Samenvatting Filsofie - wijsgerige antropologie
1. De mens is een dier dat kan denken

Aristoteles :
De mens is een dier dat kan denken. We hebben veel gemeen met dieren, ook het verstand maakt het mogelijk een ander leven te leiden,
Nietschze:
- De mens is niet meer dan wil tot macht gericht op heersen en overleven.
- Mens moet uit nature worden begrepen, niet uit God.
- Mens is een nog niet vastgesteld dier.
- Denken is niet een extraatje voor de mens.
- Mens is de meester en vormgever van zichzelf.
- God is dood.
Plessner:
- De mens is van nature kunstmatig.
- Cultuur ligt in de hand van de mens om dit te scheppen.
- Mens geeft niet alleen zijn eigen leven vorm maar ook die van zijn omgeving.
- De mens is niet alleen een natuurwezen maar ook een cultuurwezen omdat hij afstand kan nemen van zijn natuurlijke behoeften.
- Mens probeert via cultuur zin te geven aan het leven.
- De mens maakt cultuur, maar omgekeerd is ook waar: cultuur maakt de mens.
Freud:
De mens en daarmee de eigendunk van de mens heeft drie zware slagen te verduren gehad:
1e Copernicus: zijn nieuwe idee van het heelal. Zon is het middelpunt en de aarde en de andere planeten draaien daar omheen. Echte copernicaanse wending, zijn theorie klopte niet met de kerk.
2e Darwin: de mens is net zo toevallig ontstaan als het lieveheersbeestje. Mens staat dicht bij de aap, afkomst mens is het zelfde als de dieren. ‘Survival of the fittest’
3e Freud zelf: mens is een ziek dier, dier dat therapie nodig heeft. Hij kwam met een nieuwe behandeling: gesprekstherapie. Hij deelt de mens in drieën:
Ich – Es – Über-ich
Ich: persoonlijkheid
Es: (seksuele) driften
Über-ich: geweten
Hoe de mens over zichzelf denkt, hangt behalve met wetenschappelijke en religieuze opvattingen samen met culturele en historische veranderingen
2. Lichaam en geest.
Lock:
- Ging uit van de tabula rasa, het ongeschreven blad. Er is niet zoiets als een aangeboren karakter en geboren ideeën. Door wat je mee maakt wordt je wie je bent.
- De herinnering rijgt verschillende gebeurtenissen als een ketting aan elkaar. Het maakt je een uniek individu
Hume:
- Gaat er vanuit dat er buiten ervaringen niets is.
- Je kunt jezelf, de eigenaar van je gevoelens nooit vinden.
- De ‘zelf’ bestaat niet, je bent niets meer als een verzameling ervaringen en herinneringen.
Thomas van Aquino:
- Het vermogen om te denken wordt ingegeven door God.
- De mens heeft zijn lichaam in bruikleen.
Plato:
De ziel is onsterfelijk en heeft drie delen. Deze vergelijkt hij met een menner en twee paarden. Deze staan voor de rede, het gemoed en de begeerte. Het zogenaamde gouden, zilveren en bronzen deel. Het ene paard is lomp en zwart en het andere wit rank. De menner leidt dit tweetal langs de hemel, tussen aarde en de Ideeënwereld  in. De meneer heeft de leiding, maar kan het zwarte paard, dat staat voor begeerte, nauwelijks in bedwang houden. Deze probeert steeds naar de aarde te gaan. Het witte paard stelt de moed en geestkracht voor en wil daarom naar de Ideeënwereld.
Uit deze theorie blijkt dat Plato een negatief beeld heeft van het lichaam. Hij noemt het dan ook “een kerker van de ziel”. Ook gaat hij dus uit van twee werelden, wat hem tot een dualist maakt. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Aristoteles.
Descartes:
- Lichaam en geest zijn twee strikt gescheiden substanties, cartesiaans dualisme.
- Lichaam = stoffelijk, neemt ruimte in. Geest = geest is onstoffelijk.
- De scheiding is absoluut, de wereld van geest en materie zijn totaal verschillend.
- Dieren zijn niet mee dan domme machines. Ze hebben alleen materie en niks geestelijks.
La Mettrie:
- Cartesiaans dualisme klopt niet, lichaam en geest staan volgens hem niet los van elkaar. Er is volgens hem maar een substantie en dat is materie.
- De mens is niets anders dan een ingewikkelde machine, denken en doen zijn scheikundig te verklaren. Wordt ook wel materialisme genoemd.
Spinoza:
- Er is één substantie: God, natuur of het ene.
- Metafoor van de klokken.
Kant:
- Maakt onderscheid tussen onze waarnemingen en de object ‘an sich’.
- Hoe de wereld er uitziet weten wij niet, wij kennen alleen de manier waarop de wereld aan ons verschijnt. We kunnen er niet van los komen en zien de wereld dus op onze manier.
Husserl:
- Wereld tussen haakjes zetten, en alleen richten om onze ervaringen.
- Fenomenologische methode – puur en zo onbevooroordeeld mogelijk gericht zijn op de ervaringen van de verschijnselen.
Merleau Ponty:
- De relatie tussen mens en wereld staat centraal
- Mensen zíjn een lichaam in plaats van dat ze een lichaam hébben
- Het lichaam bepaalt hoe we de wereld waarnemen
- Eerst het lichaam - dan het denken
Putnam:
- De geest verhoudt zich op dezelfde manier tot het lichaam als software tot een computer
- De geest is een ingewikkelde machine
Turing:
- Uiteindelijk worden computers denkende machines.
Turingtest: in de ene kamer zitten een man en een vrouw, in de andere kamer een ondervrager. Deze moet erachter zien te komen wie de man en wie de vrouw is, door vragen te stellen via een telexverbinding. Stel: een machine neemt de functie van man en
vrouw over, zal de ondervrager dit doorhebben? Volgens Turing zal het lukken om
een machine te ontwikkelen die zulke goede antwoorden geeft, dat de ondervrager
er niet binnen 5 minuten achterkomt.
Searl:
- Computers kunnen niet denken, het lijkt alleen maar zo
- Computers doen alleen exact wat hen ingeprogrammeerd is.
- Test met tekens.
3. Vrijheid
Sartre:
Doorlezen in boek, belangrijk!
De Beavoir:
- Gaat ook uit van existentialisme.
- Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt te vrouw gemaakt.
- Aanhanger feminisme.
Irragay:
- De beleveniswereld van een vrouw is anders dan die van een man
- Vrouwen moeten hun eigen identiteit ontwikkelen
Filosofie H1 wijsgerige antropologie – woordenlijst

Encultratie – aanleren van cultuur kenmerken (o.a. bepalend voor waarde oordelen).
Copernicaanse wending – ontdekking van Copernicus dat de aarde om de zon draait en niet andersom, wordt gebruikt om schokkende ontwikkelingen aan te duiden die leiden tot een nieuwe kijk op de werkelijkheid.
Tabula rasa – onbeschreven blad; uitgangspunt dat alles kennis uit ervaring komt, en er geen aangeboren kennis bestaat.
Postmodernisme – stroming in filosofie en kunst vanaf 1945, breekt met het modernistische vooruitgangsgeloof en het idee dat er één waarheid is.
Ideeënwereld – volgens Plato zijn de pure en onveranderlijke Ideeën zoals het Ware, het Goede en het schone te vinden in de ideeënwereld, waarvan we op aarde alleen flauwe afspiegelingen kunnen maken.
Dualisme – gaat er vanuit dat de werkelijkheid bestaat uit twee substanties.
Monisme - gaat er vanuit dat de werkelijkheid bestaat uit één substantie.
Substatie – elementaire, onafhankelijke grondslag van alles dat bestaat, soort ‘stof’.
Materialisme – gaat er vanuit dat de werkelijkheid is opgebouwd uit materie en daar volledig toe is te herleiden.
Fenomenologische methode – puur en zo onbevooroordeeld mogelijk gericht zijn op de ervaringen van de verschijnselen.
Intentionaliteit – gerichtheid van het bewustzijn op de wereld.
Excentrisch positie – kenmerkende positie van de mens tegenover zijn omgeving volgens Plessner.
Nature-nature (debat) – discussie over wat bepalend is voor de persoonlijkheid: aanleg (aangeboren) of opvoeden (omgeving).
Structuralisme – gaat er van uit dat bepaald worden door een (vaak onzichtbare) structuur waarin ze leven, bijvoorbeeld door de structuur van de taal, of door machtsstructuur.
Existentialisme – 20e eeuwse stroming, met name toegeschreven aan Sartre die stelde dat ‘existentie voorafgaat aan essentie’: de menselijke natuur staat niet vast, mensen zijn volledig vrij en daarmee verantwoordelijk voor hoe ze hun leven willen leiden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Super handig, bedankt !

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

Goede samenvatting man

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast