Hoofdstuk 1, Natuur en milieu

Beoordeling 4.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 454 woorden
  • 4 juli 2007
  • 20 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.2
  • 20 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Een goede oefenig om te kijken of je de stof beheerst.
Paragraaf 1 en 2.

1. Noem vier functies voor het gebruik van het landschap en beschrijf wat ze inhouden.
2. Door welke twee geologische processen word het verschil tussen het landschap veroorzaakt?
3. Wat zijn glacialen en interglacialen? Welke heeft het meeste invloed gehad bij het vormen van het landschap in het Pleistoceen?
4. Hoe vormt en puinwaaier zich?
5. Wat hebben ijstongen en stuwwallen met elkaar te maken?

6. Wat is morene?
7. Wat is keileem?
8. Hoe is Nederland bedenkt geraakt met dekzand? En hoe met löss?
9. Hoe is hoogveen gevormd?
10. In welke periode is het Nederlandse landschap veranderd tot wat het nu is?
11. Holocene temperatuurstijging (ongeveer 7000 jaar geleden) had twee gevolgen. Welke twee?
12. Wat si basisveen?
13. Wat zijn strandwallen en wat hebben die te maken met oude duinen?
14. Wat is Hollandveen? Word daarbij gesproken van hoog of laag veen?
15. Waarom hebben jonge duinen en jonge zeeklei met elkaar te maken?

Paragraaf 3 en 4.
16. Waar in Nederland vind je Löss?

17 Hoe is Zuid-Limburg aan zijn vorm gekomen?
18. Heeft löss een vruchtbare bodem? En houd löss het water goed vast?
19. Wat zijn graften?
20. Hoe zijn holle wegen ontstaan?
21. Hoe heeft men de onvruchtbare zandgronden vruchtbare gekregen?
Gebruik de woorden woeste gronden en essen.
22. Wat zijn groengronden?
23. Wat zijn markegronden?
24. Wat zijn kampontginningen?
25. Hoe noem je de typische kronkelvorm in een rivier?
26. Wat zijn kribben en waarom worden ze gebouwd?
27. Wat gebeurt er als er geen kribben waren?
28. Wat zijn oeverwallen?
29. Wat is inklinken?
30. Wat zijn kommen?
31. Wat is een stroomrug?
32. Wat zijn uiterwaarden en waarvoor werden ze vroeger gebruikt?
33. Welke dijken zijn hoger? De zomer- of de winterdijk?
34. Welke belangrijke functie heeft helmgras?
35. Wat zijn geestgronden?
36. Wat is een belangrijke functie van het duingebied?
37. Wat is een kwelder?
38. Wat is een kwelderrug?
39. Waarom legden bewoners in het noordelijk kustgebied terpen aan?
40. Wat is een zeedijk en sinds wanneer worden die ongeveer aangelegd?
41. Waarom ligt een buitendijkse gebied hoger dan de oude polder achter de zeedijk?
42. Wat zijn opwassen en wat zijn aanwassen?
43. Wat is reliëfinversie?
44. Wat zijn poelgronden?
45. Waarvoor werd turf gebruikt?
46. Hoe vond turf winnig plaats?
47. Wat zijn "wijken"?
48. Wat is bonkveen?
49. Hoe is dalgrond ontstaan? En wat is het nadeel van een dalgrond?
50. Wat zijn "copen"?
51. Waarvoor groeven ze sloten tussen de percelen groeven?
52. Wat zijn leg akkers en wat word daar gedaan?
53. Wat zijn droogmakerijen?
54. Wat is een zeereep? En wat vormt de zeereep?
55. Waarom kunnen maar weinig planten het volhouden op de zeereep?

Paragraaf 5.
56. Wat is vermesting en waardoor ontstaat het?
57. Wat voor gevolgen heeft vermesting?
58. Wat is eutrofiëring?
59. Wat is verzuring en waardoor ontstaat het?
60. Wat voor gevolgen heeft verzuring?
61. Wat is verdroging en hoe ontstaat het?
62. Wat voor gevolgen heeft verdroging?

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.