Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen
Alle literatuurprijzen

Hoofdstuk 5: seksualiteit

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1164 woorden
  • 19 mei 2013
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Biologie hoofdstuk 5: Seksualiteit


5.1 Seks is voordeliger.


Seksualiteit  is het gedrag dag direct of indirect met de paring samenhangt, het is vooral een voorbereiding op voortplanting.


Een kloon  is een populatie van genetisch identieke nakomelingen.


Aseksuele voortplanting is voortplanting zonder voorbereidend gedrag (dit vindt plaats bij ongeslachtelijke voorplanting)


Voordelen ongeslachtelijke voortplanting:



  • Snelle groei van de soort. ( er is maar 1 ouder nodig voor voortplanting)

  • Een grotere overlevingskans, als een ouder eigenschappen heeft die voordelig zijn in leefmilieu, dan hebben de nakomelingen deze ook. Het nadeel hierbij is wel dat een soort in 1 keer kan uitsterven.


Bij geslachtelijke voortplanting is elke nakomeling uniek. Elk kind een allelen mix van 2 ouders.


Charles Darwin was de eerste die een verklaring gaf aan het veranderen en ontstaan van soorten:


Natuurlijke selectie – De beste aangepaste organismen zullen overleven en veel nakomelingen produceren. (bijvoorbeeld in voedselarme omgevingen overleven alleen de best aangepaste individuen omdat de rest sterft aan voedselgebrek, de overgebleven individuen produceren weer veel goede nakomelingen)


Na ongeslachtelijke voortplanting zij alle nakomelingen genetisch identiek aan de ouder. Geslachtelijke voortplanting geeft genetisch verschillende nakomelingen.


 Evolutie vindt nog steeds plaats.


Voordelen van unieke nakomelingen:



  • Wanneer je veel soortgenoten hebt is het handig om af te wijken van de rest, minder concurrentie in een gebied.

  • Ziekteverwekkers veranderen snel. Nieuwe allelen-combinaties zijn aangepast aan bepaalde ziekteverwekkers (immuun)

  • Nieuwe goede genen kunnen doorgegeven worden aan de soort door nakomelingen te produceren

  • Hoe meer erfelijke verschillen tussen soortgenoten , hoe groter de kans dat enkele van de nakomelingen overleven wanneer de leefomstandigheden veranderen.


5.2 Omgangsvormen bij dieren.


Individuele belangen zijn ondergeschikt:


Individuen doen alles voor het overleven van de soort.


Egoïstisch belang:


Mannetjes apen: Zoveel mogelijk vrouwtjes bevruchten


Vrouwen apen: Het combineren van hun genen met die van sterke en gezonde nakomelingen.


Seksuele selectie is het veroveren van een partner.


Solitair: buiten de voortplantingstijd alleen leven. Alleen tijdens de paartijd komen de dieren bij elkaar.


Mannetjes en vrouwtjes lokken andere geslacht met ‘trucjes’.


De paartijd is het paringsmoment dat van tevoren vast staat, in een bepaalde periode van het jaar. Dit is een goed gekozen periode, zodat de jongen in voorjaar geboren worden.


Vrouwtjes worden door de mannetjes overgehaald om te paren, de vrouwtjes kiezen de gezondste/sterkste uit.


De broedzorg is het bewaken van de jongen. Zorg berust bij een of bij beide ouders. In de meeste gevallen bij het vrouwtje


Veroveringsgedrag of seksuele selectie is onderdeel van de natuurlijke selectie. De verschillen in seksueel gedrag tussen diersoorten zijn vaak biologisch te verklaren.


Een mannetje met meerdere vrouwtjes wordt polygaam genoemd, het mannetje is hierbij vaak groter dan het vrouwtje.


Een mannetje met maar 1 vrouw wordt monogaam genoemd, hierbij zijn mannetjes en vrouwtjes meestal even groot.


Bij dwergchimpansees of bonobo’s zijn vrouwtjes de baas.


Homoseksualiteit komt voor bij zoogdieren, vogels, vissen en reptielen.


Conflicten, agressie en spanning opgelost doormiddel van seksueel contact.


Bonobo’s masturberen als er geen soortgenoten in de buurt zijn.


Bij dieren komen verschillende typen relaties voor, zoals mono- en polygamie, maar ook homoseksualiteit. Seksueel gedrag speelt bij sommige diergroepen een rol om sociale spanningen te verminderen.


5.3 Seks van jong tot oud.


Primaire geslachtskenmerken:


Zaadballen: mannelijk kiemweefsel.


Eierstokken: vrouwelijk kiemweefsel.


Y-chromosoom zorgt voor ontwikkeling van zaadballen en maakt testosteron: geslachtshormoon voor ontwikkeling van gedrag en organen van jongens.


Secundaire geslachtskenmerken:


Jongens: Extra beharing, lagere stem, sterkere spieren, zaadlozingen


Meisjes: Eisprong, borstgroei, extra beharing, breder worden van bekken.


Vindt plaats op een leeftijd van 10 à 12 jaar.


Tertiaire geslachtskenmerken:


Verschillen tussen mannen en vrouwen die te maken met psyche en gedrag.


Vrouwen: Meisjes spreken eerder, handigere omgang met kleine voorwerpen, gevoeliger emoties.


Mannen: Meer spraakproblemen, beter ruimtelijk inzicht +oriëntatie, beter in wiskunde (hyperactief)


Gedrag verschilt per individu.


Oestrogeen zorgt ervoor dat vrouw meer zin heeft in vrijen, voor en tijdens de eisprong.


Tijdens menstruatie minder oestrogeen.


Mannen hebben minder stemmingsveranderingen doordat hun hormoonconcentraties stabieler zijn.


Vrouwen zijn onvruchtbaar na menopauze: rond 50 jaar. Bij mannen neemt de testosteronproductie geleidelijk af.


Hersenen verschillen tussen vrouwen en mannen. Vrouwen hebben meer verbindingen tussen beide helften van de hersenen. Bij mannen is de SDN (sexual dimorphic nucleus) groter.


Dit verschil ontstaat pas na de geboorte.


Door de werking van Hormonen ontstaan verschillen tussen het lichaam van mannen en vrouwen en tussen het lichaam van jonge en oude mensen.


Normen en waarden kunnen richtpunt zijn hoe je met seksuele gevoelens moet omgaan. Als je eigen normen en waarden afwijken van die in omgeving, kan problemen geven.


Heteroseksualiteit is in onze maatschappij de norm.


Oorzaak hetero- en homoseksualiteit verschillende ideeën:



  • hersenen

  • culturele en psychosociale factoren

  • hormonen

  • genen


Mensen verschillen in seksuele voorkeur. Sommige verschillen zijn erfelijk bepaald, andere berusten op omgevingsfactoren.


5.4 Mensen en seks


Intimiteit voel je als je dichtbij iemand bent, bij praten, lachen of vrijen.


Seksualiteit is wanneer je intimiteit uit door met elkaar te vrijen.


 Bij dieren is seksualiteit gekoppeld aan voortplanten.


Bij mens heeft seksualiteit meerdere functies:



  • laten zien dat je van elkaar houdt

  • ervan genieten

  • voortplanten


Seksualiteit heeft bij mensen meer functies dan bij dieren. Of seksualiteit aangenaam is hangt af van de intimiteit in het contact.


Seksueel gedrag leidt tot natuurlijke selectie


Biologisch gezien zou de mens polygaam zijn.


In Westerse landen is monogamie de norm.


Menselijke maatstaven aanleggen om het gedrag van dieren te verklaren, is biologisch onjuist. (antropomorf)


Er zijn grote overeenkomsten tussen mens en dier in de bouw, maar ook in het sociaal gedrag.


Seksualiteit verschilt erg per cultuur er religie, ze beïnvloeden je levensovertuiging.


Per geloof verschillen deze levensovertuigingen, goed voorbeeld is de Islam.


In het Westen is de opvatting over relaties en seksualiteit sinds de jaren ’60 veranderd, media speelt hier een rol in. (programma’s als Oh Oh Cherso)


Seksueel gedrag heeft zowel een menselijke als een dierlijke kant. Hun onderlinge verhouding staat voordurend ter discussie. Het denken en omgaan met seksualiteit wordt ook sterk beïnvloed door de heersende normen en waarden, die per religie en cultuur kunnen verschillen.


5.5 Ziek van de liefde


Besmetting met soa’s komt o.a. door contact met bloed, sperma/vaginavocht en besmette voorwerpen.


Besmetting met soa’s gebeurt door seksueel contact. De verschijnselen vallen bij vrouwen minder op. Voorkomen door veilig vrijen is eenvoudig.


Soa’s zijn goed te behandelen, meestal is een antibiotica kuur voldoende.


Te lang wachten met het behandelen van een Soa kan blijvende schade veroorzaken.(onvruchtbaarheid e.d.)


Een soa virus raak je nooit kwijt, het zal soms weer de kop opsteken.


!! BRON 23 !


Steeds meer mensen, vooral jongeren, lopen een soa op, dit wijst op een toename van onveilig seksueel gedrag.


Gonorroe en chlamydia komen het meeste voor.


Contactopsporing is het opsporen van iedereen waarmee je seksueel contact hebt gehad als je een soa hebt gehad. Zodat diegene behandeld kan worden. (Bijv. bij syfilis, gonorroe, AIDS en chlamydia). Zo kan een soa-epidemie voorkomen worden.


Het aantal mensen met een soa neemt toe. De meeste soa’s voorkom je door veilig te vrijen. Contactopsporing is vaak nodig.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.