ADVERTENTIE
Vind je koken, eten en voeding leuk? Wat maakt dit sapje zo lekker of dit reepje zo gezond? En hoe wordt al dat voedsel eigenlijk gemaakt? Is het ontwerp van de verpakking mooi of lelijk? Is de reclame grappig of saai? Ontdek het bij de opleiding Food Commerce & Technology van Hogeschool Inholland. Kom op zaterdag 6 april naar de open dag in Delft of Amsterdam.

Meld je aan!
Welke alternatieven zijn er voor dierproeven?

Er zijn verschillende alternatieven voor dierproeven, alleen worden ze niet vaak gebruikt omdat het omzetten van dierproeven naar alternatieven veel tijd en geld kost. Maar het uiteindelijk gebruiken van alternatieven is veel goedkoper dan het houden van dieren. Dieren hebben eten nodig, hokken waar ze in moeten leven, en ze moeten vervangen worden als ze niet meer “gebruikt” kunnen worden.
Alternatieven zijn vaak net zo goed en betrouwbaar als dierproeven zelf. Maar het belangrijkste natuurlijk is dat er minder tot geen dieren meer worden gebruikt.

Een aantal voorbeelden van alternatieven zijn:

Oogtesten: Hiermee worden vaak bij konijnen en/of ratten iets in het oog gedruppeld zoals shampoo of mascara. Dit kan lijden tot ernstige infecties of zelfs blindheid. Een alternatief voor deze testen zijn ogen van kippen of koeien gebruiken die uit het slachthuis komen. Dit is voor beide partijen voordelig. Het slachthuis raakt zo z’n ogen kwijt en het laboratorium krijgt onbeperkt ogen toegestuurd.

Huidirritatietesten: Bij deze testen wordt er een stuk huid van een dier blootgelegd, (het haar word dus weggeschoren) en op de huid word dan een middel gesmeerd om te kijken of het reageert met de huid. Als gevolg hiervan treden vaak huidirritaties op of ergere dingen zoals dat het de huid wegvreet. Een alternatief hiervoor is dat ze huid namaken door huidcellen van de mens te laten uitgroeien tot een echt stukje huid, waarop ze dan de proef uitvoeren.

Immunologische technieken: als klein kind heb je een prikje gehad tegen verschillende ziektes. Vroeger werden hiervoor apen en muizen geïnfecteerd met dit virus om hieruit een antivirus te maken. Zo gebeurt dat met allerlei ziektes, ook nu nog. Een alternatief hiervoor is het virus in een menselijk cel spuiten die in een reageerbuis in leven word gehouden. Zo kun je zien hoe het bij menselijke cellen reageert want het wordt toch uiteindelijk voor mensen gebruikt?!

De mens als alternatief: de mens kan bij sommige dingen ook wel als alternatief functioneren. Zoals het testen van crèmepjes e.d. hier zijn niet persé dieren voor nodig.

Oefenen voor studenten: in heel veel landen moeten studenten kikkers en/of ratten ontleden voor hun studie, dat is zins kort ook niet meer noodzakelijk. Want er is een kunst rat uitgevonden die bijna synoniem is aan een echte rat. De organen e.d. zijn van kunststof en kunnen verwijderd worden en verplaatst.
Deze kunstrat is ook van ware grootte. “Net echt” dus. Nog een voordeel is dat je op deze rat ± 25 “operaties” kunt uitvoeren, dat betekent dus een grote besparing van veel proefdieren.

Audiovisuele middelen: dit word vaak op de Universiteit gebruikt. Ze laten het ontleden van een rat of een kikker bijv. zien op een video of op de computer. Zo worden er geen dieren gedood en kunnen de leerlingen toch wat leren. Ontleden kan vaak ook op de computer. Pc’s kunnen hele mooie 3d versies maken van het ontleden van dieren. Zo kan een leerling zelf een rat ontleden zonder dat er een dier doodgaat.

Vermindering: Dierproeven kunnen ook verminderd worden. Bijvoorbeeld voor het beantwoorden van een wetenschappelijke vraag worden soms organen van dieren gebruikt. Als de een nou het hart bestudeerd en weer een ander de nieren. Waarom worden daar vaak twee dieren voor doodgemaakt? Hieruit blijkt dus dat veel laboratoria samen kunnen werken. Overigens hoeven er helemaal geen dieren doodgemaakt te worden, het slachthuis in de buurt heeft vaak wel een hart of een stel nieren over. Daarnaast hoeven voor bijvoorbeeld het testen van shampoo bij konijnen e.d. geen 20 maar 4 dieren gebruikt te worden. Het product is niet zo schadelijk voor de mens. Dus onnodig om zoveel dieren te gebruiken.

Niet nodig: sommige proeven zijn helemaal niet nodig. Neem bijvoorbeeld het testen van geweren wat soms op dieren gebeurt, vaak op grotere dieren zoals paarden. De paarden zijn vaak niet na een schot dood en leiden dus ontzettend veel pijn. Dit is helemaal niet nodig. Het testen van geweren kan op andere apparatuur gemeten worden.

Met al deze voorbeelden is dus te zien dat dierproeven eigenlijk helemaal niet nodig zijn. Natuurlijk zijn er gevallen waarbij het gaat om ernstige ziektes of totaal nieuwe dingen die uitgetest moeten worden op medisch gebied. Daarvoor zijn dieren goed te gebruiken, ondanks het feit dat het totaal overbodig is.
Dieren bootsen een goed beeld na van het menselijk lichaam. De reacties van de dieren zijn vaak synoniem aan ons eigen lichaam.

Tegenwoordig zijn er zelfs nieuwe studie richtingen voor het ontwikkelen van alternatieven voor dierproeven. Studenten leren hier alternatieven te verzinnen en te maken. In Nederland start dit voor het eerst in Utrecht op de “Hogeschool van Utrecht” (HvU) en heet, ‘vervanging van dierproeven’.
De HvU werkt samen met de vereniging proefdiervrij en het Nationaal Centrum Alternatieven voor dierproeven. Het gebeurt niet vaak dat maatschappelijke organisaties, de wetenschap en het hoger beroepsonderwijs op dit gebied samen gaan werken en dat daaruit een totaal nieuwe onderwijsrichting voort komt.
Met deze nieuwe richting lijkt Utrecht zich te ontwikkelen tot een nationaal ontwikkelingscentrum voor alternatieven van dierproeven.

Conclusie: dierproeven zijn niet nodig, er is genoeg alternatief materiaal.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.