Brunelleschi & Florence

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 4327 woorden
  • 25 november 2001
  • 101 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 101 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
Wie was Filippo Brunelleschi ?

Filippo Brunelleschi was de eerste renaissance architect en een van de grootsten. Zijn hoofdwerken staan in Florence. Brunelleschi ’s echte naam is Pippo di Ser Brunellesco maar hij is beroemd onder de naam Filippo Brunelleschi. Brunelleschi werd in 1317 als zoon van een notaris in Florence geboren. In Florence volgde hij een opleiding tot goudsmid. Hij behoorde tot het gilde van de zijdewevers , waar het gilde van de goudsmeden zich bij had aangesloten. Hoewel hij uit een welvarende familie kwam, moest hij blijkbaar toch zijn geld verdienen. Van zijn hand uit die tijd zijn slechts enkele weken in brons bewaard gebleven, namelijk die van het Jakobus altaar in Pistoris (1399) en het reliëf van het offeren van Izak, waarmee hij in 1402 de wedstrijd , om de uitvoering van de deur van het noordportaal van het Battisterio ( Babtisterium), verloor van zijn concurrent Lorenzo Ghiberti. Daarbuiten getuigt alleen het houten kruisbeeld (curifix) in de Santa Maria Novella , dat volgens Vasari gemaakt is voor een wedstrijd onder kunstenaars met o.a. Donatello, van zijn enorme talent als beeldhouwer.

Vasari heeft zijn bekendheid vooral te danken aan levensbeschrijvingen van de beroemdste schilders, beeldhouwers en architecten ( 1550- 1568). Deze levensbeschrijvingen , genaamd ’De Levens ’ worden gezien als het belangrijkste standaard werk in de Italiaanse kunstgeschiedenis. Bij Vasari ’s belangrijkste architectonische projecten behoort de Uffizi in Florence.


In het kader van zijn grondige opleiding legde Brunelleschi zich met onuitputtelijk enthousiasme toe op het bestuderen van uiteenlopende wiskundige en bouwkundige theorieën. Tijdens een rondreis met Donatello schetste hij onophoudelijk de monumenten uit de Klassieke Oudheid.” Geen plek binnen of buiten Rome liet hij onbezocht,niets van wat goed en te bereiken was bleef onopgemerkt “aldus Vasari. In 1415 – 1420 verbaasde hij zijn tijdgenoten in Florence met de eerste wiskundige uiteenzetting van de wetmatigheden van de weergave van het centraal perspectief. Aan de hand van twee borden waarop het Battisterio de Piazza della Signoria ( Pallazzo Vecchio) en enkele stralen waren geschilderd, die jammer genoeg verloren zijn gegaan. Hij liet zien hoe men driedimensionale voorwerpen op een beeldvlak tweedimensionaal kon weergeven. Met deze op de wetten van de optica en meetkunde gebaseerde vondst verrijkte hij de kunst met een van de belangrijkste vernieuwingen. Het hoogte punt in de architectuur van Brunelleschi is de domkoepel van Florence. Een speciale commissie koos Brunelleschi uit talloze mededingers om de domkoepel van Florence uit te voeren. Dit verliep als volgt ; Bij een vergadering van de Opera del Duomo waarbij men hem over zijn ontwerp wilde ondervragen , haalde Brunelleschi een ei tevoorschijn en zei dat alleen hij het rechtop kom laten staan. Toen de overige commissieleden toegaven dat zij het niet konden, zette hij het met een klap neer – het was kapot maar bleef staan.’Ja , dat kunnen wij ook,’zeiden de ze. ’En dat zouden jullie ook zeggen als ik verklapte hoe ik de koepel wil maken ,’ was Brunelleschi’s antwoord.

Had Brunelleschi leerlingen of medewerkers en wie gebruikten Brunelleschi’s werk als voorbeeld ?

Twee leerlingen van Brunelleschi zijn Antonio de Manetti en Andrea di Lazaro Cavalcanti. Cavalcanti, beter bekend onder zijn bijnaam Buggiano, heeft het gedenkteken op Brunelleschi’s graf gemaakt, een Tonde met de buste van Brunelleschi. De inscriptie op het gedenkteken is van Barlo Marsuppini . In het grafschrift van Carlo Marsuppini wordt hij geprezen als divino ingenio, een goddelijke scheppingsgeest. Cavalcanti was niet alleeen een leerling van Brunelleschi maar hij was ook de adoptief zoon van Brunelleschi. Over de andere leerling Antonio di Manetti valt net als over Cavalcanti zeer weinig te melden. Antonio di Manetti heeft samen met Andrea di Lazzaro de sacristiekasten met intarsia als ook het
Fries met putti die een guirlande dragen gemaakt in de Dom Santa Maria Del Fiore (1435). Over de medewerker die wel verward wordt met Antonio di Manetti,omdat hun namen vrijwel gelijk waren, valt wel veel te melden. De naam van de medewerker was Antonio Manetti. ( Alleen het woordje di ontbreekt). Tot zijn bekendste werk hoort De Cappella del Cardinale del Porbagallo, een renaissance meesterwerk in het kukerscrip van de Santa Miniato al Monte. Aan de Cappella del Cardinale del Portogallo is in 1460 begonnen en in 1468 was de Cappella voltooid. Hij is dus voltooid 14 jaar na de dood van Brunelleschi. In 1462 is de is de kruisgang van de Biblioteca Mediceo-Laurenziana gebouwd in de San Lorenzo door Manetti. De koepel van de San Lorenzo die gebouwd is door Buontalenti is naar alle waarschijnlijkheid niet volgens Brunelleschi’s plannen gebouwd, maar de koepel is zeker afgeleid van de koepel van de Dom Santa Maria del Fiore. Na de dood van Brunelleschi werd de koepel gebouwd onder leiding van Manetti omdat hij veel meer wist over de bouw van de koepel dan Buontalenti. Manetti was de medewerker van Brunelleschi toen hij nog leefde en de eerste biograaf van Brunelleschi.
Andere leerlingen van hem waren Domenico dal Lago di Lugano , Geremia da Cremona , die bijzonder goed in brons werkte , en een Zuid-Slaviër die veel dingen in Venetië maakte; Simone , die voor het apothekersgilde de Madonna in de Orsanmichele maakte , en die stierf te Vicovaro , waar hij bezig was aan een groot werk voor de graaf van Tagliacozzo; de Florntijn Niccolò , die in 1461 te Ferrara een bronzen paard voor hertog Borso vervaardigde samen met Antonio. En nog vele anderen waren leerling van Brunelleschi , het zou te ver voeren hen allen apart te vermelden.

Welke invloed had de Renaissance in Italië?

De burgers werden steeds belangrijker in de samenleving in de middeleeuwen. Alles draaide om God, dus elke handeling die je deed had met God en met de kerk te maken. Je leefde dus als het ware naar de dood.

Tegen de veertiende eeuw kregen de geleerde belangstelling voor kunst en teksten uit de klassieke oudheid. Ze begonnen zelf nieuwe ideeën te onderzoeken en trokken zich minder aan van wat de kerk hen te vertellen had. De herontdekking van de klassieke wetenschap en de nieuwe manier van denken heet “de renaissance” .

In Italië heeft de gotiek, de overwinning op het aardse bestaan, als bouwstijl tussen de Romaanse en de Renaissancebouwkunst niet zo’n grote rol speelt. De Italiaanse gotische architectuur liep al en stuk vooruit op de volgende bouwstijl en word daarom ook de proto
– renaissance genoemd. In de loop van de veertiende eeuw ontstond het humanisme (dat zijn belangrijke geleerden uit de renaissance die het individu belangrijk vonden). Dit had tot gevolg dat er op natuurwetenschappelijk gebied niet langer de kerkelijke
leer maar het verstand en de waarnemingen golden. Dit werd als einde van het geloof beschouwd en de burgers kregen nu ook wat meer in te brengen.

In het renaissance tijdperk kwamen ook een heleboel andere veranderingen op gang zoals: het ontstaan van democratie, mensenrechten, de moderne wetenschap, techniek, het zoveel mogelijk winst maken op dingen en de opvatting dat bouwen een kunst is. De mensen geloofden ook dat de eenheid en de schoonheid in de kunst tot stand kwamen door het opstellen van vaste regels. Dit leidde ook tot nieuwe aandacht voor de Griekse cultuur. De mensen gingen Grieks en Latijns leren, dit waren eigenlijk alleen talen voor de geestelijken. De mensen gingen ook antieke geschriften vertalen en bestuderen nu ze de Griekse en Latijnse taal beheersten.

Voor de bouwkunst betekende de renaissance niet echt wedergeboorte van de klassieke oudheid in de zin van precieze nabootsing en van de klassieke oudheid, maar ook de klassieke denkwijze en het klassieke wereldbeeld veranderden.

Florence is eigenlijk zo’n beetje de beginplaats van de renaissance. In Florence begon zo’n beetje alles. De welvarende en kritische republiek was door de handel uitgegroeid tot de belangrijkste stad van Europa. De Pazzi’s, de Medici’s en de Petti’s (de belangrijkste adellijke families) steunden alle belangrijke initiatieven van de stad. Ze wilden laten zien dat zij net zo rijk en welvaren waren als alle families in de klassieke oudheid. De belangrijke burgers lieten zich door humanisten adviseren of verrichten zelf humanistische studies. Dat was allemaal zeer kenmerkend voor deze tijd. Het verlangen om modern te leven dat geïnspireerd was op de rijke antieke beschaving leidde tot grote vernieuwingen in de kunst. Onder deze goede omstandigheden ontstond in Florence en de streek rond deze stad Toscane.

Als beginpunt van Toscane en van de Renaissance word de koepel beschouwd die op de Florentijnse dom is gebouwd door Filippo Brunelleschi van 1420 tot 1436. Hij heeft echter de koepel alleen maar voltooid want aan de koepel was de bouw al begonnen aan het eind van de 13 de eeuw. De koepel is ontworpen door Arnolfo di Cambrio.

De nieuwe koepel die Filippo Brunelleschi had gebouwd had wel iets speciaals de constructie was zelfdragend dat wil dus zeggen dat men geen houten constructie hoefde aan te brengen waarop de bogen en gewelven dan steunden. De elementen van de constructie bleven ook verborgen. Hoe de bouwwerken er uit kwamen te zien werd niet alleen bepaald door de constructies en verhoudingen maar het werd voor het merendeel bepaald door de vormwil van de bouwmeester. Hij diende de ideeën van God zichtbaar te maken in zijn bouwkunsten. Later werden van belangrijke gebouwen steeds modellen gemaakt van tevoren. De bouwmeester leverde een individuele prestatie en hield zich daarbij steeds meer bezig met het hele gebouw.

De bouwmeesters beschouwden zichzelf niet meer als een anonieme, diende ambachtsman zoals men in de middeleeuwen vond maar men beschouwde zich als een zelfstandige scheppende kunstenaar.

De levensstijl van de mensen is in de tijd van de renaissance dus nogal eens veranderd. Eerst deden ze alles uit oogpunt van hun geloofsoverweging en daarna maakte het geloof weer niets meer uit als het maar goed voor hun eigen was. Maar in het algemeen heeft in de tijd van de renaissance het katholieke geloof een grote invloed gehad op de mensen. Kijk maar naar al de kerken die in die tijd zijn gebouwd die zouden ze niet gebouwd hebben als ze zich niets van het geloof zouden aantrekken.

Wat zijn de belangrijkste architectonische werken van Filippo Brunelleschi ?

De Santo Spirito

De Santo Spirito ontworpen door Filippo Brunelleschi is van de buitenkant eenvoudig bepleisterd. De façade van de Santo Spirito was ooit in geledingen beschilderd. De Santo Spirito biedt ondanks de pas in 1758 aangebrachte puntgevel met voluten aan de zijkant , een nogal saaie aanblik. Maar de binnenruimte is een architectonisch juweeltje van de Florentijnse vroege Renaissance.
Filippo Brunelleschi kreeg de bouwopdracht van een in 1434 ingestelde commissie. Pas in het overlijdensjaar van de architect werden de eerste zuilen voor de nieuwbouw afgeleverd , die het oudere complex van de augustijnen moest vervangen. Brunelleschi heeft alleen de eerste bouwfase nog meegemaakt. Zijn leerling Antonio Manetti kon daarna niet verhinderen , dat men ging afwijken van de ontwerpen van zijn leermeester. Zo had Brunelleschi bijvoorbeeld aangegeven dat de zijkapellen aan de buitenkant niet door middel van een mur met elkaar verbonden dienden te worden , maar dat hun ronde vormen juist uit moesten komen , zodat een sterkere plastische indeling van het bouwlichaam zou worden bereikt. Ongeacht alle latere ingrepen is de Santo Spirito evenwel de Florentijnse kerk die het allerduidelijks het architectonisch concept van de vroege Renaissance laat zien en daarom als de meest volmaakte ruimtelijke schepping van Brunelleschi beschouwd moet worden. In 1484 werd het werk aan het koepelgewelf voltooid. De Santo Spirito heeft een grondplan in de vorm van een
Latijns kruis en is gebouwd als driebeukige basiliek met vlak plafond en zijkapellen rondom. De lichte binnenruimte doet onmiddellijk denken aan de San Lorenzo. Brunelleschi , die enige jaren eerder al de leiding van de bouw had gekregen , genoot bij de Santo Spirito echter grotere vrijheden waardoor hij een meer op het geheel gerichte oplossing voor het interieur kon ontwerpen , die ver boven die van het eerdere gebouw uitsteeg. De indruk van de ruimte wordt nu nadelig beïnvloed door het vieringsaltaar op de kruising van hoofd- en dwarsbreuk.

De San Lorenzo :

In 1419 toen er een hele stadswijk is afgebroken voor deze basiliek kreeg Brunelleschi de
opdracht de oude bestaande kerk uit te bouwen.
In 1419 boden acht parochieleden onder leiding van Giovanni de ’Medici aan om een nieuwe kerk te financieren. De opdracht ging naar Brunelleschi , die eerst de Sagrestia Vecchia
( Oude Sacristie ) bouwde en in 1421 de verantwoordelijkheid kreeg voor het hele project. Door financiële en politieke beroeringen vorderde het werk niet en het werd pas weer opgenomen toen de zoon van Giovanni , Cosimo de ’Medici, 40.000 florijnen schonk ter voltooiing ( een heel gezin kon leven van 150 florijnen ). Omdat hij zoveel geld gaf had hij veel invloed waardoor de kerk bijna een medici – kerk werd. Door de hoge financiering kregen de sacristieën een dubbele functie:
De eerste functie was de ruimte waar de priester langs gaat voordat hij naar de mis gaat en waar zijn spullen liggen.
De tweede fuctie was dat de ruimte als grafkelder wordt gebruikt door de medici
De bibliotheek die aan de kerk vast zit was in het bezit van de Medici.
Brunelleschi kwam met het idee om een palazzi voor de Medici te bouwen op een as van de kerk. Dit plan is nooit voltooid omdat de Medici niet als de baas van de kerk wilden overkomen. Brunelleschi begreep de regels van de klassieken helemaal. Hij maakte bij de bouw van de San Lorenzo geen fouten. Hij maakt zelfs gebruik van de klassieke entasis (= het licht gebogen lopen van zuilen naar boven toe).
Lang na de dood van Brunelleschi in 1446 werd de bouw door Antonio Manetti afgerond. De façade werd echter nooit bekleed.

Sagrestia Vecchia :
De Oude Sacristie is het enige bouwwerk van Brunelleschi dat tijdens zijn leven is voltooid. Het is waardig en eenvoudig , een volmaakte kubus met halfronde koepel , en veel bevredigender dan de kerk. De Oude Sacristie geldt naast de Ospedale degli Innocenti als het vroegste en belangrijkste bewijs van de bouwkunst van Brunelleschi.
De oude sacristie is tot grote spijt van Brunelleschi gedecoreerd, door Donatello. Boven het chertubijnenfries tronen de acht tondi van Donatello , vier oranje-roze en vier witte tegen een grijze achtergrond. Ook de twee achterste bronzen muren zijn van Donatello.


Ospedale degli Innocenti :
Het Ospedale degli Innocenti staat aan de Piazza Santissima Annunziata , door velen beschouwd als het mooiste plein van Florence.
Rond 1420 begon Brunelleschi met de aanleg van het plein. De daarop volgende 200 jaar vonden er lichte aanpassingen plaats door architecten als Ammannati en Antonio da Sangallo.
Het Ospedale degli Innocenti , aan de oostzijde van het plein , werd gesticht in 1419 door de Arte della Seta , het zijdeweversgilde , en in de daarop volgende zeven jaar ontworpen en gebouwd door Brunelleschi. De functie van dit eerste weeshuis van Europa ( dat nog steeds als zodanig dienst doet ) blijkt uit de medaillons op de voorgevel door Andrea della robbia (1487) van vrolijke kinderen in windselen. Onder de negenbogige loggia , een van de eertse uitingen van de Renaissance uiterst links bevind zich een rad. Dit dateert van 1660 en bevatte een kleine draaideur waardoor aan hun lot overgelaten kinderen werden ontvangen. Het werd dichtgemetseld in 1875.
Hoewel Brunelleschi zich in 1427 terugtrok uit het bouwtoezicht en de voortgang van het geweldige project overliet aan anderen , toont het Ospedale nu nog het ’handschrift’ van de belangrijkste Renaissancebouwmeester.

De Pazzikapel :
Uit de documenten is niet bekend wie de bouwmeester was en wanneer met de bouw werd begonnen. Op grond van de stijl kan de kapel aan Brunelleschi worden toegeschreven. De werkzaamheden duurden lang. Volgens inscripties werd de koepel van de porticus gesloten in 1459 , die van de hoofdruimte in 1461. De hoofdruimte is eigenlijk een overkoepelde kubus , met korte zijarmen , gedekt door tongewelven. De centrale kubus is qua structuur gelijk aan de Oude Sacristie van de San Lorenzo. Net als daar is de kooringang door een boog omgeven. In de Pazzikapel wordt dit boogmotief aan de overige drie wanden herhaald in de vorm van blinde bogen.
Brunelleschi streefde naar een gelijkmatige belichting. Het van opzij invallende licht wordt gedempt door de voorhal , een groot deel van het licht komt van bovenaf door de lantaarn en de oculi* in de koepel. In tegenstelling tot de Oude Sacristie is de Pazzikapel niet aangetast door latere , stijlvreemde veranderingen. De tondi van geglazuurd terracotta met de twaalf apostelen , van Luca della Robbia , passen goed bij de architectuur.
In de Pazzikapel is de eenheid van vormgeving tot in de details doorgevoerd , zoals in het patroon op de vloer. Het is een gebouw met voor Brunelleschi kenmerkende regelmatige geometrische en stereometrische vormen en eenvoudige proportieverhoudingen.

De koepel van de Santa Maria del Fiore :

De koepel van de dom de Santa Maria del Fiore is het grootste en bekendste werk van Brunelleschi. Brunelleschi had de juiste methode gevonden om de koepel te bouwen.

Het grootste en bekendste werk van Brunelleschi maar tevens de eerste grote prestatie van de Renaissance.

In 1418 bezat de kathedraal , waarvan het omhulsel voltooid was , een gapend gat van 45 meter breed dat rustig wachte op de lang verwachte koepel. Een koepel was toen niets nieuws. De kathedralen van Pisa en Siena bezaten er een en het Pantheon in Rome stond er al 1000 jaar onversaagd. Geen enkele kwam echter in de buurt van de plannen van Florence : een koepel grootser dan alles wat ervoor kwam.
De commissie van de Opera del Duomo hield zich al jaren bezig met het probleem van hoe de koepel te bouwen. De leden ruzieden voortdurend over het ontwerp ( door tekenen van instorting i het Battistero waren ze nog scerper gespitst op potentiële moeilijkheden). In augustus 1418 schreven ze wanhopig geworden een prijsvraag uit.

Brunelleschi was in 1404 benoemd tot technisch raadsman van de Opera del Duomo , twee jaar nadat hij samen met Lorenzo Ghiberti de prijsvraag voor het ontwerp van de deuren van het Battistero had gewonnen. De vurige Brunelleschi , die vond dat hij alleen had moeten winnen , weigerde om samen te werken met Ghiberti , waardoor de ploeterende voormalige goudsmid de deuren alleen moest vervaardigen. ( zie plaatjes ’het offeren van Izak’). Brunelleschi kreeg een soort van wraak in 1418 , toen hij Ghiberti versloeg in de prijsvraag voor de bouw van de koepel. Ghiberti bleek een even slechte verliezer en deed als deeltijdadviseur mee in het koor ven de doemdenkers die de plannenvan Brunelleshi verachtten. Brunelleschi bouwde , in een poging de kritiek tegen te gaan , een schaalmodel op de oevers van de Arno. Ghiberti bleef hem echter lastig vallen. Uiteindelijk veinsde Brunelleschi ziekte als excuus voor het staken van het project. Dit had meteen succes: Ghiberti , aan zijn eigen bouwkundige lot overgelaten , merkte al snel dat het project te moeilijk was voor hem.In 1423 was Brunelleschi officieel erkend als enige ’bedenker en hoofddirecteur’ van de koepel.

Koepels werden traditioneel gebouwd met behulp van een houten stellage , waarbij de stenen schaal tijdelijk werd ondersteund door een houten koepel tot de laatste steen op zijn plaats zat en het cement hard was geworden. In Florence vond men dit nogal kostbaar. Het was ook niet duidelijk waar de enorme hoeveelheid hout die hiervoor nodig was , vandaan moest komen. Erger nog , de metselaars van de kathedraal waren niet in staat om de kracht die door een dergelijk bouwsel werd uitgeoefend te berekenen. Er werden tal van suggesties aangedragen , waarvan sommige opmerkelijk vergezocht. Een oplossing was om hem geheel van puinsteen te bouwen. Een andere was om hem tijdens de constructie te laten steunen door een hoop zakken zand waarin rijkelijk met muntjes was gestrooid . Na voltooiing van de bouw mochten de Florentijnen het zand weggraven , waarbij ze een klein fortuin konden vergaren.
Brunelleschi ’s oplossing bestond uit twee schalen , een lichte buitenschaal van ongeveer 1 meter dik en een concentrische binnenschaal van ongeveer 4 meter dik. Zijn tijdgenoot Leon Battista schreef dat de constructie van een soort was die ’zelfs de klassieken niet kenden of begrepen’.Zelfs vandaag worden veel van de fijne kneepjes nog niet geheel begrepen. In de grond was het ontwerp een kopie van de achthoekige gewelven van het Battistero , want de koepel was opgesteld rond acht belangrijke en 16 secundaire ribben , verbonden door horizontale bakstenen ringen die zo’n 25.000 ton druk van de flanken moesten opvangen. Steunberen waren niet nodig. De voornaamste sleutel tot het succes van het plan was echter het haringgraatpatroon van de binnenschaal , opgesteld in zelfdragende ringen , waardoor de koepel zichzelf bleef steunen terwijl hij hoger werd. Ook werden er innovatief gereedschap ,lichtgewicht materialen en sneldrogend cement gebruikt.

Het duurde 16 jaar voor de koepel af was , in welke periode Brunelleschi zich ook ezig hield met de San Lorenzo en het Osdedale degli Innocenti. Ondanks deze afleiding bemoeide Brunelleschi zich met zelfs het kleinst detail , of het nu ging om gaarkeukens voor de arbeiders te plaatsen in de koepel ( om tijd te winnen ), of om een doolof van gangen aan te leggen , nog steeds in gebruik , om zich sneller rond de schalen te veplaatsen.
Deze nauwgezetheid en de succesvolle voltooiing van de koepel ten spijt moest Brunelleschi een nieuwe prijsvraag doorstaan om de gezagsdragers ervan te overtuigen dat hij de peroon was om de lantaarn van de koepel te voltooiien. Zijn ontwerp won , maar werd pas uitgevoerd in 1461 , 15 jaar na zijn dood.

Wat heeft Brunelleschi betekend voor Florence ?

Ondanks alle gebouwen die Brunelleschi in Florence heeft ontworpen en aan heeft gebouwd. Ondank het uitvinden hoe de koepel moest worden gebouwd. Ondanks dat hij een grote bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van de Renaissance. Ondank dit alle heeft Brunelleschi iets uitgevonden wat niet allen voor betekenis was voor Florence of Italië maar ook voor de hele wereld. Namelijk het perspectief. Tot op de dag van vandaag gaat het teken met perspectief volgens de regels van Brunelleschi.

De onschatbare betekenis van Brunelleschi's uitvinding' is af te meten aan het feit, dat de schilderkunst tot in de negentiende eeuw schatplichtig bleef aan de wetmatigheden van de perspectief. Pas kunstenaars als Van Gogh en Cézanne, Picasso en Braque konden de kunst bevrijden van het primaat van de meetkundig geconstrueerde perspectief.

Brunelleschi demonstreerde zijn methode van de illusionistisch-ruimtelijke weergave van de werkelijkheid door middel van twee legendarische panelen van het baptisterium en het Palazzo della Signoria in Florence, die helaas niet bewaard zijn gebleven.

~Hoe heeft Brunelleschi het perspectief uitgevonden ?

Brunelleschi was de eerste Renaissance-kunstenaar die zich aantoonbaar en precies beeld van de principes van het kijken eigen maakte. Hij deed dat op een manier die velen in die tijd zouden afwijzen. Hij deed dat namelijk niet met behulp van een theorie en zelfs niet met behulp van abstracte geometrie, maar eenvoudig door voor zijn gezichtsveld een raster te plaatsen en de inhoud daarvan precies na te tekenen. Brunelleschi heeft dit zelfs in het openbaar gedemonstreerd,door op de Piazza del Duomo in Florence plaats te nemen in het hoofdportaal van de nieuwe dom daar keek hij in de richting van het Baptisterium, dat op de as van zijn gezichtveld lag. Daardoor werd zijn blik exact om lijst door het portaal waarin hij zat. Brunelleschi heeft zeer waarschijnlijk de deurposten gebruikt om een raster te maken, hetzij door op gelijke afstand van elkaar aan elk van de vier zijden oriëntatiepunten te maken, hetzij door tussen deze punten draden te spannen. Hoe Brunelleschi zijn raster ook maakte, het garandeerde de precisie van de afbeelding wanneer hij tijdens het weren steeds dezelfde afstand ten opzichte van de raster aanhield. Dat blijkt ook uit de even vreemde als briljante methode die hij gebruikte om de toeschouwers het voltooide werk te laten zien. Hij knipte op ooghoogte een klein kijkgat in het linnen dat hij beschilderde en zette er een spiegel voor. Zo legde hij de afstand tussen het oog van de toeschouwer en het gespiegelde schilderij precies vast en bewerkstelligde hij dat de afbeeldingen de juiste verhouding werd gezien. Het nieuwe aan Brunelleschi’s methode is dat hij een manier ontdekte om een bepaalde aanblik accuraat weer te geven. De precisie van de methode maakte een snelle ontwikkeling op dat gebied mogelijk, want ze bood kunstenaars en theoretici die zo’n aanblik geometrisch wilden construeren, een tweedimensionaal patroon dat vergelijkbaar was met een foto.

De Drie-eenheid

In de schilderkunst werd het perspectief voor het eerst toegepast in Masaccio's beroemde fresco van de Drie-eenheid in de Santa Maria Novelia. In geen enkele eerdere periode kende men een dergelijke opvatting, ook niet in de Oudheid.
Het betekenisperspectief of 'omgekeerde perspectief' van de Middeleeuwen, waarin de verhoudingen en de formaten bepaald werden door de rang die de afgebeelde had vergeleken met de andere afgebeelde personen, was definitief overwonnen.

Masaccio's fresco van de Drie-eenheid betekende voor de Europese schilderkunst een opmerkelijk keerpunt. Voor de eerste keer paste een schilder hier de regels van de centrale perspectief toe, zoals Filippo Brunelleschi deze had ontwikkeld. De vormentaal van de afgebeelde architectoni- sche motieven herinneren tegelijkertijd aan de bouwwerken, die Brunelleschi in Florence had neergezet. Men heeft daarom wel aangenomen, dat deze bouwmeester bij de uitvoering van de schildering als artistiek adviseur was betrokken. Door het bogengewelf met de cassetten wordt de indruk gewekt dat zich hier daadwerkelijk nog een ruimte achter de muur bevindt.
In het midden steekt God boven het kruis met Christus uit, aan de zijkanten staan Maria en de Heilige Johannes. De dieptewerking wordt nog eens versterkt door de knielende figuren van de stichters (leden van de familie Lenzi). Zij zijn op een rand beneden de kapelachtige ruimte voor de zijpilasters geplaatst, In het onderste deel van het fresco zien we een - binnen dezelfde perspectief geplaatste - sarcofaag in een geschilderde grafnis, waarin een skelet ligt. Een duidelijke vermaning naar de verganke- lijkheid van al het aardse staat in het opschrift: 'Ik was wat jij bent, jij zult zijn als ik ben.'
Hypothetische dwarsdoorsnede :
Deze hypothetische reconstructie verduidelijkt de precisie waarmee Masaccio op het tweedimensionale vlak de illusie heeft gewekt van een echte, doorlopende ruimte. Door een nauwkeurige berekening kon de schilder alle personen naar gelang hun positie in de ruimte, in de juiste proporties weergeven.
Schema van de perspectivische constructie :
Een dicht net van hulplijnen diende als basis voor deze compositie, en is onder het schilderwerk nog aan te wijzen. Het centrale verdwijnpunt ter hoogte van de onderste tree is het uitgangspunt. Daarmee was tegelijkertijd het ideale gezichtspunt van de toeschouwer bepaald, dat tot de hoogst mogelijke identificering met de uitgebeelde gebeurtenis bij moest dragen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

Brunelleschi is geboren in 1377 niet in 1317

14 jaar geleden