Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

hoofdstuk 10

Beoordeling 3.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 1917 woorden
  • 8 april 2018
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.3
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

10.1 goed geregeld






  • Wat gebeurt er in je lichaam?



Omstandigheden in het lichaam moeten (zo veel mogelijk) constant zijn.



Lichaam heft veranderingen  snel op à daarvoor meet bloed stoffen (hoeveelheid en welke stoffen)



Verwijderen van het te veel van een stof à uitscheiden



Te weinig stoffen à wordt aangevuld



Longen, lever, nieren en huid à uitscheidingsorganenà afvalstoffen uit bloed kwijtraken






  • Waardoor heb je altijd genoeg glucose?



Je lichaam heeft glucose nodigà zodat cellen hun werk kunnen doen.



Glucoseà brandstofàenergieàbewegen, warm blijven en alle processen van het lichaamàlichaam moet genoeg glucose hebbenàwordt geregeld in bloed met hormonenàinsuline en glucagonàworden gemaakt door alvleesklier





De regeling met insuline en glucagon:






  1. Glucosegehalte stijgt




  • Je eetà verteringsstelsel verteerd tot glucosedeeltjes



In dunne darmàglucose in bloed




  • Na eten stijgt glucosegehalte in bloedàmeer glucose dan nodig

  • Lichaam zegt: ‘te veel glucose’ àalvleesklier geeft insuline afà cellen nemen glucose op uit bloed. àglucose opgeslagen in lever en spierenàglucose wordt omgezet in glycogeenàlange ketting glucosedeeltjesàglucosegehalte weer normaal






  1. Glucosegehalte daalt




  • Cellen gebruiken bloedàsteeds minder glucose

  • Lichaam zegt: ‘te weinig glucose’ àspieren breken eigen voorraad af om glucose te krijgenàalvleesklier geeft glucagon afàzorgt dat glycogeen wordt omgezet in glucoseàglucose voorraad uit lever gaat naar bloedàglucosegehalte weer normaal





Door wisselingwerking van insuline en glucagon krijgen cellen steeds voldoende glucose in het lichaam, en blijft het in balans.





Mensen met suikerziekte (diabetes) àlever maakt te weinig insulineàglucosegehalte is te hoogànieren halen te veel glucose uit bloedàplassen het uitàze zijn moe en hebben veel dorstàze moeten zelf glucosegehalte regelenàglucose gehalte regelenàmetenàlaagàsnel eten of drinkenàhoogàinsuline spuiten






 




  • Wat doet de lever?



Leverà



Zorgt voor opbouw, omzetting, afbraak, opslag en afvoer van stoffen.



Vervoer van stoffen naar leveràgaat via bloedà twee bloedtoevoerkanalen van leveràde leverslagader en de poortader:



Leverslagaderà bloed met zuurstof naar lever



Poortaderà stoffen door darmen opgenomen. Lever à concentreert bloed en stoffen uit bloed worden verwerkt. à Bloed afgevoerd via leverader





Lever = fabriek waarin verschillende processen zich afspelen:




  • Opbouwen en omzetten



Verteringskanaalàeiwitten afgebroken tot bouwstenen: aminozurenà lever maakt nieuwe eiwitten. Lever kan ook glucose omzetten in vet en van vet cholesterol maken.




  • Afbreken



Te veel aminozuren in bloedà lever breekt ze afà ureum ontstaatà die stof wordt door nieren uitgescheiden. Lever breekt ook giftige stoffen afà medicijnen en alcohol




  • Afvoeren



Lever maakt galà via gal afvalstoffen uitgescheiden àvoorbeeld = de stof bilirubine versleten rode bloedcellen worden afgebroken in milt. Hemoglobine uit bloedcellen wordt daarbij omgezet in bilirubineà gele vloeistof



Via bloed komt bilirubine in lever wordt gemengd met gal en via ontlasting uitgescheiden




  • Opslaan



Lever slaat glucose op in vorm van glycogeen. Lever slaat ook ijzer opà afkomstig van het hemoglobine uit versleten rode bloedcellen






  • Wat doen je nieren?



Nieren liggen in buikholte aan de kant van je rug. Via nierslagaders komt bloed met afvalstoffen in nieren. Deze afvalstoffen bestaan uit:




  1. Afbraakproducten uit de lever zoals ureum of afbraakproducten van alcohol en medicijnen.

  2. Zouten en vitamine die je te veel hebt.

  3. Stoffen die niet nodig zijn zoals kleurstoffen





Nieren filteren afvalstoffen uit bloed



Gezuiverd bloed verlaat de nieren via nier aders. Afvalstoffen lossen in de nieren op in water: urineà gaat vanuit nieren via urineleiders naar blaasà daar wordt het tijdelijk opgeslagenà blaas volà plassenàurine verlaat lichaamàelke dag 1,5 L urine.















10.2 je huid






  • Wat zijn de functies van de huid?



Huid heeft functies:




  1. Lichaam op temperatuur houden

  2. Bescherming tegen vuil en ziekteverwekkers

  3. Bescherming tegen de zon





Huid is de grootste orgaan



3 lagen:




  1. Opperhuid: bestaat uit de hoornlaag en kiemlaag. De hoornlaag slijt steeds af. Kiemlaag vult door celdeling de hoornlaag van binnenuit aan.

  2. Lederhuid: in deze laag zitten spieren, talgklieren, zweetklieren, bloedvaten, zintuigen en haarzakjes. De talg uit talgklieren houdt de huid en het haar soepel. Zweetklieren en bloedvaten helpen om de lichaamstemperatuur te regelen. De zintuigen geven info over wat je voelt door aan de hersens.

  3. Onderhuidse bindweefsel: lopen bloedvaatjes en zenuwen en is vet opgeslagen.






  • Hoe blijf je op temperatuur?



Normale lichaamstemperatuur is 37 graden.



Bij inspanningà warmer





Temperatuurzintuigen meten hogere temperatuur en sturen een seintje naar hersensà zorgen dat je afkoelt.





Afkoelen:




  • Bloedvaatjes in de huid worden wijderà er stroomt meer bloed à huid wordt rood en warmà geeft meer warmte af

  • Zweetklieren maken meer zweet. Als het zweet verdampt wordt warmte van je huid gebruiktà je koelt af





Het wordt koudà hersens krijgen seintje. Ze regelen dat je weer warm wordt



Warmer worden:




  • Bloedvaatjes worden nauweràminder bloed. Lichaam houdt warmte vast. Huid = bleek en haartjes rechtop.

  • Je gaat rillen. Veel spieren bewegen à er komt warmte vrij. Vetlaagje beschermt tegen de kouà isoleert






  • Hoe geneest een wondje?



Huid houdt vuil en ziekteverwekkers tegen. Wondjeà vuil met ziekteverwekkers kunnen in je lichaam komen. Wondjes gaan zo snel mogelijk dicht à met bloedplaatjes en stollingseiwitten zoals fibrinogeen. Wondje à bloedvaatjes knappen openàStof die reageert met fibrinogeenà er ontstaat een netwerk van fibrinogeen dradenàdaarin blijven rode bloedcellen hangenàbloedstollingàer ontstaat een korstjeàer kan geen bloed meer wegàhuid herstelt






  • Hoe beschermt de huid je tegen de zon?



In de zon vangt de huid ultraviolette straling (Uv-straling) op uit het zonlicht. Cellen in kiemlaag maken pigment, hierdoor wordt je bruin. Het beschermt.



Als je verbrand sterven cellen in de hoornlaag en vervel je.





Uv-straling kan ook cellen in de kiemlaag beschadigen. Als dit te vaak gebeurd kan dit lijden tot huidkankerà cellen delen extra snel en er ontstaat een gezwel of tumor.





Tot je 16e is de hoornlaag nog niet zo goed ontwikkeld à grotere kans op huidkanker





Kanker ontstaat in 3 dingen:




  1. Een normale cel veranderd in een kankercel. In een kankercel is het DNA beschadigd à de cel blijft delen. Dit wordt veroorzaakt door uv-straling door giftige stoffen of doordat de cel te oud is.

  2. Meestal wordt beschadigd DNA gerepareerd of wordt de cel in je lichaam opgeruimd. Soms gebeurt dat niet à Cel blijft delen à gezwel of tumor à orgaan verstoort of kapot

  3. Gezwel groeit door wand bloedvatà tumor cellen afbreken. Deze losse tumorcellen stromen met bloed mee en kunnen in lichaam opnieuw gezwellen laten groeien. Een nieuw gezwel à uitzaaiing.









































10.3 Ziek






  • Hoe word je ziek?



Verkoudheid en griep ontstaanà door een virus à virus = ziekteverwekker




  • Bacteriënà maken je soms ziek  à ze kunnen giftige stoffen afgeven en ontstekingen veroorzaken.

  • Virussenà dringen in je cellenàin de cel vermeerderen ze zichàcellen gaan stukàje wordt ziek





Ziekteverwekkers komen binnen à slijmvliezen van mond, neus, geslachtsdeel of wondjes à besmetting of infectie à infectieziekten





Verkoudheidà virus in de slijmvliezen van mond, neus en keel. Zwellen opà pijnàloopneus, hoesten en niezenà druppeltjes vocht met virus in de luchtà andere mensen besmet





Griepà virusàhele lichaam ziek





Besmetà kan even duren voordat je ziek bentà in die tijd kun je wel andere mensen besmetten.



Tijd dat je wel besmet bent maar niet ziek bent à incubatietijd.



Na een tijdà symptomenà je gaat naar huisartsà stelt een diagnoseà soms prognoseà hoe de ziekte gaat verlopen






  • Hoe word je beter?



Ziek à lichaam gaat werken om ziekteverwekkers uit te schakelen à afweer



Verdedigers van het lichaamà witte bloedcellen à ontstaan in beenmergà ze rijpen onder andere in lymfekopen (in hals in lies)





2 soorten witte bloedcellen:




  1. Vreetcellen



Veranderen van vorm. Wondje met vuil waar bacteriën in zitten à witte bloedcellen kruipen door wand van bloedvaatjes. à ze sluiten bacterie in en verteren zeà als ze klaar zijn gaan ze doodà pus of etter uit de wondà dat zijn dode witte bloedcellen, verteerde bacteriën en resten van kapotte huidcellen.






  1. Antistof cellen



Andere witte bloedcellen maken antistoffen waarmee ziekteverwekkers worden bestredenà




  • Ziekteverwekkers komen in je lichaam

  • Ziekteverwekkers vermeerdert zich

  • Witte bloedcellen gaan antistoffen maken

  • Antistoffen schakelen ziekteverwekkers uit





Een antistof werkt maar tegen 1 soort ziekteverwekkers. Witte bloedcellen herkennen ziekteverwekkers aan eiwitten op de buitenkant van de ziekteverwekkers of op buitenkant van de cel waar een virus zich in bevindt. Deze eiwitten heten antigenen. Elke ziekteverwekkers heeft eigen antigenen met een eigen vorm.






  • Waarom word je soms ingeënt?



Een infectieziekte krijg je maar een keer. Er blijven dan geheugencellen achter in je bloed als de ziekteverwekker is bestreden. Geheugencellen herkennen herkennen ziekteverwekkers aan de antigenen. Daardoor maakt je lichaam bij een volgende besmetting de juiste antistoffen. Je bentimmuunvoor die ziekteverwekker geworden. Met een inenting of vaccinatie help je je lichaam een handje. De dokter geeft je een vaccin: hij spuit verzwakte ziekteverwekkers in. Je wordt niet ziek, maar je lichaam maakt wel antistoffen.





Door een inenting krijg je actieve immuniteit: je lichaam gaat zelf aan het werk. Als je al ziek bent krijg je een antiserumàprik met antistoffen tegen de ziekteverwekkers. Deze vorm van immuniteit heet passieve immuniteit, want je lichaam maakt de antistoffen niet zelf. Het werkt snel, maar de volgende keer dat je ziek wordt werken de antistoffen niet meer, want er zijn geen geheugencellen aangemaakt door je witte bloedcellen.






  • Waarom krijg je koorts?



Als je ziek bent krijg je vaak koorts. Bij verhoging in de temperatuur tussen de 37,5 en de 38 graden. Bij koorts is de temperatuur hoger dan 38 graden.



Hypothalamus regelt de lichaamstemperatuur. Dat is een deel wat in de hersens ligt.



Als je ziek bent maken de witte bloedcellen stofjes waardoor de hypothalamus je lichaamstemperatuur verhoogt. Door hoge temperatuur stroomt het bloed sneller en gaan de afvalstoffen sneller uit je lichaam. Witte bloedcellen maken ook sneller antistoffen bij een hoge temperatuur. Te hoge koorts is gevaarlijk. Bij 42 graden gaan je enzymen kapot.






  • Wanneer schakel je je afweer uit?



Een ziekte die nooit meer over gaat à chronische ziekte. (Astma, diabetes, etc.)



Als er bij een chronische ziekte een orgaan slechter gaat werken heb je een orgaantransplantatie nodig. à Je krijgt de orgaan van een ander. Degene die het orgaan weggeeft is de donor.





Soms wordt een orgaan niet door het lichaam geaccepteerd, door je afweer. Er zitten op het donororgaan ander antistoffen dan op je eigen orgaan. Witte bloedcellen herkennen de antistoffen van het donororgaan niet en gaan het vernietigen met antistoffenà orgaanafstoting. Om dat te voorkomen moet je afstotingsremmers slikkenà medicijnen die de afweer remmen. Daardoor maken de witte bloedcellen minder antistoffen tegen het donororgaan.



Er is grotere kans dat het lichaam het donororgaan accepteert bij familieleden, omdat de antistoffen van de organen erfelijk zijn bepaald.





De meeste donororganen worden naar 10 jaar afgestoten.





In het landelijke donorregister kun je invullen hoe je je organen wilt doneren (of helemaal niet).










REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.