCP staakten hun vijandelijk front en vormden samen een front tegen Japan. Na de aanval op Pearl Harbor kreeg China internationale erkenning als bondgenoot in de strijd tegen Japan. Na de capitulatie van Japan begon de strijd tussen KMT en CCP weer opnieuw. Op 1 oktober 1949 riep Mao Zedong officieel de Volksrepubliek China uit. Deze werd ingericht volgens het model van de dictatuur onder Stalin. Mao Zedong werd de leider. De mensen werden hervormd door allerlei propagandamiddelen. De kunst had een speciale rol ze moesten de revolutionaire boodschap overbrengen. Er werd een begin gemaakt met het herstel van de binnenlandse economie en de opbouw van een moderne industrie. China werd hierin geholpen door de SU. China zocht ook contact met het Oostblok. Amerika was de grootste vijand van China, deze kwamen tegenover elkaar te staan tijdens de Korea-Oorlog. In 1956 begon de SU met een vrijere koers. De destalinisatie ging niet door in China. Mao Zedong wilde vasthouden aan de oude communistische ideeën over de wereldrevolutie. In 1958 maakte China een ommezwaai in het programma voor de economische opbouw. Deze campagne werd de Grote Sprong Voorwaarts genoemd. China’s isolement werd nog groter tijdens de Culturele revolutie. We moest een einde gemaakt worden aan alles wat niet in overeenstemming was met de communistische ideeën. De bevolking leefde in angst en onzekerheid. Verdachte personen werden direct veroordeeld. In 1969 kwam het tot nieuwe grensconflicten met de SU. De VS zocht in dezelfde tijd toenadering tot China. En in 1971 werd China toegelaten tot de VN.

Eind 1978 maakte de Communistische partij bekent dat China een nieuwe economische koers zou gaan varen. De nadruk lag op de modernisering van de landbouw, van de industrie, de wetenschap en technologie en van de nationale defensie. Dit noemde men de Vier Moderniseringen. Dit gebeurde onder leiding van de nieuwe leider Deng Xiaoping. De boeren op het platteland werden zelfstandig en in de steden werden de mensen aangemoedigd om eigen bedrijven te beginnen. Op deze wijze werd in China het kapitalistische principe van de ‘vrije markt’ ingevoerd. In de jaren 80 werden er zones opgericht waar buitenlandse bedrijven zich konden vestigen. De studenten werden aangemoedigd om in het Westen te gaan studeren zodat ze meer kennis konden opdoen. Het buitenlandse verkeer groeide sterk door de nieuwe politiek. De economie groeide snel en de welvaart steeg. De hervormingen deden hun werk dus goed. Maar de tegenstellingen tussen arm en rijk en tussen stad en platteland groeiden sterk. Dit was in tegenspraak met het communistische ideaal van gelijkheid. In 1983 werd er met een Campagne tegen Geestelijke Verontreiniging gestart, kunstenaas gingen namelijk gewoon hun eigen gang en hielden zich niet aan de regels. Het streven naar vrijheid en individualisme werd veroordeeld als bourgeios-liberalisme. Maar de ontevredenheid onder de burgers groeide. De eis om invoering van democratie groeide. Na dagen spanning werden de demonstranten met geweld verdreven. In deze periode nam de Chinese overheid veel studenten en sympathisanten gevangen. Veel Chinesen gebruikten Hong Kong als tussenstop op hun vlucht naar het westen. Maar de relatie van China met het westen was veranderd. Amerika was wel nog China’s handelspartner, dit kwam door de goede economie. In 1997 kwam er een einde aan het Britse bewind in Hong Kong. Het eiland werd weer onderdeel van China. Jiang Zemin, de nieuwe president was zeer verrukt hierover. In 2001 trad China toe tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Y.

Y.

Deze Info Klopt NIET!
NIet gebruiken het klopt niet, ik heb er een 2 voor gekregen!

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast