Romeinen in nederland

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 5220 woorden
  • 6 februari 2006
  • 202 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 202 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Inhoud:

Inleiding.

1. Voorgeschiedenis
1.1. Uitbreiding Romeinse Rijk
1.2. Bataven
1.3. Invloed

2. Onderzoek in Alphen aan den Rijn/Zwammerdam
2.1 Alphen a/d Rijn
2.1.1 Opgravingen
2.1.2 Bouwmateriaal
2.1.3 Ouder dan gedacht
2.2 Zwammerdam
2.2.1 Oorsprong
2.2.2 Corbulo
2.2.3 Zwammerdam.
2.2.4 Vondsten
Antwoord op de deelvraag.

3. Onderzoek in Utrecht
3.1. Oorsprong
3.2. Rijksgrens
3.3. Wachttorens
3.4. Vertrek

Antwoord op de deelvraag

4. Onderzoek in Nijmegen
4.1. Het eerste Romeinse leven en de opbouw van Nijmegen.
4.2. Het Kops Plateau
4.3. Opgraving van het Praetorium
4.4. De Hunerberg
4.5. Trajanusplein
4.6. Het Grafveld
4.7. Romeinse gebruiken in Nederland
Antwoord op de deelvraag

5. De invloed van de Romeinen in Nederland. (antwoord op de hoofdvraag)
5.1. De taal
5.2. De jaarteling
5.3. De godsdienst
5.4. Materiaal om huizen te bouwen.
5.5. (Handels) wegen

L.S.


Zoals u als lezer gezien hebt, gaat dit werkstuk over de Romeinen in Nederland. Ik wil u speciaal iets vertellen over de invloed van de Romeinen.
Mijn hoofdvraag is: wat is de invloed van de Romeinen in Nederland geweest?

Om dit te verduidelijken heb ik hieronder de deelvragen: wat is de invloed van de Romeinen in Alphen a/d Rijn / Zwammerdam geweest, Wat is de invloed van de Romeinen in Utrecht geweest, Wat is de invloed van de Romeinen in Nijmegen geweest, gemaakt. Dit heb ik geprobeerd te beantwoorden.

Het was een moeilijk onderwerp. Er was wel wat over te vinden, maar niet veel. Toch is het me gelukt. Ik hoop dag u er met plezier in zullen lezen, en wellicht het kunnen gebruiken.

Veel leesplezier!
De schrijfster.

HOOFDSTUK 1
1.1 Uitbreiding Romeinse Rijk


Omstreeks 55 voor Christus verovert de Romeinse Veldheer Julius Caesar (regeerde van 46 tot 44 v.Chr.), het zuiden van ons land. Hij kwam tot aan de rivier de Rijn. Na Julius Caesar probeert Augustus, de eerste Romeinse keizer (27 v.Chr. tot 14 n.Chr.), Germanië tot aan de Elbe in zijn greep te krijgen, maar dit mislukte. Uiteindelijk besluit keizer Claudius (41 n.Chr. tot 54 n.Chr.), de Rijn tot noordelijke grensrivier te maken en Engeland definitief in te lijven. De Romeinen versterkten de grens met een reeks van forten, die verbonden waren door een weg: de limes. Ons land werd door deze grens in tweeën gedeeld. Deze grens was niet bedoeld om het Romeinse rijk compleet af te grendelen van de buitenwereld. Het was vooral een manier om het gebied in de gaten te houden en de troepen te bevoorraden.

Ten noorden van de Rijn leefde men door zoals men dat gewend was vóór de komst van de Romeinen. Men woonde in kleine nederzettingen op de hoge gronden in het midden en oosten van het land. Verder waren er nederzettingen op de strandwallen langs de kust en op de terpen in het kweldergebied van Groningen en Friesland. Akkerbouw en veeteelt waren de voornaamste middelen van bestaan. De terpbewoners dreven daarnaast handel, onder andere met de Romeinen. Ook ten noorden van de grens van het Romeinse rijk was dus invloed van Romeinen te bespeuren.

Ten zuiden van de Rijn werd ons land onderdeel van het Romeinse Rijk. De Romeinen hadden hun rijk opgedeeld in provincies. Het zuiden van Nederland werd ingedeeld bij twee van dergelijke provincies: Gallia Belgica en de grensprovincie Germania Inferior. De provincies waren weer onderverdeeld in kleinere eenheden: de civitates (enkelvoud: civitas). Bij het vormen van nieuwe civitates werd uitgegaan van het grondgebied van een bepaalde stam. De belangrijkste nederzetting binnen dat gebied werd de administratieve hoofdplaats. Zo werd in ons land bijvoorbeeld Voorburg de hoofdplaats van het gebied van de Cananefaten en werd Nijmegen de hoofdplaats van het door de Bataven bewoonde gebied. Beide plaatsen kregen later het marktrecht en groeiden uit tot steden met het Romeinse stadsrecht (municipium). Iedere civitas had een eigen bestuur met gekozen bestuurders. De civitates moesten belasting betalen aan de Romeinen en bovendien mannen leveren voor de hulptroepen van het Romeinse leger.

1.2 Bataven

In de eerste eeuw na Christus was de invloed van de Romeinen op de plaatselijke bevolking nog niet zo groot. Er was veel weerstand tegen de Romeinse overheersing. Zo kwamen de Bataven in 69 na Christus in opstand. Deze opstand was begonnen met een drink- en schranspartij in een heilig woud, vermoedelijk bij het Brabantse Empel. Tijdens dit samenzijn had Julius Civilis een vlammende toespraak gehouden. De Bataven, riep hij, die altijd uit vrije wil met de Romeinen hebben meegevochten, worden steeds vaker tot de legerdienst gedwongen, alsof ze slaven zijn. Jonge jongens worden gerekruteerd als schandknapen. Julius Civilis zelf, zo wist iedereen, was binnen het leger in zo`n onontwarbare intrige beland dat het hem bijna de kop had gekost. Dit kon zo niet langer doorgaan. Alle aanwezigen zweren elkaar eeuwige trouw en daarna snellen boodschappers door de lage landen, naar alle mogelijke bondgenoten: Friezen in het noorden, Cananefates in het westen en naar de acht Bataafse cohorten die in de Romeinse legerplaats Mogontiacum (Mainz) zijn gestationeerd. Eerst loopt de opstand voortreffelijk. In Rome heeft men de handen vol aan de burgeroorlog die na de dood van keizer Nero is uitgebroken. Twee Romeinse legerplaatsen worden zonder moeite overvallen en plat gebrand. Tempels worden geplunderd. Bij de eerste botsingen lopen de Germaanse helpers massaal over. Op de schepen gaan de Bataafse roeiers muiten. Bovendien vormen de acht Bataafse cohorten een sterke troepenmacht. De Bataafse legermacht levert zo, in de woorden van Tacitus , een wonderlijk schouwspel op: vaandels van de Bataafse cohorten uit het Romeinse leger trekken op naast de afbeeldingen van wilde dieren, de veldtekens die de Germanen uit heiligdommen hebben gehaald. Als de rust in Rome weer terug is, marcheren er acht legioenen onder leiding van Cerialis in een ijltempo naar het noorden. Als ze in Keulen zijn, vallen ze ook in de handen van de Bataven. Cerialis overleeft het en verzamelt zo snel mogelijk een imposante vloot. Civilis kan niet voorkomen dat de Romeinen de Betuwe platbranden. Hij verliest steeds meer gezag. Uiteindelijk komen ze tot onderhandelen en wordt de opstand neergeslagen. Na die tijd wordt de Romeinse invloed op het dagelijks leven van de bewoners van onze streken groter. Ze belonen goedgezinde stammen en straffen de anderen. De stamhoofden leveren soldaten voor de forten aan de grens. De economie bloeit op, want de legers moeten worden onderhouden. De tweede eeuw na Christus is in onze streken een periode van rust, vrede en welvaart. De inheemse bevolking neemt langzamerhand de Romeinse gewoonten over. Deze Gallo-Romeinen gaan een belangrijke rol spelen in bestuur, handel en ambachten.

1.3. Invloed


Langs het wegennet dat de Romeinen aanlegden en langs de rivieren ontstonden marktplaatsen. Daar kwamen de bewoners van het platteland hun producten verkopen. Op het platteland werd een groot deel van het voedsel verbouwd dat nodig was voor de soldaten in de legerplaatsen. Met het geld dat de plattelandsbewoners verdienden met het verkopen van hun landbouwproducten konden zij op hun beurt Romeinse gebruiksvoorwerpen aanschaffen. Bijvoorbeeld aardewerk, glas en bouwmaterialen.

In de tweede eeuw en de eerste helft van de derde eeuw kwamen er problemen, zowel in het buitenland als in ons land zelf. Het bestuur van het Romeinse Rijk verzwakte: keizers en tegen-keizers gingen elkaar bestrijden. De Germaanse stammen sloten zich aaneen, vielen het rijk binnen en trokken plunderend rond. Daardoor moesten de Romeinen al de forten tussen Nijmegen en de zee ontruimen. Bovendien zorgde de zee voor overstromingen in de laagliggende kustvlakte van ons land. De bevolking van het Rivierengebied ten westen van Nijmegen en bijna het hele zuiden trok weg. Later werden de grensforten vanaf Nijmegen tot aan de zee weer met soldaten bemand en extra versterkt. Veel houten forten langs de Rijn werden vervangen door steenbouw. Dit gebeurde vooral om de graantransporten vanuit Engeland over de Rijn te beschermen. Frankische invallen verstoorden voortdurend het politiek en economisch evenwicht. De Rijn werd opgeheven als verdedigbare grens. De Romeinse militaire macht verminderde snel. Rond 400 verlieten de Romeinen ons land definitief. De val van de provinciestad Keulen in 459 is als eindpunt te beschouwen van de Romeinse periode in onze streken. Na het vertrek van de Romeinse overheerser raakten wegen en steden in verval; handel en industrie gingen sterk achteruit. Ons land keerde grotendeels weer terug naar de manier van leven van de Prehistorie.

HOOFDSTUK 2
Deelvraag: Wat is de invloed van de Romeinen in Alphen a/d Rijn / Zwammerdam geweest?

2.1 Alphen a/d rijn.

2.1.1 Opgravingen


Behalve de ruim 700 munten heeft de opgraving een overweldigende hoeveelheid Romeins materiaal opgeleverd, waaronder 27.000 fragmenten aardewerk, 5000 metalen voorwerpen, en honderden kilo’s dierlijk bot, baksteen en natuursteen. Dit materiaal is voor een groot deel afkomstig uit de bedding van de Rijn, waar het als afval in terecht is gekomen. Door de conserverende werking van het zuurstofarme grondwater is veel van het materiaal uitstekend bewaard gebleven, zodat vele metalen voorwerpen nog hun oorspronkelijke kleur en glans hebben behouden.

2.1.2 Bouwmateriaal.


Hoewel het niet de rijkste uitstraling heeft, is het aangetroffen hout misschien wel de rijkste informatiebron over het Alphense verleden gebleken. Allereerst heeft het veel duidelijk gemaakt over de datering van het castellum en van de beschoeiingen en kades langs de Rijn. De jaarringpatronen wijzen erop dat de bouw van het castellum vele maanden in beslag heeft genomen. De wal, de poorten en de hoektorens zijn in 41 gebouwd, maar de manschapbarakken pas in 42. Zeker in het eerste seizoen moeten de soldaten dus in tenten hebben gebivakkeerd.

Het hout geeft ook veel informatie prijs over de bouwwijze van de Romeinen. Het laat tal van constructieve details zien, maar ook hoe de lokale bossen werden geëxploiteerd. Bij de bouw van het oudste fort is al het in de omgeving aanwezige hout dat maar enigszins geschikt was, gekapt en gebruikt, waarbij eerder de dikte van de bomen dan de houtsoort bepalend was voor hun toepassing. Aanvankelijk heeft dit misschien tot een uitputting van het langs de Rijn groeiende ooibos geleid, dat zich pas in de tweede eeuw weer heeft hersteld. De aanleg van het castellum Albaniana heeft een aanzienlijke verstoring van het ecologische evenwicht teweeggebracht, waarvan het houtspectrum nog maar een eerste glimp laat zien.

2.1.3 Ouder dan gedacht


Niet Claudius maar de beruchte keizer Caligula heeft het fundament onder Alphen aan den Rijn gelegd. De eerste Romeinse nederzetting in Alphen is zes jaar ouder dan werd aangenomen. Dit blijkt uit onderzoek naar een Romeinse fort door de Radboud Universiteit Nijmegen.
Het castellum Albaniana, een Romeins fort voor hulptroepen, is in het jaar 41 na Christus gebouwd in opdracht van keizer Caligula (37-41 na Chr.). Caligula liet de legerplaats bouwen als voorbereiding op de verovering van Brittannië. Tot nu toe werd gedacht dat zijn opvolger Claudius (41-54 na Chr.) het fort in 47 na Christus had gesticht. Deze Romeinse keizer is verantwoordelijk voor de meeste castella langs het Nederlandse deel van de Rijn. Het castellum heeft zeker tot in de eerste helft van de derde eeuw dienst gedaan.
Het castellum werd blootgelegd doordat het centrum van Alphen aan den Rijn op de schop ging. Medewerkers van de Radboud Universiteit hebben van mei 2001 tot en met augustus 2002 grote delen van het fort opgegraven en onderzocht. De Nijmeegse archeologen presenteren hun bevindingen op 30 september 2004 in Archeon aan de wethouder van Cultuur, de heer H. van Wersch, omwonenden, betrokken amateur-archeologen (AWN) en leden van de gemeenteraad van Alphen.

2.2 Zwammerdam.

2.2.1 Oorsprong


Omstreeks het jaar 47 na Chr. vonden er aan de noordgrens van het Romeinse rijk een aantal gebeurtenissen plaats, die verstrekkende gevolgen zouden hebben voor de geschiedenis van ons land. Na de veldtochten van Drusus stond vrijwel het gehele gebied van de rijndelta onder Romeins gezag, toen ook de Friezen in het noorden zich hadden onderworpen. De nederlaag van Varus in het Teutoburger woud heeft hier geen verandering gebracht. In 28 na Chr. kwamen de Friezen in opstand: zij weigerden nog langer de door de Romeinen opgelegde belastingen te betalen. Hun verzet had succes en daarmee was het gebied ten noorden van de Rijn voor de Romeinen verloren, vooral ook omdat deze laatsten op last van keizer Tiberius geen strafexpeditie ondernamen. Eerst tijdens het bewind van keizer Claudius werd de Romeinse buitenlandse politiek weer agressiever, getuige onder andere grote veroveringsexpeditie in 43 naar Groot Brittannië, waarbij het gebied tussen de Rijn en de Maas in ons land als aanvalsbasis werd gebruikt. Daarnaast moesten de Romeinen optreden tegen de Germaanse volksstammen, die voortdurend de noordgrens onveilig maakten.

2.2.2 Corbulo


Zo waagden de Cauchen in 47 een aanval, toen de nieuw genoemde opperbevelhebber van het Romeinse leger in Neder Germanië, Corbullo, zijn commando nog niet aanvaard had. Onder aanvoering van Gannascus, een uit het leger gedeserteerde Cananefaat, ondernamen zij vanuit de zee strooptochten in het kustgebied ten zuiden van de rijnmonding.

Corbulo nam zijn tegenmaatregelen. Hij versterkte het leger en de forten. Met een sterke vloot probeerde hij de zeerovers te verslaan. Dit optreden had succes. En kort daarna waren de Friezen weer onderworpen aan Rome.

2.2.3 Zwammerdam


Sinds lang bestond het vermoeden, dat in de buurt van Zwammerdam eens een castellum had gelegen. De vele losse vondsten van Romeins materiaal ondersteunden deze conclusie. Sinds kort is dit vermoeden bevestigd. In het voorjaar van 2004 zijn er onder leiding van prof. W. Glasbergen de onmiskenbare sporen gevonden van een Romeins castellum. Hij ondernam een proefonderzoek in het kader van een veldcursus voor studenten in archeologische vakken van de universiteit in Amsterdam.

Bij een dergelijk onderzoek worden eerst een aantal proefputten gegraven. Een loodrecht op de reeks proefputten gegraven sleuf bracht succes. Deze bleek namelijk de zuidelijke oever van de oude inbedding te snijden, die in de Romeinse tijd als stortplaats voor afval is gebruikt. In verschillende lagen werd een grote hoeveelheid aan Romeins materiaal aangetroffen: in de onderste laag, tegen de zandige oever aan, hoofdzakelijk materiaal daterend uit de 2e helft van de eerste eeuw. En daarboven uit de tweede eeuw en 1ste helft van de derde eeuw. Verder werden er stukken van een walkant gevonden, bestaande uit takken en ander hout. En een zware paalfundering, die misschien als kade diende. Door deze vondst op het spoor gebracht werd besloten vijftig meter zuidelijker een proefsleuf evenwijdig aan de eerste reeks proefputten te graven. De daar in aangetroffen funderingen van grote kiezelstenen gaven aanleiding tot een uitgebreider onderzoek. Al gauw bleek de keuze van deze plaats bijzonder gelukkig: men was gestoten op de pricipia (het hoofd gebouw) van een castellum. De plattegrond van dit gebouw is inmiddels helemaal blootgelegd, waarbij de maten 27 x 43 meter opvallend overeenkomen met die van de stenen principia van het laatste castellum te Valkenburg (Z-H), dat gedateerd wordt omstreeks 200 na Chr. Voor de centrale peristylium van 6 x 4 zuilen is het open front, met 4 zuilen, naar de Rijnoever gericht. Erachter liggen aan weerszijden van een iets naar achteren uitspringend sacellum twee vertrekken, ongetwijfeld voor administratieve doeleinden. Onmiddellijk achter de principia bevinden zich de torens van de porta decumana met aansluitende delen van de zuidmuur. Daarbuiten minstens drie grachten. De breedte van de achterzijde van het castellum kon worden bepaald op iets minder dan 140 meter, nadat de ombuiging van de grachten aan de zuidwestzijde was vastgesteld. Oostelijk buiten het fort werd nog de zwaar onderheide fundering gevonden van een groot gebouw, dat men voorlopig beschouwt als thermen. Van groot belang voor de geschiedenis van dit castellum is het feit dat de fundering van de principia een zware brandlaag doorsnijdt. Op grond van hierbij aangetroffen vondsten wordt deze brandlaag (gevormd door de half gebakken bepleistering van houten barakken) in verband gebracht met de Bataafse opstand (69-70). Zonder twijfel is toen ook het castellum bij Zwammerdam verwoest door de opstandige Bataven en Cananefaten.
Zo zijn er dus nu verschillende bouwperioden van het fort te onderscheiden. Voortgezette opgravingen zullen zeker nadere informatie geven.

Zeker is dat dit fort werd gesticht als onderdeel van de verdedigingslinie langs de Rijn, die door Corbulo omstreeks 50 na Chr. werd aangelegd en die omstreeks 250 na Chr. werd opgegeven. Onder druk van de steeds gevaarlijker invallen van de Germanen werden tegelijkertijd ook de andere forten in Nederland opgegeven.

2.2.4 Vondsten


Naast grote hoeveelheden aardewerk, waaronder veelsoortige terra sigillata , werden eveneens erg veel stukken baksteen gevonden. Op enkele hiervan zijn stempels aangetroffen van L(egio) X G(emina), het tiende legioen dat van 71 tot 103 te Nijmegen was gelegerd; van EX(ercitus) GER(manicus) INF(erior), het Neder-Germaanse leger dat als geheel de grensbewaking ook in ons land tot taak had; de LEG(io) XXX, het dertigste legioen dat na 120 in Xanten lag. Reeds vroeger waren op het terrein bij Zwammerdam eveneens stempels gevonden van het 30ste de EXGERINF en het 1ste legioen minervia (na 120 standplaats in Bonn)

Bij de andere voorwerpen trekt vooral een zeer goed bewaard gebleven bronzen umbo de aandacht. De inscripties duiden op de aanwezigheid van een afdeling ruiterij, die in het castellum gelegerd moet zijn geweest. De vondst van een ijzeren paardenbit ondersteunt deze veronderstelling.

Antwoord op de deelvraag;


De invloed van de Romeinen in Alphen aan de Rijn en Zwammerdam is zeer groot. Door de opgravingen en onderzoeken van de castelums wordt er veel rekening gehouden met het bouwen van nieuwe wijken.
Ook de Rijn is van heel veel belang geweest voor de Romeinen. Dit was hun aanvoerroute van de zee naar het binnenland.

Doordat er veel is en wordt opgegraven heeft men veel kunnen leren over de Romeinen. In Zwammerdam is er zelfs een poederdoosje gevonden, waar dus uit blijkt dat er toen ook (rijke) vrouwen in het castellum aanwezig waren.

HOOFDSTUK 3
deelvraag: Wat is de invloed van de Romeinen in Utrecht geweest?

3.1 Oorsprong


De oorsprong van Utrecht gaat terug tot 47 v. Chr. toen de Romeinen ‘Trajectum’ gesticht hadden als een permanent fort in de reeks vestingwerken die keizer Claudius door generaal Corbulo had laten aanleggen langs de rijksgrens de rivier de Rijn. Trajectum (= oversteekplaats) werd aan een doorwaadbare plaats aan de Rijn gebouwd. Dit werd in de volkstaal Trecht, Uut-trecht (beneden-Trecht) en tenslotte Utrecht.
Het Utrechtse castellum was aanvankelijk van hout en aarde gebouwd. Het moest enige malen herbouwd worden, onder andere na de opstand van de Bataven in 69, toen het door brand werd verwoest. In het begin van de 3de eeuw is het toenmalige houten fort door een iets groter (tuf)stenen castellum vervangen. Toch had het slechts de afmetingen van circa 125 x 150 meter. Het lag waar nu de Dom en omgeving zijn.

De huidige provincie utrecht ligt rond de jaartelling midden in de frontlinie van de door Romeinen veroverd gebied. De waterloop van de Neder, Kromme en Oude Rijn, in die tijd nog belangrijke rivieren, vormen de natuur van dit gebied. Deze Rijn biedt de Romeinen een uitstekende waterweg, waarover materialen en manschappen snel vervoerd kunnen worden. Samen met de weg erlangs, de via militaria, vormt de rivier voor de bezetters de verkeersader van Duitsland naar de Noordzee

Legeraanvoerder Drusus had voor het jaar 0 de Drususgracht gemaakt. Waarschijnlijk (het is nog nooit bewezen) is dat nu de hedendaagse Vecht. Dit gebeurde in de tijd dat
Caesar keizer was. Het was een verbinding met het noorden.

3.2 Rijksgrens


Onder keizer Claudius kreeg de rijnlinie de status van een rijksgrens. Deze scheidde de Romeinse provincie Germania (Neder-Germania) van het vrije Germanië. De Keizer legde zich er bij neer dat hij het Romeinse rijk niet verder naar het noorden kon uitbreiden. (Nadat legeraanvoerder Varus in de buurt van het Teutoburger Woud door de Cherusken waren verslagen ) In plaats daarvan liet hij de grens versterken, tegen aanvallen van de Germaanse stammen. Bij Utrecht verijzen in deze perioden de legerkampen: Trajectum (Utrecht) en Vleuten-de Meern. Na de Bataafse opstand in 69-70 na Chr. kwamen er nog twee castella`s bij: één bij Rijswijk en één (vlak buiten de huidige provinciegrens) bij Maurik.

3.3 Wachttorens.

Daarnaast bouwen de soldaten van het Romeinse leger extra controleposten langs de limes, van waaruit ze het verkeer op de Rijn in de gaten kunnen houden. Deze wachttorens vullen de ruimte tussen de legerkampen op. De torens liggen op zichtafstand tussen de castella, zodat de patrouillerende soldaten onderling signalen kunnen uitwisselen. Binnen de provincie Utrecht zijn recent resten van uitkijktorens gevonden, onder meer bij Vechten en Leidsche Rijn, maar mogelijk zijn bij Rhenen en Amerongen ook wachtposten geweest. Een volgende stap is het versterken van de houten forten. Eind tweede en begin derde eeuw beginnen grootscheepse verbouwingen in steen, zowel aan de castella als aan de tussenliggende wachtposten.
Deze verbeteringen aan de infrastructuur en de communicatielijnen van de limes bewijzen dat het de bedoeling van de Romeinen moet zijn geweest om de Rijngrens gaandeweg met minder manschappen te controleren dan voorheen. Een groot deel van de troepen wordt al aan de limes onttrokken vanwege de Dacische Oorlogen in het Donaugebied (101-106). Ondanks de inspanningen betekende dit uiteindelijk de nekslag voor de rijksgrens: in de vierde eeuw krijgen Germaanse invallers steeds meer vat op het noordelijke grensgebied

3.4 Vertrek


Aanhoudende invallen van Franken bedreigen vanaf 270 de Romeinse rijksgrens. Ook de overige grenzen van het Romeinse rijk lijden onder oprukkende barbaarse allianties. Veel Romeinse soldaten worden teruggeroepen uit het noorden om elders in het rijk op te treden. De limes blijft achter met minimale bewaking door grenstroepen. Tenslotte geven de Romeinen de Rijn als noordelijke rijksgrens op. Als de provinciehoofdstad Keulen halverwege de vijfde eeuw valt tijdens een Frankische aanval, betekent dit ook voor Utrecht het definitieve einde van de Romeinse tijd.

Antwoord op de deelvraag:


De invloed in Utrecht is niet groot geweest, afgezonderd de algemene invloeden (zie antwoord op de hoofdvraag)
De huidige stad is boven op het oude castellum gebouwd. Hiervan kan men dus niets opgraven, omdat er op gebouwd is. Wel is de Vecht waarschijnlijk een overblijfsel van de Romeinen.

HOOFDSTUK 4
Deelvraag: Wat is de invloed van de Romeinen in Nijmegen geweest?

4.1 Het eerste Romeinse leven en de opbouw van Nijmegen

Nijmegen heette in de Romeinse tijd Noviomagus. Nijmegen was de belangrijkste Romeinse nederzetting van Nederland in de Romeinse tijd. De eerste tekenen van Romeins leven in Nijmegen dateren van ca. 12 voor Christus tot 70 na Christus. Deze sporen zijn gevonden op de Hunerberg ten oosten van wat nu Nijmegen is. Op deze heuvel werd een legerplaats ontdekt. De Romeinen leefden op een strook van ca. 5 kilometer langs de Waal en op de heuvelrug in het oosten van Nijmegen. De reden dat de Romeinen zich in Nijmegen vestigden en bij de stuwwal, was dat ze via deze strategische plek makkelijker het oostelijke rivierengebied konden veroveren. Via Nijmegen bestuurden de Romeinen eigenlijk heel Zuid-Nederland dat geheel door de Romeinen was bezet. Het noorden van Nederland in die tijd heette Erancia.

Er zijn in Nijmegen 4 plaatsen die belangrijk waren dit zijn het Kops Plateau, de Hunerburg, het Trajanusplein, en het grote grafveld. Informatie over deze plaatsen wordt verder uitgewerkt in de volgende hoofdstukken.

4.2 Het Kops Plateau


Op het Kops Plateau is een nederzetting gevonden uit de Romeinse tijd. Hiernaast staat een afbeelding van de woning van de legercommandant op het Kops Plateau in Nijmegen. De naam hiervoor is het praetorium.

Dit is het oudste gebouw uit de Romeinse tijd waarvan de plattegrond volledig bekend is.

Het gebouw werd ook gebruikt als commandopost tijdens de oorlog die de Romeinen voerden met de Germanen, van 12 voor Chr. tot 16 na Chr.
Voor de tijd waarin het gebouw werd gebouwd is het erg modern. Het is gemaakt van leem en hout.

4.3 Opgraving van het Praetorium


Het Romeinse legerkamp op de Hunerberg in Nijmegen, dat tussen 71 en 104 na Christus werd bevolkt door soldaten van het Tiende Legioen, werd in de laatste tien jaar van de 1ste eeuw in steen opgetrokken. Het monumentale hoofdkwartier van deze legerplaats, de principia, is eveneens gereconstrueerd. Het hoofdkwartier was enorm groot: de oppervlakte was groter dan die van de Sint Stevenskerk in Nijmegen en de ontvangstzaal - de basilica -, die deel uitmaakte van het hoofdkwartier, was even hoog als het middenschip van deze kerk.

4.4 De Hunerberg


Op de Hunerberg in Nijmegen vestigden de Romeinen een groot legerkamp, de castra. De oppervlakte hiervan van was zo’n 40 hectare. Er konden ongeveer 10.000 soldaten leven. Na de opstand van de Bataven in 69 na Chr. Gingen de Romeinen hun castra verbouwen: ze gingen steen gebruiken in plaats van hout. Wel werd het kamp kleiner en was er nog plaats voor zo’n 5000 tot 10.000 soldaten. Langzamerhand ontstonden er kampen naast de castra waar ‘gewone mensen’ gingen wonen. Dit waren eigenlijk een soort dorpen. Hier woonden ongeveer 2.500 mensen. Deze nederzettingen werden kampdorpen genoemd. Rond 104 heeft het Tiende Legioen de castra op de Hunerberg al verlaten. Het legerkamp bood nog wel plaats aan enkele kleinere legereenheden, maar na 175 werd het kamp voorgoed door de Romeinen verlaten.
Het kamp op de Hunerberg was erg belangrijk voor de Romeinen. Het heeft er eigenlijk voor gezorgd dat er een nieuwe stad ontstond, namelijk Nijmegen.

4.5 Trajanusplein


Naast het grote legerkamp op de Hunerberg was er nog een legerkamp in Nijmegen. Deze was te vinden rond het Trajanusplein. Er was alleen een groot verschil tussen deze twee kampen. Het legerkamp op het Trajanusplein was maar 1.5 hectare groot en er was slechts plek voor 500 man. Men weet nog niet precies waar het kamp voor diende. Het was te klein om zelfstandig Germania te veroveren, hiervoor diende het kamp op de Hunerberg, waarschijnlijk was het een steunpunt voor de castra. De ligging hiervoor is gunstig.

4.6 Het Grafveld


Tussen de castra en de bewoning rond het Valkhof was in de 1ste eeuw een grafveld. Deze plek werd erg belangrijk voor onderzoek naar de begraafrituelen van de Romeinen. In de Romeinse tijd werden de doden verbrand en hun as werd dan samen met aardewerk, glas en sieraden in het graf geplaatst.

De begraafplaats had een vorm van een driehoek, dat net naast de castra lag. Na de poorten naar de castra was een strook van 12 meter zonder plaatsen om mensen te begraven. Hieruit leidt men af dat hier waarschijnlijk een weg heeft gelopen. De oppervlakte van de begraafplaats was zeer groot, zo’n 20.000 vierkante meter. Er moeten ongeveer 4000 doden hebben gelegen. Dit aantal is berekend aan de hand van het gemiddelde aantal vierkante meters dat per graf werd gebruikt. Dit was 5 vierkante meter.(20.000/5= 4000)

4.7 Romeinse gebruiken in Nederland


De Romeinen hadden een grote invloed op het denken en doen van de Nederlandse bevolking. Zo werden er sinds de komst van de Romeinen andere bouwmaterialen gebruikt dan daarvoor. De Romeinen gebruikten zuilen, bakstenen, dakpannen en tegels. De bevolking die al in Nederland woonde maakte hun huizen nog van hout en leem.

Ook maakten de Romeinen van Nederland een land met handelswegen. De producten konden zo beter worden verplaatst en verhandeld. Dit had vele voordelen, het belangrijkste is dat de handel veel sneller verliep dan voorheen.

Antwoord op de deelvraag


Ja, Nijmegen was een belangrijke stad, waardoor de Romeinse overheersing hier veel gevolgen gehad heeft voor de toekomst.
Van de hoofdwegen die naar Nijmegen leiden, zijn er nog een paar bij uit de Romeinse tijd. Ook het materiaal waar de huizen meegemaakt werden, is hier voor het eerst gebruikt. In de brandlaag, die de Bataafse opstand achterliet, is men stukken baksteen tegen gekomen. Het was toen nog niet echt gebruikelijk om dit als bouwmateriaal te gebruiken.

HOOFDSTUK 5
De hoofdvraag: wat is de invloed van de Romeinen in Nederland geweest?

5.1 De taal


Blijvend is de Romeinse invloed geweest op onze taal. De inboorlingen maakten toen het land militair werd bezet, kennis met een geplaveide heerweg, die straat werd genoemd. Met wal en schandpalen, met een kasteel, een poort, een kerker en ketenen. Op de vloot zagen zij riemen en ankers. De koopman bracht met zijn waren ook woorden als kar, ezel, zakken, kisten, wijn, peper, mud, pond, schotel en beker.

Wie rondgaat in zijn huis noemt nog veel met oorspronkelijke Latijnse namen: muur, kalk, tegel, pleister, venster, poort, post, pijler, zolder, kelder, kamer, keuken, put, pan, ketel, dis, schemel, sponder, fakkel, bekken, spiegel, molen, pers, trechter, enz.

En ook de landbouwer spreekt nog met oorspronkelijke Latijnse namen, als hij het heeft over een vlegel, vork, kouter, sikkel, wan, spelt, kool, bieten, stoppel, steel, paard, kat, enten en planten.

5.2 Jaartelling.

Tegenwoordig wordt het begin van het nieuwe jaar op 1 januari gevierd. Dit is niet altijd zo geweest. In de Romeinse tijd werd nieuwjaar gevierd op 1 maart. Vaak werd de maand september aangeduid als 7e maand. Op deze manier doortellend was december de 10e maand. Het jaar telde ook maar 10 maanden. 6 Maanden hadden 31 dagen en 4 maanden 30 dagen. Maar door het verschuiven van de jaargetijden door het jaar heen werden telkens aanpassingen gepleegd. Al in de 6e eeuw v. Chr. werden pogingen ondernomen om een goede kalender te maken die gelijk liep met de jaargetijden. Als een van de eerste veranderingen werden een tweetal maanden toegevoegd: Januari (genoemd naar de Romeinse God Janus) en Februari (Februarius = reiniging; Genoemd naar de reinigingsrituelen in de deze maand).

Ook onder Julius Caesar in 46 v. Chr. trad er enige verbetering op. Omdat men ontdekt had dat de aarde niet in 365 dagen rond de zon draaide, maar in 365,25 kwam men elke 4 jaar een dag te kort om de kalender gelijk op te laten gaan met de jaargetijden.
Bij behandeling in de Romeinse senaat in 44 v. Chr. werd uit dankbaarheid de maand Quintilis, de geboortemaand Julius Caesar omgedoopt in Julius (om Caesar te eren) en wat later Sextilis in Augustus. Om de maand Augustus dezelfde status te geven als Juli (alle keizers gelijk) kreeg deze maand er een dag bij en ging naar 31 dagen. Deze dag werd bij Februari weggehaald.
In 325 werd de Juliaanse kalender aangenomen als grondslag voor de Christelijke jaartelling.

In 153 v.Chr. ging de nieuwjaarsviering terug van 1 maart naar 1 januari. Zo liep de jaartelling gelijk met de benoeming en ambtsperioden van de prefecten. Maar op een concilie in 576 te Tours vond men dat het begin van het jaar niet op 1 januari, maar op 1 maart gevierd moest worden, vanwege het heidense karakter van de januari viering. Pas later werd het langzamerhand gangbaar nieuwjaar weer op 1 januari te vieren.

5.3 De godsdienst.

Door de Romeinen is ook het christelijk geloof in Nederland gekomen. Toen de christenen onder de wrede keizers Domitianus en Nero vervolgd werden, vluchtten veel van hen weg. Na veel omzwervingen kwamen ze dan bij ons terecht, waar ze vast ook niet altijd even vriendelijk werden ontvangen.

Ook in de legers van Rome waren soldaten die christen waren. Wij waren toen een zendingsland. (in zover je dat woord hier kunt gebruiken)

Het staat vast dat in de buurt van Maastricht, voordat daar de laatste Romeinse bezetting verdween, reeds vereerders werden gevonden van die Naam, die komt uit het Grieks, maar in alle talen zal worden genoemd, Christus!

5.4 Materiaal om huizen te bouwen.


De Romeinen hadden een grote invloed op het denken en doen van de Nederlandse bevolking. Zo werden er sinds de komst van de Romeinen andere bouwmaterialen gebruikt dan daarvoor. De Romeinen gebruikten zuilen, bakstenen, dakpannen en tegels. De bevolking die al in Nederland woonde maakte hun huizen nog van hout en leem.

5.5 (Handels) wegen


Ook maakten de Romeinen van Nederland een land met handelswegen. De producten konden zo beter worden verplaatst en verhandeld. Dit had vele voordelen, het belangrijkste is dat de handel veel sneller verliep dan voorheen.


Boek:

- W.A. van Es; de Romeinen in Nederland.
- A. Algra + H. Algra; dispereert niet. Deel 1
- Onze vaderlandse geschiedenis.
- Noviomagus, op het spoor der Romeinen in Nijmegen
- M. Brouer; de Romeinse tijd in Nederland.
- Johan Vreugdehil; kerkgeschiedenis verteld aan jong en oud, deel 1,
- Pleidooi voor het limes programma: de gewenste geschiedenis (bijgevoegd in de materiaal map)
- Klaas Jansma & Meindert Schroor: onze vaderlandse geschiedenis.
- Noviomagus: op het spoor der Romeinen in Nijmegen.

Internet


- http://www.archeologienet.nl/
- http://www.noviomagus.nl/
- http://mediatheek.thinkquest.nl/
- http://www.alphenaandenrijn.nl/
- http://www.20eeuwennederland.nl/
- http://www.erasmuscollege.nl/
- http://home.hccnet.nl/

Tijdschrift

- `De 25 dagen van Nederland` nummer 1 : Opstand der Bataven.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

hey hartstikke bedankt meid..je bent mijn reddende engel...
voeg me toe...gaan we verder praten schat
ciao

16 jaar geleden