hoofdstuk 3 - gezondheid en ziekte

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 2432 woorden
  • 14 januari 2002
  • 63 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 63 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Reflectie hoofdstuk 3 - gezondheid en ziekte

Deel A: Samenvatting

3.1 ziek en gezond

Gezondheid is moeilijke definitie; WHO: is toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn. Kritiek: niemand is volledig wel, dus iedereen ziek?
Dokters vinden dat iemand ziek is als je de afwijking kunt zien/voelen. Moeilijkheid: rugpijn, jeuk, depressie, moeheid zijn persoonlijk, is niet te zien.

Moe zijn:brandstof is op. Oorzaak: lichamelijk vb hardlopen etc. Soms abnormaal snel moe;

oorzaken: lichamelijk: kanker, chronische infectie, bloedarmoede
geestelijk: slecht slapen, stress, hevige emotie, depressie, vervelen
ME: chronisch moeheidssyndroom: oorzaak raadsel

Visie op ziekte en genezing kan verschillen en is o.a cultureel bepaald:
- Oosters denken, vooral China: evenwicht tusse Yin en Yang heel belangrijk; gezond.>in balans
ziek> 1 van de 2 krachten overheerst; beter worden> evenwicht zoeken bv. juiste voeding
- Winti: ziekte is straf voor het beledigen van geest of voorouder, genezer gebruikt rituelen.
- MZ: enig excuus voor niet werken is ziekte, veel drama bij ziekte, toont dat hij echt niets kan.

Rond 1800: F.Wohler maakt ureum; ontdekt dat menselijk lichaam vat van chemie is en niet gestuurd door ongrijpbare levenskracht. Vanf dan werken dokters met feiten; ontstaan van nw- geneeskunde.
De geneeskunde op nw- basis ziet de mens als een lichaam met storingen die dikwijls op gestandaardiseerde manieren te verhelpen zijn. Arts beschouwt hart als machine (bloedpomp); lichaam is echter machine met ingebouwd aanpassingsvermogen bv. wisselende temperatuur, inspanningen, emotie.


Artsen komen aan kennis door het houden van grote onderzoeken en het trekken van conclusies hieruit (tellen). De grote kracht van de moderne geneeskunde is de veralgemenisering (iedereen = geneesmiddelen, = therapie). Nadeel: je wordt als nr. behandeld, niet als patient>alternatieve geneeskunde populair.

3.2 ziekte als raadsel

Semmelweis heeft 150 jaar geleden belangrijk werk geleverd door te bewijzen dat hygiene erg belangrijk is. Semmelweis maakt onbewust gebruik van de nw- methode: hierbij toets je of een hypothese juist is door dit af te leiden uit de resultaten van de experimenten:
probleem>hypothese>voorspelling>experiment> resultaat>hypothese bevestigd of verworpen.
Indien verworpen oonieuw hypohese.

Zijn onderzoek betrof het zoeken naar de oorzaak van kraamvrouwenkoorts.
Hij gaat hierbij niet uit van onbewezen verklaringen maar ordent feiten en cijfers.
Er zijn 2 afdelingen ; op de 1e: vrouwen die worden geholpen door studenten
op de 2e: geholpen door vrouwen die worden opgeleid tot vroedvrouw
Op de eerste afdeling is de kraamkoorts veel erger. Hypothese: mannen te hardhandig>onzin
Hypothese 2: rugligging i.p.v. zijligging>na toetsing: onzin. Derde hypothese:na sectie van een vriend die overlijdt aan verwonding, ziet hij dat de organen dezelfde aantastingen hebben als de vrouwen> laat studenten handen wassen na sectie en sterftecijfer daalt van 30/100 naat 1/100. Nadien blijkt dat infectie niet alleen kan komen van lijken maar ook van verwonding van levenden (pus).
Besluit: na elk onderzoek handen wassen . Maatregelen tegen verspreiding van besnettelijke ziekten zijn effectiever dan alle medische behandelingen achteraf.

Voor betrouwbaar medisch onderzoek is dubbelblind onderzoek noodzakelijk (streng vergelijkend warenonderzoek bij patienten: 1/2 patienten middel X
1/2 patienten middel Y ( placebo, nepmedicijn)
Dubbelblind: noch patienten, noch onderzoeker weet wie wat inneemt; pas na onderzoek wordt bekend wie wat heeft gehad.

3.3 Ziektekiemen

Tot 150 jaar geleden geloofde men in de "generatio spontanea", dit is het spontaan ontstaan van ziektekiemen uit dode stof. Dus geloofde men niet in het effect van hygiene.(Semmelweis).
In 1683 ontdekte Antonie van Leeuwenhoek reeds de eerste micro-organismen, maar hij zag nog niet het verband met ziekte (geen koppeling oorzaak - gevolg). Dat deden Pasteur en Koch 200 jaar later.
In 1861 bewees Pasteur experimenteel dat ziektekiemen niet spontaan ontstaan, maar van buitenaf komen (flessen met zwanehals).Hij vond ook een manier om voedsel houdbaar te maken (pasteuriseren=enkele minuten sterk verhitten en dan luchtdicht afsluiten bv. wijnboeren>maatschappelijk relevant.
In 1876 ontdekte de Duitser Koch dat 1 bepaald micro-organisme 1 bepaalde ziekte veroorzaakt.(miltvuurbacil koe -- muis -- 20 muizen; isoleerde uit milt van zieke muis dezelde bacil). Zo overtuigde hij de medische wereld door de strenge logica van zijn "reproduceerbaar" experiment. Hij ontdekte eveneens de tuberkelbacil (toen ergere ziekte dan kanker nu). Hij bepaalde de voorwaarden om met zekerheid vast te stellen welk micro-organisme welke ziekte veroorzaakt:
1.Op de zieke plek is het micro-organisme in grote getale aanwezig
2.Dit micro-organisme kan bij elke patient die deze ziekte heeft gevonden worden.
3.Het micro-organisme is uit de zieke delen te isoleren en in zuivere vorm verder te kweken.
4.Proefdier dat met dit gekweekte micro-organisme wordt besmet , krijgt dezelfde ziekte als de patient.

De Engelse chirurg Lister begreep dat de hele operatiezaal onder de bacterien zat en was de eerste die kiemvrij ging opereren; steriliseerde instrumenten; gebruikte carbol (later niet meer); later verband en operatiekleding in stoomketel; gebruik gummihandschoenen en mondkapjes.

Bederf van voedsel kan men tegen gaan door door overmaat suiker of zout: binden water waardoor bacterien, schimmels, virussen omkomen van de dorst. Effectiefste echter is pasteuriseren.

Cholera>besmettelijke ziekte>200 jaar geleden naar Europa>mensen leefden in smalle, benauwde binnenplaatsen, vuile stegen met veel afval en open riolen> ene cholera epidemie na de andere. openbare hygiene moest worden aangepakt. Waterleiding, riolering en goede huisvesting zijn effectievere maatregelen tegen de verspreiding van ziektekiemen en de invloed van deze sanitaire maatregelen op onze levensverwachting zijn veel groter geweest dan die van de geneeskunde.

3.4 Vaccineren

Middel tegen alle ziekten bestaat niet; middel moet werken tegen heleboel ziekten,goedkoop zijn, makkelijk toe te dienen en vooral preventief werken=vaccin.Sommigen onnatuurlijk of in strijd met God. Hoe beschermt vaccin tegen ziekte? Werking menselijk afweersysteem belangrijk.
Pasteur was eerste die op wetensch. basis vaccins maakte tegen besmettelijke ziekten maar de eerste die het torepaste was Edward Jenner (pokkenvaccin). Pasteur deed per ongeluk mislukte proef met cholera bij kippen. Daaruit bleek dat de twee weken oude kweek te zwak was om kippen ziek te maken, maar dat het wel gebruikt kon worden om de productie van afweerstoffen tegen cholera te stimuleren. (kippen werden immuun tegen nieuwe besmetting). Besmetting met verzwakte ziektekiemen maakt niet ziek, maar immuun tegen de ziekte. Tiomf van Pasteur: jongetje gered van hondsdolheid door vaccin.

Als een bacterie je lichaam binnendringt komt je afweersysteem in werking: Macrofagen (witte bloedcellen, veelvraten) omhullen de bacterien en schakelen de indringers zo uit. Andere witte bloedcellen zijn de T en B cellen: als het afweersysteem bij een infectie actief wordt, herkennen T cellen geinfecteerde lichaamscellen en vernietigen die en bovendien maken ze de B cellen actief; deze B cellen maken de antistoffen actief die de aangetaste lichaamscellen merken. Deze gemerkte lichaamscellen worden aangepakt door de macrofagen. Elk type B cel kan 1 soort aantasting herkennen. B cellen die antistoffen produceren leven maar enkeke dagen. Gelukkig zijn er T en B geheugencellen die jaren in leven blijven
Als diezelfde ziekte dan weerkomt ben je immuun. Drie oorzaken van een slecht afweersysteem:
1.Er worden geen goede T en B cellen gevormd
2.Medicijnen die afweersystemen aantasten(chemokuur)
3.Virussen die afweersystemen vernietigen (aids-virus)

Door vaccinatieprogramma's wordt de Nederlandse bevolking beschermd tegen gevaarlijke infectieziekten: DKTP(difterie, kinkhoest,tetanus,polio), BMR(bof, mazelen, rode hond), sinds 1992 nekkramp. Polio epidemie in Nederland 1929, eerste vaccin in 1959 (polio = verlamt spieren>longen)
2 grote bevolkingsgroepen wijzen vaccins af: bepaalde kerkgenootschappen (God brenge over mij wat Hij over mij bescheiden heeft) en aanhangers van de alternatieve geneeswijze want vaccins zouden natuurlijk afweersysteem verzwakken.( 400.000 mensen niet ingeent; 60.000 om religieuze redenen>hier polio>besloten
Ziektekiemen veranderen en nieuwe gevaarlijke ziektekiemen ontstaan. Wetenschappelijk onderzoek naar oorzaak, preventie en behandeling van infectieziekten blijft daarom actueel. Bv. Aids-virus: vaccins ertegen te duur (45.000 gulden/jaar); proefdieren zijn er niet want chimpansee wordt na infectie niet eens ziek en vaccins wekken nog onvoldoende antistoffen op. Het uiterlijk van het HIV-virus verandert steeds, en een stukje van het virus is niet genoeg voor de anti-lichamen; het ene vaccin helpt niet bij een andere vorm.

Deel B: Wat is volgens jou het belang/nut voor de maatschappij (geweest) van de onderzoeken, die in het hoofdstuk aan bod zijn gekomen?

Door het natuurwetenschappelijk onderzoek is men erachter gekomen dat ziekte kiemen niet vanzelf ontstaan maar van buitenaf komen. Door die wetenschap is men heel erg op hygiene gaan letten in ziekenhuizen en in het leefmilieu van de mens, waardoor het aantal doden door besmetting en besmettelijke ziektes sterk verminderd is. Men heeft ook middelen gevonden om voedsel lang te bewaren bijv. pasteuriseren. Door het uitvinden van vaccins (preventief werken), zijn heel veel ziektes teruggedrongen bijv. polio, tuberculose. Kennis over het afweersysteem van het lichaam is hierbij heel belangrijk en ook voor het verder zoeken naar nieuwe vaccins tegen nieuwe ziektes bv. aids..



Deel C: Wat is het bindende element of wat zijn de bindende elementen volgens jou tussen de vier paragrafen?

Bestrijding van ziektes en het belang van degelijk wetenschappelijk onderzoek (mensen als Semmelweis, Pasteur en Koch die revolutionaire ontdekkingen doen over hygiene, bacterien, virussen en geneesmiddelen).; niet alleen in ziekenhuizen maar juist met maatschappelijk belang. En met de wetenschap dat er steeds nieuwe ziektes ontstaan



Reflectie Hoofstuk 4 - Productie

Deel A: Samenvatting

4.1 Jam maken

Jambereiding is niet moeilijk en een methode om vruchten te conserveren. Suiker heeft 2 functies, als zoetstof en conserveringsmiddel.
Veel vruchten bevatten de stof pectine, die zorgt ervoor dat de jam stroperig wordt. Zit er te weinig in zul je geleisuiker toe moeten voegen.
Nieuwe producten kun je maken door het kiezen van ingredienten die de gewenste eigenschappen opleveren.
Als men op grote schaal moet gaan produceren, heet dat opschalen. Je komt veel problemen hierbij tegen, dus het productieproces moet veranderd worden.
Kenmerken van grootschalige productie zijn het gebruik van machines (--> nemen mensenwerk over), andere grondstoffen, technieken en constante kwaliteit van het eindproduct. Alles wordt goedkoper.
Om efficiënt te produceren worden in de industrie vaak andere stoffen gebruikt dan bij de bereiding op kleine schaal. Blokschema's geven elke stap overzichtelijk weer, de pijlen zijn aan- en afvoer van stoffen. De Warenwet geeft voorschriften voor de samenstelling van voedingsproducten.
In Europees verband is een lijst van toegestane hulpstoffen samengesteld, deze moeten met een E-nummer op het etiket vermeld worden.

4.2 Een miljoen colablikjes

Conservenblikje bestaat uit 3 delen: bodem, deksel en middenstuk deze zijn gemaakt van staalplaat. Voor blikjes wordt vertinde staalplaat gebruikt van ongeveer 0,2 mm, later verdund tot 0.008 mm dik. Tin is nodig tegen roesten en zo komt de drank niet tegen het staal.
Hoogwaardige grondstoffen en geautomatiseerde processen maken de productie van grote hoeveelheden halffabrikanten en eindprodukten met hoge, constante kwaliteit mogelijk.
De staalplaten kunnen steeds dunner gemaakt worden terwijl ze dezelfde sterkte behouden.
Het ijzer gaat in de hoogoven's en wordt ruwijzer, het bevat ook koolstof waardoor het niet stevig is. Er moet een reactie uitgevoerd worden om het ruwijzer tot staal te maken.
Bij de ijzer- en staalproductie zijn grote hoeveelheden grondstoffen en energie nodig.
Bij de productie van staal uit ruwijzer wordt staalafval hergebruikt.
Voor de productie van blikjes uit ijzererts is veel energie nodig en er onstaat veel vervuiling. Voor recycling van blikjes tot nieuw staal is minder energie nodig.

4.3 Kleurstof voor spijkerbroeken

Kleurstoffen voor van allerlei dingen (bijv. kleding en eten) kun je uit de natuur halen. Veel planten zijn gekleurd en bevatten natuurlijke kleurstoffen. De meest gebrukte kleurstof voor kleding is indigo (=spijkerbroek blauw). Indigo wordt in Europa uit bladeren van de wede plant gehaald, in de tropen uit verschillende indigoplanten. Voordat je de kleurstof kan gebruiken, moet het eerst 'bereid' worden. D.m.v. een chemische stof gaat deze omzetting in kleurstof veel sneller.
In de natuur komen veel kleurstoffen in kleine hoeveelheden voor. Grootschalige productie van kleurstoffen met landbouwmethoden vereist veel arbeidskracht en is duur.
Belangrijke eigenschappen van een kleurstof is dat de kleur goed aan het textiel hecht en niet te verkleuren is in zonlicht.
In 1850 kwam de ontwikkeling van chemische kennis tot stand. Er werden nieuwe stoffen gemaakt (waaronder koolteer) en door onderzoek kan van vele natuurlijke stoffen de moleculaire structuur bepaald worden. Het is dan mogelijk deze stoffen kunstmatig te fabriceren. Dit levert veel geld op.
William Perkin ontdekte de eerste synthetische kleurstof voor textiel bij toeval en noemde het mauveine.
Von Bayer onderzocht Indigo, en in 1896 is de eerste synthetische Indigo gemaakt met veel hulp.
Er zitten 4 atoomsoorten in Indigo; koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof.
Octrooien of patent zijn de registratie van een uitvinding, zodat iemand anders het niet zomaar mag gebruiken.
De chemische industrie is voortdurend op zoek naar nieuwe producten en naar methodes die de productiewijze optimaliseren. Voordat ze werkelijk iets willen onderzoeken moet men eerst heel goed nadenken.

4.4 De productie van penicilline

Alexander Flemming ontdekte in 1928 dat de schimmel 'penicilline' een stof produceerde die giftig is voor bacterieen. En dus ook bacterieen in het menselijk lichaam zou kunnen doden. De penicilline moest wel geheel zuiver zijn en er was schaalvergroting nodig maar de onderzoekers slaagden er niet in om voldoende penicilline te maken om de werking ervan op mensen uit te testen. Na 10 jaar gingen de geleerden Florey en Chain de penicilline op steeds grotere schaal produceren, en uiteindelijk werd het getest op mensen.
Wetenschappelijk onderzoek is afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen. Het onderzoek naar de productie van penicilline werd versneld door WOII.
Voordat je de penicilline gaat maken moet je je eerst afvragen onder welke omstandigheden de hoogste opbrengst te verwachten is. Belangrijk is: samenstelling van het voedsel, temperatuur en de tijdsduur. Penicilline ontstaat door een schimmelsoort te laten groeien in een voedingstof. De steriele omgeving en zuivering stellen hoge eisen aan de productie.
Helaas zijn er ook bacteriën die resistent zijn. Penicilline heeft ook nadelen.
Geneesmiddelen kunnen minder werkzaam worden doordat ziekteverwekkers veranderen. Door voortdurend onderzoek kunnen geneesmiddelen daarop aangepast worden.



Deel B: Wat is volgens jou het belang/nut voor de maatschappij (geweest) van de onderzoeken, die in het hoofdstuk aan bod zijn gekomen?
Door het produceren van Jam kunnen de vruchten langer geconserveerd worden. Dat is heel handig en door de productie op grote schaal uit te voeren (opschalen) worden de producten goedkoper, hebben allemaal dezelfde kwaliteit en wordt het werk van de mens overgenomen door de machines.
Het nut van het uitvinden van conservenblikjes is dat het voedsel langer bewaard kan blijven en doordat er bij de frisdrank een laagje tin wordt opgebracht de drank niet aangetast wordt door roest.
Door het ontdekken van kleurstoffen in planten hebben we nu gekleurde kleding, speelgoed en eten etc. Doordat men later de kleurstoffen ook kunstmatig kon fabriceren ging het allemaal sneller en konden er veel meer producten worden gemaakt (in kleur).
Penicilline is een hele belangrijke uitvinding geweest. Hierdoor zijn mensen veel beter bestand tegen ziekten en zijn sommige ziekten zelfs uitgeroeid.

Deel C: Wat is het bindende element of wat zijn de bindende elementen volgens jou tussen de vier paragrafen?


Productie van natuurlijke dingen (jam, cola, keurstof, penicilline) die later door samenwerking van natuurwetenschap en techniek op veel grotere schaal kunnen geproduceerd worden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

hoi daank23

je hebt een heel boeiend werkstuk!!!!

veel liefs en xxjes jennifer

19 jaar geleden