Hoofdstuk 4, Werk, Werk, Werk

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 844 woorden
  • 21 februari 2004
  • 20 keer beoordeeld
Cijfer 6.3
20 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Ben jij geïnteresseerd in het nieuws en wil je iets betekenen voor de samenleving?

Ontdek hoe politieke keuzes worden gemaakt en beleid ontstaat. Kies een bachelor binnen Bestuur en Politiek aan de VU in Amsterdam en geef richting aan de toekomst. Misschien wel die van jou. 

Ontdek de verschillende bachelors!

beroepsbevolking: het aantal mensen tussen 15 en 65 jaar, dat meer dan 12 uur per week wil en kan werken.
werkzame beroepsbevolking: alle mensen tussen de 15 en 65 jaar met een baan

factoren waardoor de beroepsbevoling toe- of afneemt:
1 de omvang en samenstelling van de bevolking(geboorteoverschot, migratieoverschot)
2 de wetgeving (leerplicht, (VUT), vrijwillige vervroegde uittreding)
3 de maatschappelijke opvattingen (arbeidsparticipatie, onderwijs volgen)
4 de organisatie van het arbeidsproces (kinderopvang, deeltijd werk, flexibele werktijden, werkplek aanpassen)

De verkiezingen: wat doen de partijen voor jongeren?

Volg ons op TikTok

flexibele pensioenering: veel sparen tijdens je loopbaan wil je voor je 65e stoppen
arbeidsparticipatie: arbeidsdeelname

De vraag naar arbeid hangt af van:
- bij conjuncturele factoren gaat het totaal aantal bestedingen (vraagfactoren)
- bij structurele factoren gaat het om (veranderingen in) de manier van produceren (aanbodfactoren)
De vraag naar arbeid:
- het totaal van de bestedingen
- de arbeidsproductiviteit
- de arbeids- of loonkosten per werknemer
- de arbeids- of loonkosten per product
- de arbeidstijd
- de bedrijfstijd

arbeidsproductiviteit: productie per werknemer per tijdseenheid

arbeidskosten per product: een loonkostenstijging veroorzaakt per product aléén een arbeidskostenstijging als de lonen met een hoger percentage stijgen
stijging van arbeidskosten per product: remt de vraag naar arbeid
daling van arbeidskosten per product: stimuleert vraag naar arbeid

arbeidsduurverkorting: - verkorting van werkweek, van 38 naar 36 uur
- roostervrije dagen
- vervroegde uittreding
- flexibele pensioenering
Bij arbeidsduurverkorting stijgen de loonkosten per product

arbeidsjaar: het aantal uren dat iemand met een volledige baan gedurende 1 jaar werkt
arbeidsjaren in personen: 2 mensen samen op 1 arbeidsjaar

werkloosheid: het verschil tussen de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid
geregistreerde werkloosheid: het totaal aan aantal mensen zonder werk (of met werk van minder dan 12 uur per week) dat bij een arbeidsbureau is ingeschreven als werkzoekende en direct beschikbaar is voor een baan van minstens 12 uur per week
verborgen werkloosheid: niet geregistreerd als werklozen maar wel werk willen doen bv:
-huisvrouwen
-studenten
-WAO-ers
aanmoeigings- of aanzuigeffect:de werkgelegenheid stijgt, verborgen werklozen melden zich aan op de arbeidsmarkt

vb van verborgen werkgelegenheid is zwart werken- informele sector want het werk wordt niet geregistreerd door het CBS vacatures:openstaande banen

nadeel van werkloos zijn:
- verlies aan koopkracht want je sociale uitkering is meestal lager dan je looninkomen
- zonder werkkring kun je in een sociaal isolement terecht komen

conjunctuurwerkloosheid: als de bestedingen dalen brengen ondernemingen minder producten voort en is er minder personeel nodig/vraag naar arbeid lager dan het aanbod van arbeid
maatregelen:
- consumtie verhogen
- overheidsuitgaven verhogen
- export verhogen

structuurwerkloosheid:
- verslechtering van de internationale concurrentiepositie
als deze verslechtert, daalt de winstgevendheid van Nederlandse ondernemingen
innovatie: het ontwikkelen van nieuwe en/of verbeterde producten en productieprocessen (bv automatisering)
- arbeids(on)geschiktheid
- geringe (arbeids)mobiliteit en slechte arbeidsbemiddeling
-verhuizen/ veranderen van baan/ arbeidsmobiliteit
- frictiewerkloosheid: eerste drie maanden waarin je werkloos bent
- seizoenwerkloosheid: seizoen niet werken bv als boer

innovatie: het ontwikkelen van nieuwe en/of verbeterde producten en productieprocessen (bv automatisering)

individuele arbeidsovereenkomst: hoeveel uur je per week werkt, op welke tijden je aanwezig moet zijn, welke werkzaamheden je moet verrichten en hoe hoog het loon is dat je krijgt, moet wel passen in de CAO

CAO: wordt gesloten door de vakbonden en de werkgeversorganisaties binnen een bedrijfstak

vakcentrale:Federatie Nederlandse Vakbeweging(FNV)Christelijk Nationaal Vakverbond(CNV)
werkgeverscentrale: Verbond van Nederlandse Ondernemingen - Nationaal Christelijk Werkgeversbond (VNO-NCW)

Loonstijging kan verschillende vormen hebben:
- prijscompensatie: de lonen stijgen met een percentage dat gelijk is aan het percentage waarmee de kosten van het levensonderhoud stijgen
- initiële loonstijging: xtra loonstijging ‘bovenop’ de prijscompensatie, die hoger is dan de prijsstijging in dat jaar(koopkracht stijgt)
- incidentele loonstijging:loonstijging voor bep. werknemers door overwerk of promotie
- winstdeling regelingen: de werknemers delen mee in de winst die de onderneming betaald heeft

secundaire arbeidsvoorwaarden: arbeidsduurverkorting, aantal vakantiedagen, werktijden en scholingsmogelijkheden.
4 ontwikkelingen:
- adv
- bedrijfstijdverlenging
- flexi-arbeid
- in dienst nemen van bepaalde categorieen werklozen

De overheid stimuleert mensen om ergens te gaan wonen waar werk is:
- verhuiskostenregeling: aftrekbaar van inkomstenbelasting
- verlaging van vervoerskosten:kosten woon-werkverkeer aftrekbaar van inkomstenbelasting
- infrastructuur verbeteren: betere bereikbaarheid

opnieuw een baan:
- via om-, her-, en bijscholing
- beloningsverschillen vergroten -> overheid vergroot de mobiliteit tussen de beroepsgroepen

zoeken/aanbieden van werk aantrekkelijker maken
- het vergroten van het verschil tussen lonen en uitkeringen
- fiscale voordelen(aftrekbaarheid van reis- en beroepskosten)
- verlaging van het minimum loon
- arbeidskostensubsidies voor werkgevers, waardoor zij werknemers tegen het minimum loon toch winstgevend kunnen laten werken. -> overheid vergroot mobiliteit tussen niet-werken en werken
conjunctuurwerkloosheid=algemene werkloosheid

maatregelen tegen structuurwerkloosheid:
- scholing: goed stelsel van onderwijs, bedrijfscursussen
- innovatie: procesinnovatie, productinnovatie, subsidies van overheid om het te stimuleren
- ADV en VUT:werk over meer mensen verdelen
- aanpassing van bedrijfstijd: vermindering kapitaalkosten per product
- verhuispremies en reiskostenvergoeding: vergroten arbeidsmobiliteit
- bestrijden van seizoenwerkloosheid:klimaatinvesteringen
- bestrijding van frictiewerkloosheid: verbeteren arbeidsbemiddeling

overspannen arbeidsmarkt: in veel bedrijfstakken tekort aan arbeidskrachten

maatregel tijdens tijdelijk tekort:
- werknemers overwerk laten doen
- uitzendkrachten inschakelen
- buitenlandse werknemers aantrekken
maatregel tijdens langdurig tekort:
- arbeidsbesparende innovatie
- flexibele pensioenering
- kinderopvang
-deeltijd werk
- immigratie
- kapitaalintensief/ fusies

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.