ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Woordjes

Off Ter hoogte van
To come into force Van kracht worden
Concern Bezorgdheid
To ban Verbieden
insurance Verzekering
To charge In rekening brengen
To lounge Te water laten
Fee Vergoeding
Council Gemeenteraad
Craft Vaartuig
To limit Beperken
Compulsory Verplicht
Member of the parliament Parlementslid
Bill Wetsvoorstel
To head to Gaan naar
To donate Schenken
Leisure Vrije tijd
To tackle Aanpakken
Inconsiderate Onattent

Where are you from? Waar kom jij vandaan?
I don't know much about soccer. Ik heb geen verstand van voetbal
You're probably right Je hebt waarschijnlijk gelijk.
Where does the tournament take place? Waar vindt het toernooi plaats?
Better luck next time Volgende keer beter

On behalf of Namens
Further information Nadere informatie
Tournament Toernooi
Average level Gemiddeld niveau
Participate Meedoen
Foreign Buitenlands
To put up Huisvesten
In private houses Bij particulieren
Youth hostel Jeugdherberg
Accommodation expenses Verblijfskosten
To meet Ontmoeten
I do hope Ik hoop van harte

Proper Behoorlijk
To fancy Zin hebben
Coach Bus
Anxious Bezorgd
To revolve Draaien
Caption Onderschrift
Skill Vakkundigheid
To compete Wedijveren
Certificate Diploma
Scrapbook Plakboek
Clipping Knipsel
To solve Oplossen
To hug Omhelzen
Idly Doelloos
Insignificant Onbelangrijk

Grammatica tijden

Enkelvoudige verledentijd: simple past tense
Als er iets in het verleden is begonnen en geëindigd. Vaak in de zin gecombineerd met verledentijdsbepaling. (yesterday, two years ago)

Je krijg thet door -(e)d achter het werkwoord te zetten, dit geldt bij regelmatige werkwoorden.
Bij onregelmatige werkwoorden, de tweede kolom van het schema.

Ontkennend maken/vragen maken door "did" + iniatief.

He took the bus
He didn't take the bus.
Did he take the bus?

Past continuous gebruik bij iets wat in het verleden op een bepaald moment aan de gang was. Je gebruikt dan de -ing vorm

I met your brother while I was shopping.
She was doing her homework when his letter arrived.
We saw an accident when we were drinving to town.

Voltooid verleden tijd: iets wat in het verleden begonnen is en nu nog bezig is.
- ook bij yet, never, ever, before
- en gebruiken als het resultaat uit een handeling uit het verleden gaat.

Maken door has/have + het voltooid deelwoord. (vorm met -(e)d)

We have worked hard.
I have lived here for five years now.
He has never smoked yet.
We've been to Spain.

Je gebruikt de past perfect tense als er iets in het verleden gebeurd is voordat iets anders als enige tijd aan de gang is.

Je maakt het door "had" + voltooid deelwoord (vorm met -(e)d).

We hadn't heard the news yet.
I had arrived over day before.
When I saw het yesterdag, she had just bought a new houses.
She had been there for half an hour when we arrived.

Grammaticale verschillen

To bring/ to take

To bring-brought-brought

To bring: meebrengen,
They brought our flowers.

To take- took-taken
To take: wegbrengen.

Can you take this parcel to the post?

in time/ on time
In time: om iets te gaan doen
On time: op tijd, punctueel, zoals afgespoken, geregeld.

last/ latest
Last: allerlaatse
Latest: laatste tot nu toe.

to say/to tell

to tell wordt altijd gevolgd door een lijdend voorwerp. (told-told)
To say word altijd gevolgd door so, of een bijzin. (said-said)

The told me the truth
She told her son a sotory.

They said that they went shopping.
I said so.

small/narrow
small: klein, jong.

They live in a small cottage.
It's only a small amount of money.
Whe has three small children.
When I was small we lived in a suburb a Manchester.

Narrow: smal, nipt,krap

This bridge is too narrow for our car.
They live in a narrow street.
It was a narrow victory.
That was a narrow escape.

fault/mistake
fault: fout, schuld

It will be your own fault if you don't pass your exam.
The accident wasn't my fault.

Mistake: fout, vergissing

It was a big mistake not to book an earlier flight.
The teacher correct the mistakes in my essay.

Woordjes uit het examen idioom; hoofdstuk 5.


Scheme: schema
Stable: stabiel
To nominate: nomineren
Rumour: gerucht
To covet: begeren
Homage: eer, hulde
Executive: uitvoerend
Constitution: grondwet
Poll: opiniepeiling

To dispatch: (ver)sturen, verzenden
Outcome: uitslag, resultaat
Ballot: stem(biljet)
Revenue(s): inkomsten, opbrengst, inkomen
Implacable: onverzoenlijk
To succeed: opvolgen
Polls: verkiezingen
To be opposed to: (gekant) zijn tegen
Exile: ballingschap
To outline: schetsen, in grote lijnen weergeven
To support: steunen

Councillor:(gemeente) raadslid
To comprise:tellen
Item: (programma) punt
Irrevocable: onherroepelijk
Alliance: bondgenootschap
Commons: Lagerhuis
Reciprocal: wederzijds
Resistance: weerstand
Delegate: afgevaardigde
Administration: regering
To represent: vertegenwoordigen
Placard: spandoek, bord

Policy: beleid
Grievance: grief
Dedicated: toegewijd
Justice: rechtvaardigheid
Progress: vooruitgang
To decree: gelasten, verordenen
General Assembly: Algemene vergadering
Quota: quota
Concept: gedachte, idee, opvatting
Civil service: ambtenaren
Benefit: voordeel, nut
To antagonise: tegen zich in het harnas jagen

To resign: aftreden
Survey: onderzoek
Authority: overheid, gezag
Framework: structuur, kader
Candour: openhartigheid, eerlijkheid
To safeguard: beschermen
MP: parlementslid
Campaign: actie
Constituency: kiesdistrict
Surfeit: overvloed, overdaad
Speaker: voorzitter van het Lagerhuis
Issue: vraagstuk, punt, item

To associate with: koppelen aan, verbinden aan
To implement: uitvoeren
Inconsistent with: strijdig met, inconsequent
Priority: prioriteit, voorrang
Pursuit: achtervolging, jacht, streven
Community: gemeenschap
Obedience: gehoorzaamheid
To abuse: uitschelden
To cope with: iets aankunnen, opgewassen zijn tegen
Autocratic: alleenheersend, tiranniek
Era: jaartelling
Empire: (keizer)rijk, wereldrijk

Peripheral: marginaal, ondergeschikt
Foundation: stichting, fonds
To reverse: herzien, corrigeren
Crusade: felle campagne, kruistocht
Repellent: weerzinwekkend
Judicious: voorzichtig, oordeelkundig
To transmute: omzetten, veranderen
Innate: aangeboren
Perfidy: trouweloosheid
Contention: opvatting
Domestic: binnenlands
Conspiracy: samenzwering

Remarkable: opmerkelijk, merkwaardig
Prominence: bekendheid
Liberal: ruimdenkend
Equality: gelijkheid
Degree: graad, niveau
To constrain: (af)dwingen, inperken
Degrading: vernederend
To enforce: op de naleving toezien, opleggen
Inequity: onrechtvaardigheid
Resource: uitweg, hulpmiddel
Flexible: variabel, flexibel
fusion: versmelting, samensmelting
to refrain: nalaten

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

voltooid verleden tijd moet voltooid tegenwoordige tijd zijn oftewel present perfect...has/have + past participle

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast