ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
§4.1.1 wegwijs in tijd en ruimte
Eratosthenes (276-196v.) bewees als eerste dat de aarde rond was.
Hij was directeur van de bibliotheek in Alexandrië en hij las in één van de papyrusrollen dat in Syene op 21 juni om 12u precies de zuilen van de tempels geen schaduwen hadden. Hij heeft dat bij hem thuis ook geprobeerd, maar daar was wel schaduw: de aarde is dus rond.

De wereld draait van west naar oost, daardoor zien we de zon opkomen van oost naar west. Dit noemen we schijnbare beweging van de zon. De zonnewijzer is het oudste middel om de stand van de zon te meten.

Sterrenbeelden zijn gemaakt door mensen in de Oudheid die hun fantasie gebruikten om in de groepen sterren allerlei vormen en figuren te herkennen.
Het lijkt dat ook sterren op komen net als de zon, maar dit is ook een schijnbeweging.

De maan draait om de planeet en de planeet draait om de zon. In 1969 likt het de mens eindelijk om voet op de maan te zetten.

§4.1.2 Het zonnestelsel
Om de zon draaien meerdere planeten. De aarde draait er in precies één jaar omheen, maar de andere acht natuurlijk meer of minder tijd. De zon is een enorme gloeiende gasbol, de straal is wel zo’n 700.000 km, oftewel meer dan 2x de afstand aarde - maan! De meeste planeten hebben één of meerdere manen. Een maan= een hemellichaam dat om een planeet draait

Verschillende ideeën over de sterrenkunde, Aristarchos van Samos (ca. 280 v. Chr.) produceerde een boek met daarin de hypothese dat zon en sterren stil staan.

Het geocentrische model = de zon, maan, planeten en sterren draaien allemaal om de aarde. De aarde is het middelpunt.

§4.1.3 Oude denkbeelden over het heelal
Ptolemaeus (120-180), deze astronoom heeft het geocentrisch model uitgewerkt. Wat Ptolemaeus zei stond ook in de Bijbel. Dus kritiek op Ptolemaeus was ook meteen kritiek op de Bijbel, en dat is wel de belangrijkste reden waarom zijn wereldbeeld zo lang stand kon houden.
Zoals Ptolemaeus al gedacht had van Mars, namelijk dat hij draaiend rond de aarde draait gingen de astronomen meerdere epicykels herkennen bij planeten.

St. Thomas van Aquino (1225-1274) bracht in de dertiende eeuw de Griekse wetenschap en de bijbel tot in detail met elkaar in overstemming. Hij had tot in de kleinste details laten zien dat de leer van de natuurwetenschappen van Aristoteles overeenkwam met de officiële leer van het christendom.

Copernicus (1473-1543) was de belangrijkste man die na Ptolemaeus het probleem probeerde te ontrafelen. Hij was de eerste in die tijd die beweerde dat de zon in het midden stond en de rest eromheen draaide.
Copernicus was bang dat hij werd veroordeeld voor ketterij en dit was ook zo, maar een eeuw later werd het model van Copernicus dan toch door de astronomische wereld aanvaard.

De renaissance bracht veranderingen. Het leven op aarde werd gezien als belangrijker dan later in de hemel. In de klassieke oudheid stond de wetenschap stil; ze zijn nooit verder gekomen dan Aristoteles. In de Renaissance moest men zich dan ook nog volledig ontwikkelen. Dit heet een wetenschappelijke revolutie: (kenmerken)
- Er kwam een nieuwe manier van onderzoeken: observeren, experimenteren en redeneren (conclusies trekken en nadenken over de proeven)
- Een geweldige toename van kennis. De manier van leven veranderde hierdoor sterk voor veel mensen

Tycho Brahe (1546-1601) Deense astronoom. Hij was geen aanhanger van Copernicus maar onderzocht wel Ptolemaeus theorie en die werd op die manier veel nauwkeuriger. Hij kreeg zelfs een heel eigen eiland om op te werken van 1576-1597. Hij nam in 1572 een nieuwe ster waar, die achttien maanden zichtbaar bleef. Vijf jaar later zag hij een komeet voorbij de baan van de maan, die de kristallijnen bol waaraan planeten bevestigd waren doorsneed.
Tycho Brahe werd opgevolgd door Johannes Kepler.

Johannes Kepler (1571-1630) Hij was wel een aanhanger van Copernicus en wilde met de meetgegevens van Brahe de juistheid van Copernicus laten zien. Na een negenjarig onderzoek kwam hij erachter dat de planeten zich niet tegelijk bewegen en kort daarna dat de planeten geen cirkels om de zon maakten maar ellipsen. Uiteindelijk gad Kepler wel zes ellipsen nodig om zijn theorie over het heelal overeen te laten komen met de meetresultaten van Brahe. Dit was al veel beter dan de tientallen cirkels en hulpcirkels van Ptolemaeus. Maar nog klopte het niet.

§4.1.4 Galileao Galilei ‘bewijst’ het gelijk van Copernicus.
70 jaar na het verschijnen van Copernicus’ boek kwam Galileo Galilei (1564-1642) in de ban van Copernicus ideeën. Hij was wis- en natuurkundige en werkzaam aan de universiteiten van Padua en Pisa.
- In de eerste plaats vond hij de verrekijker opnieuw uit en richtte deze op de sterrenhemel.
- In de tweede plaats was Galilei gewend openlijk voor zijn mening uit te komen, en indien nodig een conflict aan te gaan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.