De komende twee weken zijn 'seksweken' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


ADVERTENTIE
Geslaagd? Doneer je verslagen We zijn heel trots op je, supergoed gedaan. Waarschijnlijk ga je Scholieren.com nu voorgoed verlaten. Wil je ons nog bedanken voor 4, 5 of 6 jaar trouwe dienst? Upload dan nu al je verslagen en samenvattingen voor de generaties scholieren die na jou strijden voor dat diploma.

Nu uploaden
Samenvatting Biologie 1
Hoofdstuk 2 : Gedrag

Zintuigen : vangen prikkels op en de prikkel zorgt voor een reactie
Reflexen : Automatische reacties waar je niet bij na hoeft te denken
Uitwendige prikkel : Prikkel van buitenaf
Inwendige prikkel : Prikkel is gegeven door het lichaam (te weinig zuurstof in het bloed  Ademen.
Ethologie : Gedragsleer

Oorzaak van het gedrag (vragen)
1. Hoe ontstaat het gedrag? Uitwendig, inwendig?
2. Hoe is het gedrag in het leven van het dier tot stand gekomen? Vanaf de geboorte of later?
3. Hoe is het gedrag in de loop van de evolutie veranderd?
Functies van het gedrag (vragen)
1. Wat is het voordeel voor dit dier op dit moment
2. Wat is de overlevingswaarde op lange termijn
Antropomorfiseren : Het ‘vermenselijken’ van een dier
Interpretatie: Gedrag een andere betekenis geven
Gedragsketen: Aantal handelingen die bij elkaar horen en waarvan het effect van een handeling leidt tot de volgende handeling
Soort kenmerk: Gedragsketen is vaak karakteristiek
Ethogram: Schema waarin gezegd wordt wat voor gedrag het dier vertoond met behulp van een Werkwoord wat hij doet en met welk lichaamsdeel. (omdraaien v/d nek etc.)
Protocol: Een code in een schema waarin je in een bepaalde tijd neerzet wat het dier doet (BE = omdraaien van de nek) Bijvoorbeeld in de eerste 5 sec van de eerste minuut dan ze je het daar in het schema
Frequentie-analyse: Kijken hoe vaak een dier bepaald gedrag vertoond
Sequentie-analyse: Kijken welke gedrag na of samen voorkomen
Gegevens verwerken:
1. Hoeveel tijd er wordt besteed aan een bepaald gedragselement
2. Handeling met gemeenschappelijk effect
3. Protocollen vergelijken
Sleutelprikkel: Een uitwendige prikkel die steeds een specifiek gedrag en gedragselement als gevolg heeft.
Supranormale prikkel: Prikkel die sterker is dan normaal en een versterkte reactie als gevolg heeft
Aangeboren gedrag: Gedrag wat meteen na je geboorte al goed verloopt en waar je nog nooit een voorbeeld van hebt gezien.
Flexibel gedrag: het gedrag dat tot stand komt door te leren
Erfelijke variatie: Variatie in het overnemen van gen
Leren – verschillen tussen:
- Gewenning
- Inprenten
- Conditioneren
- Imitatie
- Proefondervindelijk leren
- Inzichtelijk leren
Gewenning: Een prikkel die zich steeds herhaald en op een gegeven moment ben je eraan gewend en reageer je niet meer
Inprenten: iets aanleren kan alleen in de gevoelige periode van het leven (als je jong bent) want als je ouder bent pak je dingen minder snel op.
Conditioneren: Klassiek: Sleutelprikkel veranderen. Een al aanwezige reflex wordt anders toegepast
Operant: Iets nieuws aanleren met als aanleertechniek een beloning.
Discriminant: Het duidelijke commando
Operant: Gewenste gedrag
Imitatie: Het overnemen van het gedrag van een ander
‘Trial and error’: Net zolang proberen tot iets lukt. Proefondervindelijk leren.
Inzichtelijk leren: Kennis die je al hebt kun je combineren en dan krijg je alsnog een conclusie
Acties ter verdediging van eten:
- Niet opvallen: Schutkleuren
- Zich stilhouden
- Verdediging door middel van een eigenschap
- Misleiding
Baltsgedrag: Leidt tot paargedrag
Ritualisatie: Allen gedragingen verlopen volgens een vast patroon
Functie van de balts:
- Aandacht vestigen op potentiële partner
- Kans op paring met een verwante soort verkleinen
- Het gedrag van de partners op elkaar afstemmen
- Band tussen de partners versterken
Territorium: Gebied waarin het dier zich voortplant of wat wordt bezet in de parings- en broedtijd. Ze laten aan andere dieren zien dat ze daar niet in moeten komen op verschillende manieren
Monogamie: Mannetjes helpen bij het verzorgen van de jongen. En het dier heeft één partner
Polygamie: Het dier bevat meerdere partners
Communicatie: een manier van gedrag op elkaar overbrengen
Aggregatie: Een verzameling dieren waaronder weinig communicatie is.
Open anonieme groepen: Dieren die net zo lang wachten tot ze een groep
gaan vormen.
Rangorde: In een bepaalde groep is er een rangorde die bepaald wie de baas is en iedereen moet die gehoorzamen.
Verzoeningsgebaren: Sleutelprikkels die de agressie van de overwinnaar remmen.
Overssprongedrag: Gedrag die niets te maken heeft met de situatie waarin de dieren verkeren.
Omgericht gedrag: Iets wat je doet wat je eigenlijk op een ander moment doet en niet bij de situatie past.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.