Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Hoofdstuk 3 extra: ontkenningen

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas havo/vwo | 500 woorden
  • 7 november 2014
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.7
  • 5 keer beoordeeld

Taal
Frans
Vak

Franse ontkenningen



De ontkenning (deel 2)





















































ne ... pas



Elle n’est pas là.



Niet



Ze is er niet.



ne ... pas du tout



Elle n’aime pas du tout la bière.



Helemaal niet



Zij houdt helemaal niet van bier.



ne … pas non plus



Je ne vais pas non plus en vacances.



Ook niet



Ik ga ook niet op vakantie.



ne … pas encore



Je n’ai pas encore vu le film.



Nog niet



Ik heb de film nog niet gezien.



ne … plus (de)



Je n’ai plus d’argent.



Nous n’allons plus à la fête.



Niet meer/geen



Ik heb geen geld meer.



Wij gaa niet meer naar het feest.



ne … jamais



Il ne fait jamais de sport.



Nooit



Hij sport nooit.



ne … rien



Tu ne manges rien ?



Niets



Eet jij niets ?



ne … personne*



Je ne vois personne.



Niemand



Ik zie niemand.



ne … aucun(e)



Je n’ai aucune idée.



Geen enkel



Ik heb geen enkel idee.



ne … ni… ni



Elle ne mange ni viande ni poisson.



Noch ... noch



Zij eet noch vlees noch vis.



ne … que



Ils n’ont que 2 heures de cours.



Slechts, alleen maar



Zij hebben alleen maar 2 uur les.






*LET OP :



Als «niemand» onderwerp verandert de woordvolgorde. «Personne ne» staat dan op de plek van het onderwerp dus in begin van de zin.



b.v.   Personne n’ aime le nouveau film.



        Niemand houdt van de nieuwe film.





Exercice 2: Maak de zinnen ontkennend. Werk in je schrift.



Je suis malade.   (nooit)



Ma mère prépare des pâtes.   (niet)



Mon frère va au collège.   (niet meer)



Je suis allé au restaurant.   (nooit)



5 Je vais au match.   (niet)



6 La voiture est dans la rue.   (niet meer)



7 Tu comprends?   (niets)



8 Timo a rencontré Monique.   (nog niet)







Exercice 2: Notez les réponses en français dans votre cahier.






  1. Tu veux encore du gateau? Non merci, je … (niet meer)

  2. Vous allez souvent au cinéma? A)Non, nous … (nooit)



 B)Non, nous … (slechts 1x per jaar)




  1. Vous voyez les élèves de la classe 2E? Non, je … (geen enkel)

  2. Tu viens au café avec nous ? Non, je … (geen geld meer)

  3. Tu viens encore au match de foot? Non, je … (niet meer)

  4. Qui veut réparer mon vélo ? (niemand)

  5. Tu connais quelqu’un dans la classe ? Non, je … (niemand)

  6. Vous aller à la mer ? Non, nous …(noch aan zee, noch in de bergen)

  7. Vous aimez la danse ? Non, je … (helemaal niet)




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.