Het laatste examennieuws, de beste samenvattingen en uitlegvideo's per vak, tips om je optimaal voor te bereiden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


Aspirine, paracetamol en ibuprofen
Een vergelijking tussen drie veelgebruikte pijnstillers

Wat is pijn nou precies?
Om te weten hoe pijnstillers werken, is het handig om eerst te weten wat pijn nou precies is. Pijn is een begrip dat moeilijk te beschrijven is, iedereen voelt pijn op zijn eigen manier, het is een subjectief iets.
Pijn is een onplezierige sensorische en/of emotionele ervaring veroorzaakt door feitelijke of mogelijke weefselschade of die beschreven wordt in termen van weefselbeschadiging. Dit laatste betekend dat er ergens in het lichaam een verwonding is, of een verwonding dreigt te ontstaan. Soms ontstaat pijn ook zonder aanwijsbare lichamelijke oorzaak.
De naam ‘pijn’ is afgeleid van het woord ‘poena’ uit het Latijn, wat straf betekent.
Pijn is een natuurlijk beschermingsmechanisme, het is een noodzakelijk waarschuwingssignaal dat ons erop attent maakt dat er ergens iets niet goed gaat en dat ons ervoor behoedt om risico’s te lopen.
Ieder mens heeft een zenuwstelsel, een netwerk dat voor een groot deel de gang van zaken regelt in je lichaam. Dat zenuwstelsel bestaat uit twee delen: het centrale zenuwstelsel (de hersenen en de hersenstam) en het perifere zenuwstelsel (de zenuwen door het lichaam heen). Dat zenuwstelsel is opgebouwd uit cellen die ook wel zenuwcellen of neuronen genoemd worden. Er bestaan 3 verschillende neuronen, de sensorische neuronen, de motorische neuronen en de schakelneuronen. De sensorische neuronen zetten prikkels om in signalen en sturen deze naar de hersenen, de motorische neuronen sturen signalen naar de spieren toe, zodat die doen wat ze moeten doen of wat jij vindt dat ze moeten doen en de schakelneuronen geven het signaal van de sensorische neuronen door aan de motorische neuronen.
De sensorische neuronen registreren constant iets, bijvoorbeeld een zachte aanraking of een temperatuurverschil. Dit wordt met een signaaltje naar je hersenen gestuurd en die verwerken dat zodat je bijvoorbeeld die aanraking voelt.
Bij pijn gaat dit proces een klein beetje anders. Om het goed uit te leggen neem ik als voorbeeld een vinger tussen de deur. Dit is acute pijn. Bij acute pijn wordt dat door de sensorische neuronen geregistreerd en gaat dat signaaltje niet naar de hersenen, maar naar je ruggenmerg. Op deze manier duurt het minder lang voordat je motorische neuronen weten dat ze, bijvoorbeeld, je hand terug moeten trekken, om de schade te beperken. Dit wordt een reflex genoemd. Ook wordt hierbij weefsel beschadigd. Hierdoor komt er in dat weefsel een chemische stof vrij waardoor de pijn nog heviger wordt geregistreerd. Deze chemische stof is een hormoon en heet prostaglandine. Prostaglandinen zijn een groep hormonen die werken op lokaal niveau in het reguleren van ontsteking, verwijding en vernauwing van bloedvaten, pijn en koorts. In beschadigd weefsel worden deze hormonen aangemaakt met behulp van het enzym cyclooxygenase (COX). Cyclo-oxygenase katalyseert de omzetting van arachidonzuur (een vetzuur) naar prostaglandine. Is het COX enzym niet aanwezig, verloopt deze reactie bijna niet. Prostaglandine werkt alleen in de buurt waar het geproduceerd is en wordt daarna weer afgebroken. Naast de pijnreactie stimuleert het ook de ontstekingsreactie, en verhoogt het de lichaamstemperatuur.

Aspirine

Inleiding
Aspirine is een pijnstiller die al heel lang bestaat, al ruim honderd jaar. Het wereldverbruik wordt geschat op honderd miljard tabletten per jaar. Toch wordt deze pijnstiller tegenwoordig minder vaak gebruikt. De maag kan de werkzame stof in aspirine, acetylsalicylzuur, slecht verdragen. Aspirine wordt nog wel veel gebruikt als preventiemiddel tegen bijvoorbeeld hartkwalen, maar daarover in een ander hoofdstuk meer. Het gebruik van aspirine wordt gerelateerd aan de ziekte van Reye, dit kan een dodelijke ziekte zijn.

Geschiedenis van aspirine
Hippocrates van Kos, een van de meest invloedrijke artsen, schreef in de 5e eeuw v. Chr. over een bitter poeder dat uit de bast van de wilg kwam en wat pijn verzachte en koorts deed zakken. In de 18e eeuw (1763) schreef een Engelse Dominee, Edmund Stone, over de werking van extracten van de wilgenbast. Dat witte poeder werd vernoemd naar de Latijnse naam voor de Witte wilg, ‘Salix alba’ en kreeg daardoor de naam salicyne (ook salicine of salicyline worden gebruikt). Wie als eerste de werkzame stof uit de wilgenbast wist te isoleren is niet zeker, maar aangenomen wordt dat Francesco Fontana (1825) uit Italië en Henri Leroux (1829) uit Frankrijk dit voor elkaar gekregen hebben. Als salicyne in je lichaam terecht komt, wordt deze stof omgezet in salicylzuur. Dit zuur was ook te vinden in de Moerasspirea (een vaste plant uit de rozenfamilie), vandaar denken sommige mensen dat daar de ‘spir’ in aspirine vandaan komt. Raffaele Piria wist in 1838 salicylzuur in de zuivere vorm te maken. Het probleem was dat de maag deze stoffen zeer slecht kon verdragen.
Charles Frederic Gerhardt wist in 1853 een soort buffer te maken door salicylzuur te laten reageren met natriumsalicylaat en daarna met acetylchloride waardoor acetylsalicylzuur ontstond. Dit werkte heel goed, maar Gerhardt zag er toch geen markt in en deed verder niets met zijn uitvinding. Waarschijnlijk is dit herontdekt door Arthur Eichengrün en Felix Hoffmann, werkzaam bij de fabriek Bayer in Elberfeld. Het is nog steeds niet duidelijk wie nou verantwoordelijk is voor de synthese van acetylsalicylzuur. De fabriek Bayer houdt Felix Hoffmann hiervoor verantwoordelijk, maar er is een brief gevonden, geschreven door Arthur Eichengrün, waaruit blijkt dat hij het eerst had uitgevonden, maar dat het afgekeurd werd omdat het ritmestoornissen bij een kikker zou veroorzaken. Hieraan wordt getwijfeld, omdat Arthur Eichengrün een jood was en het ook aan antisemitisme kan liggen. Arthur Eichengrün synthetiseerde kleine hoeveelheden acetylsalicylzuur en stuurde die naar zijn vriend Felix Hoffmann. Toen Felix Hoffmann ermee aankwam werd het wel goedgekeurd. Het verhaal dat de fabriek Bayer verspreidde was dat de vader van Felix Hoffmann aan reuma leed en salicylzuur niet kon verdragen. Dit acetylsalicylzuur was het eerste synthetische medicijn en was het begin van de farmaceutische industrie.
Hoffmann heeft in zijn laboratoriumdagboek beschreven hoe hij acetylsalicylzuur in chemische zuivere en bewaarbare vorm heeft samengesteld en nadat hij de stof samen met Heinrich Dreser heeft getest op dieren, komt Aspirine op 6 maart 1899 op de markt in poedervorm. Hoffmann heeft vlak na zijn uitvinding van Aspirine, heroïne uitgevonden. Heroïne had in het begin meer succes als pijnstiller, maar toen het steeds duidelijker werd hoe verslavend het was, verdween heroïne naar de achtergrond en werd Aspirine populair.
Meerdere mensen beweerden dat zij Aspirine hadden uitgevonden, maar de fabriek Bayer was verantwoordelijk voor het op de markt brengen van Aspirine en zij erkennen Felix Hoffmann als uitvinder van Aspirine.
Vandaag de dag wordt het wereldverbruik op ongeveer honderd miljard tabletten per jaar geschat!
Waar de naam Aspirine vandaan komt is niet helemaal duidelijk. Sommige mensen zeggen dat de ‘a’ van de acetyl groep komt, ‘spir’ van de Moerasspirea en ‘in’ was in die tijd een gebruikelijk eind voor medicijnnamen. Andere zeggen dat ‘as’ voor acetylsalicyl staat, ‘pir’ voor een van de wetenschappers die salicylzuur in zuivere vorm wist te maken en ‘in’ wederom als gebruikelijk eind voor medicijnnamen.
Deze naam is dus ontstaan als merknaam, bedacht door Bayer. Toen het patent hierop verliep in 1917 kon Bayer niet voorkomen dat concurrenten deze naam ook gingen gebruiken en de naam Aspirine werd steeds vaker als stofnaam gebruikt in plaats van merknaam.

Synthese van aspirine
Vroeger werd zoals eerder genoemd, werd een wit poeder uit de bast van een wilg gehaald wat pijnstillend werkte. Dit bleek salicyne te zijn. Uit deze stof werd salicylzuur gehaald. Tegenwoordig wordt aspirine in enorm grote hoeveelheden bereid in fabrieken. Dit wordt gedaan door middel van 2 processen. In het eerste proces wordt van fenol salicyl gemaakt (de stof die vroeger uit de wilg werd gehaald) en daar wordt dan salicylzuur van gemaakt. Dit wordt ook wel de Kolbe Schmitt reactie genoemd. Eerst wordt fenol behandeld met een natrium base, bijvoorbeeld NaOH, hieruit ontstaat natrium fenoxide. Dit reageert vervolgens weer, onder hele hoge temperatuur (125 °C) en hoge druk (1,01·107 Pa), met koolstofdioxide tot salicyl. Dan reageert salicyl met zwavelzuur en zo ontstaat er salicylzuur. Met salicylzuur alleen ben je er nog niet. Deze stof kan de maag niet verdragen. Er moet dus nog een proces worden uitgevoerd.
Bij de tweede stap wordt van salicylzuur aspirine gemaakt. Salicylzuur reageert met azijnzuur anhydride en hieruit ontstaan aspirine (2-(acetyloxy)benzoëzuur) en azijnzuur.
Nu moet de aspirine nog gescheiden worden van het azijnzuur. Dat gebeurt door middel van herkristallisatie. Dit wordt gedaan door het mengsel op te lossen in methanol of ethanol. Vervolgens wordt het mengsel aan de kook gebracht en er wordt net genoeg water toe gevoegd om de verontreinigingen uit te laten kristalliseren, maar de aspirine niet. Dan wordt het warme mengsel gefiltreerd, waardoor alleen zuivere aspirine in het filtraat overblijft. De zuivere aspirine kan nu worden gedroogd. Op deze manier is het mogelijk om een opbrengst van 90 % en een zuiverheid van 99% te krijgen.

Werking van aspirine
In het hoofdstuk ‘Wat is pijn nou precies?’ is uitgelegd wat pijn is en hoe het ontstaat. Ook is uitgelegd dat het enzym cyclo-oxygenase zorgt voor de aanmaak van het hormoon prostaglandine. Dit hormoon versterkt de pijnprikkel. De werking van aspirine berust op het feit dat aspirine de aanmaak van prostaglandine remt door te zorgen dat het COX enzym zijn werk niet meer kan doen. Dit doet aspirine door aan de COX enzymen te gaan zitten, zodat het COX enzym niets meer kan doen.
Aspirine lost dus niet de oorzaak van de pijn op, maar zorgt ervoor dat het veel minder pijn doet. En doordat het COX enzym zijn werk niet meer kan doen, ontstaat er geen prostaglandine meer. Aspirine is dus een inhibitor, een stof die de werking van een eiwit (COX) remt of stopt. Deze remming is onomkeerbaar.
In elk normaal weefsel is het enzym COX te vinden, maar in beschadigde weefsel is veel meer COX te vinden. In je lichaam bevinden zich 2 soorten COX; namelijk COX-1 en COX-2. COX-2 is het enzym dat de prostaglandine aanmaakt bij pijn. COX-1 maakt ook prostaglandine aan, maar doet dit in de maag. Hier heeft het een hele nuttige functie; het houdt de binnenkant van de maag mooi en dik. En als je aspirine slikt, ziet deze niet het verschil tussen de COX-1 en de COX-2 en breekt beiden af. Als COX-1 niet goed meer functioneert kan het maagbloedingen veroorzaken.
Naast het remmen van de aanmaak van prostaglandines, remt het ook het samenklonteren van de bloedplaatjes. Vandaar dat het ook gebruikt wordt om hartinfarcten te voorkomen. Een nadeel hiervan is dat mensen heel erg kunnen gaan bloeden, omdat het minder snel stolt.

Het Reye-syndroom
Het Reye-syndroom is een ziekte die lijkt op een hersenontsteking. Het is een ernstige stofwisselingsziekte van de lever. Het veroorzaakt een ontsteking van de hersenen en ophoping van vet in de lever. Uit onderzoeken is gebleken dat deze ziekte alleen uitbrak tijdens heersende virussen (bijvoorbeeld waterpokken). Ook bestaat er een relatie tussen deze ziekte en het gebruik van aspirine. Dit is nooit bewezen, maar toch wordt het afgeraden om tijdens een virusbesmetting aspirine te gebruiken en aan kinderen tot 12 jaar wordt het gebruik van aspirine bij elke ziekte afgeraden.
De ziekte kan heel mild zijn en snel weer overgaan, maar ongeveer 30% van de gevallen heeft het de dood tot gevolg. De belangrijkste symptomen zijn opgezwollen handen en voeten, braken, zware hoofdpijnen, sloomheid en agressief gedrag. Ook kan in een patiënt in een later stadium in coma raken.
Tegen het Reye-syndroom is nog geen behandeling, dit komt natuurlijk omdat ze niet precies weten waar het nou vandaan komt. Het enige wat de dokters kunnen doen is de symptomen bestrijden.

Paracetamol

Inleiding
Paracetamol is een pijnstiller die tegenwoordig erg veel wordt gebruikt. Dit komt omdat het een grotere pijnstillende werking heeft dan de NSAIDs, maar niet de nadelen. De maag kan paracetamol bijvoorbeeld zonder problemen verdragen, want paracetamol breekt alleen het cyclo-oxygenase enzym af dat verantwoordelijk is voor de pijn. Maar omdat paracetamol ook niet als bloedverdunner optreed, is het dus niet te gebruiken om hartkwalen tegen te gaan.

Geschiedenis van paracetamol
Toen de middelen uit de natuur schaars werden, begon men te zoeken naar alternatieven. In 1873 vond Harmon Northrop Morse het huidige paracetamol uit. Alleen werd paracetamol nog niet gebruikt in de medische wereld. Na 20 jaar in 1893, werd in de urine van patiënten die acetanilide (C8H9NO) hadden geslikt, een in die tijd veel gebruikte pijnstiller, paracetamol (C8H9NO2) ontdekt. Zo bleek dus dat het lichaam van acetanilide paracetamol en aniline maakt. Paracetamol verzachte dus de pijn, maar aniline is een schadelijke stof. Deze ontdekking werd nagenoeg genegeerd. In 1948 ontdekten Bernard Brodie en Julius Axelrod dat het gebruik van acetanilide leidde tot methemoglobinemia, een ziekte die de capaciteit van de zuurstofopname in het bloed verlaagd. Omdat dus bekend was dat na inname van acetanilide, paracetamol in het lichaam ontstond, stelden Bernard Brodie en Julius Axelrod vast dat de pijnstillende werking van paracetamol moest komen.
In 1955 kwam paracetamol op de markt in Amerika onder de naam Tylenol en in 1956 kwam het ook naar Groot-Brittannië onder de naam Panadol. Het grote voordeel van paracetamol was, en is, dat het, in tegenstelling tot aspirine, niet schadelijk was voor je maag en dus geen maagbloedingen veroorzaakte.
Het patent op paracetamol is, net als aspirine, allang verlopen en daarom is het makkelijk verkrijgbaar en niet duur.
De chemische formule van paracetamol is C8H9NO2 (N-acetyl-4-aminofenol). Paracetamol is afgeleid van zijn chemische naam: Para-acetylaminofenol.

Synthese van paracetamol
Vroeger slikte men acetanilide, wat in het lichaam omgezet wordt in paracetamol en aniline. Toen Morse de synthese van paracetamol ontdekt had, deed hij dit door van para-nitrofenol ijsazijnzuur te maken door middel van tin. Bij deze reactie ontstaat para-aminofenol wat hij weer liet reageren met azijnzuur. Later maakte Vignolo deze synthese makkelijker door para-aminofenol als beginstof te gebruiken. Friedlander veranderde het proces van Morse door in plaats van azijnzuur, azijnzuuranhydride, een stof die is afgeleid van azijnzuur, te gebruiken. Dit zijn een paar voorbeelden van de aanpassingen die zijn bedacht op de synthese van paracetamol, maar er zijn er nog veel meer bedacht. Al deze processen komen ongeveer op hetzelfde neer. Soms is een bepaalde stof vervangen, omdat de reactie dan makkelijker verloopt of goedkoper is. Er worden momenteel meerdere reacties gebruikt om paracetamol te maken. Een van zo’n reactie zal ik hier uitleggen. Deze reactie bestaat uit 3 stappen. In de eerste stap wordt van fenol 4-nitrofenol en 2-nitrofenol gemaakt. Fenol reageert met verdund zwavelzuur en natrium nitraat. Uit deze reactie ontstaan 4-nitrofenol en 2-nitrofenol. De tweede stap van de reactie begint met 4-nitrofenol. Eerst worden natriumboorhydride, natriumhydroxide en palladium met elkaar gemengd. Dit mengsel wordt gekoeld en dan wordt 4-nitrofenol hieraan toegevoegd. Het reactieproduct is 4-aminofenol. Bij de laatste stap reageert 4-aminofenol met azijnzuur. Hieruit ontstaat N-acetyl-4-aminofenol oftewel paracetamol.

Werking van paracetamol
Heel lang is gedacht dat paracetamol en aspirine ongeveer dezelfde werking hebben, omdat ze bijna dezelfde structuur hebben. Dus is het aangenomen dat paracetamol de productie van prostaglandines remt door de werking van het cyclo-oxygenase enzym te remmen. Dit is allemaal uitgelegd in het hoofdstuk over aspirine. Maar toch is er een heel groot verschil tussen aspirine en paracetamol. Aspirine is een ontstekingsremmende pijnstiller en de prostaglandines zorgen voor het ontstaan van de ontsteking. Aspirine zorgt er voor dat er minder prostaglandines komen en dus ook de ontsteking minder wordt. Als paracetamol en aspirine dezelfde werking zouden hebben zou bij paracetamol de ontsteking ook minder moeten worden, maar dat is niet zo. Paracetamol werkt niet ontstekingsremmend. Een tweede verschil is dat het cyclo-oxygenase enzym thromboxanes, een vet dat geproduceerd wordt in de bloedplaatjes, aanmaakt. Die thromboxanes zorgen ervoor dat het bloed gaat klonteren. Aspirine zorgt ervoor dat dit minder wordt, is bloedverdunnend, maar paracetamol doet ook dit niet. Het derde verschil is dat aspirine dus die COX-1 afbreekt waardoor maagbloedingen ontstaan en paracetamol doet dit niet. Tot slot zit er ook nog een verschil in het remmen van de COX. Aspirine doet dit direct en onomkeerbaar en paracetamol doet dit indirect en omkeerbaar.
In 2002 is ontdekt dat paracetamol niet de al bekende varianten COX-1 en COX-2 remt, maar dat het COX-3 remt. Dit enzym is alleen te vinden in de hersenen en in het ruggenmerg. Hoe dit precies werkt is nog steeds niet bekend.

Overdosis
Paracetamol veroorzaakt geen buikpijn en wordt ook niet in verband gebracht met ziektes. Wat wel zo is met paracetamol is dat er heel makkelijk een overdosis van te nemen is. De maximale aanbevolen dosis ligt vlakbij de giftige, en zelfs dodelijke, dosis. Bij een inname van 20 tabletten is het al mogelijk dat er zodanige schade aan de lever toegebracht wordt dat je hieraan kan overlijden. Dit kan dagen tot weken duren. Omdat het heel makkelijk is om aan grote hoeveelheden paracetamol te komen, wordt het vaak gebruikt bij zelfmoordpogingen.

Ibuprofen

Geschiedenis
Ibuprofen is net als aspirine en veel andere pijnstillende middelen een NSAID (een niet-steroïde ontstekingsremmer). Het is een carbonzuur en de werking ervan is vergelijkbaar met die van acetylsalicylzuur in aspirine.
Rond 1950 waren veel bedrijven op zoek naar een nieuw medicijn voor mensen met reumatoïde artritis. De medicijnen die toen op de markt waren hadden heel veel gevaarlijke bijwerkingen. Aspirine veroorzaakte bijvoorbeeld een slechte spijsvertering en maagzweren.
In het begin lukte het maar niet om een goed medicijn te vinden, omdat er geen experiment was waarmee de medicijnen getest konden worden. Dit veranderde in 1955, er werd ontdekt dat de ontstekingsremmende medicijnen het verbranden van de huid, veroorzaakt door UV-licht, tegengaan.
Stewart Adams ontdekte samen met zijn collega’s John Nicholson en Colin Burrows, medewerkers bij ‘Boots Pure Drug Company’, het huidige ibuprofen. Ze hadden het gevoel dat dit medicijn een succes zou worden dus vroegen ze in 1961 patent aan. Ibuprofen was het eerst gesynthetiseerd in december van 1961. Ze realiseerden zich dat ibuprofen vergeleken met andere pijnstillers heel veilig was en ze ontwikkelde het verder in 1964. De eerste klinische proeven werden in 1966 uitgevoerd door Tom Chalmers in een ziekenhuis in Edinburgh. Hieruit bleek dat ibuprofen de zwellingen van mensen met reumatoïde artritis verminderde en zorgde er daardoor voor dat die mensen veel meer konden doen.
In 1969 begon Boots met het op de markt brengen van ibuprofen in Groot-Brittannië voor het behandelen van mensen met reumatoïde artritis onder de merknaam Brufen. In 1974 was ibuprofen naar Amerika gebracht. Vanaf toen werd ibuprofen wereldwijd bekend als een van de veiligste NSAID (non-steroidal anti-inflammatory drug).Er wordt geschat dat in 1985 100 miljoen mensen in 120 landen behandeld zijn met ibuprofen. En nu nog steeds wordt ibuprofen heel veel gebruikt. Het patent erop is verlopen dus is het makkelijk en goedkoop te krijgen. Ibuprofen tabletten zijn altijd heel herkenbaar, omdat ze altijd roze zijn in tegenstelling tot de meeste andere pijnstillers. De structuurformule van Ibuprofen is C13H18O2. De naam is afgeleid van de systematische naam: 2-(4-Isobutyl-fenyl)-propionzuur.

Synthese van Ibuprofen
Ibuprofen is een aparte stof, het bestaat namelijk uit twee enantiomeren. Twee enantiomeren zijn elkaars spiegelbeeldisomeren. De ene enantiomeer, de S-enantiomeer, is de actieve vorm die de pijn bestrijdt. De andere enantiomeer, de R-enantiomeer, is in de pil nog niet actief, maar wordt door het lichaam omgezet in de actieve vorm. Ibuprofen is dus een racemisch mengsel, een mengsel dat twee enantiomeren in gelijke hoeveelheid bevat. Het betekend dus niet dat wanneer je Ibuprofen slikt, maar 50% van de pil werkt. In je lichaam wordt de R-enantiomeer omgezet en op die manier werkt 100% van de pil. ‘Cheminor Drugs’ heeft een proces ontwikkeld waarbij de twee enantiomeren gescheiden worden en je dus alleen het actieve enantiomeer inneemt. Maar omdat je lichaam zelf heel makkelijk van het R-enantiomeer een actief enantiomeer kan maken, zit er niet echt een markt in deze uitvinding.
Er zijn verschillende manieren om Ibuprofen te maken. De populairste twee manieren zijn het Boot proces en het Hoechst proces. Het Boot proces is vrij oud en bedacht door ‘the Boot Pure Drug Company’. Een nieuwer proces is het Hoechst proces. Dit is ontwikkeld door ‘the Hoechst Company’.
Een groot verschil tussen de twee manieren is, dat het Boot proces 6 stappen nodig heeft om Ibuprofen te krijgen en het Hoechst proces maar 3. Beide processen beginnen met isobutylbenzeen.

Werking van Ibuprofen
Ibuprofen werkt hetzelfde als alle andere NSAIDs, bijvoorbeeld aspirine. Het heeft een ontstekingsremmend, pijnstillend en koortsverlagend effect. Het remt de werking van het cyclo-oxygenase enzym waardoor de prostaglandines, die verantwoordelijk zijn voor de hevige pijn, niet meer worden aangemaakt. Ook Ibuprofen is non-selectief. Het remt dus zowel de werking van het COX-1 enzym, als de werking van het COX-2 enzym. Ibuprofen heeft van alle NSAIDs het minste bijwerkingen zoals maagbloedingen. Dit geldt alleen voor lage doseringen.
Ibuprofen wordt vaak gebruikt bij chronische gewrichtsontstekingen en artrose en uiteraard ook bij acute pijn en koorts. Bij chronische gewrichtsontstekingen en reuma is het effect pas na enige tijd te merken, bij deze problemen werkt Ibuprofen vaak ontstekingsremmend. Bij pijn en koorts werk het veel sneller.
Uit experimenten is gebleken dat Ibuprofen nuttig kan zijn bij de behandeling van mensen die veel last hebben van flauwvallen bij snel opstaan. Ook is gebleken dat Ibuprofen preventief kan werken tegen de ziekte van Alzheimer. Ook zou Ibuprofen de kans op de ziekte van Parkinson kunnen verkleinen en kunnen vertragen of zelfs voorkomen, maar hier is nog meer onderzoek voor nodig. Als Ibuprofen voor een van deze drie redenen geslikt wordt, is dit uiteraard op langer termijn.
In juni 2005 werd bekend gemaakt dat Ibuprofen bij regelmatige inname de kans op een hartaanval met 24% zou vergroten. Maar hier moet eerst nog meer onderzoek naar gedaan worden.
Ook wordt Ibuprofen, net als aspirine, gerelateerd aan de ziekte van Reye.

NSAIDs
NSAIDs (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs, oftewel niet-steroïde ontstekingremmende pijnstillers) behoren tot de groep van de zogenaamde corticosteroïden. Deze corticosteroïden worden ook wel prostaglandinesynthetaseremmers. NSAIDs werken ontstekingsremmend, pijnstillend en koortsverlagend. Alle NSAIDs zijn chemisch afgeleid van aspirine. Ze worden heel vaak gebruikt voor chronische gewrichtspijn (reuma) en aanvallen van jicht, maar NSAIDs worden ook veel gebruikt bij acute pijn. Een groot nadeel van NSAIDs is dat ze vaak, soms ook hele ernstige, maag-darmklachten veroorzaken. Dat komt doordat zij de prostaglandine aanmaak in het hele lichaam remmen, dus ook op de plekken waar prostaglandine niet alleen zorgt voor het stimuleren van de pijnprikkel, maar het een belangrijke functie heeft. Bijvoorbeeld in de maag, daar zorgen prostaglandines voor de opbouw van het maagslijmvlies. Er kunnen dan bijvoorbeeld maagbloedingen ontstaan. Sommige NSAIDs hebben dan ook nog een bloedstollingtijd verlengende werking, hierdoor duurt het nog langer voordat een eventuele aandoening aan de maag genezen is. De meeste NSAIDs zorgen voor deze problemen omdat ze onspecifiek zijn, ze remmen zowel het ‘slechte’ enzym COX-2, maar ook het ‘goede’ enzym COX-1. Er wordt dan ook voor chronisch gebruik van NSAIDs maagbeschermers geadviseerd.
In 1991 ontdekte Daniel L. Simmons de COX-2-remmer. Hij hoopte een NSAID te ontwikkelen die niet de maagaandoeningen veroorzaakte zoals alle andere NSAIDs. Hij dacht dat de selectieve remming van COX-2 zou zorgen voor een ontstekingsremmend effect zonder de COX-1 enzymen in de maag te remmen. Deze COX-2 remmers hebben dus wel de voordelen van NSAIDs, maar niet de nadelen. Het voordeel van de NSAID is dat het ontstekingsremmend, pijnstillend en koortsverlagend werkt, maar doet dat zonder dat het het COX-1 enzym afbreekt en daardoor maagbloedingen veroorzaakt. Deze COX-2-remmers worden ook wel Coxibs genoemd. Een voorbeeld van zo’n Coxib is rofecoxib, deze stof staat beter bekend onder de merknaam Vioxx. Toch zijn deze COX-2-remmers niet risicovrij. Het zou de kans op een hartaanval sterk vergroten.
In 2002 werkte Daniel L. Simmons ook mee aan de ontdekking van COX-3-remmers, die in paracetamol werkzaam zijn.

Pijnstillers als preventiemiddel

Pijnstillers worden uiteraard gebruikt om pijn te stillen. Vandaar ook hun naam. Maar wat niet iedereen weet is dat pijnstillers ook voor andere doelen geslikt kunnen worden. Namelijk om bepaalde ziekten en aandoeningen te voorkomen, of de kans erop te verminderen. Pijnstillers worden dus preventief gebruikt zoals bijvoorbeeld tegen hartkwalen of kanker, maar er is ook gebleken dat pijnstillers soms ook zelf hoofdpijn veroorzaken. Er zijn verschillende soorten hoofdpijn; spanningshoofdpijn, migraine, clusterhoofdpijn en medicijngeïnduceerde hoofdpijn. Medicijngeïnduceerde hoofdpijn kan optreden als een patiënt in een maand meer dan 15 dagen hoofdpijn heeft en daar pijnstillers tegen slikt. De enige manier om van deze medicijngeïnduceerde hoofdpijn af te komen is afkicken van pijnstillers.
Aspirine wordt bijvoorbeeld gebruikt om de kans op hartkwalen te verkleinen. Aspirine heeft een onomkeerbaar effect op de bloedplaatjes en zorgt ervoor dat deze niet samen klonteren. Een hartinfarct is meestal het gevolg van het verstopt raken van een van de kransslagaders van het hart, doordat bloedplaatjes in zo’n kransslagader samenklonteren. Als je regelmatig een kleine dosis aspirine slikt, wordt de kans hierop verkleint, omdat aspirine ervoor zorgt dat bloedplaatjes niet samenklonteren. Het enige nadeel is dat bij mensen, die regelmatig aspirine slikken om een hartaanval tegen te gaan, wondjes heel lang blijven bloeden, omdat het bloedstollend vermogen van het bloed daalt.
Aspirine moet toch wel een wondermiddel zijn, het stilt de pijn, het remt ontstekingen, het verlaagt koorts, het voorkomt hartinfarcten, dementie en er wordt ook vermoed dat het kanker kan voorkomen. Dit is nog niet bewezen, maar er lopen onderzoeken die aantonen dat het de kans op kanker toch wel degelijk verminderd. Er is bijvoorbeeld een onderzoek gedaan onder oudere Amerikaanse vrouwen die jarenlang een paar keer peer week pijnstillers slikten. Zij bleken minder vaak borstkanker te ontwikkelen dan vrouwen die geen aspirine slikten. Al bewijst dit nog niet dat aspirine zelf de kanker voorkomt, het kan ook zijn dat de aspirine hielp voor een andere kwaal en dat daarmee de kans op borstkanker verkleind werd. De leider van dit onderzoek, Randall Harris, vond deze resultaten genoeg reden om alle vrouwen na de overgang aan de aspirine te zetten. De afgelopen jaren zijn er veel onderzoeken gedaan waarbij gerapporteerd werd dat aspirine en andere NSAIDs helpen bij de preventie van kanker. Paracetamol werkt dus niet preventief voor kanker, want dit is geen NSAID.
Een kwaadaardig gezwel, kanker, kan ontstaan uit een ontspoorde ontstekingsreactie. Omdat aspirine deze ontstekingsreactie remt, wordt de kans op zo’n ontsporing verkleint en wordt daarmee dus ook de kans op kanker verkleint. Het enige probleem hiervan is, is dat ontstekingsreacties zich niet zomaar stop laten zetten, ze zijn vast wel ergens goed voor. En het is bijvoorbeeld ook noodzakelijk om de maagwand dik genoeg te houden. Dat slijmvlies wordt namelijk gevormd door middel van een ontstekingsreactie.
Een zo’n onderzoek heeft aangetoond dat aspirine de groei van de darmpoliepen. Uit deze darmpoliepen kan dikkedarmkanker ontstaan. Ook is aangetoond dat vrouwen die geregeld aspirine slikken 45 procent minder kans hebben op huidkanker. Het risico op prostaatkanker is bij mannen die aspirine slikken 66 procent kleiner en de kans op longkanker bij zware rokers neemt na 2 jaar regelmatig aspirine slikken met 68 procent af. Al deze onderzoeken zijn uitgevoerd onder leiding van Randall Harris. Deze percentages zijn alleen een beetje misleidend. Dit komt omdat uiteindelijk ‘maar’ 10 procent van de Nederlandse vrouwen en 15 procent van de Nederlandse mannen de 75 niet haalt doordat ze kanker hebben gekregen. Minder dan 3 procent van de vrouwen met borstkanker overlijdt er ook aan. Dus als de veronderstelling van Harris klopt en de kans op borstkanker door pijnstillers met 25 procent daalt, dan moeten duizend vrouwen vijf jaar of langer aspirine slikken om een enkel geval van borstkanker te kunnen voorkomen. Dus de kans op borstkanker binnen 5 jaar wordt met een duizendste verkleind. Dit is dus een heel klein percentage. De kans op maag- en darmproblemen, die je kunt krijgen van het geregeld slikken van aspirine, is vele malen groter.
Naar al deze theorieën worden nog steeds onderzoeken gedaan. Zolang er nog geen resultaten zijn, wordt iedereen afgeraden om aspirine te slikken tegen kanker.
Paracetamol wordt niet gebruikt om bepaalde ziekten te voorkomen of de kans erop te verkleinen. Dit komt waarschijnlijk omdat paracetamol alleen het COX-3 enzym remt wat alleen verantwoordelijk is voor pijn en koorts.
Het 2 jaar of langer regelmatig slikken van ibuprofen kan de kans op Alzheimer met wel 60 procent verlagen. Bij korter gebruik kan de kans op Alzheimer toch nog met 35 procent verlaagt worden. Eerder werd al gezegd dat ibuprofen de ziekte kon uitstellen. Uit dat onderzoek bleek dat aspirine minder effectief werkte tegen Alzheimer. Het enige nadeel is dat ibuprofen maagzweren en nier beschadigingen kan veroorzaken. Net zoals het gebruik van aspirine tegen kanker, slik je dus iets wat je lichaam kan beschadigen voor iets wat je misschien wel helemaal niet zal krijgen. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat de NSAIDs de ziekte echt kunnen remmen of uitstellen, maar ze hebben teveel bijwerkingen om het preventief te gaan slikken.
Ook kan het regelmatig gebruik van ibuprofen de kans op Parkinson met 35 procent verminderen.
Bij veelvuldig gebruikt van ibuprofen en alle andere ontstekingsremmende middelen is uit onderzoeken gebleken dat de kans op een hartaanval hoger is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Kim

Kim

Wij doen ons PWS over medicijnen, zouden wij de bronnenlijst mogen?

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

René Bonhof

René Bonhof

zouden wij jouw bronnenlijst mogen hebben?

wij horen graag

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

K.

K.

ik ga met een vriendin ook ons pws doen over pijnstillers. weten jullie misschien nog de bronnen die jullie hebben gebruikt??

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Ik vind het een erg goed pww! Mag ik vragen wat je cijfer hiervoor was?

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

Interessant pws.

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast