ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
2. 1) Over stelling 1,3 en 7
2) - Sommigen kinderen uit ons groepje hebben er een andere voorstelling bij;
- Ze hebben anderen ervaringen er mee;
- Hun ouders hebben er andere ideeën over.
3) Thuis
4) Eten
4. 1) Ja, anders.
2) Niet zo vaak, niet zo veel.
3) 60 % van de meisjes.
65% van de jongens.
4) 18 tot 19 kinderen.
5) ‘T zal wel wat minder zijn.
6) - Sterke drank: 35% x 35 ml = 12,25 ml alcohol;
- Wijn: 12% x 100 ml = 12 ml alcohol;
- Bier: 5% x 250 ml = 12,5 ml alcohol.
5. 1) - Aan de alcoholgeur die uit de mond komt;
- Iemand gedraagt zich anders dan normaal.
2) Die gaat zich door alcohol vervelend gedragen of wordt agressief.
3) Ja, best lekker.
4) Soms wel grappig, als ze maar geen gevaren veroorzaken.

6. 1) Iemand moet steeds mee alcohol drinken om het zelfde effect te krijgen.
2) - Mensen denken de hele dag aan drinken;
- Ze worden ziek als ze stoppen met drinken.
3) Vergrote en slecht werkende lever, kans op schade aan hersenen, maag en hart.
4) 6 uur
7. 1) - Aan jongeren onder de 16 jaar mag geen bier of wijn verkocht worden en aan jongeren onder de 18 jaar geen sterke drank;
- Als tijdens deelname aan het verkeer blijkt dat je te veel alcohol in je adem hebt, ben je strafbaar en kun je een boete krijgen.
2) - Je kunt niet meer snel reageren;
- Het inschatten van afstanden word lastig;
- Je ziet stoplichten en lichten van tegemoetkomend verkeer minder scherp;
- Je hebt nauwelijks in de gaten water aan je linker- en rechterkant gebeurt.
3) Nee, want je moet ook op de veiligheid van anderen letten.
8. 1) Rust, ontspannen, loskomen.
2) Slecht voor de gezondheid.
3) Wel

9. (Plaatje)
10. 1) Plaatje 4: het is gemeen.
2) Nee
3) Ik doe gezond.
11. 1) Stoer doen.
2) Niet roken.
3) Ongezond.
4) Jongens 30%
Meisjes 36%
5) 5 jongens en 5 meisjes.
6) Minder denk ik.
7) Ze hebben meer geld te besteden en kunnen niet meer stoppen met roken (verslaving)
12. 1) Een mengsel van verschillende gassen en fijne teerdruppeltjes.
2) Koolstofmono-oxide
3) Het bloed kan er door minder zuurstof vervoeren, daardoor komt er minder zuurstof in de spieren. Dan wordt je snellen moe en je conditie gaat achteruit.
4) - Rokershoest;
- Moeilijker zuurstof opnemen in het bloed.
5) Je kunt duizelig en misselijk worden.
6) Dat mensen afhankelijk worden van tabak.
7) - Bronchitis;
- Long- en keelkanker;
- Hart- en vaatziekten.
8) Rokers hebben een dunnere huid door een kleinere bloedtoevoer naar de opperhuid.
9) Omdat je door roken enzym aanmaakt en elastisch weefsel afbreekt.
13. Gevolgen op korte termijn Gevolgen op lange termijn
Rustgevend Rokershoest
Opwekkend Meer kans op ziekten
Snellere hartslag en vernauwde bloedvaten Slechtere conditie
Sneller moe Afhankelijkheid
14. 1) Passief roken is de rook inademen die anderen veroorzaken.
2) Dat de kans op een hartkwaal wordt verdubbeld door passief roken is bewezen door een onderzoek bij 32.000 vrouwen. Bij de vrouwen die regelmatig andermans rook inademen, stijgt het risico op een hartkwaal met 91%.
3) Even buiten roken, dan heb hij er geen last van.
4) - In openbare gebouwen is roken verboden;
- voor tabak mag geen reclame worden gemaakt op radio en TV.
- Op een pakje shag of sigaretten moet een waarschuwing staan.
5) Het helpt niet, dan wordt het juist spannend.
15. 1) - Rustgevende wering (nicotine);
- Gezellig;
- Lekker:
- Stoer;
- Bij een groep willen hoeren;
- Vrienden maken.
2) Ze zijn er van afhankelijk en krijgen ontwenningsverschijnselen als ze er mee stoppen.
3) - Door ouders;
- Door vrienden;
- Door reclame.

16. 1) Een pakje sigaretten kost: 3,60 euro. In ‘n jaar rookt Azra 104 pakjes.
104 x 3,60 = 374,40 euro.
2) CD’s kopen, vakantie en sport.
3) Geen
4) Slecht voor je gezondheid, duur.
5) De nadelen.
6) Niet roken.
7) - Het stinkt;
- Het is ongezond.
17. 1) Hasj en marihuana.
2) Ja, vrienden.
3) Het versterkt je stemming.
4) Licht in je hoofd.
5) Duizelig, misselijk en ‘flippen’.
6) Het neemt af. Helden nadenken gaat dan moeilijk.
18. 1) Langdurig gebruik van cannabis heeft als gevolg dat mensen er afhankelijk van kunnen worden. Mensen kunnen de zelfde ziektes krijgen als rokers. de menstruatie kan onregelmatig worden en de spermaproduktie kan afnemen.
2) Patricia ging marihuana gebruiken omdat ze nieuwsgierig was en bij oudere kinderen wilde horen.
19. 1) Goed.
2) Gevangenisstraf enz.
3) Dat je het mag gebruiken.
4) Ontspanning, rust.
5) Geheugen verlies.
6) De voor delen en nadelen wegen even zwaar.
7) Wel, voorzichtig.
20. 1) - Flitsende lampjes;
- Grote getallen;
- Opvallende geluiden.
2) Poker, Blackjack, Roulette, Loten.
3) Plezier, vermaak.
4) Duur, verslavend.
5) - CD luisteren;
- Sport;
- Hobby’s;
- Huiswerk.
22. 1) Rusteloosheid en hoofdpijn.
2) Het winnen.
3) - Vrienden;
- Ouders;
- Kinder- en Jeugdtelefoon;
- SOS telefonische hulpdienst;
- Consultatiebureau voor alcohol en drugs;
- Anonieme gokkers;
- Anonieme alcoholisten.
2) Zeggen dat je hulp moet zoeken.
24. 1) Ecstasy.
2) MDMA.
3) In een laboratorium.
4) Verschillende kleuren en vormen, vaak staat op de pil een tekentje.
5) 450 %2 = 9
6) Je kan er mee in aanraking komen.

25. 1) Opwekkend effect, makkelijk contact leggen.
2) - Een droge keel;
- Stijve kaakspieren;
- Snelle hardslag;
- Benauwdheid;
- Misselijkheid.
- Hartkloppingen;
- Spierkrampen;
- Braakneigingen;
- Paniekaanvallen.
3) Het versneld de hardslag.
4) Geestelijk afhankelijk worden, lichamelijk is nog niet bekend.
5) Allebei. da versterkt het effect.
6) Waar, Als je niet anders kan wordt het ook saai.
26. 1) - Je weet nooit zeker wat er in de pil zit;
- Je weet nooit hoe sterk de pil is.
2) Het gaat om een klein aantal hulp vragen.
3) Als een bierglas vol jenever zit kun je eerst een beetje nemen en wachten op de uitwerking, bij de XTC-pil neem je alles in een keer en dan weet je pas achteraf hoeveel het was.
4) Onaanvaardbaar risico voor je gezondheid.
5) Iedereen moed zelf z’n keuze maken, dus dat mag dan.
Boekje Roken
9. 1) Marike, ze heeft contact gelegd.
2) Over iets anders praten; bv. over kleding en muziek
10. Reden om te roken Andere manier
Stoer doen Ander kapsel
Spannend Sporten
Erbij willen horen Kleding/muziek aanpassen
Interessant Ergens in uitblinken
Nieuwsgierig Vragen naar ervaringen van rokers
11. 1) Passief roken gebeurt als iemand die niet rookt de rook inhaleert van iemand die rookt, dat gebeurt vaak tegen de wil van de niet-roker. Ook passief roken is ongezond. Het is van de roker niet sociaal. Deze hoed op dat moment weinig rekening met anderen.
2) Oefenen in de vaardigheid om een standpunt in te nemen en uit te voeren.
12. 1) Roken, is slecht voor je gezondheid. Daarom zou ik niet rokren en bovendien: het is ook heel duur. Met dat geld kan je veel andere leuke dingen doen.
A. 1) Ze willen met roken indruk maken.
2) Gewoon iets vragen, of zo.
3) Ze kunnen hem stoer vinden, maar ook dom omdat hij rookt.
B. 1) Vernauwing van de luchtwegen.
2) Luchtwegen worden geïrriteerd; nog meer klachten.
Video Alcoholverslaving
Vragen
1. Hoe oud was je toen je voor het eerst een alcoholhoudende drank hebt gedronken?
2. Wat vond je er van?
3. Mag je van je ouders alcohol drinken?
4. Mag je thuis wel eens alcohol drinken, zo ja hoeveel?
5. Wat drink je als je uit gaat, hoeveel glazen?
6. Drink je wel eens alcohol bij vrienden, hoeveel?
7. Ben je wel eens aangeschoten/dronken geweest?
8. Wat vind je er van als anderen te veel drinken?
9. Heb je het zelf in de gaten als je te veel op hebt, waaraan merk je dat dan?
10. Wanneer werd er op een goede manier met alcohol omgegaan?
11. Wanneer op de verkeerde manier?
Antwoorden
1. Weet niet meer.
2. kan ik me niet meer herinneren.
3. Niet echt.
4. Soms.
5. Verschillende dingen, een paar.
6. Niet vaak.
7. Ja.
8. wel grappig, maar ze moeten zich nog wel in de hand kunnen houden.
9. Nee.
10. Toen zie ‘Bobde’.
11. met die brommer.
Video Gokverslaving
Vragen
1. Wie verdienen er geld aan het gokken met gokautomaten?
2. Noem vier gevolgen van gokverslaving die in de uitzenden worden genoemd.
3. Bedenk zo veel mogelijk redenen waarom mensen gaan gokken.
4. Denk je dat je makkelijk over te halen om een gokje te wagen, waarom wel/niet?
5. De spanning van het winnen is de kiek bij het gokken, bedenk drie anderen activiteiten die ook die kiek geven.
6. “Gokken zorgt voor de spanning die iedereen nodig heeft”. Ben je het hier mee eens? Leg je antwoord uit.
Antwoorden
1. - De aanbieders;
- De horeca gelegenheden;
- De overheid.
2. - Je verwaarloost je vrienden;
- Je verwaarloost je schoolwerk;
- Je verwaarloost je hobby’s
- Je verlies geld.
3. - Problemen thuis;
- Verveling;
- Aan anderen dingen willen denken.
4. Jawel, maar voor de gezelligheid.
5. - Sport;
- Drugs;
- Computeren.
6. Nee, je kan je dan niet meer ontspannen.
Kookverslag: Pannekoeken
Ingrediënten: Pannekoekenmeel;
Eieren;
Melk;
Cacaopoeder;
Boter (pan).
Materiaal: Spaandel;
pan;
Kom;
Borden;
garde.
Resultaat: een hele donkere -maar wel lekkere- pannekoek.
Samenwerking: Ging niet geweldig, wat rommelig. Maar uiteindelijk kwam ‘t wel goed.
Verbeteren: Volgende keer maar ‘t oude vertrouwde recept, dus geen cacaopoeder.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Piet Hein

Piet Hein

1e vwo die klas, hoe slechte kende ge zijn

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast