Biologie voor jou H5

Beoordeling 0
Foto van Charlotte
  • Samenvatting door Charlotte
  • 3e klas vmbo | 1485 woorden
  • 25 mei 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Samenvatting Biologie H5



  • 1.


Zintuigen in je ogen sturen informatie naar de hersenen. In je hersenen word je je van het beeld bewust.


Het zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel en uit zenuwen. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit; de grote hersenen, de kleine hersenen, hersenstam en de ruggenmerg. De zenuwen verbinden het centrale zenuwstelsel met alle lichaamsdelen. Het zenuwstelsel verwerkt impulsen die afkomstig zijn van zintuigen. Ook regelt het de werking van spieren en klieren.


Lichtstralen en geuren zijn voorbeelden van prikkels. Een prikkel is een invloed uit het milieu op een organisme. Onder invloed van prikkels ontstaan zintuigcellen impulsen. Impulsen zijn elektrische signalen die door zenuwen worden voortgeleid. De impulsen die in zintuigcellen ontstaan, worden door zenuwen naar je hersenen geleid. Je hersenen verwerken de impulsen en reageren door nieuwe impulsen af te geven.




  • 2.


Het versturen van impulsen in het zenuwstelsel gaat via zenuwcellen. Het zenuwstelsel bevat miljoenen van de zenuwcellen. Elke zenuwcel is opgebouwd uit een cellichaam en uitlopers. In het cellichaam bevindt zich de celkern. Door uitlopers worden de impulsen voortgeleid,


Drie typen zenuwcellen;



  • Gevoelszenuwcellen

  • Bewegingszenuwcellen

  • Schakelcellen


Gevoelszenuwcellen geleiden impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel. De cellichamen van gevoelszenuwcellen liggen vlakbij het centrale zenuwstelsel. Een gevoelszenuwcel heeft 1 lange uitloper die impulsen naar het cellichaam toe geleidt. De andere uitlopers geleiden impulsen van het cellichaam naar het centrale zenuwstelsel.



Bewegingszenuwcellen geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren. De cellichamen van bewegingszenuwcellen liggen in het centrale zenuwstelsel. Een bewegingszenuwcel heeft 1 lange uitloper die impulsen van het cellichaam af geleidt



Schakelcellen geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel. Ze verbinden elkaar onderling, maar ook de uitlopers van gevoelszenuwcellen met de uitlopers van bewegingszenuwcellen. Schakelcellen liggen in hun geheel in het centrale zenuwstelsel. Afb. 7 in HB 



In werkelijkheid wordt nooit 1 impuls via 1 uitloper naar het centrale zenuwstelsel of naar een spier of klier geleid. Impulsen worden via duizenden uitlopers tegelijk voortgeleid. De uitlopers liggen bij elkaar in een zenuw { afb 8 HB]. Elke uitloper in een zenuw is omgeven door een dun laagje. Dat laagje isoleert bindweefsel. Het bindweefsel is een stevige laag die zorgt voor bescherming van de zenuw.



Een gevoelszenuw bevat alleen uitlopers van gevoelszenuwcellen. Voorbeelden hiervan zijn de oogzenuwen. De zenuwen geleiden impulsen van de zintuigcellen in je ogen naar je hersenen.


Een bewegingszenuw bevat alleen uitlopers van bewegingszenuwcellen. 


Een gemengde zenuw bevat uitlopers van gevoelszenuwcellen en uitlopers van bewegingszenuwcellen.


De meeste zenuwen in je lichaam zijn gemengde zenuwen. De zenuwen die impulsen geleiden van en naar je romp en je ledematen komen bij het ruggenmerg aan. De zenuwen die impulsen geleiden naar je hoofd en hals komen bij de hersenstam aan [ afb 9 HB]. Uitlopers en dus ook zenuwen kunnen heel lang zijn. De impulsen leggen dan een grote afstand af door de zenuwen.




  • 3.


De wervels beschermen een belangrijk deel van het zenuwstelsel: Het ruggenmerg. Veel zenuwen zijn door het ruggenmerg met de hersenen verbonden. Het ruggenmerg ligt in het wervelkanaal: een opening in de wervels [ afb 10]. Het ruggenmerg begint bij de hersenstam en eindigt bij de lendenwervels onderaan de rug. Tussen 2 wervels komt steeds aan elke kant een zenuw uit het ruggenmerg.



Afb 12. In het midden ligt de grijze stof, met de cellichamen van schakelcellen en van bewegingszenuwcellen. Aan de buitenzijde vind je de witte stof. Hierin liggen veel uitlopers geleiden impulsen van en naar de hersenen, dus omlaag en omhoog. De witte kleur wordt veroorzaakt door de isolerende laagjes die om de uitlopers heen liggen. 




Vlak bij het ruggenmerg splitsen de gemengde zenuwen zich in gevoelszenuwen en bewegingszenuwen. De bewegingszenuwen komen het ruggenmerg binnen aan de buikzijde. De gevoelszenuwen komen het ruggenmerg binnen aan de rugzijde. De cellichamen van gevoelszenuwcellen liggen bij elkaar in verdikkingen. De verdikkingen heten  zenuwknopen.



De cellichamen van de gevoelszenuwcellen zijn door uitlopers verbonden met de cellichamen van schakelcellen in de grijze stof [ afb 13]. De schakelcellen zijn door uitlopers verbonden met de cellichamen van beweging cellen verlaten het ruggenmerg aan de buikzijde in bewegingszenuwen in de grijze stof. Andere uitlopers van de schakelcellen lopen door de witte stof van en naar de hersenen. Uitlopers van bewegingszenuwcellen verlaten het ruggenmerg aan de buikzijde in bewegingszenuwen. De bewegingszenuwen komen uit in de gemengde zenuwen




  • 4


De hersenstam ligt in het verlengde van het ruggenmerg. De hersenstam geleidt impulsen van het ruggenmerg naar de grote en kleine hersenen, en omgekeerd. Daarnaast geleidt de hersenstam impulsen die afkomstig zijn van zintuigen in hoofd en hals naar de grote en kleine hersenen. Ook geleidt de hersenstam impulsen die afkomstig zijn van de grote en kleine hersenen naar de spieren en klieren in de hoofd en hals. Naast het geleiden van impulsen stuurt de hersenstam ook belangrijke levensfuncties aan bijv. hartslag, ademhaling



De grote en kleine hersenen bestaan uit twee helften, een linkerhelft en een rechterhelft. Vooral de grote hersenen zijn sterk geplooid. In het hersenschors [ buitenste gedeelte] van de grote en kleine hersenen ligt in de grijze stof. Hierin liggen cellichamen van de schakelcellen van de hersenen. In het binnenste gedeelte ligt de witte stof. Hierin liggen de uitlopers van schakelcellen 



In de grote hersenen komen zeer veel impulsen aan die afkomstig zijn vanaf zintuigen. Pas als deze impulsen in de grote hersenen zijn verwerkt, word je je bewust van een prikkel. De plaats waar impulsen in de grote hersenen aankomen en worden verwerkt, bepaalt welke waarneming je doet. In de grote hersenen liggen de cellichamen van de schakelcellen in groepen bij elkaar: de hersencentra. Deze worden onderverdeeld in gevoelscentra en bewegingscentra. Gevoelscentra ontvangen informatie van zintuigen. Bewegingscentra sturen spieren en klieren aan. Voor elk lichaamsdeel is er in elke hersenhelft een centrum voor bewegen en voelen



De kleine hersenen zorgen ervoor dat alle bewegingen van je lichaam op elkaar zijn afgestemd. Dit wordt coördinatie genoemd. Hierdoor kun je bijv een bal vangen of je evenwicht bewaren




  • 5


Bij een bewuste reactie verlopen de impulsen altijd via de hersenen. Impulsen gaan via de zintuigcellen, via gevoelszenuwcellen naar schakelcellen in je grote hersenen. De impulsen komen aan in het gezichtscentrum en worden daar verwerkt



Een reflex is een vast, snelle, onbewuste reactie op een bepaalde prikkel. Impulsen worden via gevoelszenuwcellen naar schakelcellen in je ruggenmerg geleid. De schakelcellen geleiden de impulsen direct door naar bewegingszenuwcellen. Schakelcellen geleiden in je ruggenmerg naar je hersenen. 



De weg impulsen bij een reflex afleggen, wordt een reflexboog genoemd. De reflexbogen van het hoofd en hals verlopen via de hersenstam, De reflexbogen van de romp en ledematen verlopen via het ruggenmerg. De grote hersenen maken geen deel uit van reflexbogen. Toch komen bij sommige reflexen ook impulsen in de grote hersenen aan




  • 6


Het hormoonstelsel bestaat uit een aantal hormoonklieren. Een klier bevat cellen die bepaalde stoffen produceren. Hormoonklieren produceren hormonen. Dit zijn stoffen die de werking van bepaalde organen regelen. Bij veel klieren worden de geproduceerde stoffen afgevoerd via afvoerbuizen bijv speekselklieren, zweetklieren, traanklieren. Hormoonklieren hebben geen afvoerbuizen. Zij geven de hormonen af aan het bloed dat door de hormoonklieren stroomt. Via het bloed komen de hormonen in het hele lichaam. Een hormoon is echter alleen werkzaam in weefsels en organen die voor dat orgaan gevoelig zijn. Het hormoonstelsel regelt vooral langzame, langdurige processen. Hormonen zijn onder andere van invloed op groei en ontwikkeling, op de stofwisseling en op de voortplanting




  • 7


De hypofyse ligt tegen de onderzijde van de hersenen, tussen de beide hersenhelften in. De hypofyse produceert verschillende hormonen. 1 van die hormonen regelt de groei van de beenderen van het skelet. Hoeveel je van dit groeihormoon maakt, bepaalt hoe lang je kunt worden


De schildklier ligt in de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan. Onder invloed van een hormoon uit de hypofyse produceert de schildklier schildklierhormoon. Schildklierhormoon beïnvloedt de stofwisseling, groei en de ontwikkeling. Het hormoon stimuleert de verbranding in cellen






De eilandjes van Langerhans zijn groepjes cellen die in de alvleesklier liggen. De alvleesklier is een verteringsklier. De eilandjes van Langerhans produceren insuline en glucagon. Deze hormonen houden het glucosegehalte van het bloed min of meer constant 



Onder invloed van insuline wordt glucose opgenomen in de cellen van de lever en van spieren. Daar wordt glucose omgezet in glycogeen en opgeslagen als reserve stof. Onder invloed van glucagon wordt glycogeen in de lever en in spieren omgezet in glucose. De glucose wordt opgenomen in het bloed



Bij mensen met diabetes produceren de eilandjes van Langerhans te weinig insuline en/of reageert het lichaam niet goed meer op insuline. Er wordt dan minder glucose omgezet in glycogeen, waardoor het glucosegehalte van het bloed stijgt. Het glucosegehalte van het bloed kan tot maximaal 0,16% oplopen. stijgt het glucosegehalte tot daar boven wordt er glucose met de urine uitgescheiden. 



De bijnieren liggen als kapjes boven op de nieren. De bijnieren produceren het hormoon adrenaline. Wanneer je woedend of bang bent, of wanneer je ergens enorm van schrikt, geven de bijnieren adrenaline af aan het bloed. Onder invloed van adrenaline wordt glycogeen in de lever en in spieren omgezet in glucose. Hierdoor stijgt het glucosegehalte in het bloed



REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Charlotte