ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
ANW HOOFDSTUK 1

§1.1, vragen, vragen:
Zo lang er mensen zijn, stellen ze zichzelf en anderen vragen. Op verschillende manieren kunnen ze daarop antwoord krijgen, bijvoorbeeld met behulp van de natuurwetenschappen. Er zijn ook andere manieren, zoals via godsdienst of filosofie.
Het geheel van menselijke activiteiten dat zin en inhoud geeft aan het leven, het bestaan en de omgeving, noemen we cultuur. Cultuur levert altijd tastbare dingen op: kunst, techniek, eredienst, enz.

§1.2, wetenschappers:
Er zijn vier manieren van wetenschappelijk onderzoek doen:
- toegepast onderzoek: de onderzoeker gaat ervan uit dat wetenschappelijk onderzoek in de eerste plaats nuttig moet zijn. Ook al is bij onderzoek het nut niet meteen helder, dan leert het de mens toch om de natuur beter te begrijpen en te beheersen. Dit type onderzoek is vrij belangrijk
- kennisgericht onderzoek: het gaat er in de eerste plaats om kennis te vergaren. Kennis op zichzelf is al verrijkend voor mensen. Dit is een iets minder belangrijk type onderzoek
- routineonderzoek: het gaat onderzoekers om het controleren van gegevens, het doen van metingen en het bouwen van proefopstellingen. Naar iets nieuws zijn ze niet op zoek. Dit type onderzoek is erg belangrijk, het gebeurt altijd wel, wat er ook gebeurt
- fantasieonderzoek: de minst belangrijke van de vier. Dit type onderzoek zou je eventueel ook onder kunnen brengen bij kennisgericht onderzoek. Wetenschappers doen onderzoek door het dromen en maken van ingewikkelde apparaten en theorieën. Zij zien de wetenschap als een soort toverwereld

§1.3, leren:
Gelet op de vier manieren van wetenschappelijk onderzoek doen, leren mensen op vier manieren:
- concreet maken van leerstof en het toepassen daarvan. Sterk punt: verwerking van de leerstof. Zwak punt: kan niet tegen al te theoretisch, maar moet altijd concrete voorbeelden hebben
- zoeken van verbanden, het aansluiten bij dingen die je al weet of die je interesseren. Sterk punt: plezier in studeren. Zwak punt: daarbij vergeet je vakken die je niet interesseren
- studeren is vooral het opnemen van kennis. Leren wat de docent vertelt en door te studeren laten zien dat je het kan. Sterk punt: inzet en goed geheugen. Zwak punt: tijdnood en verliezen van overzicht
- geen uitgesproken ideeën over wat studeren is. Aanwijzingen van vrienden of docenten bij het leren helpen niet veel. Sterk punt: overal voor in. Zwak punt: geen idee wat studeren is.

§1.4, wetenschappers op schaal:
Natuurwetenschappers houden zich bezig met objecten van verschillende grootte. Deze grootte varieert van 10-15 m (de grootte van positieve deeltjes in een atoomkern) tot 1025 m (de grootte van clusters van sterrenstelsels).
Blaise Pascal (1620-1662) was een natuurwetenschappen en wiskunde. Hij realiseerde zich als eerste dat de mens niet meer is dan een middending tussen het oneindig kleine en het oneindig grote, tussen de wereld van de microscoop en de wereld van de telescoop.

§1.5, wat is (natuur)wetenschap?:
Deze vraag wordt al 2300 jaar gesteld, maar een duidelijk antwoord is er niet. Deze vraag hoort ook eigenlijk thuis in de wetenschap van de filosofie. Drie filosofen hebben hun antwoord gegeven op de vraag: wat is (natuur)wetenschap?:
- Thomas van Aquino (1226-1274), zijn uitgangspunt was: ‘Alle mensen verlangen van nature naar kennis.’ Dat verlangen houdt in dat we oorzaken willen weten en willen weten waarom iets is zoals het is. We zijn pas tevreden als er een overeenkomst is tussen werkelijkheid en verstand (adequatio rei et intellectus)
- Immanuel Kant (1724-1804), zijn uitgangspunt was, dat dingen op zichzelf nooit kenbaar zijn. Hoe iets eruit ziet, heeft te maken met wat je er al van weet. We moeten ons niet afvragen hoe de dingen zijn, maar hoe onze kennis over de dingen in elkaar steekt
- Ludwig Wittgenstein (1889-1951), hij ging uit van drie werelden: de wereld van de taal, de wereld van ons denken en de werkelijke wereld. Deze werelden zijn modellen van elkaar. Gedachte-elementen worden uitgedrukt in namen en namen verwijzen naar objecten in de werkelijke wereld
Dankzij Wittgenstein is het idee gekomen dat wetenschap een soort model van de wereld maakt.

§1.6, kaarten of modellen:
In de natuurwetenschappen worden vaak modellen gebruikt. Plaatjes, driedimensionale voorstellingen, computermodellen, het geheel van wiskundige formules, enz.
Een model laat een deel van de werkelijkheid zien en heeft als doel, iets van de werkelijkheid te beschrijven en te bestuderen. Een model is altijd een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid. Bepaalde aspecten waar het om gaat, worden meer naar voren gehaald, andere worden misschien weggelaten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.