Geschiedenis samenvatting 3.1, 3.2, 3.3.
3.1
Een deel van de dag ontving Lodewijk XIV in zijn werkkamer ambtenaren en ministers
Minister: Hoogste diener van de staat, lid van de regering
Lodewijk XIV zag hem als zijn dienaren, en ze mochten advies geven. Lodewijk dacht dat koningen hun macht kregen van god, en dat alleen god hun daden kon beoordelen. Lodewijk verdedigde het absolutisme; regering waarbij de macht van de vorst door niets wordt beperkt.
In 16e eeuw was er godsdienstige oorlog tussen protestanten (calvinisten) en katholieken. Mensen verlangden naar koning die orde bracht, waar Lodewijk XIV van profiteerde. Om zijn macht te tonen, liet hij een ontzettend groot paleis bouwen; het paleis van Versailles.
Lodewijk bracht veiligheid in binnenland, maar was bedreigend voor Franksrijks buren, omdat de oorlogszuchtige Lodewijk het Franse grondgebied steeds meer wilde uitbreiden.
Lodewijk maakte in 1685 een eind aan rechten van protesten, en liet hun kerken en scholen afgebroken worden. Met militair geweld dwongen ze hun om zich tot het katholieke geloof laten bekeren. Honderdduizenden hugenoten vluchtten naar het buitenland.           
In 1715 overleed Lodewijk XIV. Hij was toen 72 jaar lang koning geweest
Engelsen wilden net als Lodewijk XIV alle macht tot hun toetrekken. Het grootste deel van de 17de eeuw ruzieden het parlement. Dit kwam aan een eind toen in 1688 Willem III Jacobus II verdreef. Dit staat bekend als de Glorious Revolution. Toen Willem II koning werd beloofde hij dat hij zich aan de Bill of Rights zou houden. Hierin stond dat voor belangrijke keuzes hij toestemming nodig had van parlement. Hij verloor ook zijn macht over rechters, die onafhankelijk werden. Na de Glorious Revolution bleef Engeland een monarchie waarin de macht van de koning beperkt is door het parlement
De republiek der Verenigde Nederlanden  bestond uit zeven onafhankelijke staatjes. De hoogste bestuur in elk gewest waren de Staten, waarin vertegenwoordigers van steden en adel in zaten.  
Zij werkten samen met de Staten-Generaal, die beslisten over buitenlandse politiek, het leger en de vloot. Leden van Staten-Generaal vertegenwoordigen hun eigen gewest. Ze konden alleen belangrijke besluiten nemen als alle leden het ermee eens waren. Al deze bestuurders, worden regenten genoemd, ze kwamen uit adel en rijke burgerij. Het volk had niets te zeggen. Zo’n bestuur door een bevoorrechte bovenlaag heet een oligarchie.


De machtigste regent was de raadspensionaris, hij was voorzitter van de Hollandse staten (Noord en Zuid Holland). Maar toch was meestal de stadhouder, machtiger. Hij was opperbevelhebber over het leger en de vloot va de republiek en had invloed op de benoeming van regenten. Aan het begin van de 17e eeuw was er een machtsstrijd tussen raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt. en stadhouder Maurits. De strijd liep zo hoog op dat er een burgeroorlog dreigde, maar Maurits trok aan het langste eind. In 1618 liet hij Van Oldenbarnevelt arresteren voor landverraad. De bejaarde Van Oldenbarnevelt kreeg de doodstraf.
Na de tachtigjarige oorlog, was er een nieuwe stadhouder, de 20-jarige Willem II , die in 1647 zijn overleden vader Frederik hendrik was opgevolgd. Veel mensen vonden dat de republiek geen stadhouder nodig had, vooral de Amsterdamse regenten.  In 1650 probeerde Willem II alle macht naar zich toe trekken. Hij liet regenten vastzetten en ging met zijn leger op weg voor een verassingsaanval op Amsterdam, die faalde. Kort daarna overleed hij. In 1651 kwamen honderden regenten bij elkaar voor de Grote vergadering in de Ridderzaal in Den Haag. Daar besloten ze geen nieuwe stadhouder te benoemen. Johan de Witt, de raadspensionaris van Holland, werd de machtigste man in de Republiek. Hij bleef dat tot 1672, toen er een eind kwam aan het stadhouderloos tijdperk.


3.2
Hendrick de Keyser ontwierp in 1611 een beurs, waar bankiers, schippers en mensen heen gingen om de laatste nieuwtjes te weten en te handelen. Deze beurs bleef eeuwen daarna het kloppend hart van het Nederlandse zakenleven.
Vanaf 1585 was in Amsterdam de handel sterk gegroeid. Duizenden koopvaardijschepen liepen de Amsterdamse haven in om hun goederen te lossen. Graan, bont en hout uit Noord-Europa, uit Zuid-Europa wijn, zuidvruchten en zout, uit Azië Specerijen, uit Amerika suiker en tabak. Kooplieden sloegen de producten op in hun pakhuizen. Amsterdam werd een stapelmarkt waar goederen uit heel Europa werden opgeslagen om daarna weer aan het binnen- en buitenland te worden verkocht. Amsterdam was het opkomende centrum van het kapitalisme
Amsterdam had ook een bloeiende nijverheid die grondstoffen verwerkte. Zo was Leiden bijv. Een van de beste textielsteden van Europa etc.
Handelskapitalisme: economisch systeem waarin ondernemers zich bezighouden met handel en nijverheid, waarbij ze een deel van de winst in hun onderneming investeren
De  Nederlandse landbouw profiteerden van de welvaart, ze gingen zich richten op boter kaas en vlees. Vissers vingen haring op de Noordzee, en joegen in het hoge noorden op walvissen.
Met nijverheid, landbouw en visserij werd zoveel geld verdiend dat de Republiek het rijkste land van Europa werd. Daarom wordt de 17e eeuw in Nederland de Gouden eeuw genoemd. De welvaart en werkgelegenheid trokken veel migranten aan. in 1650 woonden er en meer dan 160 000 mensen in Amsterdam, dus om uit te breiden, moest Amsterdam steeds meer land in bezit nemen. In 1613-15 wordt de grachtengordel gebouwd, dit werd een symbool van de gouden eeuw.
Nederlands leger  bestond uit buitenlandse huursoldaten. De tachtigjarige oorlog ging ook na het ontstaan van de Republiek door. Het werd duidelijk dat Spanje de oorlog niet kon winnen, maar ze raakte een keer akelig dichtbij, toen ze Amersfoort en Breda innamen. Maar uiteindelijk was de Spaanse schatkist leeg, en sloot Nederland met Spanje in 1648 de Vrede van Munster.
Na de oorlog met Spanje, was er spanning tussen Engeland en de Republiek. De Engelsen wilden een eind maken aan de overmacht van de Republiek. De Engelse zeeoorlogen maakte Michiel de Ruyter tot de populairste zeeheld uit de Nederlandse geschiedenis. Telkens wist hij de Engelsen te verslaan. Zijn sensationeelste zege behaalde hij in 1667 toen hij won bij het stadje Chatham bij London.
Bij de derde zeeoorlog vochten de Fransen samen met de Engelsen tegen de Republiek. De fransen wilde ook de overmacht van de revolutie stoppen zodat ze meer naar het noorden konden uitbreiden. In 1672, het Rampjaar, toen vier vijanden tegelijk aanvielen. Op zee versloeg Michiel de Ruyter de Frans-Engelse zeevloot, maar op land verloor Nederland. Ze gingen plunderend en brandstichtend door Gelderland en Utrecht, tot aan de grens van Holland. Net op tijd lieten ze de polders vollopen met water. In Holland brak paniek uit. Johan de Witt en zijn medestanders kregen de schuld voor het zwakke leger. Snel werd Willem III tot stadhouder benoemd. In Den Haag werden Johan de Witt en zijn broer vermoord. Na het rampjaar verdreef Willem III de Fransen. Vanaf in 1689, toen Willem III koning werd van Engeland, vochten ze samen tegen Frankrijk. De oorlogen kosten veel geld, waardoor ze hun economische voorsprong op Engeland verloren.


3.3  
Nadat de Houtman in 1596 Java had bereikt, gingen de Nederlanders ook volop meedoen met de Europese Expansie. Ze gingen naar Azië om specerijen te kopen. Hun compagnieën (handelsbedrijven) maakten eerst veel winst, maar door de concurrentie gingen de winsten al snel omlaag in 1602 grepen de Staten-Generaal in.  Ze lieten 6 Hollandse en Zeeuwse compagnieën opgaan in een bedrijf: de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Allen zij mochten nog handel drijven met Azië. Door dit monopolie (alleenrecht) bleven de prijzen en winsten hoog. De VOC had zijn eigen leger en schepen. Met geweld verjoegen ze de Portugezen en Engelsen uit de Molukken, en dwong de Molukken om alleen nog handel te drijven et de Nederlanders. In 1621 werd de complete bevolking van het Molukse eilandje Banda uitgemoord en weggevoerd omdat ze nootmuskaat aan de Engelsen en Portugezen bleven verkopen. De VOC bracht daarna slaven daarheen om te werken op de specerijplantages
Jan Pieterszoon Coen  was gouverneur-generaal van de VOC. Hij veroverde in 1619 de Javaanse stad Jacatra en noemde het Batavia. Dit werd de aankomst- en vertrekhaven van de VOC. Aan zeekant werd het kasteel van Batavia gebouwd. De VOC deed ook zelf mee aan de handel in Azië zelf. Om handel te drijven stichtten de VOC op alle Aziatische kusten factorijen (handelsposten) In China werd zijde gekocht, die werd in Japan geruild tegen zilver, dat werd in India verhandeld tegen textiel en daarvan werden in Indonesië specerijen gekocht voor de Europese markt. De VOC had alleen directe macht over de Molukken, Ceylon en over delen van Azië. Alleen Nederlanders mochten handel drijven met Japan, op een eiland Dejima, bij Nagasaki.
In 1621 richtten de Staten-Generaal de West-Indische Compagnie (WIC) op voor handel met West-Afrika en Amerika. Ze kregen net als VOC een handelsmonopolie. De WIC was minder sterk dan VOC. De WIC moest meedoen met de tachtigjarige oorlog, en moest Spanje op zee bestrijden. Spanje betaalde de oorlog met zilver en voeren elk jaar een vloot met tientallen schepen vol zilver naar Spanje. In 1628 behaalde kapitein Piet Hein een hele grote overwinning. Hij voer met 31 schepen en veroverde daar de schepen met zilver.            In 1630 veroverde de WIC een deel van Brazilië. Om daar suiker te verbouwen moesten ze slaven uit Afrika halen. Daarvoor veroverde de WIC in 1637 het Portugese fort Elmina. De slaven die ze daar haalde, brachten ze eerst naar Curaçao, dat in 1634 door Spanje veroverd was. Daar was een grote slavenmarkt. Vandaar werden ze naar hun kopers op de Caraibische eilanden en het vasteland gebracht.
De WIC stichtte op het Eiland Manhattan Nieuw-Amsterdam, het werd in 1645 veroverd door de Portugezen, en door de Engelsen tijdens de tweede zeeoorlog, die het New York noemden. In dezelfde oorlog nam de WIC  Suriname af van de Engelsen. Vanaf toen bezat de WIC Suriname, Afrikaanse kustforten en Antilliaanse eilanden.
In de 17e eeuw ontstond een wereldeconomie. De Europeanen maakte kennis met thee in China en Japan.  Koffie drong in de 17e eeuw vanuit het Ottomaanse rijk in Europa door. Koffie werd een volksdrank. Tabak haalden ze uit Amerika. In de 17e eeuw werden kimono’s in Europa populair en daarna stoffen uit Indonesie.


 


 


 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.