Hoofdstuk 3 Paragraaf 1,3,6

Beoordeling 4.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 1072 woorden
  • 31 maart 2015
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.8
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Economie §3.1 De grens over





Export en import



Export is als Nederlands bijvoorbeeld goederen exporteert naar Duitsland. Import is als Nederlands goederen importeert vanuit Duitsland. Het exporteren van goederen en diensten heeft verschillende voordelen :




  • het levert werkgelegenheid en inkomen op in Nederland

  • Voor zover goederen en diensten naar niet-eurolanden uitgevoerd worden, levert de export buitenlandse valuta (geld) op. Bijvoorbeeld Amerikaanse dollars, Engelse ponden an Japanse yens. 



Een open economie



De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een land in een jaar is het Bruto Binnenlands Product (BBP). Nederland een een open economie : een economie die veel handel met het buitenland drijft. Wij zijn dus erg afhankelijk van de handel met het buitenland. De mate van afhankelijk bereken je met de Exportquote en de Importquote : de waarde van de export en import als percentage van het bbp.





De exportquote = Waarde van de export : bbp x 100%



De importquote = Waarde van de import : bbp x 100%





Als de wereldhandel groet, profiteert Nederland met zijn open economie mee met de groei van de handel op wereldniveau. 



De EU als handelsblok



De landen van de Europese Unie hebben met elkaar een aantal afspraken gemaakt :




  • Vrij verkeer van goederen en diensten, dus geen invoerrechten

  • Vrij verkeer van arbeid en kapitaal



De laden van de EU vormen economisch gezien een grote interne markt waarbinnen vrij gehandeld mag worden. De interne markt bied voordelen aan de Europese bedrijven, zoals geen belemmeringen aan de grens en een grote afzetmarkt. Hierdoor kunnen Europese bedrijven kunnen blijven profiteren van Schaalvoordelen : voordelen die bedrijven hebben bij een grote productie. Hierdoor kunnen Europese bedrijven de concurrentie met sterke bedrijven uit de VS en Azië beter aan. 





Invoerrechten en subsidies



Importproducten van buiten de Europese Unie kunnen met invoerrechten duurder gemaakt worden. Ze zorgen ervoor dat dure Europese producten op de Europese mark niet door import van goedkope producten van buiten de EU weggeconcurreerd woorden. De EU subsidieert landbouw producten. Subsidie verlaagt de prijs van een product. De exportsubsidies maken het mogelijk om de dure Europese landbouwproducten te kunnen exporteren aan de rest van de wereld.



Internationale arbeidsverdeling



Multinationals hebben veel vestigingen in verschillende landen. Zij kiezen in Europa de beste locaties en profiteren van de Europese integratie. De oostblok landen zijn erg populair omdat er goed opgeleide maar toch goedkope werknemers zijn. Ook op wereldniveau is een Internationale arbeidsverdeling.





§3.3 De overheid, bemoeizuchtig?



Overheden grijpen in



Door invoerrechten van auto’s worden er minder auto’s ingevoerd. Ze verlagen het aanbod van auto’s op de markt, waardoor de prijs op de markt stijgt. de overheid beïnvloed op deze manier de vraag en aanbod van auto’s. het heffen van invoerrechten van auto’s is maar 1 van de vele manieren waarop de overheid zich met vraag en aanbod bemoeid.




  • de overheid stimuleert de vraag naar goederen met subsidie

  • de overheid remt de vraag naar goederen met accijns

  • de overheid levert goederen die het bedrijfsleven niet kan leveren

  • de overheid maakt de inkomensverschillen kleiner



De collectieve sector



De overheid is onderdeel van de collectieve sector. De collectieve sector bestaat uit de overheid en de Sociale fondsen. De overheid is ook onderverdeeld en bestaat uit




  • de rijksoverheid (het rijk)

  • de provincies, gemeenten en waterschappen, met elkaar de Lagere overheden.



Bij de rijksoverheid horen de regering, het parlement en de departementen (ministeries)



De regering bestuurt het land, het parlement controleert de regering. De regering en het parlement beslissen over zaken die alleen Nederlanders aangaan. zoals




  • De minister can verkeer en waterstaat, die met zijn departement een plan uitwerkt om files te bestrijden

  • De minister van onderwijs, die met hulp van zijn departement een plan bedenkt om meer studenten enthousiast te maken voor een baan in het onderwijs. 



Het parlement beslist dan uiteindelijk of de plannen ook uitgevoerd worden. 





De sociale fondsen verzorgen de sociale verzekeringen zoals bijv. de werkloosheidsverzekering. De provincies, gemeenten en waterschappen horen bij de lagere overheid. het provinciebestuur controleert het werk van de gemeenten in de provincie en zorgt er voor dat de gemeenten goed samenwerken. 



De gemeente houdt zich bezig met zaken die alleen de inwoners aangaan zoals subsidies van verenigingen, hoe hoog de belasting van huizen is en vanaf welke leeftijd je een café in mag. 



Waterschappen zorgen voor de waterhuishouding in NL. Ze bewaken het waterpeil en de kwaliteit van het water. 



Subsidie



Subsidie is een bedrag waarmee de overheid goederen of diensten goedkoper maakt, Doordat de overheid producenten of consumenten betaald. De producenten gaan hierdoor meer aanbieden, waardoor de prijs van het product daalt. Hierdoor gaan consumenten dat product eerder kopen. Voor consumenten betaalt de overheid bijvoorbeeld al een deel van de zonnepanelen, waardoor het aantrekkelijker is om te kopen. 



Accijns



Accijns is een kostprijsverhogende belasting op goederen zoals sigaretten, benzine en drank waardoor mensen het product niet willen kopen. De bedrijven moeten een deel van de verkoopprijs als accijns aan de overheid afstaan. Daardoor wordt het voor de bedrijven minder aantrekkelijk om het product te willen verkopen. Het aanbod daalt, en de prijs wordt hoger. Hierdoor willen minder consumenten het product hebben. De BTW en invoerrechten op importproducten zijn 2 andere voorbeelden van kostprijsverhogende belasting. op goederen en diensten. 



Collectieve goederen



Collectieve goederen zijn goederen die niet in individueel leverbare eenheden verkocht kunnen worden zoals straatverlichting. De overheid zorgt voor deze goederen. 



Belasting op inkomen, winst en vermogen



Iemand met weinig mogelijkheden zoals een fabrieksarbeider verdient Minimumloon. Een gehandicapte kan niet werken en is dus werkloos. De regering Laat de rijkere mensen meer belasting betalen dan de armere mensen. Dit systeem heet Belasting op inkomen, winst en vermogen. Mensen zonder inkomen krijgen een uitkering. 



§3.6 Belasting





Hoe bereken je de belasting



De inkomstenbelasting 




  • “Boxenstelsel” : 3 boxen =  3 manieren van belasting heffen voor verschillende soorten inkomsten (wij kijken alleen naar box 1 : inkomen uit werk)

  • In box 1 : progressieve belastingen : hoe meer je verdient, hoe meer je procentueel aan belastingen betaald. - gevolg : inkomensverschillen worden kleiner 

  • nettoloon = brutoloon - inkomstenenbelasting





De inkomstenbelasting




  • Je betaalt belasting over je inkomen over je inkomen volgens de volgende stappen 



Stap 1 )  Bereken het belastbaar inkomen : 



Brutoloon - Aftrekposten = Het belastbaar inkomen



Stap 2 ) Verdeel belastbaar inkomen over de schijven : Hoogste bedrag in de schijf - laagste bedrag in de schijf



Stap 3 ) Bereken belastingen : bedrag in de schijf X percentage 



Stap 4 ) Heffingskortingen er af


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.