ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Filosofie Hoofdstuk 3: de Sociale Filosofie

3.1 De ideale samenleving?

Utopia?
In 1516 schreef Engelsman en humanist Thomas More het boek Utopia. In dit boek werd de ideale samenleving beschreven. Utopia verwijst naar eutopia (goede plaats) maar tegelijk ook naar outopia (plaats die niet bestaat). More’s Utopia is een eiland waarop altijd overvloed heerst en alles to in de puntjes geregeld is. More schrijft zijn Utopia in detail, van rechtspraken tot houden van feesten. Na More’s Utopia verschenen er velen anderen.
In de 20e eeuw veranderde het beeld van de Utopia. De keerzijde van de utopische gedachte is dat deze kan ontaarden in een onderdrukkend regime, met als gevolg dat mensen niet meer te vertellen hebben over de manier waarop ze willen leven. Deze keerzijde komt in de anti-utopie in het boek 1984 van George Orwell voor. Een belangrijke slogan in dit boek was: Big Brother is watching you, wat op het gebruik van camera’s o mensen in het toezicht te houden slaat.

Het maatschappelijk contract.
De moderne sociale filosofie begint met het ontwerp van een maatschappelijk contract. Dit is een symbolische overeenstemming van een groep mensen on zich te onderwerpen aan de staat. Het volk stemt zelf in met de vorm waarin het land geregeerd wordt. Voordat dit contract er is, bevindt de mens zich in de natuurtoestand. De filosofen Hobbes, Locke en Rousseau hebben alle drie een verschillende theorie over hoe de natuurtoestand eruit ziet.
Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679)
- pessimistisch mensbeeld
- elk mens is gericht op zelfbehoud en handelt om die reden puur egoïstisch
- er is een algemeen schaarste aan goederen
- er ontstaat hierdoor een oorlog van allen tegen allen
- door deze oorlog wordt het leven eenzaam, ellendig en kort
- de bestuurder van de staat is verantwoordelijk voor het welzijn van het volk. Maar aangezien de heerser net als elk mens egoïstisch is, is er geen garantie dat de heerser zijn absolute macht niet zal misbruiken
Engelse filosoof John Locke
- alle mensen maken deel uit van Gods schepping
- natuurrechten: recht op leven, gezondheid, vrijheid en bezit
- volmaakte vrijheid en gelijkheid voor allen
- morele verplichtingen: niemand behoort een ander in zijn leven, gezondheid vrijheid en bezit te schaden.
- er moet een staat komen die het bezit kan garanderen
- opstand van het volk is in sommige situaties gerechtvaardigd. Wanneer de regering er niet in slaagt om de natuurlijke rechten van het volk te beschermen heeft ze daarmee het sociale contract verbroken en is de burger niet langer verplicht aan dat contract te houden.
Locke’s ideeën over eigendom zijn essentieel voor zijn sociale theorie. Volgens Locke behoort de aarde toe aan de mensheid als geheel, niemand beschikt over privébezit. Ons enige natuurlijke eigendom is ons lichaam. Maar met het werk dat ons lichaam doet kunnen we ons eigendom uitbreiden. Appelbomen zijn bijvoorbeeld van iedereen, maar als je een appel plukt, heb je er moeite voor gedaan en is hij van jou.
Franse Jean-Jacques Rousseau
- privébezit is de grond van alle kwaad.
- natuurtoestand is een paradijs waarin de mens vrij is en niet hoeft na te denken
- ‘een peinzend mens is een ontaard dier’
- er komt een einde aan de natuurtoestand als iemand op een dag een hek om een stuk grond zet en zegt: ‘dit is van mij’.
- goede zelfliefde (amour de soi)
- slechte eigenliefde (amour propre)
- amour propre is de oorzaak van egoïsme
- het invoeren van privé-eigendom maakt dat er verschillen in rijkdom ontstaan wat mensen aanzet tot een concurrentiestrijd.
- ontwikkeling van cultuur en het ontstaan van maatschappelijke instituties is negatief
- Rede en wetenschap verzwakken het natuurlijke gevoel voor goed en kwaad
Rousseau stelt een maatschappelijk verdrag voor waardoor individuen zich niet meer onderwerpen aan een leider, maar zichzelf besturen volgens het principe van de eigen wil (Volonté Générale). Wetten zijn alleen geldig als ze in overeenstemming zijn met de algemene wil.

Positieve en negatieve vrijheid.
Volgens Hobbes is vrijheid de afwezigheid van dwang, zodat je niet gehinderd wordt in wat je wilt doen. Door de Britse filosoof Isaiah Berlin wordt dit negatieve vrijheid genoemd: er worden je geen hindernissen in de weg gelegd die je vrijheid beperken. Toch kan een verdediger van de idee van negatieve vrijheid toegeven dat het nodig is die vrijheid in te perken. Volgens Hobbes’ sociale contract leveren mensen een deel van hun vrijheid in door zich te onderwerpen aan een hogere macht. Ze leveren hun vrijheid in, maar krijgen er een andere vrijheid voor terug: de vrijheid om zonder angst en in vrede te leven.
Volgens Rousseau is vrijheid het gehoorzamen aan wetten die de algemene wil van de gemeenschap uitdrukken en verwoorden in wat de burger echt wil. Dit noemt Berlin positieve vrijheid: de nadruk op het zelf kunnen kiezen, op de mogelijkheid iets te kunnen doen.

De correlatiethese.
Er kan ook onderscheid gemaakt worden tussen positieve en negatieve rechten.
Negatief recht: het recht om vrij te zijn iets te doen of te laten. Bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting. Anderen mogen mij niet belemmeren om mijn recht op vrijheid uit te oefenen.
Positief recht: het recht op bepaalde goederen, diensten of kansen, zoals het recht op voedsel en recht op scholing.
Volgens de correlatiethese bestaat er een onderlinge afhankelijkheid tussen rechten en plichten: het recht van de één brengt plichten met zich mee voor de ander. Iedereen heeft recht op onderdak en voedsel. Maar wie heeft de plicht de hongerende mensen in Afrika dit te verschaffen?

3.2 Een rechtvaardige samenleving
Rechtvaardigheid heeft vaak te maken met eerlijk delen, zoals het verdelen van voedsel. Dat wordt distributieve rechtvaardigheid genoemd. Het gaat hierbij om de verdeling van goederen en rechten van de samenleving onder haar leden. Maar hoe maak je een goede een eerlijke verdeling?!
Een andere soort rechtvaardigheid is de correctieve (herstellende) rechtvaardigheid. Hierbij gaat het om het herstellen van een vermeende onrechtvaardigheid, door bijvoorbeeld een straf op te leggen.
Brede en smalle moraal
Brede moraal: een theorie die aangeeft wat de overheid moet doen om het geluk van haar burgers te bevorderen. Voorstander hiervan is bijvoorbeeld Martha Nussbaum. Zij ziet het als een belangrijke taak voor de overheid om mensen zoveel mogelijk kansen op zelfontplooiing te bieden
Smalle moraal: de overheid behoort zich niet te bemoeien met de manier waarop mensen hun leven leiden. Ze dient slechts de voorwaarde te scheppen waarbinnen mensen hun leven kunnen inrichten als ze dat willen. Amerikaanse filosoof John Rawls is hier een voorstander van.
John Rawl: Mensen hebben drie dingen nodig om hun eigen leven in te kunnen richten: vrijheid, keuzemogelijkheden en welvaart. Vrijheid en keuzemogelijkheden zijn niet hetzelfde. Je kunt in een vrij land leven, maar als daar een hongersnood heerst heb je weinig te kiezen. Een samenleving moet ervoor zorgen dat verschillen gecompenseerd kunnen worden, zodat iedereen evenveel kansen op een goed leven heeft.
Rawls werkt in de Theorie van de rechtvaardigheid het denkexperiment uit van de sluier van onwetendheid. Stel je voor dat je vanuit het niets een ideale samenleving op moet bouwen. Waar zou je beginnen? Om te voorkomen dat je principes kiest die je zelf het beste uit komen, stelt hij dat je in de zogenaamde oorspronkelijke positie niet weet welke maatschappelijke positie je inneemt. Doordat je doet alsof je niet weet wie je bent zul je volgens Rawls zo onpartijdig mogelijk kunnen beslissen over de rechten en regels die in een samenleving gelden.
Liberalisme en communitarisme:
Liberalisme: gaat uit van de theorie van de smalle moraal. John Stuart Mill is een belangrijke grondlegger van het liberalisme. Mill streefde in zijn leven actief de ethische principe van het utilitarisme na: groots mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen. Iedereen heeft recht op een gelijke behandeling, behalve misdadigers. Je eigen vrijheid houdt op waar de vrijheid van een ander begint.
Het liberalisme heeft als uitgangspunt dat de overheid zich zo min mogelijk moet bemoeien met individuele beslissingen. Volgens liberalen is het alleen gerechtvaardigd om d algemene vrijheid in te perken als dat de individuele vrijheid vergroot. De overheid moet orde handhaven. Want volgens de filosoof Locke: ‘Als er geen wet is, is er geen vrijheid.’ Deze opvatting wordt de nachtwakersstaat genoemd.
Communitarisme: filosoof Charles Taylor wijst erop dat mensen niet los gezien kunnen worden van hun sociale omgeving. Culturele tradities zijn vormend voor de waardigheid en identiteit van de individu. Mensen, van nature sociale wezens, kunnen niet in hun eentje bepalen hoe ze willen leven, dat kunnen ze alleen in gemeenschap met anderen. De gemeenschap moet beschermd worden, want zonder gemeenschap is er geen individu mogelijk. Naast vrijheid zijn er ook andere belangrijke waarden als gelijkheid, vrede en solidariteit.
Democratie: de meest gerechtvaardige staatsvorm?
Democratie is afgeleid van de Griekse worden volk (demos) en macht (kratos) Met democratie wordt er een volksregering bedoeld waarin elke burger een stem heeft. In de tijd van Plato en Aristoteles was Athene klein genoeg om direct democratisch bestuurd te worden. Deze directe vorm van democratie is nu onmogelijk. Burgers laten zich dan vertegenwoordigen door politici. Deze vorm van democratie, zoals wij die ook in Nederland kennen, wijst Rousseau af. Volgens hem moeten in een echte democratie alle burgers stemmen over alle zaken die van openbaar belang is.
Vrijwel elk democratisch land heeft zijn bestuur georganiseerd via de trias politica van filosoof Charles Montesquieu. De overheid heeft volgens Montesquieu de taak ervoor te zorgen dat haar onderdanen vrij zijn. Daartoe moeten persoonlijke belangen gescheiden worden van staatsbelangen. De drie overheidstaken van wetgeving, bestuur en rechtspraak mogen daarom niet in dezelfde handen zijn.
Maar wat als de meerderheid de verkeerde keuze maakt? Via democratisch stemmen kwam bijvoorbeeld Adolf Hitler aan de macht. Na zijn machtsovername kondigde Hitler direct de noodtoestand af, waarmee hij vastgelegde burgerlijke vrijheidsrechten buiten werking stellen.
Aristoteles zei het al: de democratie is een instabiele staatsvorm. Elk jaar worden andere vertegenwoordigers gekozen, zodat de plannen voor het land keer op keer veranderen.
De Italiaanse filosoof Machiavelli (1469 - 1527) nam bij voorbaat al als uitgangspunt dat de leider immoreel is. Om orde en rust te garanderen moet er een autoritaire heerser zijn. Deze moet zich niets van morele waarden aantrekken en alleen zorgen dat hij de touwtjes strak in handen houdt. Bedrog en geweld zijn daarbij geoorloofd: het doel heiligt de middelen.

Anarchisme.
Anarchie betekent zonder leiding. Anarchisten pleiten voor een autoriteitlozen en geweldloze samenleving. Dit zelfbestuur, van het volk en door het volk, leidt volgens hen niet tot chaos maar to harmonie. Elke vorm van gezag is onderdrukking. Uitgangspunt is dat mensen sociale wezens zijn, die zich kunnen verenigen om hun problemen gezamenlijk op te lossen. Anarchisten streven naar de vorming van kleine, zelfbesturende gemeenschappen waarin mensen vrij en gelijk zijn. Fransman Pierre-Joseph Proudhon was de eerste filosoof die zichzelf anarchist noemde. Volgens Proudhon is alle eigendom diefstal: als je je geld op de bank zet wordt het meer waard door de inspanningen van arbeiders en boeren die zelf arm blijven, terwijl jij rijk wordt zonder iets te doen.

Communisme en socialisme.
Communisme: gebaseerd op de ideeën van de Duitse denker Karl Marx. Marx werd geïnspireerd door de ingewikkelde filosofie van de Duitse idealist Hegel. Maar in plaats van Hegels idealisme (ideeën zijn werkelijker dan materie) staat bij Marx juist het materiële centraal. Waar volgens Hegel de bevrijding van de Geest het doel van de wereldgeschiedenis is, is dat bij Marx de bevrijding van mensen van vlees en bloed. De relatie tussen productiemiddelen en de productieverhoudingen bepalen de geschiedenis van de mensheid. Essentieel voor de mens is de arbeid. In een kapitalistische, industriële samenleving verkoopt de arbeider zijn arbeid aan zijn baas, die rijk wordt over de rug van de arbeider heen. De kapitalist wil zo veel mogelijk winst maken, waardoor de lonen laag zijn. De arbeiders doen zwaar werk, en hebben geen band met het product wat hij maakt. Dit leidt tot vervreemding: de arbeider heeft geen enkele band met het eindproduct dat hij maakt en daardoor kan hij niet laten zien wie hij is en wat hij kan. Werken is niets anders dan geld verdienen.
Hoe meer we menselijke eigenschappen als wijsheid en liefde toeschrijven aan God, hoe armer we onszelf maken. Marx’ ideaal is een klasseloze, areligieuze samenleving zonder uitbuiting en onderdrukking waarin de productiemiddelen in handen zijn van het volk. Volgens Marx kan het communisme alleen bereikt worden door eerst de fase van het socialisme te doorlopen. Daarin worden mensen langzaam gevormd naar het ideaal van het communisme.
Lenin nam de theorieën van Marx over voor zijn revolutionaire ideeën want in 1917 leidde tot het ontstaan van de Sovjet-Unie. Het communisme ontpopt zich daar tot een totalitair regime.

3.3 Macht en markt

De vrije markt als fundament
Volgens Marx is de economie het fundament van de samenleving. De manier waarop productie tot stand komt, bepaalt wie de macht heeft. Volgens de eerste moderne econoom is de vrije markt juist in het belang van de maatschappij. Doordat vraag en aanbod zich aan elkaar aanpassen ontstaat er als vanzelf een evenwichtige economie. De overheid had hierin een belangrijke rol in het voorkomen van corruptie, het bevorderen van gemeenschapsgevoel en het aanbieden van onderwijs.

Valse behoeften
In 1923 werd een instituut voor sociaal onderzoek in Frankfurt opgericht, waarvan de medewerkers voornamelijk Marxisten waren. Hier ontstond een kritische filosofische beweging, bekend onder de naam Frankfurter Schule. De Duitste filosoof Herbert Marcuse is een van de vertegenwoordigers van deze groep. Hij combineert inzichten van Marx en de Oostenrijkse psychiater Freud.
Marcuse is het met Marx eens dat de westerse wereld bepaald wordt door de verwoestende invloed van de markt. De mens is slechts een consument, een radertje in een groot systeem, wiens wensen en verlangens via industrie en media worden bepaald.
Hij is het met Freud eens dat de mens gedreven wordt door twee basisdriften:
- Eros, het verlangen en de levensdrift
- Thanatos, vernietiging en doodsdrift.
Volgens Freud heeft elk mens een vernietigingsdrang in zich, want uiteindelijk leidt tot de drank om de natuur te beheersen. Met de technologische middelen vernietigt de mens de natuur en uiteindelijk ook zichzelf.
Vergelijkbaar met de analyse van Rousseau, die beweerde dat de mens oorspronkelijk goed was, maar door cultuur ontaardde in egoïsme, worden volgens Murcuse valse behoeften gecreeërd door de kapitalistische leven. We zouden ons in de westerse wereld veel vrijer en gelukkiger moeten voelen dan dat we ons nu voelen. Als we ons niet zo zouden laten beïnvloeden door valse behoeften, zouden we genoeg tijd over hebben voor creativiteit en alle andere mooie dingen in het leven.
De Franse filosoof René Girard meent ook dat de moderne mens zich valse behoeften aan laat praten. Schaarste wordt niet veroorzaakt door een tekort aan goederen, maar doordat we altijd hetzelfde willen hebben als de ander. Dit noemt hij mimentische begeerte. Door dit principe kunnen onze wensen gemakkelijk gemanipuleerd worden en zijn we makkelijk te beïnvloeden.

Macht is overal
Volgens de Franse filosoof Michel Foucault wordt macht meestal ten onrechte voorgesteld als een centrale kracht. Maar dit beeld van macht gaat niet langer op, in onze moderne samenleving is macht volgens Foucault overal. Niet alleen de regering heeft in Nederland de macht, maar de individuen oefenen macht uit over elkaar. Zo werkt het bijvoorbeeld met leerlingen en docenten: niet alleen de docent oefent macht uit over de leerlingen, de leerlingen bepalen voor een groot deel in hoeverre de docent zijn taak goed kan uitvoeren.
Dischiplinaire macht: Een ronde gevangenis is zo geboud dat de bewakers de gevangen overal kunnen zien, maar de gevangen de bewakers niet. De gevangen weten dus niet wanneer zij wel of niet geobserveerd woorden. Voor de zekerheid zullen zij zich dus zo gedragen alsof de bewakers hen altijd kunnen zien.

Globalisering.
Er is veel kritiek op globalisering. Globalisering is het proces waarin mensen uit verschillende delen van de wereld steeds meer en sneller met elkaar in contact komen en elkaar beïnvloeden. Aan het eind van de 20e eeuw heeft dit proces door economische en technologische ontwikkelingen, zoals de goedkope luchtvaart en de snelle opkomst van internet, zo’n vaart genomen dat de angst bestaat dat culturele verschillen steeds meer verdwijnen.
Met name de grote multinationals, zoals McDonald’s en Coca Cola, roepen veel weerstand op bij critici. Zij vrezen de gevolgen van de vrije markt en de enorme macht van deze bedrijven op kwetsbare gebieden, zoals het milieu, armoede en mensenrechten. Zij wijzen er bijvoorbeeld op dat onze westerse kleren worden gemaakt door goedkope arbeidskrachten in India. De uitbuiting van de fabrieksarbeiders door de rijke kapitalisten waar Marx ons hondervijftig jaar geleden al op wees, is niet verdwenen, maar op grotere schaal dan ooit ingevoerd.
‘Wat vroeger kolonisering heette, heet nu globalisering. Wij verzetten ons nog altijd tegen de overheersing van rijke landen.’ Volgens de Ghanese president Kufuor.
De wereld wordt een dorp, een global village.
Plato (427-347 v.C.)
Driedeling van de bevolking:
- werkende klasse
- verdedigende klasse
- heersende klasse
resultaat: rechtvaardige samenleving
alle koningen moeten filosoof worden of
alle filosofen moeten koning worden.


3.1 De ideale samenleving?

Utopia?
In 1516 schreef Engelsman en humanist Thomas More het boek Utopia. In dit boek werd de ideale samenleving beschreven. Utopia verwijst naar eutopia (goede plaats) maar tegelijk ook naar outopia (plaats die niet bestaat). More’s Utopia is een eiland waarop altijd overvloed heerst en alles to in de puntjes geregeld is. More schrijft zijn Utopia in detail, van rechtspraken tot houden van feesten. Na More’s Utopia verschenen er velen anderen.
In de 20e eeuw veranderde het beeld van de Utopia. De keerzijde van de utopische gedachte is dat deze kan ontaarden in een onderdrukkend regime, met als gevolg dat mensen niet meer te vertellen hebben over de manier waarop ze willen leven. Deze keerzijde komt in de anti-utopie in het boek 1984 van George Orwell voor. Een belangrijke slogan in dit boek was: Big Brother is watching you, wat op het gebruik van camera’s o mensen in het toezicht te houden slaat.

Het maatschappelijk contract.
De moderne sociale filosofie begint met het ontwerp van een maatschappelijk contract. Dit is een symbolische overeenstemming van een groep mensen on zich te onderwerpen aan de staat. Het volk stemt zelf in met de vorm waarin het land geregeerd wordt. Voordat dit contract er is, bevindt de mens zich in de natuurtoestand. De filosofen Hobbes, Locke en Rousseau hebben alle drie een verschillende theorie over hoe de natuurtoestand eruit ziet.
Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679)
- pessimistisch mensbeeld
- elk mens is gericht op zelfbehoud en handelt om die reden puur egoïstisch
- er is een algemeen schaarste aan goederen
- er ontstaat hierdoor een oorlog van allen tegen allen
- door deze oorlog wordt het leven eenzaam, ellendig en kort
- de bestuurder van de staat is verantwoordelijk voor het welzijn van het volk. Maar aangezien de heerser net als elk mens egoïstisch is, is er geen garantie dat de heerser zijn absolute macht niet zal misbruiken
Engelse filosoof John Locke
- alle mensen maken deel uit van Gods schepping
- natuurrechten: recht op leven, gezondheid, vrijheid en bezit
- volmaakte vrijheid en gelijkheid voor allen
- morele verplichtingen: niemand behoort een ander in zijn leven, gezondheid vrijheid en bezit te schaden.
- er moet een staat komen die het bezit kan garanderen
- opstand van het volk is in sommige situaties gerechtvaardigd. Wanneer de regering er niet in slaagt om de natuurlijke rechten van het volk te beschermen heeft ze daarmee het sociale contract verbroken en is de burger niet langer verplicht aan dat contract te houden.
Locke’s ideeën over eigendom zijn essentieel voor zijn sociale theorie. Volgens Locke behoort de aarde toe aan de mensheid als geheel, niemand beschikt over privébezit. Ons enige natuurlijke eigendom is ons lichaam. Maar met het werk dat ons lichaam doet kunnen we ons eigendom uitbreiden. Appelbomen zijn bijvoorbeeld van iedereen, maar als je een appel plukt, heb je er moeite voor gedaan en is hij van jou.
Franse Jean-Jacques Rousseau
- privébezit is de grond van alle kwaad.
- natuurtoestand is een paradijs waarin de mens vrij is en niet hoeft na te denken
- ‘een peinzend mens is een ontaard dier’
- er komt een einde aan de natuurtoestand als iemand op een dag een hek om een stuk grond zet en zegt: ‘dit is van mij’.
- goede zelfliefde (amour de soi)
- slechte eigenliefde (amour propre)
- amour propre is de oorzaak van egoïsme
- het invoeren van privé-eigendom maakt dat er verschillen in rijkdom ontstaan wat mensen aanzet tot een concurrentiestrijd.
- ontwikkeling van cultuur en het ontstaan van maatschappelijke instituties is negatief
- Rede en wetenschap verzwakken het natuurlijke gevoel voor goed en kwaad
Rousseau stelt een maatschappelijk verdrag voor waardoor individuen zich niet meer onderwerpen aan een leider, maar zichzelf besturen volgens het principe van de eigen wil (Volonté Générale). Wetten zijn alleen geldig als ze in overeenstemming zijn met de algemene wil.

Positieve en negatieve vrijheid.
Volgens Hobbes is vrijheid de afwezigheid van dwang, zodat je niet gehinderd wordt in wat je wilt doen. Door de Britse filosoof Isaiah Berlin wordt dit negatieve vrijheid genoemd: er worden je geen hindernissen in de weg gelegd die je vrijheid beperken. Toch kan een verdediger van de idee van negatieve vrijheid toegeven dat het nodig is die vrijheid in te perken. Volgens Hobbes’ sociale contract leveren mensen een deel van hun vrijheid in door zich te onderwerpen aan een hogere macht. Ze leveren hun vrijheid in, maar krijgen er een andere vrijheid voor terug: de vrijheid om zonder angst en in vrede te leven.
Volgens Rousseau is vrijheid het gehoorzamen aan wetten die de algemene wil van de gemeenschap uitdrukken en verwoorden in wat de burger echt wil. Dit noemt Berlin positieve vrijheid: de nadruk op het zelf kunnen kiezen, op de mogelijkheid iets te kunnen doen.

De correlatiethese.
Er kan ook onderscheid gemaakt worden tussen positieve en negatieve rechten.
Negatief recht: het recht om vrij te zijn iets te doen of te laten. Bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting. Anderen mogen mij niet belemmeren om mijn recht op vrijheid uit te oefenen.
Positief recht: het recht op bepaalde goederen, diensten of kansen, zoals het recht op voedsel en recht op scholing.
Volgens de correlatiethese bestaat er een onderlinge afhankelijkheid tussen rechten en plichten: het recht van de één brengt plichten met zich mee voor de ander. Iedereen heeft recht op onderdak en voedsel. Maar wie heeft de plicht de hongerende mensen in Afrika dit te verschaffen?

3.2 Een rechtvaardige samenleving
Rechtvaardigheid heeft vaak te maken met eerlijk delen, zoals het verdelen van voedsel. Dat wordt distributieve rechtvaardigheid genoemd. Het gaat hierbij om de verdeling van goederen en rechten van de samenleving onder haar leden. Maar hoe maak je een goede een eerlijke verdeling?!
Een andere soort rechtvaardigheid is de correctieve (herstellende) rechtvaardigheid. Hierbij gaat het om het herstellen van een vermeende onrechtvaardigheid, door bijvoorbeeld een straf op te leggen.
Brede en smalle moraal
Brede moraal: een theorie die aangeeft wat de overheid moet doen om het geluk van haar burgers te bevorderen. Voorstander hiervan is bijvoorbeeld Martha Nussbaum. Zij ziet het als een belangrijke taak voor de overheid om mensen zoveel mogelijk kansen op zelfontplooiing te bieden
Smalle moraal: de overheid behoort zich niet te bemoeien met de manier waarop mensen hun leven leiden. Ze dient slechts de voorwaarde te scheppen waarbinnen mensen hun leven kunnen inrichten als ze dat willen. Amerikaanse filosoof John Rawls is hier een voorstander van.
John Rawl: Mensen hebben drie dingen nodig om hun eigen leven in te kunnen richten: vrijheid, keuzemogelijkheden en welvaart. Vrijheid en keuzemogelijkheden zijn niet hetzelfde. Je kunt in een vrij land leven, maar als daar een hongersnood heerst heb je weinig te kiezen. Een samenleving moet ervoor zorgen dat verschillen gecompenseerd kunnen worden, zodat iedereen evenveel kansen op een goed leven heeft.
Rawls werkt in de Theorie van de rechtvaardigheid het denkexperiment uit van de sluier van onwetendheid. Stel je voor dat je vanuit het niets een ideale samenleving op moet bouwen. Waar zou je beginnen? Om te voorkomen dat je principes kiest die je zelf het beste uit komen, stelt hij dat je in de zogenaamde oorspronkelijke positie niet weet welke maatschappelijke positie je inneemt. Doordat je doet alsof je niet weet wie je bent zul je volgens Rawls zo onpartijdig mogelijk kunnen beslissen over de rechten en regels die in een samenleving gelden.
Liberalisme en communitarisme:
Liberalisme: gaat uit van de theorie van de smalle moraal. John Stuart Mill is een belangrijke grondlegger van het liberalisme. Mill streefde in zijn leven actief de ethische principe van het utilitarisme na: groots mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen. Iedereen heeft recht op een gelijke behandeling, behalve misdadigers. Je eigen vrijheid houdt op waar de vrijheid van een ander begint.
Het liberalisme heeft als uitgangspunt dat de overheid zich zo min mogelijk moet bemoeien met individuele beslissingen. Volgens liberalen is het alleen gerechtvaardigd om d algemene vrijheid in te perken als dat de individuele vrijheid vergroot. De overheid moet orde handhaven. Want volgens de filosoof Locke: ‘Als er geen wet is, is er geen vrijheid.’ Deze opvatting wordt de nachtwakersstaat genoemd.
Communitarisme: filosoof Charles Taylor wijst erop dat mensen niet los gezien kunnen worden van hun sociale omgeving. Culturele tradities zijn vormend voor de waardigheid en identiteit van de individu. Mensen, van nature sociale wezens, kunnen niet in hun eentje bepalen hoe ze willen leven, dat kunnen ze alleen in gemeenschap met anderen. De gemeenschap moet beschermd worden, want zonder gemeenschap is er geen individu mogelijk. Naast vrijheid zijn er ook andere belangrijke waarden als gelijkheid, vrede en solidariteit.
Democratie: de meest gerechtvaardige staatsvorm?
Democratie is afgeleid van de Griekse worden volk (demos) en macht (kratos) Met democratie wordt er een volksregering bedoeld waarin elke burger een stem heeft. In de tijd van Plato en Aristoteles was Athene klein genoeg om direct democratisch bestuurd te worden. Deze directe vorm van democratie is nu onmogelijk. Burgers laten zich dan vertegenwoordigen door politici. Deze vorm van democratie, zoals wij die ook in Nederland kennen, wijst Rousseau af. Volgens hem moeten in een echte democratie alle burgers stemmen over alle zaken die van openbaar belang is.
Vrijwel elk democratisch land heeft zijn bestuur georganiseerd via de trias politica van filosoof Charles Montesquieu. De overheid heeft volgens Montesquieu de taak ervoor te zorgen dat haar onderdanen vrij zijn. Daartoe moeten persoonlijke belangen gescheiden worden van staatsbelangen. De drie overheidstaken van wetgeving, bestuur en rechtspraak mogen daarom niet in dezelfde handen zijn.
Maar wat als de meerderheid de verkeerde keuze maakt? Via democratisch stemmen kwam bijvoorbeeld Adolf Hitler aan de macht. Na zijn machtsovername kondigde Hitler direct de noodtoestand af, waarmee hij vastgelegde burgerlijke vrijheidsrechten buiten werking stellen.
Aristoteles zei het al: de democratie is een instabiele staatsvorm. Elk jaar worden andere vertegenwoordigers gekozen, zodat de plannen voor het land keer op keer veranderen.
De Italiaanse filosoof Machiavelli (1469 - 1527) nam bij voorbaat al als uitgangspunt dat de leider immoreel is. Om orde en rust te garanderen moet er een autoritaire heerser zijn. Deze moet zich niets van morele waarden aantrekken en alleen zorgen dat hij de touwtjes strak in handen houdt. Bedrog en geweld zijn daarbij geoorloofd: het doel heiligt de middelen.

Anarchisme.
Anarchie betekent zonder leiding. Anarchisten pleiten voor een autoriteitlozen en geweldloze samenleving. Dit zelfbestuur, van het volk en door het volk, leidt volgens hen niet tot chaos maar to harmonie. Elke vorm van gezag is onderdrukking. Uitgangspunt is dat mensen sociale wezens zijn, die zich kunnen verenigen om hun problemen gezamenlijk op te lossen. Anarchisten streven naar de vorming van kleine, zelfbesturende gemeenschappen waarin mensen vrij en gelijk zijn. Fransman Pierre-Joseph Proudhon was de eerste filosoof die zichzelf anarchist noemde. Volgens Proudhon is alle eigendom diefstal: als je je geld op de bank zet wordt het meer waard door de inspanningen van arbeiders en boeren die zelf arm blijven, terwijl jij rijk wordt zonder iets te doen.

Communisme en socialisme.
Communisme: gebaseerd op de ideeën van de Duitse denker Karl Marx. Marx werd geïnspireerd door de ingewikkelde filosofie van de Duitse idealist Hegel. Maar in plaats van Hegels idealisme (ideeën zijn werkelijker dan materie) staat bij Marx juist het materiële centraal. Waar volgens Hegel de bevrijding van de Geest het doel van de wereldgeschiedenis is, is dat bij Marx de bevrijding van mensen van vlees en bloed. De relatie tussen productiemiddelen en de productieverhoudingen bepalen de geschiedenis van de mensheid. Essentieel voor de mens is de arbeid. In een kapitalistische, industriële samenleving verkoopt de arbeider zijn arbeid aan zijn baas, die rijk wordt over de rug van de arbeider heen. De kapitalist wil zo veel mogelijk winst maken, waardoor de lonen laag zijn. De arbeiders doen zwaar werk, en hebben geen band met het product wat hij maakt. Dit leidt tot vervreemding: de arbeider heeft geen enkele band met het eindproduct dat hij maakt en daardoor kan hij niet laten zien wie hij is en wat hij kan. Werken is niets anders dan geld verdienen.
Hoe meer we menselijke eigenschappen als wijsheid en liefde toeschrijven aan God, hoe armer we onszelf maken. Marx’ ideaal is een klasseloze, areligieuze samenleving zonder uitbuiting en onderdrukking waarin de productiemiddelen in handen zijn van het volk. Volgens Marx kan het communisme alleen bereikt worden door eerst de fase van het socialisme te doorlopen. Daarin worden mensen langzaam gevormd naar het ideaal van het communisme.
Lenin nam de theorieën van Marx over voor zijn revolutionaire ideeën want in 1917 leidde tot het ontstaan van de Sovjet-Unie. Het communisme ontpopt zich daar tot een totalitair regime.

3.3 Macht en markt

De vrije markt als fundament
Volgens Marx is de economie het fundament van de samenleving. De manier waarop productie tot stand komt, bepaalt wie de macht heeft. Volgens de eerste moderne econoom is de vrije markt juist in het belang van de maatschappij. Doordat vraag en aanbod zich aan elkaar aanpassen ontstaat er als vanzelf een evenwichtige economie. De overheid had hierin een belangrijke rol in het voorkomen van corruptie, het bevorderen van gemeenschapsgevoel en het aanbieden van onderwijs.

Valse behoeften
In 1923 werd een instituut voor sociaal onderzoek in Frankfurt opgericht, waarvan de medewerkers voornamelijk Marxisten waren. Hier ontstond een kritische filosofische beweging, bekend onder de naam Frankfurter Schule. De Duitste filosoof Herbert Marcuse is een van de vertegenwoordigers van deze groep. Hij combineert inzichten van Marx en de Oostenrijkse psychiater Freud.
Marcuse is het met Marx eens dat de westerse wereld bepaald wordt door de verwoestende invloed van de markt. De mens is slechts een consument, een radertje in een groot systeem, wiens wensen en verlangens via industrie en media worden bepaald.
Hij is het met Freud eens dat de mens gedreven wordt door twee basisdriften:
- Eros, het verlangen en de levensdrift
- Thanatos, vernietiging en doodsdrift.
Volgens Freud heeft elk mens een vernietigingsdrang in zich, want uiteindelijk leidt tot de drank om de natuur te beheersen. Met de technologische middelen vernietigt de mens de natuur en uiteindelijk ook zichzelf.
Vergelijkbaar met de analyse van Rousseau, die beweerde dat de mens oorspronkelijk goed was, maar door cultuur ontaardde in egoïsme, worden volgens Murcuse valse behoeften gecreeërd door de kapitalistische leven. We zouden ons in de westerse wereld veel vrijer en gelukkiger moeten voelen dan dat we ons nu voelen. Als we ons niet zo zouden laten beïnvloeden door valse behoeften, zouden we genoeg tijd over hebben voor creativiteit en alle andere mooie dingen in het leven.
De Franse filosoof René Girard meent ook dat de moderne mens zich valse behoeften aan laat praten. Schaarste wordt niet veroorzaakt door een tekort aan goederen, maar doordat we altijd hetzelfde willen hebben als de ander. Dit noemt hij mimentische begeerte. Door dit principe kunnen onze wensen gemakkelijk gemanipuleerd worden en zijn we makkelijk te beïnvloeden.

Macht is overal
Volgens de Franse filosoof Michel Foucault wordt macht meestal ten onrechte voorgesteld als een centrale kracht. Maar dit beeld van macht gaat niet langer op, in onze moderne samenleving is macht volgens Foucault overal. Niet alleen de regering heeft in Nederland de macht, maar de individuen oefenen macht uit over elkaar. Zo werkt het bijvoorbeeld met leerlingen en docenten: niet alleen de docent oefent macht uit over de leerlingen, de leerlingen bepalen voor een groot deel in hoeverre de docent zijn taak goed kan uitvoeren.
Dischiplinaire macht: Een ronde gevangenis is zo geboud dat de bewakers de gevangen overal kunnen zien, maar de gevangen de bewakers niet. De gevangen weten dus niet wanneer zij wel of niet geobserveerd woorden. Voor de zekerheid zullen zij zich dus zo gedragen alsof de bewakers hen altijd kunnen zien.

Globalisering.
Er is veel kritiek op globalisering. Globalisering is het proces waarin mensen uit verschillende delen van de wereld steeds meer en sneller met elkaar in contact komen en elkaar beïnvloeden. Aan het eind van de 20e eeuw heeft dit proces door economische en technologische ontwikkelingen, zoals de goedkope luchtvaart en de snelle opkomst van internet, zo’n vaart genomen dat de angst bestaat dat culturele verschillen steeds meer verdwijnen.
Met name de grote multinationals, zoals McDonald’s en Coca Cola, roepen veel weerstand op bij critici. Zij vrezen de gevolgen van de vrije markt en de enorme macht van deze bedrijven op kwetsbare gebieden, zoals het milieu, armoede en mensenrechten. Zij wijzen er bijvoorbeeld op dat onze westerse kleren worden gemaakt door goedkope arbeidskrachten in India. De uitbuiting van de fabrieksarbeiders door de rijke kapitalisten waar Marx ons hondervijftig jaar geleden al op wees, is niet verdwenen, maar op grotere schaal dan ooit ingevoerd.
‘Wat vroeger kolonisering heette, heet nu globalisering. Wij verzetten ons nog altijd tegen de overheersing van rijke landen.’ Volgens de Ghanese president Kufuor.
De wereld wordt een dorp, een global village.
Plato (427-347 v.C.)
Driedeling van de bevolking:
- werkende klasse
- verdedigende klasse
- heersende klasse
resultaat: rechtvaardige samenleving
alle koningen moeten filosoof worden of
alle filosofen moeten koning worden.



Aristoteles (384-324 v.C)
Belangrijkste staatsvormen:
monarchie :één heerser
aristocratie: kleine elite
democratie: heerschappij door het volk
Middenweg tussen aristocratie en democratie:
gemengde constitutie: het gevaar van democratie wordt ondervangen doordat de goed opgeleide middenklasse de belangrijkste posities inneemt.

Niccolò Machiavelli (1469-1527)
De mens is een sociaal wezen, en is gericht op macht.
Als je alleen maar het goede probeert te doen, ga je ten onder aan de slechtheid van anderen.
Machthebbers hoeven niet deugdzaam te handelen, als ze maar doen alsof ze goed zijn.
Geweld en bedrog zijn geoorloofd.

Thomas Hobbes (1588-1679)
Elk mens is gericht op zelfbehoud en handelt puur egoïstisch.
In de natuurtoestand is er sprake van een schaarste aan goederen.
Er heerst een oorlog van allen tegen allen.
Mensen sluiten een maatschappelijk verdrag:
ze onderwerpen zich aan de staat in ruil voor rust en orde

John Locke (1632-1704)
De natuurtoestand is de morele toestand.
Alle mensen maken deel uit van Gods schepping.
Alle mensen hebben recht op leven, gezondheid, vrijheid en bezit.
Niemand behoort een ander in zijn leven, gezondheid, vrijheid of bezittingen te schaden.
Er is een staat nodig die recht op bezit kan garanderen

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
De mens is in de natuurtoestand vrij.
Er komt een einde aan de natuurtoestand door privébezit.
Rede en wetenschap verzwakken het natuurlijke gevoel voor goed en kwaad.
Om een eind te maken aan het egoïsme moet er een politieke gemeenschap worden opgericht die geregeerd wordt door de Algemene Wil.

Karl Marx (1818-1883)
Grondlegger socialisme en communisme.
Relatie tussen productiemiddelen en productieverhoudingen bepalen de geschiedenis van de mensheid.
In de kapitalistische samenleving is er een eeuwige strijd tussen baas en arbeider.
Arbeid is essentieel voor de mens.
Het kapitalistische systeem leidt tot uitbuiten en vervreemding.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

D.

D.

De samenvatting bevat nog iets te weinig belangrijke informatie die in het boek wel voorkomen.

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast