Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Jeanne d'Arc

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 7988 woorden
  • 14 april 2004
  • 208 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 208 keer beoordeeld

Persoon
Taal
Nederlands
Vak
1. HAAR LEVEN

….Et Jehanne, la bonne Lorraine,
Qu’Englois bruslèrent à Rouan;
Où sont-elles, Vierge souveraine?
Mais où sont les neiges d’antan!
François Villon ¹

1.1. Haar jeugd
Jeanne is geboren op 6 januari 1412, in de nacht van de drie koningen, een feest in de Rooms-katholieke kerk. Jeanne werd in het kerkje van Domremy gedoopt. Zij had veel peetvaders en peetmoeders, omdat dat de gewoonte was in die tijd, en ook kwam dit omdat haar vader en haar moeder geacht en bemind waren bij heel veel mensen. Jeanne is een kind van gezonde ouders; heeft in haar jeugd een gewone plaats in het gezin. Ze doet huishoudelijke klusjes, ze werkt op het veld, helpt bij de verzorging van het vee en bij de rest van de bezigheden die in een boerengezin voorkomen.
Ze zal ongetwijfeld sterk geweest zijn, want de bezigheden die zij deed verklaren dat onder andere. Maar dat niet alleen; de bevolking in haar streek is van een zeer krachtig ras. Verder zag zij er gewoon uit als iedereen, dus niet bijzonder knap of opvallend.


Zij is opgegroeid in het plaatsje Domremy, een gehucht in het Maasdal. Jeanne heeft vanaf haar jeugd al een hekel gehad aan de Engelsen en de Bourgondiërs. Er woonde in haar dorp één Bourgondiër en naar eigen zeggen zou zij het niet erg gevonden hebben als zij hem een kopje kleiner gemaakt hadden. In Jeannes jeugd was het voor kinderen leuk om de Bourgondiër en Armagnac na te spelen, dan konden ze er fijn op los slaan. Maar we weten niet of Jeanne meevocht, want toen haar later, in het proces, dat gevraagd werd, zei zij dat zij zich er niets van kon herinneren. Men zou Jeanne ervan kunnen verdenken dat zij niet altijd de waarheid sprak tegen de rechters, maar men kan niet bewijzen dat zij in haar jeugd een echte vechtersbaas is geweest, integendeel, wat er van haar bekent is, heeft eerder reden om te veronderstellen dat zij een ernstig en teruggetrokken meisje was.

Jeanne heeft een streng katholieke opvoeding gehad, omdat zij streng gelovige ouders had. Haar vader, Jacques d’Arc is geboren in 1375 en kwam kort voor z’n huwelijk in Domremy wonen, hij trouwde met Isabelle Romée, zij kwam uit het dorpje Vauthon. Haar vader wordt soms als heel arm en de andere keer als heel welvarend uitgeschilderd. In werkelijkheid was hij waarschijnlijk een herenboer, hij droeg een deel eigen verantwoordelijkheid. Zijn vrouw Isabelle leek heel erg op haar man. Ze had hetzelfde soort karakter. Ze waren trouwe katholieken, ze werkten hard en hadden een goede naam onder de burgerlijke bevolking. Ze leefden volgens hun maatschappelijke positie. Isabelle voedde haar kinderen goed op, en Jeanne moest mee helpen in het gezin. Er werden haar al vroeg dingen geleerd die haar later als moeder van een gezin van pas zouden komen. De moeder van Jeanne was waarschijnlijk een sterke vrouw, met een gezond lichaam. Isabelle heeft het zelfs zo ver gekregen dat door een brief die zij geschreven had aan de Paus, de Paus onderzoek instelde waarom Jeanne ter dood was gebracht. In deze tijd was dat heel wat, want een moeder kon zomaar niet schrijven en helemaal niet aan zo iemand die zo hoog boven haar stond!

1.2. Haar stemmen
Op haar dertiende jaar hoorde zij voor het eerst stemmen. Bij haar is geen twijfel wie haar het eerst verscheen, dat was de heilige Michaël. Men dacht dat Jeanne een heks was, maar dit ontkent zij zelf elke keer. Wat zij zelf gezegd heeft toen zij de eerste stemmen hoorde is het volgende:

“Ik was in mijn dertiende jaar toen God een stem zond om mij te geleiden.
In het eerst was ik hevig verschrikt.
De stem kwam tegen het middaguur, in den zomer, in mijn vaders tuin.
Den vorigen dag had ik gevast.
Ik hoorde de stem aan mijn rechterzijde, in de richting van de kerk.
Zelden hoor ik iets zonder daarbij een licht waar te nemen.
Dat licht verschijnt steeds aan die zijde, vanwaar ik de stem hoor komen.” ²

Jeanne hoorde de stemmen steeds vaker, en steeds duidelijker. Ze verlieten haar niet meer. Eerst begreep ze het niet wat haar overkwam, maar nadat ze meerde malen de raadselachtige persoonlijkheid gezien had, was zij overtuigd dat het de heilige Michaël was, en niemand anders. Toen men haar ernaar vroeg waarom zij dit wist, antwoordde zij dat hem herkende omdat hij de taal der engelen sprak. De geesten die regelmatig aan haar verschenen waren er drie: de aartsengel Michaël, en de heilige Margaretha en Catherina. Zij zegt dat ze ook de aartsengel Gabriël heeft gezien en vele honderden andere engelen. Als de personen aan haar verschenen kon ze hen aanraken, zij kon hen omarmen. Ook verklaarde zij dat de hemelse gedaanten spraken tot haar in het Frans. Zij noemde haar ‘Jehanne la Pucelle’ of ‘fille de Dieu’. Zij wilde niets over het uiterlijk van de personen los laten, dan alleen dat de heilige Michaël vleugels had. De personen hadden zachte bescheiden stemmen, als zij aan haar verschenen, gaf haar dat rust van binnen. Tijdens het proces liet zij niet meer los, dan dat zij wilde. Ze was ervan overtuigd dat het heiligen waren.

Ze was er zo zeker van dat ze de dood verkoos boven het herroepen, dat haar leven gered zou hebben!

1.3. Haar idealen
De stemmen zeiden tegen haar dat zij “naar Frankrijk toe moest gaan”, ze moest de Dauphin Karel de 7e bezoeken, de door Engelsen belegderde stad Orleans ontzetten en tenslotte de kroonprins in de kathedraal van Reims tot koning kronen.
Toen zij de drang van deze stemmen niet langer meer kon weerstaan, reisde zij naar haar oom Durant. Met hem ging zij naar Robert de Baudricourt, partijganger van de Dauphin. Aan hem vertelde Jeanne hem haar verlangen. Maar deze man nam haar niet serieus en zei tegen haar oom dat hij haar terug bij haar ouders moest brengen en dat zij haar ook nog een pak rammel moesten geven.
Maar Baudricourt begon te twijfelen of zij toch echt gezonden zou zijn om Frankrijk te bevrijden. Hij gaf Jeanne als geschenk een zwaard en een brief bestemt voor de Dauphin. Ook kreeg ze escorte, die uit twee eerbare ridders bestonden, die haar en nog twee dienaren naar Chinon brengen, waar de Dauphin verbleef.

Van Jeannes oom Durant kreeg zij een rijpaard. Zelf had zij haar haren afgeknipt en droeg vanaf dat moment mannenkleren.
Ze deden er ongeveer 11 dagen over. Ze reisden vooral ’s nachts en legden dan zo’n 45 km af.
Op het kasteel werd zij niet warm onthaald, omdat de Dauphin in het begin bang was dat het een valstrik zou zijn. Jeanne werd ondervraagd door afgevaardigden maar zij weigerde beslist mede te delen wat zij de koning te zeggen had. Daarop vroegen zij haar om een teken dat haar goddelijke zending zou bewijzen, maar zij antwoordde hierop: “weldra zal Orleans van de Engelse belegering ontzet worden.” ³
Na veel beraad werd zij eindelijk, met veel ceremonies, op het koninklijke Hof toegelaten. De Dauphin was in een kamer vol met andere edellieden, hofdames en kamerlieden en stond tussen hen in. Maar Jeanne liep regelrecht op hem af en begroete hem met deze woorden: “Lieve Dauphin, ik ben van God gezonden om de koning en het koninkrijk hulp te bieden.”… 4 De toeschouwers waren verbaasd om haar, omdat ze nog zo jong was maar ook omdat ze mannenkleren droeg. Iets wat heel ongewoon was in die tijd. Maar ook omdat ze als ‘boerin’ op het hof werd ontvangen en nog wel met ceremonies.
Na dit moment neemt Karel ??? haar apart en ze spreken wel meer dan een uur. Wat zij samen besproken hebben is niet bekend. Er wordt wel gegist, maar men kan het niet met zekerheid zeggen, dus daarom zwijgen wij er maar over. Wel wordt zij sindsdien als een prinses beschouwt. Zij kreeg een kamer toegewezen in het kasteel, ook werd de vrouw van Guillaume de Bellier haar eredame en de jonge Louis de Coutes werd haar edelknaap. Haar biechtvader heette broeder Pasquerel. Ook kreeg zij nog een schildknaap, Jean d’Alon en twee wapenherauten.
Uit onderzoeken die volgden konden commissies opmaken dat Jeanne in elk geval geloofwaardig genoemd kon worden. Tijdens deze onderzoeken zou Jeanne haar hemelse opdracht bekend gemaakt hebben.
Als eerste wilde zij Orleans ontzetten.
Ten andere wilde zij de Dauphin kronen.
En tot slot wilde zij hertog Karel van Orleans uit zijn gevangenschap verlossen.

Na lang beraad stemden zij in met een militair ingrijpen.
Jeanne was er erg mee in haar schik. Een harnas en strijdbanier werden voor haar gemaakt. Als voorbereiding van de aanstaande mars bezocht zij verschillende stadjes. Men moest er in het leger nog wel aan wennen dat een vrouw zich met krijgsverrichtingen ging bezig houden. Maar zij houdt stand. Zij schrijft zelfs een brief aan de Engelse koning waar ze onder meer het volgende in geschreven heeft:
“Geef aan de Maagd, hier gezonden door God, de koning des Hemels, de sleutel van al de goede steden van Frankrijk die gij genomen en geschonden hebt … ik ben legerbevelhebber en indien gij, koning van Engeland, het niet doet, zal ik al uw lieden, waar ik ze ook in Frankrijk ontmoet, wegjagen of zij het willen of niet willen…” 5

1.4. Haar veldtocht
De strijd begon. Het eerste stadje dat het leger veroverde was Blois. De Engelsen hadden rondom het stadje versterkingen aangelegd, maar werd toch ingenomen. Op 8 mei 1429 werd Orleans, na 90 dagen ontzet. Hierbij waren geen doden gevallen. Dit is dus de eerste opdracht die Jeanne hier in vervulling ziet gaan. Omdat Jeanne dit voorspelt werd en echt uitkwam, steeg haar geloofwaardigheid en populariteit.
Het moreel van de Engelsen kreeg een deuk, want zij waren het die al ruim 100 jaar Frankrijk in bezit hadden. Maar het was alleen hun aanzien dat aangetast was, want het Engelse leger was nog steeds een leger in uitstekende conditie.
Er werd van alles over Jeanne rond gebazuind, maar zij trok zich daar niets van aan, want zij dacht al aan haar volgende opdracht en wel de kroning van de kroonprins tot gezalfde vorst als Karel de 7e van Frankrijk. Zo’n kroning hoorde in Reims te gebeuren. Maar het veroveren van Reims was wel gevaarlijk. Maar Jeanne zet door, en zij krijgt het voor elkaar dat ze op weg naar Reims gaan. De rivier de Loire werd eerst van vijanden ontzien, voor ze overstaken. Zo konden ze zonder veel verzet verder, tot ze bij Patay komen, want daar stuitte men op verzet van de Engelsen. Een bloedige veldslag werd geleverd, waarbij de Engelsen een vreselijke nederlaag leden. De bevelhebber en zijn 400 krijgers werden gevangen genomen. Bij deze overwinning zijn, naar het schijnt 6, meer dan 2.000 Engelse soldaten gesneuveld en maar 3 Fransen(!?).
Jeanne dicteerde verschillende brieven met haar devies “Jhesu Maria” om zo aan de bevolking van menige stadjes de overwinning bekent te maken.

Deze veldtocht had een aantal gevolgen:
De Fransen kregen steeds meer versterkingen, en de Engelsen begonnen te deserteren. Omdat sommige Engelsen een christelijke achtergrond hadden deed de roep van de hemelse tussenkomst van de Maagd er velen beven. Ook waren er Engelsen die dachten aan een ‘duivelse tussenkomst’. Er waren er ook die er mee spotten, en die werden door de Fransen ook wel “Godons” genoemd. In ieder geval ondervonden de Engelsen de doodsverachting waar mee de Fransen, onder invloed van de Maagd, vochten.
Nadat de Fransen Patay overwonnen hadden, ging de tocht verder naar Reims. Op weg naar Reims, gaf het stadje Troyes zich na enige aarzeling over.
Op 10 juli werd Châlons-sur-Marne ingenomen, en op zaterdag 16 juli trok het Franse leger de stad Reims binnen.

Zondag 17 juli, een belangrijke dag in Jeanne d’Arc haar leven. Dit was namelijk de dag dat de Dauphin gekroond werd. De dienst begon om 9 uur en was afgelopen om 2 uur. De koning was gekleed in een hemelsblauwe mantel met gouden lelies. Hij stond aan de voet van het altaar, en gedurende de hele dienst stond Jeanne d’Arc naast hem met haar standaard in haar hand. Ze waren omringd door de twaalf ‘pairs’, dat zijn 12 hoge edelen en hoge geestelijken van het koningrijk. Toen men de kroon op het hoofd van de koning zette, riepen alle aanwezigen: Noël!, en de klaroenen schalden. 7 Na de kroning wierp Jeanne zich aan de voeten van de koning, ze omarmde zijn knieën en sprak wenend: “Edele koning, nu is de vreugde Gods vervuld, die wilde dat gij naar Reims ging om uw waardige (heilige) wijding te ontvangen, tonend dat gij de ware koning zijt, en degene aan wien het rijk behoren moet!” 8
Jeanne had haar tweede opdracht vervuld, namelijk de kroning van de Dauphin en zo uit de chaos een nieuw vaderland op te laten komen.
Op deze dag hadden Jeanne en Karel ??? een brief geschreven aan de Bourgondische hertog met het voorstel een wapenstilstand te sluiten. Vele steden onderwierpen zich vrijwillig. Na een ontmoeting tussen Engelsen en Fransen stemde de hertog in met een wapenstilstand.
Nu wilde Jeanne graag door naar Parijs, maar Karel stemde daar niet direct in mee. Parijs die van dit gerucht hoorde kreeg zich, in de tijd dat Jeanne wachtte op toestemming, genoeg de tijd om zich de bewapenen, wat ze dan ook deden. Op 7 september kwamen de belangrijkste leger troepen eindelijk aan. De aanval op 8 september slaagde goed. In de stad zei men al dat de vijand al over de muren waren. Maar… Jeanne raakt gewond, en tegen haar wil moeten ze zich terug trekken. Ze laat het er echter niet bij zitten en de volgende morgen bereid zij een nieuwe aanval voor, ondanks zij gewond is. Nauwelijks bij de muren aangekomen, kwam er een boodschapper van Karel die hen terug naar St.-Denis stuurde. Jeanne gehoorzaamde. Ze legde haar wapens op het altaar van de abdij St.-Denis, zoals ridders dat vaak deden. Waarschijnlijk zal ze nog wel een licht verwijt hebben gehad aan de koning.
De volgende dag, 29 september, vernieuwde Philips het verbond met Bedford en profiteerde ervan gedurende de wapenstand om ongehinderd door de Franse bezette gebieden te reizen.
Begin november trok Jeanne vanuit Bourges met Sire d’Albret naar Saint-le-Moustier aan de rechterkant van de Loire-oever, om deze stad te kunnen veroveren. Ook nu was ze in gevecht weer vooraan, met nog vijf krijgslieden – de anderen hadden zich teruggetrokken – was ze vlak bij de muren. D’Aulon, snelde naar haar toe hoewel hij gewond was en vroeg haar wat ze daar zo alleen deed. Zij antwoordde echter: “Ik ben niet alleen, maar 50.000 van mijn hemelse manschappen zijn bij mij.9 Daarop gaf zij bevel tot de algemene aanval en de stad werd ingenomen. Streng bewaakte ze de goederen van de bewoners, die in de kerk bewaard werden om plundering te voorkomen.
Op 9 november schreef Jeanne een brief aan de stad Riom met het verzoek geld, zwavel, buskruit etc. te zenden, om de oorlog te kunnen voortzetten. Dit was een heel vreemd verzoek omdat dergelijke verzoeken eigenlijk alleen gericht werden aan meer bevriende steden! Maar Karel hielp ondanks dit alles niet en het gevolg was dat de belegering van de stad La Charité aan het einde van de maand moest worden opgeheven.

De wapenstilstand met Bourgondië was van Kerst tot en met Pasen verlengd. Gelijk na de beëindiging van de wapenstilstand op 17 april 1430 viel Philips aan. Compiègne was in gevaar. Men vroeg Jeanne om hulp. Na een aantal tegenslagen bereikte Jeanne de stad Crespy op 23 mei. Daar had men vernomen dat de Bourgondiërs voor Compiègne stonden.
Jeanne trok daarom tegen de loop van de nacht met 3.000 à 4.000 man door de vijanden heen en zij kwam voor zonsopgang ongemerkt in Compiègne aan. Op dezelfde dag nog deed Jeanne een uitval met 5.000 à 6.000 man te voet en te paard. Ook waren er schepen op de Oise om hen te begeleiden bij een mogelijke terugtocht.
Jan van Luxemburg, die in Margny was, moest naar Clairoix trekken. Jeanne besloot hem daarom in het veld op te wachten, dit met de Engelsen in de rug. Die moesten worden tegengehouden van uit de stad door de Compiègners. Dit was een moeilijke taak en de achterhoede van Jeannes troepen merkte dit op en raakte in paniek omdat zij bang waren om te worden afgesneden. De kapitein van Compiègne liet, uit angst voor de Engelsen, de Engelsen de stad binnen, de brug ophalen zodat Jeanne met enkele anderen buiten voor de poort stond. Zo gebeurde het dus dat Jeanne d’Arc gevangen werd genomen!

1.5. Gevangen
Ze werd naar Beaurevoir gebracht waar zij ook in een kerker opgesloten werd. Enkele malen probeerde Jeanne te ontsnappen omdat zij Compiègne nog wilde helpen, maar deze ontsnappingen mislukten.
In november werd ze uitgeleverd aan de kerk. Dit gebeurde wel tegenover betaling van ongeveer 30.000 guldens. Ze werd naar Rouen gebracht waar ze in een kasteel werd opgesloten. De kerk zou deze aangelegenheid behandelen.

1.6. Proces
Tijdens het proces gingen de vragen meestal over uiterlijke omstandigheden, zoals geboorte, over de verschijningen van de heiligen, de stemmen als ingevingen van de duivel, of St. Catherina Engels sprak en vooral over het dragen van mannenkleren. Op de geraffineerde vraag, of de Engelen, die haar verschenen, naakt waren, antwoordde ze naïef: “Gelooft ge dan, dat onze Heer Jezus niets zou hebben om ze te kleden?” 10
Op 9 mei werd ze voor de folterwerktuigen geleid. De bisschop Cauchon wist het zo te leiden dat er pijniging plaats zou hebben als ze zou toegeven. Vrijwillig toegeven zou overtuigender zijn en het zou Karel, die in haar geloofd had, beter treffen. Maar om een bekentenis van haar los te peuteren was zonder succes.
Een hoogtepunt van de tactiek van Cauchon werd op 24 mei bereikt. Ze werd op een tribune geplaatst en Frère Guillaume Erard hield tegen haar en de menigte een preek over Joh. 15 vers 4; “Gelijk de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen wanneer zij aan den wijnstok blijft…” 11 Deze preek was echter in hoofdzaak tegen Karel VII gericht. Daarna begon Cauchon een lange uitspraak voor te lezen. Men zei haar nog eens de verschijningen af te zweren. Ja, er werd haar verzekerd dat ze in handen van de kerk – dus niet langer meer in een Engelse gevangenis – met een vrouw bij zich, naar de mis zou mogen gaan en het lichaam van Christus zou ontvangen en niet meer vastgeketend zou worden. Er werd haar zelfs beloofd dat ze weer op vrije voeten gesteld zou worden. Om deze redenen moest ze een formulier tekenen, dat al van te voren was opgesteld. Ze moest lange formule naspreken. Kort daarop kwam een Engelsman met een formulier, dat ze ook nog ondertekenen moest. Ze plaatste hier een kruis onder. Maar daar was hij niet tevreden mee en hield haar hand vast bij het ondertekenen. Jeanne werd weggeleid en deed werkelijk vrouwenkleren aan en ze hoopte nu tenminste in de kerkelijke en niet langer in de Engelse gevangenis opgesloten te worden en dat er vrouw zou komen om haar te helpen en haar bij te staan. Dit alles gebeurde niet!
De afzweringstekst moet een andere geweest zijn dan zij uitgesproken had. Veel langer en volgens getuigen begint de tekst ook anders. Gedurende de komedie heeft er een verwisseling van de stukken plaatst gevonden. 12
Gelijk de zondag erna deed ze haar mannenkleren weer aan, mede door deze reden. De bisschop die hierop gerekend had, bezocht haar daarom op. Ze werd op haar terugval opmerkzaam gemaakt, hetgeen nog erger was dan haar vroegere daden. Een van de eerste vragen die Cauchon haar stelde was of ze ook sinds de afgelopen donderdag de stemmen nog had gehoord. Jeanne antwoordde o.a. dat “God haar door de Heilige Catharina en Margaretha geboodschapt had van de smart die Hij had gehad door haar verraad, waarin ze zelf had toegestemd, door de afzwering en herroeping uit te spreken, slechts om haar leven te redden, en dat ze daarom vervloekt zou worden.” 13

1.7. Terechtstelling
Ongeveer om 9 uur in de morgen op 30 mei 1431 werd Jeanne op het plein Vieux-Marché gebracht. Nicholas Midi hield een preek over: “Indien één lid lijdt, lijden alle leden mede” (1 Kor. 12:6). 14 Daarna sprak bisschop Pierre Cauchon de sententie uit. Ze had zich aan ketterij, afgoderij, aanroeping van duivels schuldig gemaakt en zelfs “nadat ze deze zonden had afgezworen, was ze er toe teruggekeerd als een hond, die naar zijn eigen braaksel teruggaat” 15 Een dergelijk verdorven lid, moest van het lichaam der Kerk worden afgesneden. Ze werd aan de wereldlijke macht uitgeleverd, want de kerk zou een afschuw hebben aan bloedvergieten.
De Engelsen die vonden dat de hele geschiedenis nu al lang geduurd had, werden ongeduldig. Daarom namen de dienaren van de scherprechter haar mee en zetten haar de puntmuts op, waar al haar begane zonden op vermeld stonden.
Bij brandstapels stapelde men het hout zo ver op dat de rook de veroordeelde zo gauw mogelijk zo verstikken, maar bij Jeanne was het hout hiervoor té ver opgestapeld.
Ze hield het kruis in de handen, tegen haar borst gedrukt. Op haar verzoek haalde Isambard de La Pierre nog een crucifix uit een naburige kerk, dat hij vóór haar hield. Luid riep zij uit dat haar stemmen de waarheid hadden gesproken. Voor het laatst klonk nog “Jezus!” 16 en toen stierf Jeanne d’Arc!

2. HOE KEKEN ZIJ TEGEN JEANNE D'ARC AAN?

2.1. De kerk:
De Rooms-katholieke Kerk had in de tijd dat Jeanne leefde enorm veel invloed. De kerk zei wat goed en wat niet goed was. Dit werd ook gedaan met betrekking op de oorlog tussen de Fransen en de Engelsen. Wat de Rooms-katholieke kerk over de oorlog zei is het volgende: De oorlog werd niet afgekeurd, maar wel, dat af en toe de gedachte naar voren wordt gebracht dat in een oorlog christenen elkaar afslachten, terwijl zij beter de ongelovigen konden bestrijden.

“Et maintes gouttes du sang (furent) espandues, quy estoit grant horreur et pitié irreparable de ainsy veoir crestienneté desdtruire l’un l’autre.” 1

Het ligt dan ook voor de hand dat de Kerk herhaaldelijk de vrede of wapenstilstand tracht te bemiddelen. Verschillende pausen sturen afgezanten naar de strijdende partijen, de Fransen en de Engelsen, om te bemiddelen tussen deze twee. Op het Concilie van Bazel wordt over vrede tussen Engeland en Frankrijk gesproken. Gedurende het beleg van Rouaan, in 1418, neemt, in opdracht van Hendrik V, de aartsbisschop van Canterbury contact op met de geestelijken van de stad om op die manier tot onderhandelingen te komen. Soms hebben de bemoeiingen van de Kerk resultaat, zoals bijvoorbeeld in 1343, als tussen de koningen van Frankrijk en Engeland een wapenstilstand wordt gesloten die bemiddeld is door kardinalen van de Rooms-katholieke kerk.

“Pour la révérence de l’égalyse et à secourre au mauvais estat de chrestienneté” 2

Ondanks dat er een oorlog is, en de kerk tussen de twee strijdende partijen wil bemiddelen, blijft er ook aandacht voor het ondernemen van een kruistocht. In 1391, tijdens een wapenstilstand, vraagt Genua de Franse koning om hulp tegen de Turken in Tunis. De hertog van Bourbon brengt met zijn toestemming een leger van 1500 Franse ridders op de been, waarbij zich ook enige dappere Engelse ridders voegen. Gezamenlijk voeren deze bij Carthago een landingsoperatie uit. Ook Hendrik V schijnt zich met plannen om een kruistocht te ondernemen bezig gehouden te hebben. Op zijn sterfbed zegt hij de bedoeling gehad te hebben, om na de totstandkoming van de vrede in Frankrijk Jeruzalem te veroveren en de heilige tempel te herbouwen.

Om even naar Jeanne terug te gaan, ook zij roept de Fransen, maar ook de Engelsen op, om na zich te hebben verzoend, gezamenlijk een kruistocht te ondernemen.
Het oorlog voeren en het sluiten van vrede, wordt op deze wijze gestimuleerd. Men wilde dat men zich in zou zetten voor de dienst van de kerk, en dus op die manier voor God. Dat men de vijanden van het christendom zou bestrijden.

Nu blijft er nog een vraag over: Heeft de kerk ook invloed gehad op het oorlog voeren? Het christendom stelt de dwingende eis van naastenliefde, heeft ook dat invloed gehad? Het eerste wat belangrijk is om te weten, is welke gevoelens er speelden in de oorlog en hoe diep deze gevoelens gingen. Hoe groot was de vijandschap? Dat men de Engelsen steeds aanduidt met:

“les anciens ennemis du royaume” 3

zegt weinig. Deze aanduiding kan als een cliché worden beschouwd. Maar de volgende beschrijving die bij de slag bij Mont-Epiloy in 1429 wordt gegeven zegt meer.

“Esquels jours ycelles parties etoient en grand hayne les ngs contre les autres, et n’estoit homme, de quelque estat qu’il fust, qui fus pris à finance, ains mettoient tout à mart sans pitié ni miséricorde, qu’ils povoient attaindre l’un de l’autre.” 4

Het zijn nu vooral de ridders die, door het toepassen van de ridderlijke spelregels, de plicht hebben de oorlog zijn primitief karakter te ontnemen, omdat er ridderlijke opvattingen zijn ontstaan onder de invloed van de Rooms-katholieke kerk en de christelijke moraal. We kunnen hier dus spreken van invloed van de Rooms-katholieke kerk om de wijze van oorlogsvoering. Ook kunnen we ons afvragen hoe men toen de krijgsgevangenen behandelden. Hierop kunnen wij antwoorden, dat dit gewoon ronduit onmenselijk was, niets christelijks of menselijks was hier in te vinden. Soms werden deze gevangenen met honderden tegelijk op gehangen of verdronken. We kunnen hiervan eigenlijk niet zeggen dat de kerk invloed had op het behandelen van krijgsgevangen.

In het dagelijks leven moesten mensen hard werken, de meeste mensen gingen wel naar de mis, en sloegen vaak een kruis, ze brachten een offer als het eens tegen zat, maar daar hield het eigenlijk wel mee op.
Mensen moesten hard werken om genoeg brood op de plank te krijgen en om zichzelf en hun gezin in leven te houden. Men had niet echt het idee, dat God ook heel dichtbij hun kon zijn, Hij was heilig, ze mochten alleen tot Hem bidden doormiddel van Maria, deze heilige en God stonden heel ver van hun af.

Ook willen wij nog kort even behandelen hoe de kerk tegen Jeanne aankeek. Wat dacht de rooms-katholieke kerk van haar? Veel mensen in de Rooms-katholieke kerk dachten dat zij een heks was. Zij geloofden niet dat er heiligen aan haar verschenen. Men vond het al helemaal niet geoorloofd dat Jeanne in mannenkleding liep! De kerk heeft, zoals u ook heeft kunnen lezen, bij haar gevangenneming een grote rol gespeeld in het oordeel. Later is de Rooms-katholieke kerk anders tegen haar aan gaan kijken. Zij hebben haar zelfs heilig verklaard. Zij geloven nu wel dat zij stemmen te horen heeft gehad en dat zij verschillende heiligen heeft gezien. Zij is nu een heilige met een eigen heiligedag in de Rooms-katholieke kerk.

2.2. De Engelsen
In de tijd van Jeanne wordt een groot deel van Frankrijk overheerst door Engeland. De inwoners van het land reageerden daar heel verschillend op. In elke oorlog zien we dat, er zijn altijd mensen die zich heftig verzetten, maar er zijn ook mensen die meewerken, collaboreren, met de vijand. Dat zien wij dus ook in Frankrijk voorkomen.

De positie van de Engelse koning in het bezette gedeelte van Frankrijk was in de eerste plaats die van veroveraar. Daarbij dacht hij dat en ook beweerde hij dat hij de wettige vorst van Frankrijk was, zeker na de dood van Karel Vl in 1422, maar ook al voor dat jaar. De Engelse koningen noemen zich dan ook

“roi de France et d’Angleterre” 5

Vanaf het eerste moment is de Honderdjarige Oorlog ook een strijd om de Franse troon.

Hoe zagen nu de bewoners van het bezette deel van Frankrijk de Engelse koning? Beschouwden ze hem als hun heer, die recht had op gehoorzaamheid, of als hun onderdrukker, tegen wie men in verzet behoorde te komen? Een duidelijk afdoend antwoord op deze vraag is er niet. Het is waarschijnlijk zo dat de meeste mensen in het bezette gedeelte tevreden waren en zich goed in de situatie konden schikken, er was heel weinig openbaar verzet.
Door de afgeslotenheid waarin men leefde moest de hoop op verandering sneller verdwijnen, zodat men eerder geneigd was zich bij het gebeurde neer te leggen. Een overwinnaar (in dit geval de Engelse koning) wordt al gauw beschouwd als door God gezonden, daarom heeft men de plicht hem te gehoorzamen. Men erkent hem dus als de nieuw heer, al blijft er verwarring over wat de positie is van de Engelse koning in het Franse land.
Het eerst dat de overwinnaar eiste was de erkenning van het Engelse gezag. De Engelse koning beschouwde in ieder gebied dat onder zijn gezag was gekomen, de bewoners als zijn onderdanen en wenste dat dezen hem gehoorzaamden en trouw waren. Om zich van hun gehoorzaamheid en trouw te verzekeren eiste hij meestal het afleggen van een eed. Alle mensen moesten zich onderwerpen aan de Engelse heerschappij, deed men dat niet dan werd men gedood. Men moest een zichtbaar teken dragen dat men zich onderworpen had aan de Engelsen, dit teken was: een rood kruis. Zelfs de Bourgondiërs, een zeer opstandig en wreed volk in Frankrijk schijnen “ la rouge croix des Anglois”, het rode kruis te hebben aangenomen!
Opstandelingen droegen als protest witte kruizen6.
Zoals wij het hier beschreven hebben, leek het in het gebied allemaal heel rustig, zonder oproeren en opstanden, de partijen konden redelijk met elkaar overweg.
Maar de honderd jarige oorlog duurde lang en in deze tijd kon natuurlijk ook wel het een en ander veranderen.
Niet altijd waren de contacten tussen het Franse bestuur en het Engelse bestuur goed!
Met name in de tijd van Jeanne waren de mensen bang voor de Engelsen. Zij vroegen hoge pachtsommen van de boerderijen en de boeren waren heel arm. Ook lagen de twee verschillende besturen vaak met elkaar overhoop. Men moest de steden terug veroveren van de Engelsen, en dit ging natuurlijk niet op een al te vriendschappelijke manier. In deze tijd zijn de Engelsen echte wrede onderdrukkers en drukken ze een zwaar stempel op het allerdaagse leven.

De vraag is nu: Hoe keken de Engelsen tegen Jeanne aan? Zoals je wel kunt begrijpen waren de Engelsen niet blij met Jeanne. Zij bracht een heel leger op de been en wist zelfs overwinningen te behalen. De Engelsen zagen haar als een grote vijand, die het Franse volk ophitste en het nationale besef versterkte. Zij moest zo snel mogelijk gevangen genomen, veroordeeld en gedood worden.

2.3. De Fransen
Welk beeld geven de bronnen te zien met betrekking tot het nationaal besef in Frankrijk tijdens de Honderdjarige Oorlog? In de eerste plaats is het zo dat er geen werkelijke eenheid is in het koninkrijk. We hebben drie grote eenheden in Frankrijk, namelijk: Vlaanderen, Bretagne en Guyenne. Vlaanderen in het uiterste noorden van het koninkrijk, heeft politiek grote zelfstandigheid, economisch bijzondere belangen, en een bevolking die, uitgezonderd adel en patriciaat, wat taal en aard betreft een geheel eigen karakter heeft. Vlaanderen vaart een eigen politieke koers, volkomen in strijd met de belangen van koninkrijk Frankrijk.
Bretagne is een hertogdom in het koninkrijk Frankrijk, het ligt iets minder centraal als Vlaanderen, maar verder lijkt het heel veel op Vlaanderen. Maar dit hertogdom kiest toch voor Frankrijk en niet voor Engeland, in tegen stelling tot Vlaanderen, waar een minderheid kiest voor het koninkrijk Frankrijk.
Guyenne neemt een bijzondere plaats in in het koninkrijk Frankrijk. Guyenne is economisch zeer op Engeland georiënteerd, net zoals Vlaanderen en tijdens de honderd jarige oorlog neemt Guyenne een zelfstandige plaats in in het koninkrijk van Engeland. De mensen die hier woonden voelden zich beter, verheven boven alle andere mensen in Frankrijk.

Het nationaal besef neemt tijdens de honderd jarige oorlog flink toe! De eenheid van het koninkrijk wordt aan de ene kant ernstig verstoord, door de aanvallen en veroveringen van de Engelsen, aan de andere kant groeit het besef bij de bewoners bij elkaar te behoren. Door velen worden de Engelsen als een, het koninkrijk Frankrijk bedreigend, vreemd element beschouwd:

“estrangier et privé partour
Nuiront au pourpris á ce tour
Plus c’oncques á nul jour du monde;
Car panolois entrent en l’onde
Par ung matin cler et serin” 7

Maar veel opstand en verzet is niet aanwezig uit zich zelf, er moet echt een flinke leider opstaan, die een hele groep mensen weet te bewegen dat zij moeten vechten voor het vaderland.
En degene die opstaat is natuurlijk Jeanne d’Arc, zij krijgt het voor elkaar dat een hele groep mannen gaat vechten voor Frankrijk en voor haar.

Hoe de Fransen tegen Jeanne aankeken is heel verschillend. De lagere bevolkingklasse was helemaal weg van haar, zij trokken met haar ten strijde. Zij geloofden in haar idealen en zij vertrouwden op haar. Zij was hun aanvoerster en leidster. De rijken, voornamelijk de kooplieden keken heel anders tegen Jeanne aan, zij vonden Jeanne een ophitsster, die iedereen mee trok en die alleen maar voor oorlog zorgde. Dit was niet bevorderlijk voor de handel. Zij geloofden niet in haar idealen en vertrouwden haar niet.

2.4. De middeleeuwen:
We hebben een apart hoofdstukje gemaakt over de middeleeuwen, de tijd waarin Jeanne leefde. Hierin zullen we in het kort behandelen hoe het ridderwezen was en welke plaats dat in nam in de samenleving.

De kerk en het ridderwezen waren nauw met elkaar verbonden, omdat het ridderwezen een christelijk karakter had en christelijke elementen had, had het een sterke band met de kerk. Voor een deel is dan ook het ridderwezen internationaal, doordat de kerk dit is. Het was overigens niet alleen de onder de ridders van alle landen bestaande code ten opzichte van denkwijze en manier van leven, die het ridderwezen zijn internationaal karakter gaf, dit was mede het gevolg van het concrete internationale contact tussen de ridders van Europa onderling. Familierelaties, toernooien en vooral oorlogen. Niet alleen tegen de Mohammedanen en heidense Pruisen, boden voortdurend mogelijkheden tot meer dan oppervlakkige omgang tussen de ridders van de meest verschillende landen.

Al viel dus zeker niet iedere veldslag in de honderdjarige oorlog in een aantal tweegevechten uiteen, toch was er voor iedere Franse ridder in de strijd tegen de Engelsen voldoende gelegenheid tot het leveren van een persoonlijke prestatie.

Het sluiten van een wapenstilstand betekende voor de overeengekomen periode geen absoluut einde van de strijd. Talloos zijn de keren dat een wapenstilstand werd geschonden, maar ook met inachtneming van de overeenkomst kon de strijd, op een ander plan weliswaar, worden voortgezet. Na de wapenstilstand van 1353 vindt in Dinant een toernooi plaats, waarop de Franse en de Engelse ridders tegen elkaar in het strijdperk treden. Er is daar enorm gestreden want een ridder verloor zelfs het leven. Verder kunnen we nog veel meer voorbeelden geven van gevechten waarin ridders een belangrijke rol speelden8.

Dat de Fransen, vooral in de eerste helft van de honderdjarige oorlog, de strijd tegen de Engelsen volgens de ridderlijke regels voerden is voldoende bekend. Het aanbieden van de slag, het opgeven van een gunstige positie om slag te kunnen leveren, het handhaven van de ridderlegers met slechts een kleine afdeling boogschutters, het volgen van de regels van het toernooi tijdens het gevecht, het heeft de Fransen nederlaag op nederlaag bezorgd. De duurgekochte ridderlijkheid van Jan de Goede voor en tijdens de slag bij Poitiers is al snel tot een klassiek voorbeeld geworden van een dergelijke ridderlijke instelling, een instelling die in de tijd zelf algemenere waardering vond dan bij de mensen die nu leven. De vijand werd, met de nodige uitzonderingen op de regel, als eerlijke tegenstander gewaardeerd. In de slag gevangengenomen, wordt de ridder veelal tegen losgeld vrijgelaten.

Ooi het in acht nemen van de ridderlijke omgangsvormen, was niet alleen verplicht tegenover de ridders van de eigen partij, maar ook de vijand had er recht op. De vijand wist waar hij aan toe was.

Ook willen we nog iets zeggen over de onderlinge verhoudingen van de Fransen en Engelse ridders.
In het algemeen zal de verhouding tussen Engelse en Franse ridders die als krijgsgevangenen naar Engeland waren gekomen, vriendschappelijk genoemd mogen worden. Daarnaast moet ongetwijfeld het standsbesef dat de Franse en de Engelse ridders een zeker solidariteitsgevoel hebben gegeven tegenover de lagere standen.

3. HOE KEEK MEN TEGEN JEANNE AAN VANAF HAAR DOOD TOT AAN DE EERSTE WERELDOORLOG?

Renaissance:
Ruim 25 jaar na de dood van Jeanne d’Arc werd haar naam gezuiverd, en daarna bleef het lang stil rond de geharnaste herderin.
Aan het einde van de 18e eeuw werd Jeanne d’Arc een figuur die een rol speelde tussen de strijd van het Rationalisme en de Romantiek. Voltaire publiceerde in 1762 een stuk waarin hij de hele legende, die draaide om Jeanne d’Arc, naar het rijk der fabelen verwees. In tegenstelling tot Voltaire, presenteerde Friedrich Schiller in 1801 een romantisch toneelstuk, dat de naam had: die Jungfrau von Orleans, waarin Jeanne de hoofdrol speelde als tragische heldin.

Franse revolutie:
Deze strijd was al gauw over, maar hierop volgde de Franse Revolutie. De Franse revolutie was in 1789 en deze rekende genadeloos af met alles wat met koning en kerk te maken had. Ook de feesten die jaarlijks ter ere van Jeanne in Orléans werden gehouden, werden verboden en afgeschaft.
Nu werd Jeanne d’Arc het symbool voor de rechtse tegenstanders van de revolutie. Deze tegenstanders worden ook wel de ‘Mariannes’ van de republiek genoemd. Zij waren vrouwen, die, in navolging van Jeanne d’Arc, het Franse koningshuis trouw bleven.

Napoleon:
Napoleon verhief La Pucelle, dus Jeanne d’Arc, weer tot een symbool van alle Fransen. In 1803 herstelde hij haar feestdag in Orléans. Men liet Jeanne d’Arc nu optreden als de redder van het moraal.

Negentiende eeuw:
De hele negentiende eeuw speelde Jeanne d’Arc een rol in de Franse nationale droom. Wel werd er benadrukt, door onder andere Jules Nichelet, een historici, dat ze was veroordeeld en verbrand door de kerkelijke rechtbank. Jeanne d’Arc bleef een heilige, maar dan in dienst van een onkerkelijke staatsreligie.

Eerste wereldoorlog
Het uitbreken van de eerste wereldoorlog redde haar status als leidster en verzoenster van alle Fransen. Vandaar dat de kerk van Rome het in 1920 aandurfde, de maagd van Orléans heilig te verklaren.

Wellicht groeide ze geleidelijk in haar rol van de eigenzinnige krijgsvrouw doordat haar fantasie werd gevoed door haar geloof dat haar omgeving aan haar hechte. Misschien was ze ook van begin af aan niets anders dan een mascotte en heeft Karel de 7e haar net zo misbruikt als later het Front National. Niemand zal ooit weten wat er werkelijk omging in Jeanne d’Arc.

4. HOE KEKEN DE FEMINISTEN TEGEN JEANNE AAN?

In dit gedeelte willen wij kijken hoe de feministen tegen Jeanne aankeken en aankijken. Ook willen wij de verschillen tussen Jeanne en de feministen onder woorden brengen.

Eerst willen we beginnen met de verschillen tussen de feministen en Jeanne d’Arc. Hier kunnen we een aantal belangrijke verschillen ontdekken.
Ten eerste, de feministen komen op voor de vrouw en de rechten van de vrouw. Bij hen speelt de vrouw een hele belangrijke rol, hier draait alles om. Bij Jeanne d’Arc is dat absoluut niet het geval. Zij had een hemelse opdracht te volvoeren: 1.Zij wilde Orleans bevrijden 2. De koning wilde gekroond worden in Reims en 3. Zij wilde de hertog Karel van Orleans bevrijden uit zijn gevangenschap. Jeanne d’Arc werkte aan deze hemelse opdracht. Hier speelden vrouwen helemaal geen rol. Ook kwam zij niet op voor de rechten van een vrouw. Nee, ze kwam zelfs niet voor haar zelf op, haar aandacht was gericht op andere personen, onder andere op de Dauphin (dit was een man).

Hier zien we dus al heel duidelijk het grootste verschil, de vrouw staat centraal bij de feministen en bij Jeanne draaide het duidelijk om haar hemelse opdracht en haar geloof.
Ten tweede, ook komt hierbij dat de tijd toen heel anders was. De vrouw was onder de man gesteld. Men wist niet beter of de vrouw moest zich onderwerpen aan de man. Daarom was het ook heel bijzonder dat Jeanne, een vrouw, een man ging helpen en dat zij dus blijkbaar van God de opdracht heeft gekregen dat zij moest zorgdragen voor de kroning.

Aan de andere kant willen wij bekijken hoe de feministen tegen Jeanne aankeken en aankijken.

Jeanne d’Arc was en is een vrouw die veel heeft weten te bereiken, wat dat betreft hebben de feministen enorm respect voor haar. Zij kwam op voor andere mensen in de samenleving. Zij was dapper en deinsde nergens voor terug. Zij wist haar doel te bereiken, en ging door tot het einde!

Hier aan kunnen de feministen een voorbeeld nemen, een vrouw die niet bang is om ondergesneeuwd te worden door mannen of door een man.
Zoals we ook al gezien hebben in hoofdstuk 3, waar wij behandeld hebben hoe men tegen Jeanne aan keek vanaf haar dood tot aan de eerste wereldoorlog, hebben we gezien dat tijdens de Franse revolutie Jeanne d’Arc het symbool was voor de rechtse tegenstanders. Of wel de Mariannes van de Republiek. Zij bleven in navolging van Jeanne het koningshuis trouw, en deinsde ook niet terug voor mannen en wisten hun doel te bereiken.

Er bestaat een schilderij, wat de titel draagt: de vrijheid die het volk leidt van Delacroix. Dat heeft ook met deze ‘Mariannes’ van de Republiek te maken, deze Marianne is ook een symbool voor de Feministen (zie plaatje).

De idealen van beide partijen zijn, zoals we gezien hebben, heel verschillend. Toch zijn er ook overeenkomsten als je kijkt naar een aantal dingen zoals: ze zetten allebei door, ze gaan tot het einde, deinzen voor niets terug, komen voor hun standpunten op en geven duidelijk hun mening over hun idealen.

5. SPEELT JEANNE D'ARC NU, ANNO 2004, NOG EEN BELANGRIJKE ROL?

In dit stukje willen wij vertellen of Jeanne d’Arc nu nog steeds een belangrijke rol speelt of niet. Om een antwoord op deze vraag te krijgen, hadden wij verschillende informatie nodig! We konden kiezen hoe wij onze informatie voor dit onderwerp gingen verzamelen, we konden een enquête houden onder de bevolking in bijvoorbeeld onze woonplaats. We konden kijken of andere mensen er al onderzoek naar hadden gedaan en er was nog een mogelijkheid en dat was een aantal vragen aan bekende stellen, en hieruit onze eigen conclusies trekken. We hebben voor het laatste gekozen.

We hebben aan een aantal bekenden gevraagd of zij wisten wie Jeanne d’Arc was? Op deze vraag werd meestal ontkennend gereageerd. Jeanne speelt in deze tijd dus niet meer zo zouden wij hieruit kunnen concluderen. Sommige mensen wisten het wel. Dat kwam dan doordat zij een film of een boek over haar hadden gelezen. Zij wisten dan ook meestal wel te vertellen wat zij voor werk gedaan had. Maar de details wist niemand, niemand kon haar volledige missie uitleggen. De conclusie die wij hieruit trokken is: onder de bevolking in Nederland speelt een persoon als Jeanne d’Arc geen belangrijke rol. Alleen in de Rooms katholieke kerk speelt zij nog een rol. Dit komt omdat zij heilig is verklaard en mensen dus ook tot haar bidden.

We kunnen het ook van een andere kant bekijken, als wij kijken hoeveel boeken en films er over haar geschreven en gemaakt zijn, kunnen wij zeggen dat ze zeker wel een belangrijke rol speelt in deze samenleving. Schrijvers en regisseurs gebruiken Jeanne d’Arc als inspiratiebron. Jeanne’s verhaal wordt grondig bestudeerd en uitgespit. Mensen vinden haar verhaal tragisch en tegelijkertijd vinden zij dat het vol sensatie zit.

Als wij zouden vragen aan mensen of leerlingen die in Frankrijk wonen, of zij weten wie Jeanne d’Arc was, zullen zij positief gereageerd hebben. Dat komt omdat Jeanne d’Arc een nationale heldin is, met een eigen feestdag. Zij heeft veel betekend voor het Franse volk en zij zullen haar niet zomaar vergeten.

CONCLUSIE

We zijn alweer aan het einde gekomen van ons profielwerkstuk. Voor ons doen is de tijd gevlogen, omdat we er zo in verdiept waren! Nu we dan zover gekomen zijn, gaan we aan onze conclusie beginnen.

We zullen hieronder proberen een antwoord te geven op onze hoofdvraag “Hoe keek men in de loop der tijd tegen Jeanne aan?”:
Er is verschillend tegen Jeanne d’Arc aangekeken. Dit begon al in de tijd waarin zij leefde. Vele Franse burgers beschouwden Jeanne d’Arc als een heldin, terwijl de kerk en de Engelsen, en de andere tegenstanders van Frankrijk, haar niet uit konden staan. Zij is dan ook, mede door de kerk en de Engelsen, om het leven gebracht.
25 jaar na haar dood, is zij vrijgesproken van de aanklacht die tegen haar gericht was. Maar dat wil nog niet zeggen dat de kerk in haar missie geloofde. Ze bleven haar, ondanks dat, misschien toch nog een ongeloofwaardig en vreemd meisje vinden.
Ondanks dit alles is er toch een nationale feestdag ter ere van haar en de bevrijding van Orleans opgericht. Ook is er een standbeeld ter ere van haar opgericht.
Deze feestdag hield stand tot en met de Franse revolutie. De Franse revolutie was tegen het koningshuis en tegen de kerk gericht en zodoende werd Jeanne d’Arc dus ook afgekeurd. Zij was immers juist voor het koningshuis, en ook was zij een aanhangster van de kerk. Dat zij ook geholpen heeft aan de bevrijding wordt niet opgemerkt, nee, dat laten ze maar achterwege. Daarmee was het afgelopen met het jaarlijkse feest ter ere van haar.
Maar in 1803 wordt de feestdag toch weer in ere hersteld door Napoleon. Hij liet haar optreden als de redder van het moraal.
In de 19e eeuw speelde Jeanne d’Arc een belangrijke rol in de Franse nationale droom. Dit werd weer teniet gedaan door de socialisten; zij maakten haar belachelijk.
Het is weer een tijdje stil rond Jeanne d’Arc, maar als daar de eerste wereldoorlog is, komt zij weer als een nationale heldin te voorschijn. Deze eerste wereldoorlog redde haar status als leidster en verzoenster van alle Fransen. De Rooms-katholieke kerk verklaarde mede hierdoor haar heilig in 1920.

Als wij kijken naar de feministen en de invloed die zij daarop heeft gehad, kunnen wij daaruit de conclusie trekken dat, dat nog het enige is wat ons aan haar herinnerd. Zij was erg geëmancipeerd, ook vond zij dat er geen beroepen waren voor mannen en vrouwen. Waarom zou een meisje niet kunnen vechten? Veel dingen aan haar vinden wij wel positief, maar in hoever wij alles moeten geloven, weten wij niet. Wij geloven niet dat Jeanne echte visioenen heeft gehad en dat God tot haar kwam in gezichten. Zij was in werkelijkheid helemaal niet zo’n bijzonder meisje. Ze had alleen een sterke eigen wil, en had een leidinggevend karakter. Wij hebben echt bewondering voor haar als wij zien, dat zij zoveel mannen wist te bewegen om mee te vechten en dat zij hun ook nog eens leiding kon geven!

De invloed van Jeanne d’Arc in deze tijd is niet bijzonder groot, veel mensen weten niet eens meer wie zij is en was. Ook weten zijn niet eens wat zij gedaan heeft. In Frankrijk zelf is dat natuurlijk heel anders, daar is zij een nationale heldin. Ook mensen in de Rooms-katholieke kerk weten misschien eerder wie zij is en was. Zij is namelijk, zoals wij al geschreven hebben, heilig verklaard.

Nog even in het kort:
Men heeft in de loop der tijd dus heel verschillend tegen haar aangekeken. Aan de ene kant heeft zij veel bewondering geoogst terwijl ze aan de andere kant veelal door het slijk is gehaald. Men paste en past nu nog steeds Jeanne d’Arc toe in hun eigen idealen. Daardoor wordt er in Jeanne’s innerlijk lustig gewroet.

BRONVERMELDING

De volgende bronnen hebben wij gebruikt:
1. ‘Jeanne d’Arc haar leven/wezen/betekenis’
geschreven door Ludovicus Mirandolle
2. ‘Jeanne Darc in het licht van de kritiek’
geschreven door Max Lampaert
3. ‘De Engelse partij in het koninkrijk Frankrijk gedurende de honderdjarige oorlog’
geschreven door Henk Aleid van Vessem
4. Internet: www.google.nl
www.stjoan-center.com
www.yahoo.nl
www.synccp.nl
5. gemaild naar: p.hilferink@hccnet.nl
geschiedenis@2link.be
redactie@historicasa.nl
URL:@samenvattingen.nl
womens.studies@max.kun.nl
c.krops@maw.kun.nl

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Hee!

goed werkstuk! Wat heb je ervoor gekregen?

Groetjes

14 jaar geleden

E.

E.

Hooi,
Ik ben ook bezig met een werkstuk over Jeanne D'Arc. Dankzij jouw werkstuk ben ik een stuk veder!

TNX!

Elvie

11 jaar geleden

A.

A.

`mijn zusje heet ook jeanne grappig
superleuk boek!!

11 jaar geleden

L.

L.

wij zijn tweelingbroers en we moesten allebei een werkstuk maken samen, door dit zijn we en stuk verder, dankje

10 jaar geleden

K.

K.

Ik ken ook een Liam en Owen die broertjes zijn, maar die zijn wel cool en Pien niet

7 jaar geleden

A.

A.

dankje ik heb er heel veel aan nu ik mijn werkstuk over deze vrouw doe en ik zit nogmaar in groep 8

9 jaar geleden

S.

S.

slecht

8 jaar geleden

Marc

Marc

Super bedankt, bevat veel en goede details.
Vraagje, weet je nog een hoofdvraag die van meer ingaat op het leven van Jeanne?

7 jaar geleden