Jeugdcriminaliteit

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas havo | 3463 woorden
  • 20 september 2009
  • 36 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 36 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

1. Wat is het probleem?

• Waarom is dit een maatschappelijke kwestie?
Een probleem is een maatschappelijke kwestie als het gevolgen heeft voor grote groepen in de samenleving, als het gemeenschappelijk moet worden opgelost en als het te maken heeft met verschillende belangen. Dit komt allemaal aan de orde bij het probleem jeugdcriminaliteit, zo heeft het in ieder geval gevolgen voor grote groepen in de samenleving. Veel mensen hebben er last van, bijv. als je fiets gestolen wordt. Ook moet het gemeenschappelijk opgelost worden, overal in Nederland komt jeugdcriminaliteit voor en bijna iedereen heeft er last van dus is het een taak voor de overheid hier wat aan te doen. Het heeft ook te maken met verschillende belangen, bijv. de belangen van de slachtoffers, belangen van de jonge criminelen, belangen van de ouders van de criminelen en de belangen van de politie. Natuurlijk niet te vergeten spelen ook de belangen van de overheid en van de politieke partijen een rol.
• Feitelijke informatie over het onderwerp.
Om duidelijk te maken wat jeugdcriminaliteit precies inhoudt, heb ik wat informatie van een site afgehaald.

Jeugdcriminaliteit verwijst naar het gedrag van jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Het is gedrag waarbij bepaalde regels overtreden worden en waarop een straf staat. De jongeren experimenteren, en verleggen hun grenzen waardoor jeugdcriminaliteit ontstaat. Het begrip is nogal ruim, omdat het varieert van verkeersovertredingen tot doodslag. Maar het grootste gedeelte bestaat uit diefstal in inbraak.
Bron: www.jeugdcriminaliteit.com
In 2003 is onderzocht dat ruim een kwart van de jongeren onder de 25 jaar zich wel eens onveilig voelt. Driekwart van alle jonge vrouwen opent na 10 uur ’s avonds de deur niet meer voor vreemden, uit angst aangevallen te worden. Ongeveer 15% van alle jongeren is zich met het uitgaan anders gaan gedragen, om te voorkomen dat ze slachtoffer worden van een geweldsmisdrijf.
Per jaar zijn er ongeveer vier van de 10 jongeren die jonger zijn dan 25 jaar slachtoffer van veel voorkomende criminaliteit. Maar, ze zijn niet vaak slachtoffer, ze zijn óók vaak dader. In 2001 was van alle verdachte verhoorden van de politie 17% tussen de 12 en 17 jaar oud. Jeugdcriminaliteit komt nog wel vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Maar afgelopen jaren is het aantal meisjes dat verdacht was wel toegenomen.
Bron: www.cbs.nl
• Historische schets
Jeugdcriminaliteit is de laatste jaren steeds meer toegenomen. Dit gebeurt natuurlijk niet zonder reden. Een aantal factoren die eraan bij kunnen dragen, zijn bijvoorbeeld de opvoeding en thuissituatie. Vaak kan je het gedrag van kinderen afleiden van het gedrag van de ouders. Kinderen die moeite hebben met zelfbeheersing, hebben later een grotere kans om op latere leeftijd de fout in te gaan, is gebleken.
Ook het onderwijs is een belangrijk punt dat bij kan dragen aan criminaliteit. Jongeren die veel spijbelen, hebben minder maatschappelijke kansen dan jongeren die netjes naar school gaan en gewoon goede cijfers halen. En wat doen jongeren als ze spijbelen? Vaak zijn dat criminele bezigheden zoals baldadigheid, diefstal of het gebruiken van drugs.

Dan hebben we nog het afnemen van de werkgelegenheid dat ook een grote rol van het ontstaan van jeugdcriminaliteit. De laatste tijd worden er veel werknemers ontslagen en is er steeds minder werk. Dit geldt ook voor jongeren. Ook is er steeds minder eenvoudig werk te vinden, waar eerst scholieren goed genoeg voor waren. Nu zijn de motivatie- en opleidingseisen voor jongeren die werk zoeken steeds hoger. Bepaalde groepen jongeren kunnen vaak maar moeilijk aan werk komen. En dan heb ik het over jongeren die een lage opleiding volgen of gestopt zijn met hun opleiding, allochtone jongeren die met discriminatie op de arbeidsmarkt te maken hebben of jongeren met psychische problemen.
2. Welke actoren zoals (pressie)groepen en instanties zijn betrokken bij de kwestie?
Diegenen die betrokken zijn bij de kwestie, zijn de jonge criminelen zelf, hun ouders, de slachtoffers, de politie en de overheid, bureau HALT en justitiële jeugdinrichtingen.
3. Welke belangen hebben de betrokkenen?
• De belangen per groep/instantie.
De jonge criminelen zelf: de belangen van de jeugdcriminelen, zijn dat ze zich weer aansluiten bij de samenleving. Dat ze op school zitten, een fijne bijbaan hebben en een goeie vrijetijdsbesteding vinden. Een gezin waarbij ze terecht kunnen, een plek waar ze zich veilig voelen. Als ze een bepaalde misdaad hebben gepleegd, en ze spijt hebben, willen ze niets liever dan weer terug te kunnen komen in de samenleving en dat ze weer gerespecteerd worden door de mensen om hun heen.
De ouders: dat wat voor de ouders van belang is, is dat hun kind goed behandeld wordt nadat ze een misdaad hebben begaan. Dat de straf niet al te zwaar is, maar natuurlijk ook niet te licht want ze willen wel dat hun kind weer op het goed pad komt. Ook is het voor de ouders van belang dat de school ze op de hoogte houdt of de kinderen niet spijbelen en of er goede punten worden behaald.
De slachtoffers: de belangen van de slachtoffers zijn dat ze, na bijvoorbeeld een mishandeling of een overval, goed geholpen worden. Dat de politie haar best doet om het slachtoffer te helpen, door het slachtoffer serieus te nemen en gerust te stellen. Dat er meteen medische hulp aanwezig is als dat nodig zou zijn en dat het slachtoffer bij mogelijke trauma’s die hij of zij eraan over kan houden hulp aangeboden krijgt. En wat natuurlijk ook erg van belang is voor het slachtoffer, is dat de dader gepakt wordt en een juiste straf krijgt.
De politie en de overheid: de belangen die de politie en de overheid hebben, zijn dat Nederland veilig moet zijn. Ze willen dat de burgers zich veilig voelen in hun land, en zonder bang te zijn om overvallen te worden naar buiten kunnen. Dat is de taak van de overheid, door politie in te zetten op straat en de jeugdcriminelen in de gaten te houden en te straffen.
Bureau HALT: Ministerie van Justitie, de gemeenten en politie hebben bureau HALT tot stand gezet. HALT werkt aan criminaliteitsbestrijding bij jongeren tot 18 jaar. Voor bureau HALT is het belangrijk dat ze door middel van hun maatregelen jeugdcriminaliteit voorkomen. Op dit moment hebben ze daar behoorlijk hun handen aan vol, zoals je wel kan zien in de tabel hieronder. Wat ook een belang is van HALT, is dat het veilig is op scholen. Daarom verstrekken ze ook informatie en advies op scholen.
Justitiële jeugdinrichtingen: jongeren tussen de 12 en 18 jaar die verdacht worden van een misdrijf, kunnen verblijven in een justitiële jeugdinrichting. In een justitiële jeugdinrichting kan je dan weer onderscheid maken tussen opvanginrichtingen en behandelinrichtingen. Het belang van een justitiële jeugdinrichting is om jongeren weer ‘heropgevoed’ terug de maatschappij in te sturen, en dat ze niet meer in de problemen komen. Ze leren maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en hoe ze voor zichzelf moeten zorgen.
(bron: www.steunpuntforensischezorg.nl)
• De economische belangen, hoeveel geld wordt er in gestoken door de overheid?
Voor de uitgaven van de overheid tegen jeugdcriminaliteit hebben we gekeken bij het kopje rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding en terrorismebestrijding. Zoals je hier kunt zien werd er afgelopen jaar het meeste uitgegeven aan dit onderwerp. Dit is bijna de helft van alle uitgaven van de overheid van het jaar 2008. Zo wordt duidelijk dat er veel aan gedaan wordt om het te voorkomen.
• Welke belangen komen overeen en welke zijn tegengesteld?
De belangen van de politie, slachtoffers, politieke partijen en de overheid komen met elkaar overeen. Deze groepen willen allemaal dat de jeugdcriminaliteit wordt bestreden. Ze willen dus een zo goed mogelijke straf voor de criminelen om te zorgen dat ze het niet nog eens doen. Hier staan de belangen van de criminelen en de ouders tegenover. Zij willen er natuurlijk zo goed mogelijk vanaf komen.
4. Welke concrete voorstellen hebben de verschillende betrokkenen?
De slachtoffers willen natuurlijk dat de crimineel zo goed mogelijk gestraft wordt. De overheid zal vooral proberen het probleem op te lossen met een geldstraf of een taakstraf omdat het veel meer geld kost om iemand in de gevangenis te zetten. Ook bureau HALT is natuurlijk een veel voorkomende straf. Jongeren tussen de 12 en 18 jaar die zich hebben misdragen, komen daar terecht. Bureau HALT zorgt dan voor een passende taakstraf.
5. Wat zijn de achterliggende normen en waarden van elke groep of instantie?
‘Die jongeren hebben geen normen en waarden!’ Wordt er wel eens geroepen. Het kan natuurlijk zijn dat deze jongeren geen normen en waarden hebben meegekregen in hun opvoeding. Maar wat ook zeer voor de hand liggend is, is dat de normen en waarden die ze hadden expres verworpen worden.
(bron: www.akampstra.tripod.com)
Welke waarden en normen hebben de betrokken groepen? Iedereen zal het erover eens zijn dat dit niet kan. En elke partij heeft hier zijn eigen idee over hoe dit opgelost moet worden. Elke partij heeft zijn eigen waarden en normen. In een krant vonden we bijvoorbeeld het volgende: “Verdonk vindt het niet deugen dat ouders met een uitkering voor lange tijd in Marokko verblijven terwijl hun kinderen in een huurwoning in Amsterdam zichzelf moeten redden. De minister denkt aan een korting op de bijstands- of de WW-uitkering van deze ouders als de kinderen zich misdragen”
• Welke rol spelen groepsgedrag, school- en thuissituatie?
Groepsgedrag, school- en thuissituatie spelen alle 3 een grote rol. Criminaliteit ontstaat vaak doordat jongeren worden opgestookt door de rest van de groep, ‘Je bent niet stoer als je dat niet steelt.’ Vaak zijn dit de onzekere jongeren en doen er alles aan om er bij te horen.
Ook speelt de thuissituatie een grote rol, en dan met name de opvoeding. Probleemjongeren ontstaan niet zo maar, meestal hebben ze een stuk opvoeding gemist. Het is aan de ouders om de kinderen normen en waarden aan te leren, laten zien wat wel kan en wat niet kan. Als kinderen dit van thuis uit niet meegekregen hebben, weten ze ook niet wat wel of niet mag en denken ze dat alles kan.
6. Welk beleid voert de overheid?
De afgelopen jaren is jeugdcriminaliteit behoorlijk aan sprake gekomen, en natuurlijk wordt er van alles bedacht om jeugdcriminaliteit tegen te gaan. Het belangrijkste punt is om te voorkomen dat jongeren er aan beginnen. Als jongeren iets doen wat strafbaar is, zitten daar natuurlijk gevolgen aan vast. Door middel van taak- en geldstraffen wordt duidelijk gemaakt dat het niet de bedoeling is dat het nóg een keer gebeurt. De overheid zorgt voor bepaalde acties, laat jongeren mee discussiëren over wat ze het beste kunnen doen om criminaliteit te voorkomen en het Openbaar Ministerie, de politie en de kinderbescherming gaan met elkaar rond de tafel zitten.
• Welke wetten of regels gelden over de kwestie en welke daarvan staan ter discussie?
Op 1 februari 2008 is er een nieuwe wet in werking getreden, namelijk de ‘Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen’. Deze wed houdt de volgende punten in:
- de ‘gedragsmaatregel’ wordt ingevoerd;
- meer duidelijkheid over hoe lang een schorsing of een voorwaardelijke veroordeling gaat duren, en wat het inhoudt;
- de mogelijkheid om jeugdsancties te combineren wordt uitgebreid;
- de mogelijkheid om beslag te leggen om eigendommen al vóór de veroordeling, is niet meer toegestaan.
(bron: www.justitie.nl )
Ook heeft het kabinet twee nieuwe maatregelen om jeugdcriminaliteit te bestrijden. De eerste is een avondklok voor kinderen onder de 12 jaar, de regel is dan dat ze voor een bepaalde tijd van de straat moeten zijn. De tweede regel is nog niet in werking, maar wordt al wel uitgeprobeerd in Amsterdam, deze ‘proef’ duurt twee jaar. Deze maatregel houdt in dat de ouders van jonge criminelen worden gedwongen worden betrokken bij heropvoeding. De ouders zijn dan verplicht om hulp te accepteren bij de opvoeding van hun kinderen. Als dit een goed resultaat levert en de proef slaagt, wil het kabinet deze regel landelijk invoeren.
(bron: de Telegraaf 09-04-2009)
Op 29 april 2008 stond er in het NRC Handelsblad een artikel over een nieuw wetsvoorstel dat zou worden aangenomen. Dit wetsvoorstel was dat ouders verplicht de rechtszaak van hun (minderjarige) kind zouden moeten bijwonen. NRC Handelsblad schreef hier negatief over, en was het er absoluut niet mee eens. Ook minister Hirsch Ballin was tegen dit wetsvoorstel.
Een aantal argumenten die genoemd werden, waarom er een discussie is ontstaan over dit wetsvoorstel, zijn bijvoorbeeld dat de ouders tijdens een rechtszaak in het diepe worden gegooid. Ze mogen het dossier niet inzien, begrijpen niet wat er van hen wordt verwacht, hebben geen idee wat er is gebeurd en krijgen opeens een hoop naar hun hoofd gegooid over wat hun kind allemaal heeft uitgespookt. Vaak blijkt het zelfs dat ouders niet eens op de hoogte zijn van het plaatsvinden van de zitting. Je zou misschien denken dat het positief is als de ouders worden betrokken bij het proces van hun kind, dat ze weten wat hij of zij allemaal heeft gedaan en welke straffen er zullen volgen. Maar volgens het NRC Handelsblad, is deze gedachte helemaal fout.
Ten eerste zou, als ouders niet op de hoogte zijn van een rechtszaak, de kans groot zijn dat de rechtszaak vertraging krijgt. Ook hoeft de rechtbank niet te rekenen op een positief dialoog met de ouders, als zij even daarvoor via ‘bevel meebrenging’ onder dwang naar de rechtbank zijn gebracht.
Als de ouders verplicht naar de rechtbank moeten, worden ze niet ondersteund door de overheid, maar gestraft. En door deze regeling, neigt er een regel overschreden te worden, namelijk het straffen van onschuldige personen. Het zou niet mogen dat ouders zomaar van hun vrijheid worden ‘beroofd’, en meegenomen en vastgehouden worden in de rechtbank. Het zijn niet de ouders die schuldig zijn, maar de kinderen.
En als laatste, door deze regel zal de ouder-kindrelatie enorm verslechten.
(bron: NRC Handelsblad 29-04-2009)
• Standpunten en besluiten van ministers en andere bestuurders.
Toen Minister Verdonk nog bij de VVD zat, heeft ze de uitspraak gedaan dat ‘de schade die deze ontspoorde jongeren veroorzaken, door de ouders moet worden betaald’. Dit zou de ouders stimuleren om extra aandacht in de opvoeding te steken, en dat ze ervoor zouden zorgen dat het niet nog eens zou gebeuren.
(bron: www.wikipolitiek.nl)
In 2007 zei Minister van Jeugd en Gezin André Rouvoet, dat hij eerder wil ingrijpen in gezinnen waar jongeren naar de verkeerde kant dreigen te gaan. Als er in een gezin een ouder kind bekend is bij justitie en jeugdzorg, kan de overheid de opvoeding van de andere kinderen voor een deel overnemen. Dit om te voorkomen dat de jongere kinderen het gedrag van hun oudere broer of zus over gaat nemen. In Utrecht zijn er namelijk steeds jongere kinderen die het op straat onveilig maken en rotzooi trappen, maar niemand die ze terecht wijst of corrigeert.
(bron: www.nu.nl)
In april dit jaar is de Minister van Justitie van België Stefaan de Clerck naar Kuregem geweest. Na dit bezoek, liet hij weten dat hij nieuwe initiatieven wil nemen om de jeugdcriminaliteit daar terug te dringen. Hij zegt dat samenwerking ontzettend belangrijk is, politie en justitie kunnen dit niet alleen aan. Iedereen zal moeten meewerken om dit probleem op te lossen. Ook is het belangrijk dat ze niet weg gaan. Door te blijven laten ze weten dat ze dit probleem aankunnen, en dat de jeugd daar niet moet verwachten dat ze hun gangetje kunnen blijven gaan.
(bron: www.brusselnieuws.be )
7. Wat vinden politieke partijen van deze kwestie?
We gaan de aanpak van verschillende politieke partijen bekijken. Hiervoor hebben we gekozen voor de volgende partijen: CDA, PvdA en PVV. We hebben het dus bekeken vanuit een linkse, een midden en een rechtse partij.
• Standpunten van enkele politieke partijen.
CDA: het CDA vindt dat de maatschappij steeds harder wordt en hierdoor ontstaat er meer jeugdcriminaliteit omdat ook de jeugd steeds gewelddadiger wordt. In de laatste jaren is de jeugdcriminaliteit toegenomen en het CDA wil dit dan ook proberen te stoppen door een combinatie van begeleiding en preventie van jeugdcriminaliteit.
Het CDA vindt dat het niet belangrijk is hoe of hoelang een jongere gestraft wordt, het is belangrijker dat ze goed begeleid wordt zodat hij/zij weer opnieuw terug de maatschappij in kan.
Verder vindt het CDA dat de particuliere initiatieven zoals Glenn Mills (een heropvoedingschool waar jongeren vanaf de 14 jaar terecht kunnen die een misdrijf gepleegd hebben of in een bende actief zijn geweest) worden gepromoot. Ook vindt het CDA dat er meer instanties moeten komen om de jongeren op te vangen en ze bij het proces te begeleiden en dat er een gezinscoach beschikbaar is voor probleemjongeren en –gezinnen.
PvdA: de PvdA vindt dat iedere burger zich veilig moet voelen, binnen en buiten huis. Zij stellen dus ook dat er meer politie op straat komt, hierdoor wordt de jeugdcriminaliteit zichtbaar. Ook wil de PvdA dat er regelmatig fouilleer acties gehouden worden om ervoor te zorgen dat wapen- en drugsbezit wordt teruggedrongen. Verder zouden alle gemeenten in Nederland met alle betrokken instanties een veiligheidsplan moeten opstellen, hier staat onder andere in dat de scholen een actief beleid moeten voeren tegen spijbelen en hierbij de ouders op de hoogte stellen. Ook moet er volgens de PvdA meer geld in de jongeren worden gestoken, zodat zij onder speciale begeleiding niet nog eens dezelfde fout ondergaan.
In Rotterdam wordt er de komende 4 jaar streng opgetreden tegen jeugdcriminaliteit, zo is er voor elke jonge crimineel een speciale aanpak geregeld. Er wordt zowel gewezen op de fout wat hij ondergaan heeft als op geschikt werk of een opleiding. Ook Amsterdam wil de komende jaren het percentage jeugdcriminaliteit naar beneden halen. Hier hebben de politie, justitie en de gemeente afspraken gemaakt, hetzelfde als in Rotterdam, dat er voor elke jongere een speciale aanpak te wachten ligt. Er wordt ook geprobeerd door speciale preventieprogramma’s jeugdcriminaliteit zoveel mogelijk te voorkomen.
PVV: de PVV wil dat er in justitiële jeugdinrichtingen en de gesloten jeugdzorgen 52 weken per jaar onderwijs wordt gegeven. De jongeren die in deze inrichtingen zitten lopen gemakkelijk een leerachterstand op, door onderwijs te geven wordt deze leerachterstand minder.
Verder wil de PVV dat de jeugdcriminaliteit hard wordt aangepakt, wat er onder hard aangepakt wordt verstaan is niet duidelijk en dit is niet terug te vinden op de site van de PVV.
8. Samenvatting van de belangrijkste feiten, standpunten en voorstellen.
Jeugdcriminaliteit is in de laatste jaren sterk toegenomen, dit kun je zien aan de hoeveelheid aanmeldingen bij bureau HALT. Vaak is dit een oorzaak van een slechte school- of thuissituatie, hier worden jongeren vaak opgestookt door andere jongeren of hebben ze een slechte opvoeding gehad. Ook is het een belangrijk punt, zoals je kunt zien in de bron van het CBS, dat deze criminaliteit vaker wordt gepleegd door jongens dan door meisjes.
Omdat jeugdcriminaliteit zo is toegenomen wordt er veel gedaan aan preventie en het terugdringen hiervan. De uitgaven van de overheid (justitie) voor rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding en terrorismebestrijding zijn het hoogst van alle uitgaven. Bijna de helft van alle uitgaven van de overheid op gebied van justitie worden uitgegeven aan dit onderwerp.
Er zijn natuurlijk ook een heleboel verschillende instanties die hiermee te maken hebben.
De instanties bureau Halt en verschillende jeugdinrichtingen zijn bedoeld om de jongeren te leren wat ze hebben misdaan en ze hierin te begeleiden. Bij bureau HALT krijgen ze meestal een taakstraf en in jeugdinrichting worden jongeren opgevangen om ze te begeleiden voor terugkomst in de maatschappij. Bij de overheid staat het punt, preventie van jeugdcriminaliteit, bovenaan. Ze lichten de jongeren in over de gevolgen en ze discussiëren over jeugdcriminaliteit en wat ze het beste hier tegen kunnen doen.
Ook hebben we de verschillende belangen van de verschillende betrokkenen bekeken. Zo hebben de criminelen anderen belangen dan de politie of de slachtoffers. De jeugdcriminelen willen natuurlijk dat ze zo snel mogelijk van hun straf af zijn en de slachtoffers willen juist dat de jeugdcriminelen zo hard mogelijk gestraft worden.
Minister Verdonk heeft ooit de uitspraak gedaan (toen ze nog bij de VVD zat) dat de schade die de jongeren aanrichten betaald moeten worden door de ouders zelf. Hierdoor zouden de ouders hun kinderen er meer op wijzen dat het fout is en dat ze het niet moeten doen. Verder heeft minister Rouvoet uitgesproken dat hij wil ingrijpen in gezinnen waar het dreigt fout te gaan.
We hebben ook gekeken naar de verschillende standpunten van verschillende politieke partijen, hiervoor hebben we gekeken naar het CDA, de PvdA en de PVV. Het CDA is een partij uit het midden, de PvdA is een linkse partij en de PVV is een rechtse partij. Het CDA wil dat de jongere beseft wat hij gedaan heeft, de hoeveelheid straf of de zwaarte van de straf maakt niet heel veel uit, ze moeten goed begeleid worden om terug te komen in de maatschappij. De PvdA wil vooral dat er meer politie op straat komt, dat de jeugdcriminaliteit opgemerkt wordt zodat het meteen aangepakt kan worden. Tenslotte wil de PVV dat jeugdcriminaliteit hard wordt aangepakt zodat ze het niet nog een tweede keer doen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.